
Veenendaals oudste staat nog midden in het leven
19 april 2023 om 09:38 MensenVEENENDAAL ,,Wat zegt u? Meneer Deijs overleden? Dat wist ik niet. Ach wat jammer.” Als aan Annigje Pijpers-Dekker wordt verteld dat haar voormalige baas in het Julianaziekenhuis, en tot aan zijn einde een gevierd regionaal historisch onderzoeker, begin dit jaar op 90-jarige leeftijd het aardse voor het eeuwige verwisselde, is het even stil. Voor haar was hij nog ‘jong’. Immers: Annigje Pijpers is maar liefst 103 jaar en daarmee Veenendaals oudste inwoner!
Die gezegende leeftijd bereikte ze al op 28 februari. Op 13 maart kreeg ze bezoek van loco-burgemeester Engbert Stroobosscher en nu komt ook nog ‘de man van de krant’ langs, die bijna veertig jaar met haar scheelt.
Annigje Pijpers heeft een werkzaam leven gehad, veel meegemaakt en is een vrouw die nog altijd midden in het leven staat. Die weet wat ze wil en ook er goed over kan praten. Soms met hulp van haar oudste dochter Elly die inmiddels ook al de 76 kruisjes aantikt.
,,Ik ben blij dat je er bent”, zegt ze met enige regelmaat tegen haar. Ze blijkt een grote steun om het geheugen wat op te frissen. Ze is opmerkelijk fit voor haar leeftijd. Lopen gaat met steun van een rollator of looprek, maar de driewielerfiets staat al klaar om bij mooi weer er op uit te trekken. De driewieler kreeg ze op haar negentigste.
Wel met een doel want zomaar op weg gaan, dat is niets voor haar. Ze verheugt zich nu al op een tochtje naar het Ruisseveen, het dierenkampje van de stichting Buitenzorg, net heel ver waar ze woont. ,,Daar kun je ook wat drinken.” Daaraan als een belangrijk feit toevoegend: ,,Het is een gewone fiets, niks elektrisch!”
LANGE FIETSTOCHTEN
In beweging blijven, dat is heel belangrijk. Ze maakte lange fietstochten vanuit Veenendaal naar haar kinderen in Amsterdam of Den Haag, of haar zus in Hengelo, en vele andere plekken in het land. Soms dus wel 100 km op een dag (ook nog op haar 80ste).
Ook maakte ze met haar man talrijke tochtjes naar kastelen en buitenplaatsen op de Utrechtse Heuvelrug, zoals Amerongen, Leersum, Doorn. Ook op hoge leeftijd nog (trein) reizen naar bijvoorbeeld Israël, Polen, Italië en Zwitserland. Ze woont al vanaf 1989, vanaf de oplevering, in een appartement aan Het Overslag, aan de rand van winkelcentrum De Ellekoot.
Daar is altijd leven. ,,En gelukkig geen lawaai want daar kan ik eigenlijk niet tegen.” Die plek is zorgvuldig uitgezocht. ,,Mooi naast het station. Konden onze fietsen ook de trein in.”
In Veenendaal woont ze al sinds 1971. In dat jaar namen zij en haar man de drogisterij van Paul Groeneveld aan de Patrimoniumlaan 10 over. Dat was een winkel naast Van Ekeris. Aan de andere zijde was de groentewinkel van Van Ravenswaaij.
Goedkeurend zegt ze: ,,Dat waren hardwerkende, keurige mensen. Er werd daar veel gelost en geladen, maar er was geen lawaai en ze lieten geen rotzooi achter.” Paul Groeneveld stopte er mee. ,,Mijn man was vertegenwoordiger in de farmacie maar wilde een drogisterij beginnen. Zo kwamen we in Veenendaal terecht.” Daarvoor woonde het gezin in Deventer. ,,Mijn man deed vooral de drogisterij, de verkoop en advisering van homeopathische middelen. Daar was hij zeer vakkundig in. Ik hielp hem mee.”
MENEER PÁÁÁÁÁIPERS
Daar stond hij dan achter de toonbank: keurig in een witte stofjas. Ze doet lachend voor hoe sommige Veense klanten binnenkwamen: ,,Is meneer Páááááipers er ook? Ik zoek hoofdpijnpoeders!” Vooral de werkmensen van de fabrieken aan de overzijde van de weg waren goede klanten bij hen. Bovendien was de drogisterij al vanaf half acht open. ,,Mijn man heeft altijd een grondige hekel gehad aan de verplichte openingstijden.”
En de jongens van de even verderop wonende huisarts Pilon, kent ze ook nog wel. ,,Die kwamen altijd drop bij ons halen.” Voor de huisarts was er in die tijd veel ontzag. Daar keek je tegenop.
,,Mijn man was een goeie voor lastige klanten. We verkochten ook speciale schoenen. Een klant had ze geverfd omdat de kleur niet mooi was. Het beviel toch niet. O, breng maar terug, dan ruilen we het, zei hij.
Of die keer dat een klant met een doosje punaises kwam. Op de verpakking stond honderd stuks maar hij had ze geteld: hij kwam tot 98. Alsjeblieft, zei mijn man, hier heb je een nieuw doosje, kun je opnieuw gaan tellen…”
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Dochter Elly (76) frist regelmatig het geheugen van haar 103-jarige moeder op. - Martin Brink
Zij kijkt terug op een gelukkig huwelijk. Ze trouwde op 28 januari 1944 met Rutger Pijpers (hij werd Rudi genoemd), geboren in 1917 in Ede. In 1994 overleed hij. Het huwelijk werd bekroond met vier kinderen: twee jongens en twee meiden. Er zijn vier kleinkinderen. De familie woont overal in het land.
,,Maar altijd is er wel één van ons aanwezig”, zegt oudste dochter Elly. ,,En dan nemen we ook een verse maaltijd mee. De thuiswerkster hoeft die alleen maar in de magnetron te zetten.” Ook de thuishulp van Curadomi speelt een belangrijke rol. Die komt soms driemaal per dag. Tenslotte is er ook buurvrouw buurvrouw Ria van Leeuwen die een oogje in het zeil houdt. Zij is een belangrijke ‘eerste opvang’.
,,Mijn man was een geweldige drogist. Hij had altijd oog en oor voor de klanten. Hele verhalen moest hij aanhoren. En maar klagen sommige mensen. Zelf moest je altijd vriendelijk blijven. Dat heb ik in hem gewaardeerd. Hij was ook veel te goed voor de mensen.”
Rudi Pijpers had zich ook bekwaamd in de homeopathie en kon daarin uitstekend adviseren. Vooral de middelen van VSM trokken hem aan. Daarnaast was hij ook opticien maar in dit vak heeft hij niets gedaan. Hoogstens de bril rechtzetten voor klanten die daarom vroegen.
Drogisterij Pijpers was echt een kleine buurtdrogist die we nu nog maar spaarzaam tegenkomen. Waar persoonlijke service met een hoofdletter wordt geschreven en waar iedereen ook elkaar kende. ,,In die tijd had je de grote ketens nog niet”, verklaart dochter Elly.
Voor de zaak was geen opvolging. Geen van de kinderen voelde er wat voor. Alleen Reinoud, de jongste, werkte een half jaar in de zaak mee om zijn vader wegens diens ziekte te vervangen. Uiteindelijk ging ook hij zijn eigen weg.
En dus werd de zaak opgeheven en werden de goederen overgeheveld naar drogisterij Van de Kraats aan de Prins Bernhardlaan.
JULIANAZIEKENHUIS
Zelf zat ze ook niet stil. Toen via-via bekend werd dat ze in haar vorige woonplaats Deventer werkzaam was op de prikpost, werd ze al snel gevraagd om in het Julianaziekenhuis te werken. ,,Ik kreeg gedaan om met een team om half acht al te beginnen. Dan gingen we alle bedden langs. Binnen korte tijd lag alles klaar in het laboratorium.”
Haar leven begon in Meppel. Haar vader had een boerderij aan de Hoogeveense Vaart, met koeien. Hij was zelf in zijn jonge jaren nog schaapherder geweest op de Drentse hei. Annigje hield van het boerenleven en tochtjes met paard en wagen in de omgeving, zoals Staphorst, waar familie woonde.
Ze hecht nog steeds aan het traditionele boerenleven. Na haar trouwen woonde ze in Ede, Zeist en Deventer. Na het overlijden van haar man bleef ze nog heel actief meedoen aan het verenigingsleven in Veenendaal, zoals in de Gereformeerde kerk, de Christelijke Vrouwenbond en toneelclub. Ze deed vrijwilligerswerk in De Meent en leest dagblad Trouw. ,,Daar zijn we al heel lang lid van. We zochten een christelijke krant en dat is dit geworden.”
Ze kijkt tv, krijgt veel bezoek van haar vriendinnen, van de buren, de kerk, en uiteraard ook haar kinderen. Op haar honderdste heeft ze nog met succes een dubbele staaroperatie ondergaan. Ze loopt wat moeilijker maar is verder nog heel fit, mentaal uitstekend en heeft weinig gezondheidsklachten. Voor wie zo oud wordt, moet wel uit een sterk geslacht komen en begenadigd zijn met de juiste genen. Dat klopt ook wel: moeder werd 96 jaar.
De 103e verjaardag werd gevierd met bezoekjes van vooral directe familie. Hoe anders was het toen ze honderd jaar werd. Net voordat veel door corona niet meer kon, vierde ze het eeuwfeest groots bij restaurant 3Zussen.
,,Daar kwamen zeker tachtig personen”, weet ze. Er werden herinneringen opgehaald, toespraakjes gehouden en ze werd toegezongen.

















