Locoburgemeester Gert van Laar kwam naar Buitenplaats Rhenendael om het paar te feliciteren met hun platina bruiloft.
Locoburgemeester Gert van Laar kwam naar Buitenplaats Rhenendael om het paar te feliciteren met hun platina bruiloft. Jan van den Brink

Arie en Gerda van der Tol vieren platina huwelijk: ‘Met Arie op de fiets en zij achterop’

23 april 2025 om 07:00 Mensen Nieuws uit Rhenen Tips van de redactie

RHENEN ,,Mijn dochter Caroline zei: kom deze kant op. Daar komt een mooie wijk waar jullie rustig kunnen wonen.” Dat was een kwart eeuw geleden. En nog steeds wonen Arie van der Tol (94) en Gerda van der Tol-Dix (93) op Rhenendael. Onlangs herdachten ze dat ze zeventig jaar geleden voor de kerk trouwden. Locoburgemeester Gert van Laar kwam hen feliciteren.

door Martin Brink

En nog altijd wonen ze met heel veel plezier op Buitenplaats Rhenendael. Ze waren één van de eerste bewoners van het wijkje dat nu meer dan driehonderd bewoners telt. ,,We kochten dit huis in 2000. Twee jaar later konden we het betrekken,” zegt Arie van der Tol. Beiden zijn zeer spraakzaam en kunnen zich nog veel herinneren. Rhenen en omgeving kenden ze overigens al veel langer. ,,We hadden een caravan op de Thijmse Berg. Het was eerst een vouwwagen, later een gewone caravan en uiteindelijk werd het een stacaravan”, herinnert hij zich nog.

De drie kinderen woonden nog thuis en gingen uiteraard mee naar Rhenen. ,,Dochter Caroline kreeg vervolgens kennis aan een Veenendaalse jongen en zo was ze hier al eerder verzeild geraakt.” Het is dan ook geen wonder dat zij bijna dagelijks even langskomt bij haar ouders.

TURFSCHIPPER

Gerda en Arie kijken terug op een mooi en werkzaam leven. Ze kregen drie kinderen: Caroline (1958), Jacqueline (1962) en Frank (1964). ,,Amerikaanse namen waren toen erg in”, zegt moeder Gerda. De achterban telt acht kleinkinderen en zestien achterkleinkinderen tussen de één en zeventien jaar oud.

Voor Arie begon zijn leven in oktober 1930 op een schuit. Zijn vader was turfschipper en lag met zijn boot aan de Wittevrouwensingel in Utrecht. Hij voer met drie schuiten en haalde vaste turf uit Vinkeveen. In Utrecht werd de turf verkocht of uitgevent. Dat deden zijn moeder en dochters. Ook kwamen boeren vanuit Amersfoort turf halen. Daarmee werden de troggen in de varkensstallen verwarmd. Friese turf lief hij aanvoeren. Het was goede handel want er werd nog veel met turf gestookt. ,,Mijn vader vond dat ik niet door hoefde te leren na de lagere school. Kom bij mij, zei hij, er is werk genoeg. Maar ik zag mezelf niet mijn leven lang steeds honderd turfjes in een zakje doen. ‘s Morgens vroeg om zes uur begonnen we daar al mee.”

OORLOGSTIJD

De oorlogstijd was heftig. ,,Er was geen olie. Het is voorgekomen dat we de schuit met trekkracht moesten verplaatsen. Mijn broer ging voorop, mijn andere broer erachter en ik aan het roer.” Eén van die schuiten werd nog verstopt. Dat wil zeggen: op een afgelegen plek werd het met stro behangen. Anders was het door de Duitsers in beslag genomen. Zo is het de oorlog doorgekomen. Ons motorbootje werd wel gevorderd.”

Ze groeiden op in de Rivierenwijk in Utrecht en kenden elkaar al van de lagere school, hoewel het nog gescheiden was in een jongens- en naastgelegen meisjesschool. In de zesde klas was er sprake van kalverliefde. Ze speelden vaak met elkaar, vaak bij het Merwedekanaal. In de oorlog trokken ze ook samen op. Kolen stelen van de Duitsers bijvoorbeeld, in het gebouw waar nu de Jaarbeurs staat. Op het einde van de oorlog dook hij met zijn ouders onder in Jutphaas. ,,In een bomengat waarin ook water lag. Daar hebben we onze schuit neergezet.”

Gerda werd tijdens de hongerwinter een half jaar opgevangen bij een boerengezin in de Achterhoek. ,,Dat was geregeld via de parochie. Mijn ouders kregen zo ook twee extra voedselbonnen. In een vrachtwagen gingen we daar naar toe. Die zat toen vol met kinderen.”

