Locoburgemeester Bert Fintelman feliciteerde het echtpaar Struif Bontkes met hun smaragden huwelijk.
Locoburgemeester Bert Fintelman feliciteerde het echtpaar Struif Bontkes met hun smaragden huwelijk. Jan van den Brink

Smaragden huwelijk voor bruidspaar Struif Bontkes: ‘Rhenen betekent veel voor ons beiden’

22 januari 2026 om 07:06 Mensen Nieuws uit Rhenen Tips van de redactie

RHENEN ,,Maak het maar allemaal niet te groot.” Tjark Struif Bontkes stelt zich bescheiden op en geeft de verslaggever deze raad mee. Maar hoe kun je een levensverhaal schrijven zonder de feiten te benoemen die ook nog eens op het brede maatschappelijke vlak liggen?

door Martin Brink

Als bewijs daarvoor komt ook een koninklijke onderscheiding op tafel. We wagen een poging, hoewel dat zeker niet makkelijk zal worden. Aanleiding is het 55-jarig huwelijksfeest van het Rhenense echtpaar dat - hoewel beiden uit het Groningse afkomstig zijn - actief is in allerlei organisaties, waarvan de Formulierenbrigade en het SchuldHulpMaatje het meest eruit springen.

Sinds twee jaar wonen ze in het appartementencomplex bij de rotonde aan de Nieuwe Veenendaalseweg. Ze wonen er fijn, na eerder jarenlang aan de Bantuinweg te hebben gewoond. Daar op de vierde verdieping hebben ze een weids uitzicht op de Neder-Rijn en het Betuwse achterland. Direct onder het complex is er de altijd drukke Herenstraat. Op zonnige dagen genieten ze van hun balkon, het lawaai van het verkeer nemen ze op de koop toe.

FELICITATIES

Op vrijdag 19 december kregen ze bezoek van locoburgemeester Bert Fintelman die hen van harte feliciteerde met het smaragden huwelijksfeest op 22 december. Het huwelijk werd gesloten in de omgeving waar ze zijn opgegroeid en waar ze veel familieroots hebben liggen: de provincie Groningen. Over hoe ze uiteindelijk in het Rhenense terecht zijn gekomen, later meer.

Tjark Struif Bontkes trouwde op 22 december 1970 met zijn Jantje Bruning. Zij werd geboren op 30 maart 1947 in Blijham; hij kwam op 13 maart 1945 in Finsterwolde ter wereld. In het communistische dorp was zijn vader een herenboer, zijn opa zat zelfs in de gemeenteraad. Na het gymnasium in Winschoten besloot Tjark te gaan studeren aan de toen nog geheten Landbouwhogeschool in Wageningen.

Jantje komt ook van de boerderij. Zij volgde onderwijs aan de HBS in Winschoten en ging later naar Rollecate in Deventer om daar een opleiding tot landbouwhuishoudlerares te volgen. De specialisatie in tropische voeding verbreedde het maatschappelijke terrein.

KORT IN RHENEN

Toen de middelbare scholen waarop ze zaten fuseerden, waren er gezamenlijke schoolfeesten. In 1964 werd het een innige verkering. Tjark was net 19 en Jantje nog net geen 17. In 1970 besloten ze te trouwen. Het huwelijk werd gesloten in de kerk in Blijham en ambtelijk bevestigd in het gemeentehuis van Bellingwolde.

(tekst gaat onder de foto verder)


Tjark en Jantje Struif Bontkes trouwden in december 1970 in het gemeentehuis in Bellingwolde. - Familiearchief

In Rhenen aan de Bantuinweg woonden ze voor heel korte tijd samen in een studentenhuis. ,,Dat was onze eerste kennismaking met de stad.” Later werd het een appartement aan de Van der Waalsstraat in Wageningen gevonden. Zij ging werken als voorlichtster op het gebied van voeding en huishoudkunde. Overal op het platteland in Gelderland en Flevoland gaf ze cursussen. Tjark, afgestudeerd in Wageningen, kreeg een aanbod om voor een ingenieursbureau te werken. Het salaris was aanlokkelijk. Toch koos hij daar niet voor. ,,Ik weet nog dat de man tegen mij zei: nou, dan kun je je carrière verder wel vergeten.”

BUITENLANDS AVONTUUR

In 1973 kregen ze de mogelijkheid om via de Stichting Nederlandse Vrijwilligers uitgezonden te worden. Dat was het begin van een prachtig buitenlands ‘avontuur’. Ze zouden in de jaren erna, tot op de huidige dag, het Afrikaanse (en Aziatische) continent omarmen en de bevolking, de cultuur en de landen in hun harten sluiten. De contacten liggen er nog steeds. Ze kunnen er uren over vertellen en tal van attributen in huis herinneren daar nog aan. Zo werden ze echte ‘wereldburgers’.

(tekst gaat onder de foto verder)


Het echtpaar Struif Bontkes thuis in Rhenen met tal van herinneringen om hen heen, waaronder de bijzondere beeldjes uit Afrika. - Martin Brink

Jantje: ,,We gingen werken in het toenmalige Dahomey, nu Benin in West-Afrika, in een project dat als doel had om de voeding te verbeteren door voorlichting en de productie van meer lokale groenten en fruit. Wij waren met twee Franse paters de enige blanken. Ons huis was gebouwd van kleisteen, luiken in plaats van glas, geen water of elektriciteit aanwezig. We bouwden zelf twee ‘citernes’ waar we regenwater opvingen en met een handpompje pompten w, maar ook de koningen (dorpshoofden) van naburige dorpen op af kwamen, want dat was een bezienswaardigheid. We hadden namelijk wel een wc gemaakt die je kon doortrekken.”

Communicatie was in die tijd tamelijk gebrekkig. ,,Telefoon was er niet, zodat we alleen per brief konden communiceren. Twee keer per week bracht een postbode per fiets de post naar ons dorp via een zandweg van veertig kilometer. Ons werk was tuinbouwvoorlichting en voedingsvoorlichting, waarbij wij het werk van de lokaal opgeleide voorlichters coördineerden. We trokken er met een Yamaha-motor en een Mobylette op uit, de dorpen in, langs modderpaden met zo hier en daar een slang ontwijkend die over de weg kroop.”

VRAAGBAAK

Over die eerste jaren zegt Tjark: ,,We waren heel idealistisch en enthousiast. We zagen ondervoede kinderen en probeerden er alles aan te doen om hun leven te verbeteren.” Dat lukte, onder meer met de lokale fabrieksproductie van kindermeel. Het paar zag resultaat van al hun inspanningen. Ze werden onderdeel van het dorp en een vraagbaak voor allerlei zaken, ook op medisch gebied.

Jantje: ,,Vaak vroegen de mensen waarom er nog geen kinderen kwamen. Tegen het einde van ons contract in 1975 raakte ik tot onze grote vreugde in verwachting. In afwachting van de bevalling reisde ik af naar de hoofdstad. Tjark bleef in ons dorp. Een maand voor de uitgerekende datum voelde ik me niet helemaal goed en wilde naar het ziekenhuis. In die nacht bleek er een staatsgreep te zijn gepleegd en de weg naar het ziekenhuis was door militairen geblokkeerd. Toen ik mijn buik liet zien mocht ik er toch door en kon langs een omweg het ziekenhuis net op tijd bereiken. Daar kwam na een uur onze gezonde zoon Onno ter wereld.”

(tekst gaat onder de foto verder)


Zoon Onno werd in 1975 geboren. Het hele dorp liep uit om hem te zien en iedereen was trots op hem. - Familiearchief

,,Ze vonden het ook heel bijzonder dat ik er één van een tweeling was. Prompt kreeg ik twee beeldjes van hen.” Dat vrouwtje en een mannetje hebben in Rhenen een ereplek op tafel.

MUNTJE

De mensen vonden het geweldig. ,,Er was grote vreugde. De koningen uit het dorp kwamen in vol ornaat langs en er werd een muntje op zijn voorhoofd gezet. Dat was onderdeel van de ceremonie. Hij kreeg ook de lokale naam Bamidele, wat betekent dat hij ooit terug zal komen naar de plek waar hij is geboren. En dat is ook gebeurd. We hebben nog wekelijks contact en altijd vragen ze dan hoe het met Onno is!”

LANDBOUWPROJECT

Na Benim werd Bangladesh via de Lutherse Wereldfederatie het nieuwe werkterrein. Ook was het de taak om een landbouwproject op te zetten. Tjark introduceerde er tarwe, waardoor er naast rijst een tweede voedselgewas kon worden verbouwd. ,,Het was de tijd dat er veel hongersnood was. Het land was net onafhankelijk van Pakistan geworden.” Daar werd in 1976 dochter Elsien geboren, net als Onno vernoemd naar de grootouders. Tjark: ,,We houden de familie-eer in stand.”

,,Het land is viermaal zo groot als Nederland. Toen waren er 75 miljoen inwoners, nu 150 miljoen.” Jantje: ,,Het land heeft zich ontwikkeld. Vooral voor vrouwen is er binnenhuis werk. We hebben het wel eens over de slechte werkomstandigheden in de textielindustrie, maar feit is wel dat toen we er kwamen er geen werk voor hen was. Vrouwen konden alleen stenen afbikken voor de aanleg van wegen voor een bakje rijst en wat linzensoep per dag. Nu werken ze tenminste in een fabriek. We zijn twee keer terug geweest en het lokale project dat we daar hebben opgezet, bestaat nog steeds.”

Na Bangladesh ging Tjark aan het werk bij Euroconsult, een volle dochter van de Heidemaatschappij in Arnhem. Het is een ingenieursbureau dat projecten uitvoert in ontwikkelingslanden. In die tijd kochten ze een woning aan de Molenberg in Rhenen. Die werd verhuurd omdat ze voor ontwikkelingswerk in Zuid-Soedan werden gevraagd, een land met een semi-nomadische bevolking. Eten werd geïmporteerd uit Kenia. Tjark ontwikkelde daar nieuwe landbouwtechnieken, die geschikt waren in deze primitieve omstandigheden, dus zonder machines, kunstmest of bestrijdingsmiddelen. Jantje zette er alfabetiseringsprojecten, vaccinatieprogramma’s en medische zorg op. ,,In die tijd kwam prins Bernhard langs via het WWF. Hij wilde graag zwemmen in het lokale zwembad, maar wel alleen. Onze dochter vroeg hem spontaan: mag ik meezwemmen? Nou, dat mocht wel.”

RHENEN

In 1983 keerde men terug naar Rhenen. Ze vonden het beter voor de kinderen om in Nederland op te groeien. Tjark kreeg een baan op de universiteit in Wageningen; Jantje ging ook weer lesgeven en werkte tien jaar bij het Internationaal Agrarisch Centrum in Wageningen.

In 1999 werd Tjark door de Wageningen Universiteit uitgezonden naar Togo (West Afrika), waar hij onderzoek deed naar de toepassing van computermodellen in de landbouw en daarover trainingen gaf. Jantje vond daar werk in een vrouwenproject. Eén van de doelen van het project was om de vrouwen meer macht te geven. In 2003 volgde zijn vroegpensioen, maar dat was eigenlijk geen optie. ,,Ik was 58 jaar en voelde mij jong. Ik heb daarna nog verschillende klussen gedaan op het gebied van ontwikkeling van computermodellen voor de tropische landbouw..” 

Ook deed hij als vrijwilliger werk voor de PUM, de organisatie waarin specialisten voor adviezen en coördinatie worden uitgezonden. Het werden negen korte uitzendingen om tuinbouwbedrijven in ontwikkelingslanden te adviseren. Jantje werd in die tijd door de PUM gevraagd als landencoördinator. Aanvankelijk voor Rwanda, en later voor Benin, werd zij verantwoordelijk voor het aanbrengen en begeleiden van de projectaanvragen en voor de evaluatie van het resultaat. Dat heeft zij acht jaar gedaan. Zo kwam ze als coördinator weer terug in het land waar ze jarenlang woonde en bezocht ze er vele bedrijven. Vaak zag ze dat de projecten die ze mede had opgezet, nog steeds bestonden.

ATLETIEK

Pas daarna leerde Tjark Rhenen goed kennen. ,,Het beste wat ik toen heb gedaan, is lid worden van de Rhenense Atletiekvereniging Arena. Wekelijks ben ik gaan hardlopen in groepsverband.” Hij liep een aantal halve marathons en is pas op zijn 79e gestopt met hardlopen. Nu doet hij mee met de andere activiteiten van Arena, zoals sportief wandelen en bootcamp.

De kinderen wonen nu in Utrecht, er zijn vier kleinkinderen (twee jongens, twee meiden) die op het punt staan om te gaan studeren.

