
Gerrie en Gijs Gijsbertsen uit Rhenen vijftig jaar getrouwd: ‘Ik ben mij ooit rotgeschrokken op de begraafplaats’
19 mei 2024 om 09:54 Mensen Tips van de redactieRHENEN ,,Weet u wat zo mooi is: in 1974 trouwde de burgemeester ons, nu kwam ze zelf langs.” Gerrie Gijsbertsen-van Nieuwamerongen vertelt over het bezoek van Rhenens burgemeester Corry van Rhee-Oud Ammerveld aan haar en haar man Gijs Gijsbertsen (,,Nee, ik stotter niet!”) op de Prunuslaan. Op 10 mei waren ze vijftig jaar getrouwd, op 15 mei kwam de burgemeester aan.
door Martin Brink
Corrie en Gijs trouwden op het gemeentehuis van Renswoude waar burgemeester Marten Hulst het jonge paar in de echt verbond. Hij is een geboren en getogen Renswoudenaar (,,Van de Dorpsstraat, opa had er een kruidenierszaak”), zij kwam van oorsprong uit Veenendaal, waar haar ouders aan de Valleistraat woonden. Ze verhuisde later naar Ederveen.
(KLEIN)KINDEREN
Uit het huwelijk werden twee jongens en twee meisjes geboren. ,,We hebben elf kleinkinderen en vier achterkleinkinderen”, zegt Gerrie met trots. De meesten wonen in de omgeving en komen regelmatig aan. Gijs is 72 jaar, Gerrie 69. Beiden zijn goed van lijf en leden. Bovendien nog zeer actief.
(De tekst gaat verder onder de foto.)
![]()
Tijdens de huwelijksvoltrekking in mei 1974 op het raadhuis van Renswoude. Burgemeester Marten Hulst (links) bevestigt het huwelijk - Familiearchief
HULP BIEDEN
Gerrie helpt waar ze kan helpen. ,,Vaak bij oudere mensen. Nee, niet via een organisatie, maar ik hoor nogal eens wat en als er hulp nodig is dan pak ik dat aan.” Gijs maakt zich dienstbaar als koster in de Cunerakerk. ,,Maar alleen bij rouw- en trouwdiensten. Verder help ik met koersballen bij zorginstelling Elim in Amerongen.”
Ook voor de directe woonomgeving toont hij zich verdienstelijk. ,,Ik doe overal wat snoeiwerk en help met anderen bijvoorbeeld bij het bladruimen. Toen de eerste bladkorven kwamen, hebben we er zelfs mee in de Volkskrant gestaan.”
Sinds oktober 1981 wonen ze met veel genoegen in Rhenen. ,,Ik werkte in de plantsoenen in Renswoude en zag een advertentie dat ze in Rhenen een grafdelver zochten. Zo kwam ik hier.” De begraafplaatsen in de gemeente kennen geen geheimen meer voor hem. Samen met Henk van Laar had hij het beheer over de drie rustplekken.
(De tekst gaat verder onder de foto.)
![]()
Het kersverse paar bij de oprijlaan van Kasteel Renswoude met een oldtimer van de firma Leewis uit Veenendaal. - Familiearchief
DANKBAAR WERK
Mooi en ook dankbaar werk vond hij het. Bij begrafenissen stond hij er keurig in het pak om te zorgen dat alles goed verliep. Hij was ook de man die de kist liet zakken. Heel ingetogen en stijlvol allemaal.
Je moet er wel tegen kunnen, ook bij het grafruimen, maar Gijs was wel wat gewend en wist zich bij elk moment aan te passen. ,,Tegenwoordig heb je er wel een opleiding voor om de protocollen te volgen. Ik leerde het allemaal in de praktijk.”
Grafdelven heeft hij vooral machinaal gedaan. ,,In 1980 gebeurde een vreselijk ongeluk. Toen verongelukte iemand toen een bestaand graf voor een bijzetting nog handmatig moest worden uitgegraven en de boel instortte. Toen schafte de gemeente Rhenen graafmachines aan.”
‘ROTGESCHROKKEN’
Heeft hij nog meer verhalen? Hij vertelt over twee oorlogsgraven die ze ooit hebben overgebracht naar het Ereveld op de Grebbeberg. Heel memorabel allemaal.
Maar ook over die keer dat hij zich werkelijk ‘rotschrok’.
,,Ik ging aan het werk en dacht: wat is dat voor stapel daar bij het huisje? Dat heb ik daar niet neergelegd. Opeens bewoog het! Dat verwacht je toch niet? Ik was er de hele dag ontdaan van. Het bleek een zwerver te zijn die de rust had opgezocht. Nou, een betere plek had hij niet kunnen vinden!”
Verder is er op één van de begraafplaatsen niets raars gebeurd. Geen grafschennis bijvoorbeeld, zoals dat vorig jaar nog gebeurde in Rhenen. ,,Nee, gelukkig niet zeg.”
MAATSCHAPPELIJK WERKER
Gijs is een echt mensen-mens en heeft voor iedereen een luisterend oor. Hij geeft een voorbeeld: ,,Later zag je nabestaanden vaak terug als je op de begraafplaats werkte toen zij het graf kwamen bezoeken. Dan kwam het praatje vanzelf op hoe het verder is gegaan en vertelden ze vaak ook over het leven van de persoon. Dan ben ik niet zo iemand die zegt: tot ziens, ik moet verder. Nee, ik luister. Op zo’n moment ben je dan echt een maatschappelijk werker.”
