(de tekst gaat onder de foto verder)


Op de grote dag in 1955: Arie haalt zijn bruid op aan de Scheldestraat in Utrecht. - Familiearchief

STEVIGE VERKERING

Het raakte na de oorlog pas echt ‘aan’ toen Arie eens met verlof thuis was. Hij ging voor zijn nummer in dienst en vroeg of hij bij de marine kon. ,,Ik was opgeleid in de techniek en daar konden ze nog wel een machinist gebruiken.” Zo deed hij vele verre landen aan. Een dik fotoalbum met al die unieke ervaringen getuigt daar nog van. Tijdens een verlof hebben ze elkaar weer gezien op het station van Utrecht. Pas toen hadden ze stevige verkering. Met Arie op de fiets en zij achterop gingen ze overal naar toe. Arie: ,,Ik weet nog dat ik zei: zullen we zaterdag gaan dansen? Nou, we dansen nog steeds…”

Zij werkte in een kaaswinkel en later bij C&A in Utrecht. ,,Je ging daar van laag tot hoog. Zo doorliep je veel afdelingen. Vooral op de textielafdeling vond ik het fijn. Mensen adviseren en zo.” 

Toen ze trouwden, moest Gerda stoppen met werken. Zo ging dat in die tijd. Arie van der Tol kreeg na zijn marinetijd werk bij het Gasbedrijf Utrecht dat later is opgegaan in Gasbedrijf Centraal Nederland. Hij controleerde de regel- en meettechniek en werkte zich op tot hoofduitvoerder van de hoge druk in de provincie Utrecht. Op zijn 59ste ging hij met prepensioen. ,,Het was in de tijd dat er bezuinigd moest worden en ze vroegen aan mij of ik er eerder uit wilde met behoud van allerlei regelingen. Dat wilde ik wel.”

Op maandag 14 maart 1955 zijn ze voor de wet getrouwd in Utrecht. De kerkelijke inzegening in de Parochiekerk van Sint Gertrudis in Utrecht was op donderdag 14 april. Gerda woonde toen aan de Scheldestraat 16 waar de bruidegom haar kwam ophalen. 

VAN KANALENEILAND NAAR RHENENDAEL

In 1962 verhuisden ze naar de wijk Kanaleneiland waar ze een van de eerste bewoners waren. Naar gelang het aantal kamers kregen ze daar flinke subsidie voor. Jaren later ging het naar een seniorenwoning in IJsselstein. Het woonplezier ging er echter af toen het speelterrein achter hun huis een hangplek werd met alle gevolgen van dien. Dat was het moment om naar Rhenendael te gaan. ,,We hebben hier aan alles meegedaan”, vervolgt Gerda. ,,Aan jeu de boules, kaarten, tafeltennissen en aan exposities van wat de Rhenendael-bewoners zoal maken. Arie toonde er zijn modelschuitjes die hij maakte vanuit zijn jeugdherinneringen.”

Arie: ,,En weet u wat zo leuk is: ik woon nu op de plek waar ik vroeger veel kwam. Hier was namelijk de machinekamer van het Julianaziekenhuis. Dat was een stookinstallatie met gas. Ik moest dat regelmatig controleren.”

ONDER DE MENSEN

Tweemaal per week gaan beiden naar de dagopvang: Arie naar De Eekhoeve en Gerda naar De Meent in Veenendaal. Arie: ,,Daar wordt van alles gedaan. Koffiedrinken en veel kletsen over van alles en nog wat. Maar we doen ook gymnastiekoefeningen die je gewoon vanuit je stoel kan doen. En soms gaan we wandelen. Bovendien is het leuk om zo onder de mensen te zijn. Je ontmoet weer anderen. En het mooie is: je wordt opgehaald en weer thuisgebracht! Alle lof voor de chauffeurs.”

Dat geldt ook voor Gerda, hoewel ze soms ook wel de nodige bedenkingen heeft tegen het ouder worden. Realistisch zegt ze: ,,Ik zie daar sommige mensen zitten waarbij ik denk: nou, nou, zo hoeft het niet meer voor mij...”

Het platina huwelijksfeest vieren ze op Rhenendael met een receptie in het ontmoetingsgebouw met familie en wat vrienden en kennissen en ze gaan daarna ook nog naar Molen de Zwaluw bij Kesteren om te dineren met familie.

Mail de redactie
Meld een correctie

Martin Brink
Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie