
Nel en Rijk Terpstra stoppen met tijdelijke opvang van stagiaires Ouwehands Dierenpark: ‘Ons huis was groot genoeg’
31 januari 2026 om 07:00 Mensen Nieuws uit Rhenen Tips van de redactieRHENEN Of ze straks meer tijd krijgen voor andere dingen? Nel en Rijk Terpstra zien dat anders: ,,Niet echt. Bovendien hebben we zeven kinderen, achttien kleinkinderen en vier achterkleinkinderen. We gaan ook veel op pad met de wagen die ook als camper kan worden omgebouwd.” Het paar, woonachtig in het oorspronkelijke deel van de straat Vogelenzang in Rhenen, met vrij uitzicht op de uiterwaarden en de Rijnbrug, zal zich niet snel vervelen. Ook niet nadat men eind oktober is gestopt met de opvang van stagiaires van Ouwehands Dierenpark en het echtpaar vanaf 1 februari het boek sluit met het bieden van een kosthuis voor studenten van de Wageningse universiteit. De ervaringen in de achterliggende 27 jaren zijn enorm en divers. Ze koesteren deze herinneringen. Daarover gaat dit verhaal.
door Martin Brink
Nee, een foto van stagiaires of studenten, gezellig aan tafel zittend of tijdens een bepaalde activiteit, dat heeft ze niet. Vooral Nel (77) doet het woord over de achterliggende jaren en verklaart: ,,Ik heb nooit foto’s gemaakt. Dat deed ik met opzet. De privacy staat bovenaan.” Het enige wat ze heeft, en in al die jaren nauwkeurig is bijgehouden, is een zakboekje waarin basale gegevens van de tijdelijke huisgenoten staan. ,,Dat hebben ze er zelf ingezet. Kijk, wat een verschillende handschriften, sommige zijn slecht te lezen.”
Kalligrafie hoeft het niet te zijn maar het valt haar op dat vooral de jongens in hanenpoten schrijven. De kostgangers vermelden uitsluitend naam-, adres en woonplaatsgegevens met hun telefoonnummers en emailadressen. ,,Ik heb er zelf niets bijgeschreven, ook geen details over hen.”
Die zijn opgeslagen in beider geheugen. Tijdens het interview komen ze langzaam naar boven of worden ze later doorgemaild. Door het boekje komen ze ook tot een totaal van 45 studenten in de leeftijd van zestien tot midden twintig die in Rhenen sinds 1998 er een warm opvanghuis vonden. ,,Via Ouwehand en andere wegen waren dat er 34, elf anderen studeerden aan de universiteit. Die waren ook wat ouder.” Op vrijdag 31 oktober was de laatste Ouwehand-stagiaire klaar. Per februari 2026 is de laatst aanwezige student van de universiteit de wacht aangezegd. Die moet dan een andere opvang zoeken.
Met de opvang van stagiaires van het dierenpark begonnen ze 21 jaar geleden. Na een jaar werden ze door Ouwehand al gevraagd om in een vast bestand van kostadressen opgenomen te worden. Nel herinnert zich: ,,Het waren vroeger achtweekse stages, nu duurt het zes weken. De jongeren zaten in het derde of vierde jaar van een opleiding Dierverzorging. Ze krijgen allerlei taken, bijvoorbeeld het schoonhouden van de hokken. Ze kwamen uit het hele land.” In hun tijdelijke huis in Rhenen komen na hun werktaken de verhalen dan los. ,,En na het avondeten vallen ze als een blok in slaap. Zo moe zijn ze.”
WERKPLAATS
Na hun trouwen 56 jaar geleden verhuisden Nel en Rijk naar Rhenen. ,,We komen uit Leusden en Amersfoort en zochten iets in de buurt. Zo kwamen we in Rhenen terecht. We wonen nog steeds in het huis dat we toen kochten.”
Dat huis is in de loop der jaren wel flink uitgebreid, groot genoeg voor het gezin dat steeds meer kinderen ging tellen. Zo werden op de bovenverdieping het aantal slaapkamers uitgebreid van drie naar zes.
(tekst gaat verder onder de foto)
![]()
Rijk Terpstra in zijn domein: zijn werkschuur waar onder zijn handen de mooiste houten producten vandaan komen. - Martin Brink
Ook kwam achter het huis een grote werkplaats voor manlief Rijk (80). Die maakt met zijn handen wat hij ziet. Omdat het huis gelegen is op het vroegere industrieterrein, vormde dat geen probleem. Nu is het veranderd naar woonbestemming en gelden er andere regels.
Vooral hout heeft zijn specialiteit. Rijk kan niet stilzitten, nog steeds is hij bezig met maakwerk in hout, nu vooral voor zijn kinderen. Hij toont in zijn werkschuur een balustrade. Het vervaardigen is precisiewerk.
