Jaap van de Pol bezocht enkele jaren geleden de schuilkelder in het ‘huis van Erdbrink’, hoek Buurtlaan en de Prins Bernhardlaan.
Jaap van de Pol bezocht enkele jaren geleden de schuilkelder in het ‘huis van Erdbrink’, hoek Buurtlaan en de Prins Bernhardlaan. Archief Nico van Ginkel

Jaap van de Pol (86) uit Veenendaal blikt terug op voorval aan de Buurtlaan-west tijdens oorlog: ‘Zo namen we afscheid van Ferdi’

25 mei 2024 om 07:30 Historie

VEENENDAAL Jaap van de Pol uit Veenendaal herinnert zich nog veel uit de Tweede Wereldoorlog, die hij als jonge jongen beleefde. Hij woonde toen aan de Buurtlaan-west op Gelders Veenendaal. Inmiddels is hij 86 jaar, nu wonende in Veenendaal-zuid, en alweer twintig jaar gids bij de stichting Grebbelinie in het Vizier op de grens van Scherpenzeel en Woudenberg.

door Martin Brink

Hij noteerde in de afgelopen jaren een aantal malen in deze krant kleine, maar vooral ingrijpende, gebeurtenissen uit Veenendaal en omgeving. Zo schreef hij over de ontploffing van de bunker bij het spoor aan De Klomp bijvoorbeeld, maar ook het noodlottig treffen tussen Duitsers en leden van de Binnenlandse Strijdkrachten aan de Buurtlaan-west/Prins Bernhardlaan. 

HAARSCHERP

Die kennis draagt hij nog altijd over aan jonge en volwassen gasten van het bezoekerscentrum in Woudenberg. Nu de weken van herdenken weer zijn aangebroken, denkt hij weer terug aan vroeger toen bijvoorbeeld plotselinge inkwartiering heel normaal leek te zijn. Hoewel hij nog jong was, kan hij bepaalde gebeurtenissen nog haarscherp voor de geest halen.

ZACHTAARDIG

Hij beschrijft een ervaring aan de Buurtlaan-west: ,,In de oorlog werden Duitse soldaten vaak ook ondergebracht bij gewone mensen thuis. Toen de oorlog op zijn einde liep, wierp nazi-Duitsland jonge jongens van 16, 17, en 18 jaar in de strijd, de zogenaamde Hitlerjugend. Het waren vaak fanatieke jongeren. Echter die bij ons in het huis aan de Buurtlaan-west kwam, was een zachtaardige en naar aandacht hunkerende jongen die zich bij ons direct thuis voelde, en waar ik spelenderwijs een aantal, zeg maar judogrepen, van leerde die hem op zijn beurt tijdens zijn opleiding waren bijgebracht. Die werden voor mij toen echt als spectaculair beleefd. Hij werd bij ons gebracht door een of ander bulderende onderofficier die zei: morgen kom ik weer en dan moet Ferdi - want zo heette de jongeman - klaarstaan.”

,,Mijn moeder, een goed ‘gebekte’, of zo u wilt, zeer assertieve vrouw zei dat ze dat nog wel zou zien, aangezien ze het opgegeven tijdstip wel erg vroeg vond om zogezegd oorlog te voeren. Ferdi sliep beneden in een geïmproviseerd bed van een zogenaamde rookstoel en een zorgclub zoals we dat toen noemden, die tegen elkaar waren geschoven naast de kolenkachel. Moeder vertelde de andere morgen dat ze eruit was geweest omdat hij huilde en zei dat hij van zijn ‘mutti’ droomde en naar huis wilde. Dat kun je begrijpen als je zeventien jaar bent en in zo’n situatie terecht bent gekomen.”

Moeder vertelde dat ze eruit was geweest omdat hij huilde en zei dat hij van zijn ‘mutti’ droomde en naar huis wilde

NOG NIET KLAAR

,,Maar de werkelijkheid diende zich de andere morgen al om kwart over vijf aan. Onze voordeurdrukbel, die hadden we toen, werd hard ingedrukt en jawel: daar stond onze bulderende barse buitenlander in vol ornaat en met wapen te snauwen dat ‘der Ferdi mitkommen musste’. Wij allemaal beefden van angst, maar zo niet mijn moeder. Ze snauwde hem heel dapper toe dat Ferdi nog niet klaar was met zijn ontbijt en dat hij over een half uur zou komen. Geloof het of niet maar de man vertrok. Mokkend en ook nadat hij moeders fiets had gevorderd. Wie schetst onze verbazing toen we om ongeveer zeven uur buiten commando’s hoorden en een compleet peloton soldaten op straat voor ons huis halt hield en een drietal soldaten met volle bepakking onze achterdeur bezette en de andere drie post vatten bij de voordeur! Er werd niet gebeld maar op de voordeur geslagen en geroepen dat we open moesten open maken. En jawel hoor, het was weer mijn moeder die riep in haar beste Duits dat iedereen rustig moest blijven en dat ze er aan kwam. Zo namen we afscheid van Ferdi.”

FIETS WEG

,,Hij zwaaide niet meer, en eenmaal tussen het weg marcherende peloton soldaten was hij gewoon weer een van dat immense leger dat meende de hele wereld te kunnen veroveren. De fiets, hoorde mijn moeder, was op te halen bij de Nieuwewegseschool waar één of andere Ortskommandant haar sommeerde tussen de honderden andere fietsen te zoeken. Helaas, ze heeft hem niet meer gevonden…”

Mail de redactie
Meld een correctie

Martin Brink
Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie