
Albert en Ursula Vetkamp 65 jaar getrouwd: ‘We woonden boven de Chinees. Ik had dus de hele dag honger!’
11 april 2024 om 10:30 Mensen Tips van de redactieVEENENDAAL Voor Albert en Ursula Vetkamp is de oorlog nooit ver. ,,Wat we allemaal hebben meegemaakt”, zegt hij. Inderdaad, dat wil niemand meemaken. Het echtpaar woont op de een na hoogste verdieping aan de Duivenwal. Met bijzonder veel genoegen. Onlangs waren ze 65 jaar getrouwd. Burgemeester Gert-Jan Kats kwam hen feliciteren.
door Martin Brink
Terugkijkend op hun jonge jaren hebben de ervaringen over de bezettingstijd veel sporen nagelaten. Die hebben gelukkig niet geleid tot trauma’s maar ze hebben wel een wissel getrokken op hun leven. Ze praten er echter wel graag over. Albert (Ab) Vetkamp werd in oktober 1937 geboren in Amersfoort. ,,Ik ben dus eigenlijk een echte ‘Keitrekker’ maar ik ben opgegroeid op de Leusderheide. Dat is nu een afgesloten gebied”, zegt hij.
Zijn vader werkte op het terrein van defensie en woonde er met zijn vrouw en zes kinderen in de schijvenloods die voor een deel tot woning was verbouwd. Ab had er een onbezorgde jeugd maar dat werd in oorlogstijd wel anders. De verwikkelingen op het einde ervan staan hem nog helder bij. Het werd na de capitulatie de verzamelplaats van de voormalige bezetter uit de wijde regio.
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Ad Vetkamp zoekt in het boek over de Leusderheide in de oorlog gegevens op. - Martin Brink
Hier moesten ze samenkomen en werden ze ontwapend. Bijvoorbeeld trokken ze vanaf het ontwapeningsterrein bij De Eikelkamp in Elst hier naar toe. ,,Er was er één die het waarschijnlijk niet kon verkroppen dat ze verloren hadden. In een kuil moesten ze hun pantzerfaust (een anti-tankwapen, MB) gooien. Een man schoot hierin zijn exemplaar af. We zagen het in de verte. De benen en armen vlogen door de lucht…”
VRESELIJK IEMAND
Ook de Duitser Kotalla (een veroordeelde oorlogsmisdadiger van de Vier, later de Drie, van Breda) herinnert hij zich nog. ,,Een norse man, vooral als hij gedronken had. Hij kwam eens bij ons huiszoeking verrichten. Ik weet nog dat hij mijn speelgoed door de kamer gooide. Het was een vreselijk iemand. Hij liet veel mensen fusilleren. Dat gebeurde altijd op zondag. We moesten dan binnen blijven. Er werd een wacht voor de deur gezet en we zagen de geblindeerde autobussen voorbij rijden met de gevangenen erin. Mijn vader heeft in de begintijd op tekeningen bijgehouden waar ze waren begraven. Dat kon hij aan de natuur zien. Aan de hand daarvan zijn deze mensen na de oorlog opgegraven.”
Ab weet er nog veel meer over. Over bijvoorbeeld het schijnvliegveld in het nu openbare wandelgebied naast landgoed Den Treek. In boeken die over de oorlogsverwikkelingen in dit gebied gaan, staat hij ook met een uitgebreid interview in. Met de onderzoekers heeft hij nog regelmatig contact, bijvoorbeeld om hun bevindingen van feiten te voorzien. Hij kan bijvoorbeeld precies de plekken aanwijzen waar het oorlogsmateriaal in kuilen werd geworpen. Het gebeurde in feite voor de deur van het woonbarak waar het gezin woonde. ,,Het spul ligt er nog maar het is nu verboden gebied en je mag er zeker niet graven. Bovendien hebben ze er bomen op geplant om dat te voorkomen.”
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Hij wijst aan waar de schijvenloods was waar hij in een tot woonhuis verbouwd deel tijdens de oorlog woonde - Martin Brink
VADER GESNEUVELD
Ook bij zijn vrouw Ursula Vetkamp-Scheich, geboren in mei 1939, heeft de oorlog sporen nagelaten. Zij werd geboren in het Duitse Frankfurt am Main. Vader was voor dienst opgeroepen. ,,Hij is gesneuveld in Riga”, zegt ze. Om uit te zoeken hoe of wat, in de huidige tijd gaat dat immers een stuk eenvoudiger via archieven op internet, daar heeft ze geen behoefte aan. ,,Ik heb het eigenlijk achter mij gelaten.” De enige foto die ze van haar biologische vader heeft staat tussen andere familiefoto’s op de kast. Het is een gespierde knappe man met ontbloot bovenlijf. ,,Hij was een geoefende zwemmer”, weet ze over hem.
Gelukkig kreeg haar moeder kennis aan een Nederlander, een dwangarbeider die in Duitsland moest werken. Hij heeft haar geëcht en zorgde voor een liefdevol gezin. Met haar moeder, broertje, zusje en haar stiefvader trok ze naar Soestdijk waar vader vandaan kwam. ,,We woonden dicht bij het paleis.” Ursula Scheich ging naar de huishoudschool en ging werken op een naaiatelier in Baarn.
STUKJE FIETSEN
Ze leerden elkaar in Amersfoort kennen. ,,Dat was in 1955, op de Varkensmarkt”, weet Ab Vetkamp nog. ,,Ze kwam aanfietsen en we spraken met elkaar. Zo is het gekomen.” Ursula: ,,Ik ging vanuit Soestdijk een stukje fietsen. Dat deed ik wel vaker.” Het was het begin van een stevige verkering. Haar moeder moedigde haar aan om eens met hem thuis te komen. Maar Ab behoorde tot de zogenaamde ‘nozems’, een groep zelfbewuste jongeren, die zich als zodanig wilden gelden. Ursula: ,,Ik heb gezegd: zo kom je niet bij mij thuis.” Het is toch allemaal goedgekomen. Maar trouwen zat er nog even niet in. In 1957 ging Ab in dienst. ,,Twee jaar, bij de luchtmacht in Soesterberg.” Hij werd er vliegtuigmonteur. ,,Het was eigenlijk gewoon werk.”
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Op de huwelijksdag in maart 1959 bij het gemeentehuis in Soest. (Detail) - Familiearchief
HUWELIJKSBOOTJE
Pas daarna werd gedacht aan het huwelijksbootje. Die kwam op 20 maart 1959 voorbij en ze gaven elkaar het jawoord op het gemeentehuis in Soest. Twee jaar bewoonde het jonge stel een gehuurde kamer totdat Ab werk vond bij de genie in Amsterdam. Omdat hij in overheidsdienst was lukte het snel om een huis te vinden. Zij nam een betrekking aan bij de Gemeentegiro. Het huwelijk werd bekroond met de komst van een dochter en zoon. De familie werd verder uitgebreid met vier kleinkinderen en vijf achterkleinkinderen.
Ab Vetkamp zou altijd in de techniek werken. Hij groeide van monteur naar projectingenieur bij een groot bedrijf in Amersfoort. Hoe komt hij dan in Veenendaal terecht? ,,Een collega tipte mij dat de woningen in Veenendaal betaalbaar waren. Zo kochten we een appartement aan het Prins Willem Alexanderpark, op vier hoog en recht boven de Chinees. Man, daar kreeg je dus de hele dag honger!”
NOOIT MEER WEG
Ze woonden ook jaren in Frankrijk en ondertussen woonde hun zoon in hun appartement die hij later van hen overnam. Zeventien jaar geleden keerden ze terug naar Veenendaal, schreven zich in en kregen vrij snel de huidige woning aan de Duivenwal toegewezen. ,,Hier gaan we nooit meer weg. We vonden het direct al zeer ruim.” Ook met de buren gaat het prima en daar zijn ze blij om. ,,Bijvoorbeeld met Bertus en Evert van Kesteren, twee huizen verder. Zij waren twee maanden geleden 65 jaar getrouwd.”
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Foto: Martin Brink
Ze staan nog midden in het leven. Ursula: ,,Ik doe aan linedancing in buurthuis ‘t Turfke. Het zijn ongeveer achttien dames die daar aan meedoen. We willen graag heren maar dat is niet gelukt.” Ze kijkt veelbetekenend haar man aan. Ab: ,,Nee hoor, mij moet je niet vragen! Ik heb geen gevoel voor ritme.” Hij beweegt zich liever op een ander vlak. Naast het wandelen is hij ook sportief op het gebied van tafeltennis. ,,Dat doe ik bij TVS in Scherpenzeel. Daar tafeltennist mijn zoon ook.”
Ursula doet nog meer. Via Veens Welzijn werd een vrijwilliger gezocht om iemand te bezoeken die behoefte had aan menselijk contact. ,,En dus ga ik regelmatig naar deze dame. We drinken koffie en we doen samen andere dingen.” Met mensen werken zit haar trouwens in het bloed. Ze organiseerde Tupperwareparty’s en ze was ook hostess in de Babyfelicitatiedienst. Op bezoek bij blije, jonge ouders. Ook stond ze achter de marktkraam in onder meer Scherpenzeel met groenten en fruit en op een andere dag in een kraam met rookwaren. Ze hebben verder nog een recreatiewoning op camping ‘t Eind in Overberg. ,,Wandelen we zo de bossen in. Dan blijven we in beweging!”
![]()
Foto: Familiearchief
