,,Ik ben er lang mee bezig, het luistert nogal nauw”, zegt hij.
Rijk Terpstra was een kwart eeuw in loondienst. Daarna ging hij als zelfstandige aan de slag. Als aannemer bouwde en verbouwde hij vele huizen. Samen met zijn zoon knapte hij ook huizen in Utrecht op die eerstgenoemde weer aan studenten verhuurde.
Ons huis was groot genoeg om open te stellen
Hoe is het bieden van een kosthuis begonnen? Dat is immers geen stap die je van de ene op de andere dag zet. Nel: ,,Dat begon eigenlijk bij onze jongste zoon, een nakomertje. Al zijn broers en zussen gingen langzamerhand het huis uit. Toen hij als laatste overbleef miste hij de gezelligheid, de drukte. Ons huis was groot genoeg en dus besloten we om het open te stellen voor jongeren.”
Omdat beiden uit een groot gezin komen en reuring gewend waren, was dat geen probleem. Nel was de oudste uit een gezin met vijf kinderen, Rijk de oudste van negen. Bij beiden waren er ook kinderen op kamers die studeerden aan de Pabo of Evangelische Hogeschool. Nel: ,,We waren dus wel wat gewend.”
BAKKER
En zo kwamen er vanaf 1998 kostgangers over de vloer. Drie tegelijk konden ze er maximaal herbergen. Op de bovenverdieping waren drie slaapkamers voor hen met een gezamenlijke toilet- en wasruimte.
De allereerste opvang weet Nel nog precies. ,,Dat was een jongeman van zestien jaar wiens vader en opa bakker waren in Rouveen. Hij moest het dus ook worden. Hij ging naar de Bakkersschool in Wageningen. We lazen in de krant dat zijn ouders een kosthuis voor hem zochten en reageerden. Deze jongen is van september tot en met juni bij ons geweest. Hij maakte de bakkersopleiding echter niet af.”
Einde verhaal, zou men kunnen denken. Maar het contact is gebleven. ,,Nee, bakker is hij nooit geworden. Hij ging naar de Pabo en later hoorden we dat hij nu hoofd van een basisschool is in Hoogeveen.”
De volgende gasten waren twee studerende vrienden uit Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel. Hun verzoek om tijdelijke woonruimte stond in het kerkblad van de gereformeerde kerk in Rhenen. ,,Daar zijn we bij aangesloten”, zegt Nel. Hun studies mislukten maar de volgende stond alweer klaar.
,,In die tijd kwam de eerste dame. Dat ging via kennissen. Het was de 24-jarige Odette. Zij had een afstudeerproject op de universiteit. Ze deed onderzoek naar de bevriezing van bloesemknoppen. ,,Volgens mij was dat toen heel revolutionair.” Tegenwoordig is het een gebruikelijke methode om de tere fruitboom te beschermen tegen de vorst.
In hun geheugen zit ook Peter Giljan die in 2005 bij hen verbleef en zeeleeuwentrainer was. ,,In feite begon hij hier zijn carrière. Hij is nu een hele bekende in de dierenwereld. We hebben hem tweeëneenhalf jaar in huis gehad. Hij werkte later in grote internationale dierentuinen op Tenerife, in Canada, Australië en Zweden.”
Sommigen vonden een vaste baan in verschillende Nederlandse dierentuinen. Maar er was er ook één die zijn draai maar niet kon vinden. ,,Hij loopt nu met een kudde schapen op de heide,” weet Rijk Terpstra. Hij zorgde altijd voor de technische kant van het verhaal. Was er iets stuk, dan repareerde hij dat meteen.
AFSPRAKEN
Een kosthuis bieden betekent ook het maken van goede afspraken. Die worden bij een kennismakingsgesprek al vastgelegd. Nel: ,,We zijn christelijk en dus bidden we voor elke maaltijd en danken we daarna met een stuk uit een Bijbels dagboek. Als men daar niet mee eens is, mag men eerder van tafel. Maar in al die jaren is nooit iemand weggelopen. Dat wil toch wel wat zeggen.”
De gasten moesten hun eigen kussen meenemen en pantoffels. ,,De werkschoenen moesten ze van mij namelijk achterlaten op Ouwehand. Ik heb meegemaakt dat het hele huis stonk naar de olifantenpoep en hooi. Daar paste ik na deze ervaringen voor. Om zes uur staat het eten op tafel en nadat men zich had gedoucht konden we aan tafel.”
Beddenlakens, handdoeken, drie maaltijden waren bij het kostgeld inbegrepen. De kostgangers kregen ook allemaal een eigen fiets. ,,Men at wat de pot schaft. Ik houd van koken dus dat was voor mij geen probleem. We hadden ooit iemand in huis die veganist was. Zij maakte altijd haar eigen potje klaar.
Afspraak was ook dat we gezamenlijk aan tafel aten en dan de dag doornamen. Iedereen had dan wel iets te vertellen. Ik zeg wel eens: het echte leven in de dierentuin hoor je hier. Over een weggevlogen vogel bijvoorbeeld maar ook over een olifant die zo moeilijk met mensen omging maar bij een stagiaire zijn poot al omhoog deed als hij haar aan zag komen. Maar ook hoe trots ze waren wanneer ze een tien voor hun stage hadden ontvangen.”
Ze merkte dat jongeren, vooral jongens, behoorlijk veel kunnen eten. ,,Ik smeerde soms veertien boterhammen voor één persoon: zeven met kaas en zeven met pindakaas. En ‘s avonds was één pan vaak niet genoeg. Ze waren ook gek van macaroni. Daar konden ze bergen van op.”
Ze noemt verder de vele potten en pakken broodbeleg zoals hagelslag, Speculoos, Duo Penotti die er doorheen zijn gegaan. ,,We zorgden ook altijd voor boerenmetworst en kipfilet. Daar waren ze gek op.” Roken en alcohol waren niet toegestaan. ,,We hadden thee en koffie met iets lekkers erbij. Voor alle andere bij-dingen, zoals pinda’s of chips, daarvoor moesten de jongeren zelf zorgen.”
‘PURE’ MEIDEN
Elk mens is verschillend maar hospita Nel ziet wel een duidelijke overeenkomst tussen de vrouwelijke stagiaires van Ouwehand. En dat heeft weer te maken dat ze geen opleiding tot kapster of schoonheids- en nagelstyliste volgen.
En dus is haar conclusie eenvoudig: ,,De meiden, die de opleiding tot dierverzorgster doen zijn puur! Geen opgemaakte gezichten, geen lange nagels, geen hoge hakken en geen rokjes. Haar in een staart en klaar!”
Nog een overeenkomst: ,,De stagiaires van Ouwehand zijn, ook omdat ze jonger zijn, heel moe als ze avonds terugkomen. Dan hebben ze een drukke dag achter de rug, kunnen na het eten weinig meer zeggen en vallen ze snel in slaap.”
Met de studenten in Wageningen ligt dat totaal anders. Zij zitten veelal in de collegebanken en daarmee is het levensritme ook verschillend. De studie duurt doorgaans een paar jaar en dus heeft de familie Terpstra ze voor langere tijd over de vloer.
Nel heeft ook gemerkt dat meiden soms wat kritischer zijn dan jongens. ,,Dan waren bijvoorbeeld de handdoeken weer niet zacht genoeg.”
En heel soms duurde de ‘klik’ wat langer dan het aantal studiejaren. ,,We hebben iemand gehad die hier viereneenhalf jaar is gebleven! Hij vond het hier prima, alles wordt immers voor je gezorgd. Hij was al lang afgestudeerd en had al een baan in Utrecht.
Vanaf hier is het even lopen naar het station. Hij stapte voor de deur van zijn werk in Utrecht uit. We informeerden maar eens voorzichtig of het niet eens tijd werd om elders te gaan wonen en een leuk meisje te gaan zoeken. Hij is nu gelukkig getrouwd. We mochten de hele dag op zijn trouwerij komen.”
Ze herinnert zich ook Adriaan Westgeest die in Wageningen studeerde. ,,Hij verbleef anderhalf jaar bij ons. Pasgeleden kregen we van hem bericht, ten teken dat hij zijn hospita niet was vergeten. Hij liet weten dat hij hoogleraar Landbouwkunde was geworden in het Franse Toulouse.”
En dan was er ook nog een Engelse studente van rond de 25 jaar. Zij was uitgezonden door de Universiteit van Birmingham om als eindstudie het gedrag van orang-oetangs in dierentuinen te bestuderen. Ze verbleef ook in de weekenden bij de Terpstra’s. De onlangs overleden antropologe, biologe en chimpansee-onderzoeker Jane Goodall was haar grote voorbeeld.
PRIVACY
Nel kan het iedereen aanbevelen om een student in huis te nemen, al beseft ze ook dat niet iedereen staat te trappelen. ,,Mijn dochter zei al: ik moet er niet aan denken met al die vreemden over de vloer. Je levert toch een stuk van je privacy in. Ik kan mij dat ook wel een beetje voorstellen.”
Wie belangstelling heeft om als kostgezin te fungeren kan contact opnemen met Mireille Warmerdam, stagecoördinator bij Ouwehands Dierenpark: mireille.warmerdam@ouwehand.nl Zij kan ook voor verdere informatie eventueel doorverwijzen naar Nel en Rijk Terpstra.

















