Foto ter illustratie.
Foto ter illustratie. Tativophotos | Dreamstime.com

Raad staat voor moeilijke keuzes bij beeldvormende avond over jeugdzorg

12 januari 2025 om 15:15 Zorg Nieuws uit Veenendaal

VEENENDAAL Na eerder tijdens een beeldvormende avond over jeugdzorg de diepte in te zijn gegaan over het onderwerp, ging de raad de derde keer meer de breedte in bij het maken van mogelijke keuzes. Zoals Irene Niessen, managing partner bij onderzoeks- en adviesbureau Andersson Elffers Felix haar presentatie afsloot: ,,Hier wordt het moeilijk, want hier ga je ‘nee’ zeggen. De wereld is niet maakbaar en je gaat niet alle ellende van de kinderen voorkomen. Succes.”

door Arjan van den Berg

Doel van de beeldvormende avonden is om de raad eerst te informeren, om daarna de raad keuzes te laten maken om iets aan de problemen te doen die al jaren in de jeugdzorg spelen. In april staat een werkbezoek van de raad aan het CJG op de planning. In september en oktober loopt het traject naar het aanpassen van de verordening voor de jeugdzorg, waarbij ook de adviesraden worden betrokken. In januari 2027 wordt de BVO Jeugdhulpregio Jeugd FV opgericht: een gemeenschappelijke regeling op het gebied van beleid van de jeugdwet.

OPSTAPELING

In een inleiding werd het beeld geschetst van het dweilen met de kraan open. Het leek vaak te gaan om het optimaliseren van die dweil, maar het was zaak om te letten op wat er gaande is in de samenleving. Daarbij speelt de toename van echtscheidingen, de prestatiedruk en het social mediagebruik ook een rol, die niet allemaal met jeugdhulp opgelost kunnen worden.

AFWEGINGEN

Niessen heeft veel onderzoek gedaan in het sociaal domein, waarbij ook veel rond jeugdhulp, in de regio bij gemeentes als Ede, Apeldoorn en Nijmegen, maar ook landelijk. ,,Het lastige is dat jeugdzorg ongelooflijk breed is. Aan de ene kant zijn er kinderen in de gesloten jeugdzorg, super heftig, en aan de andere kant zijn er kinderen die bij wijze van spreken naar de psycholoog om de hoek gaan. De kinderen met de heftige problematiek wil je helpen. Als je alles van jeugdzorg op een hoop gooit, zit je er sowieso naast.”

De theorie van de hervormingsagenda van de jeugdzorg was een forse besparing, door onder meer in te zetten op preventie en eigen kracht, normalisering, vroegsignalering, integrale hulp en meer ruimte voor professionals. ,,Ik heb nog nooit gezien dat het werkt om iets beter te doen, terwijl het goedkoper wordt. Zo is het probleem bij vroegsignalering dat zwaardere problematiek misschien wel wordt voorkomen, maar een deel van de problematiek misschien vanzelf over was gegaan. Als je bij het meer ruimte geven aan de professional niet zegt welke beperkingen er zijn, zal die niet aan alle kinderen toekomen. Een professional wil alle kinderen helpen en moet niet maatschappelijke afwegingen hoeven maken – daar is de gemeenteraad voor.”

GROEIENDE VRAAG

Tijdelijk geld en de hervormingsagenda om als doel de kosten terug te dringen blijken in de praktijk niet genoeg te zijn. Maatregelen die de afgelopen jaren zijn genomen, zijn vooral gericht op efficiëntie, maar er zijn grotere problemen dan het budget. Zo is er ook de vraag naar goed personeel. Gemeentes hebben al veel gedaan met maatregelen, die een tijdje werken, maar daarna ook niet meer. De groeiende vraag naar hulp stijgt sneller dan de maatregelen iets oplossen.

VVD’er Yvonne Bottema merkte op dat jeugdzorg en jeugdhulp vaak door elkaar werden gehaald. Reclassering bleef in Veenendaal nagenoeg stabiel. De grootste stijging was bij jeugdhulp zonder verblijf, ‘de kleinere trajecten’. Idee was om die twee uit te splitsen en te richten op de kinderen die hulp echt nodig hadden. Niessen merkte op dat kinderen die niet in een verblijf zaten niet automatisch ‘lichtere gevallen’ waren. Doel was om kinderen zoveel mogelijk thuis te laten wonen, maar dat betekende niet automatisch dat het altijd om ‘lichtere gevallen’ ging als dat kon.

COMPLEX

De raad kreeg een keuzemenu voorgeschoteld. Zo kon er bij de toegang van zorg al een analyse worden gemaakt en gestuurd worden op de goedkoopste passende zorg en bij de inkoop van zorg stevige contracteisen of een budgetplafond worden vastgesteld. In plaats van signalerend kon het praktijkveld ook normaliserend en versterkend worden ingezet en andere domeinen met raakvlakken worden afgebakend.

Die punten hadden elk zo weer hun keerzijdes. Meer aanbieders in plaats van vooral de goedkoopste konden ervoor zorgen dat gemeentes juist minder afhankelijk werden van aanbieders. Bij scherpe eisen in contracten was de gemeente soms afhankelijk van de informatie van aanbieders. De vraag was: waar wil je op sturen? De meeste gemeentes met minder zorgaanbieders hadden veel onderaannemers die moeilijker te controleren waren. En: ,,Veel aanbieders zijn niet goed in contractmanagement.”

SLEUTELS

,,We zien niet alles van elkaar. De vraag is: waarom zoeken mensen hulp? Niet omdat het absoluut slecht gaat, maar omdat het slechter gaat dan de mensen om je heen.” Het hele welzijnsniveau laten stijgen lost daarmee dus niet het probleem op. ,,De belangrijkste sleutels van het probleem liggen buiten de gemeente, maar mijn hoop ligt toch echt bij de gemeentes. Het Rijk zet geen serieuze stappen op reikwijdte. Ondanks dat gemeentes heel veel maatregelen hebben genomen, blijft het beeld, dus je moet iets anders. Dit vraagt om moeilijke keuzes, zeker in tijden van schaarste. Met meer budget schuif je het probleem voor je uit, al is het op korte termijn wel nodig.”

Yvonne Bottema gaf het liefst hulp aan kinderen die het echt nodig hadden op kosten van de gemeenschap, terwijl mensen met lichtere problematiek dat zo mogelijk zelf betaalden. Onderscheid maken op inkomen mocht dan nu net weer niet.

BEWUSTWORDING

Youssef Boutachekourt stelde namens D’66 een bewustwordingscampagne voor ouders en hulpverleners voor: wat beschouwen we als normaal? Er moest toch iets gedaan kunnen worden aan de prestatiemaatschappij. Nu leek het alsof het wel werd gezien, maar er niets mee werd gedaan. Jeroen van Esseveld van de ChristenUnie was het daar niet mee eens. Vanuit zijn ervaring als leraar wist hij maar al te goed dat die bewustwording er was in het onderwijs. ,,Geef de ambtenaren in Den Haag maar eens een bewustwordingscampagne.”

Een optie was om de definitie van de zogenoemde ‘gebruikelijke hulp’ te verruimen: de hulp die je redelijkerwijs mag verwachten van een ouder aan een kind. Niessen: ,,Wij verwachten gewoon dat je je kind een beetje opvoedt, op schermgebruik let, dat het gezond eet en op tijd op bed ligt”, zou een optie zijn, maar “dat is zo paternalistisch als je kan zijn als gemeente. Als gemeente ouders vertellen hoe je je kind op moet voeden is best spannend als gemeente, maar ik geef hem mee aan jullie als suggestie.”

Wat de gemeente ook zou besluiten, het moest sowieso duidelijk in de verordening worden gezet. Op die manier kreeg het CJG ook meer lucht en rugdekking. Daarbij was het goed om met de regio op te trekken en niet als gemeentes apart heel andere dingen te willen en doen, aangezien het dan weer lastig werd voor zorgaanbieders. ,,Beleid zonder hardheidsclausules is altijd een probleem. Het klinkt allemaal een stuk gemakkelijker dan het is, dat realiseer ik me, maar ga ervoor.”

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie