
Yad Vashem onderscheiding voor Veenendaalse families
21 februari 2023 om 10:09 MensenVEENENDAAL Een indrukwekkende ceremonie, maandagmiddag in de Veenendaalse raadzaal. Twee families kregen de Yad Vashem onderscheiding uitgereikt. De verhalen over moed, angst, hoop, blijdschap en verdriet emotioneerde velen van de ongeveer zestig aanwezigen, in de overtuiging dat de geschiedenis zich niet mag herhalen.
Het middelpunt van de belangstelling waren de 100-jarige Trijntje Scholten-Vlastuin en de 93-jarige Cornelis Heij, die de postuum aan hun ouders toegekende Yad Vashem onderscheiding in ontvangst mochten nemen. Deze onderscheiding wordt uitgereikt aan mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog Joodse mensen hebben laten onderduiken of op andere wijze hebben geholpen. Ze worden dan geëerd met de kwalificatie ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’.
ONDERZOEK
De schrijver van dit verhaal kwam bij zijn onderzoek naar de oude straatnaam Klein Schutje, in contact met deze op hoge leeftijd verkerende Veenendalers. Uit hun verhalen over de oorlogsperiode werd duidelijk, dat ze het jammer vonden dat hun ouders nooit geëerd waren voor dit optreden. Na een ongeveer anderhalf jaar durend onderzoek kwam vorig jaar het verlossende bericht dat aan de beide families de Yad Vashem onderscheiding was toegekend.
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Johann Bernhard Heij en Jannigje Maria van den Berg. - Familiearchief
De gebeurtenissen van destijds kenschetsten zich bij de ene familie in vreugde en bij de andere in verdriet. De familie Heij, man, vrouw en twee kinderen, woonde destijds aan het Klein Schutje 12. In mei 1943 werd aan Johann Bernard Heij en zijn vrouw Jannigje Maria van den Berg gevraagd of ze twee Joodse mensen, een moeder met haar dochtertje van bijna 3 jaar oud, wilden opnemen.
CONCENTRATIEKAMP
De man van de vrouw was tijdens de razzia in 1941 in Amsterdam opgepakt en kwam later in het concentratiekamp Mauthausen om het leven. Uit mijn onderzoek werd duidelijk dat ze Judith Gosler-Stad heette en haar dochtertje Estella Gosler en dat bij de familie Heij gebruik was gemaakt van een valse identiteit. Na verraad werden Estella en Johann Heij tijdens een inval op 4 januari 1944 opgepakt. Toevallig was de moeder van Estella tijdens de inval niet aanwezig, maar werd later in Amsterdam alsnog gearresteerd en vervoerd naar kamp Westerbork. Daar heeft ze Estella nog teruggezien.
Ze werden beiden op 3 september 1944 met de trein, waarin ook Anne Frank zat, naar het vernietigingskamp Auschwitz vervoerd. Daar werd Estella van haar moeder gescheiden en rechtstreeks de gaskamer ingevoerd. Mevrouw Gosler-Stad moest in een subkamp van Auschwitz werken en werd in 1945 door de Russen bevrijd. Ze hertrouwde en kreeg nog een zoon Joop, die in 2021 in contact werd gebracht met Cornelis Heij. Deze zoon was aanwezig en getuige van de uitreiking van de onderscheiding. Johann Heij werd als gevangene overgebracht naar het concentratiekamp Vught. Het verblijf daar en de arrestatie zijn tot aan zijn overlijden zwaar traumatisch geweest.
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Gerrit Vlastuin en Heintje Gaasbeek. - Familiearchief
VREUGDEVOLLER
Bij de familie Vlastuin was de uitkomst vreugdevoller. Gerrit Vlastuin en zijn vrouw Heintje Gaasbeek woonden met hun drie kinderen op de Prins Bernhardlaan 200. Aan het einde van 1943 werd Gerrit benaderd om gezinsleden van een familie Mol uit Eindhoven op te nemen. In eerste instantie werd alleen het 1-jarige meisje Hanna gebracht. Haar moeder Cina Andriesse beviel in december 1943 van een zoon Alexander, waarna ze beiden ook ondergebracht werden bij de familie Vlastuin. De vader van het gezin, Simon Alexander Mol, werd begin 1944 op heimelijke wijze in een kist door ‘Van Gend & Loos’ vervoerd. Deze werd vervolgens bij de familie Vlastuin bezorgd. Omdat vader Mol er nogal ‘Joods’ uitzag, moest hij zich grotendeels op de zolder van de woning verborgen houden. De anderen konden zich wat vrijer in huis bewegen. Trijntje Scholten-Vlastuin ging zelfs met de kleine Hanna Mol wandelen.
Bijna ging het fout toen vader Mol even beneden was en er een inval plaats vond. Omdat er beneden een bed stond, was hij met kleren en al het bed ingedoken. Toen de Duitsers binnen waren, wees mevrouw Vlastuin naar het bed en gaf aan dat daar een ernstig ziek persoon in lag. Omdat de Duitsers erg bang waren voor besmettelijke ziekten, vertrokken ze direct. De familie Mol heeft de bevrijding in goede gezondheid meegevierd. Buurtgenoten zagen toen pas, dat er een Joodse familie in de woning ondergedoken was. Kort na het einde van de oorlog keerde de familie Mol terug naar Eindhoven.
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Foto Jan Bos
VOORBEELD
Geflankeerd door de vlaggen van Israël en Nederland memoreerde burgemeester Gert-Jan Kats maandag de genomen verantwoordelijkheid van veel Veenendaalse burgers die de nek hadden uitgestoken om ongeveer 700 mensen een schuilplaats aan te bieden. Daaronder waren veel Joodse medeburgers, van wie er toch nog, meestal door verraad, twintig werden gearresteerd en omkwamen in de vernietigingskampen. Hij maakte het verband met de uitsluiting van mensen in de tegenwoordige tijd en dat we ons meer moeten laten leiden door het voorbeeld dat de nu postuum geëerde ‘Rechtvaardigen’ hebben gegeven.
Vervolgens nam de heer David Simon, ceremoniemeester en voorzitter van de Stichting Vrienden van Yad Vashem Nederland, het woord. Hij benadrukte dat niet vergeten mag worden wat er in de oorlogstijd heeft plaats gevonden. Hij benoemde de dwaasheid van de oorlog in de kille cijfers van de Joodse mensen die vanuit Nederland naar Auschwitz werden vervoerd. Dat waren er 57.551 en waarvan er maar 854 levend terug keerden. Hun namen moeten dan ook volgens de Joodse traditie blijvend genoemd worden, zodat ze niet vergeten worden.
CONTACT
Namens de families Mol en Vlastuin sprak Lex Mol, die zelf als peuter bij de familie Vlastuin ondergedoken had gezeten. Hij sprak over de moed van de door hem als papa Vlastuin en tante Hein aangeduide onderduikgevers. Hij en zijn zusje waren nog zo jong, dat ze zich niets van de onderduikperiode kunnen herinneren. Hij was zo klein en mager dat ze vreesden voor zijn leven en er daarom een sigarenkist was klaargezet, voor het geval dat hij zou overlijden. Tot op heden hebben ze nog contact met de familie Vlastuin. Lex heeft zijn vader maar één keer zien huilen toen hij over de oorlogsperiode sprak. Dat hij dat zo kort voor zijn overlijden pas kon, raakte Lex diep.
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Foto: Jan Bos
TRAUMATISCHE ERVARINGEN
Na een muzikaal intermezzo sprak Jos Heij namens zijn familie en die van Gosler/Kloots. In een indrukwekkende beschrijving schetste hij de gebeurtenissen die plaats vonden nadat mevrouw Gosler-Stad en Estella in het leven van de familie Heij waren gekomen. Vooral zijn beschrijving van de laatste gang van Estella in het vernietigingskamp Auschwitz en de traumatische ervaringen van zijn grootouders bezorgde menig aanwezige een brok in de keel. De ambassadeur van Israël in Nederland, Mr. Modi Moshe Ephraim, sprak over de dappere inwoners in Nederland en Veenendaal en hun geredde Joodse medeburgers. Hij was zelf zijn grootvader in Roemenië door de Shoah verloren. Hij sprak over de families Heij en Vlastuin als voorbeelden van mensen die de vlam lieten branden als teken van hoop. Na zijn toespraak werden door hem de penning en oorkonde aan Trijntje Scholten-Vlastuin en Cornelis Heij uitgereikt.
Tussen de toespraken door werd door een aantal leerlingen van het Ichthus College onder leiding van muziekdocente Tineke van Dijk een muzikaal intermezzo verzorgd. Het door hen gezongen Israëlische volkslied ‘Hatikva’ was één van de hoogtepunten van dit samenzijn. Na afloop van de plechtigheid en het afsluitende woord van de heer Simon, was er voor de aanwezigen gelegenheid om, onder het genot van een hapje en een drankje, deze mooie en indrukwekkende beleving nog eens de revue te laten passeren.
door Jan Bos




