VRIJWILLIGERSWERK

Wij zijn de smeerolie tussen de burger en de overheid

In Rhenen zijn beiden bekende gezichten. In 2013 werd Tjark voorzitter van de Adviesraad Sociaal Domein, waaruit een aantal initiatieven is voorgekomen, waaronder de Formulierenbrigade. Hier zet hij zich tweemaal per week voor in. Hij komt deze middag net terug van het spreekuur in ’t Gastland. ,,Ik kom zoveel verschillende mensen tegen”, zegt hij. ,,Het zijn mensen die vragen of ze in aanmerking komen voor een tegemoetkoming, bijvoorbeeld voor een gemeentepolis. Dat is een zorgpolis van Menzis, die via de gemeente wordt afgesloten. We helpen met het invullen van allerlei papieren. We zeggen er wel duidelijk bij: of het succesvol is, dat kunnen we niet garanderen. Daar tekenen ze ook voor. Kijk, ze kunnen ook naar het gemeentehuis stappen, maar een ambtenaar heeft niet alle tijd voor dit soort zaken. Bovendien is het toch anders wanneer je bij ons zit of op het gemeentehuis. Ik zeg wel eens: wij zijn de smeerolie tussen de burger en de overheid.”

Ook is hij vrijwilliger van Schuldhulpmaatje, acht jaar geleden zelfs één van de initiatiefnemers in Rhenen. ,,Dan gaan we naar de mensen toe. Die komen niet vanzelf. Adressen krijgen we van verschillende kanten. De drempel om je aan te melden is vaak heel hoog. Het is een totaal ander publiek. Je helpt mensen met het wegwerken van hun schulden. Je vraagt dan ook iets van ze.”

Voorts was Tjark ook penningmeester van De Zonnebloem in Rhenen, de organisatie die mensen met lichamelijke beperkingen helpt met bezoek, vakanties en mobiliteit. En niet te vergeten: ook hanteerde hij de voorzittershamer van het Rode Kruis Rhenen.

(de tekst gaat onder de foto verder)


Foto: Familiearchief

Jantje heeft tot aan de verbouwing van het pand aan de Kerkstraat liefst dertien jaar op vrijwillige basis gewerkt bij de VVV in Rhenen. Samen met haar collega Marieke Porskamp werd ze bij haar afscheid in 2017 Vrijwilliger van het Jaar. Het daaraan verbonden geldbedrag van 1000 euro besteedden ze aan een kleurrijke, door een lokale kunstenaar gemaakte, klok. Die pronkt nog steeds in de ontvangsthal van het Stadsmuseum/VVV.

Ook verzorgde ze stadswandelingen voor het Cuneragilde en was ze met veel plezier ouderenadviseur in Rhenen en destijds ook bestuurslid van de Projectgroep Ontwikkelingssamenwerking Rhenen (POR). Deze projectgroep voerde een actief beleid met betrekking tot voorlichting over de Derde Wereld. In die tijd was ze tevens actief voor de Zending Werelddiakonaat en Ontwikkelingssamenwerking, een groep in de Rhenense Ontmoetingskerk in Rhenen.

LEVENSFILOSOFIE

Het echtpaar heeft een duidelijke levensfilosofie. Jantje Struif Bontkes (78): ,,We hebben geen tijd voor PHDH. Zo zegt men dat wel eens, oftewel ‘Pijntje Hier, Pijntje Daar’. We hebben met elkaar afgesproken dat we niet meer dan tien minuten per dag over gezondheid praten. Sterker nog: daar hebben we niet eens tijd voor!”

Met veel maatschappelijke activiteiten en sport (tennis, wandelen en golfen horen daarbij) houdt men zich fysiek fit. Maar ook op geestelijk vlak is er een blijvende ontwikkeling. Tjark (80) is aangesloten bij de Probus, een club die saamhorigheid en vriendschap wil bevorderen. ,,We komen tweemaal per maand bijeen en inspireren elkaar. Elk lid houdt op gezette tijden een presentatie.” Ook Jantje maakt daar onderdeel van uit. Sterker, geïnspireerd door de Probus nam Jantje het initiatief voor de Prominaas, zeg de vrouwelijke evenknie van de Probus. Achttien vrouwen uit Rhenen zijn er bij aangesloten.

Wekelijks is ze ook Taalmaatje voor een Rhenense jonge vrouw, om haar te begeleiden in de Nederlandse taal. Verder zit ze in het netwerk Informele Zorg om te kijken hoe mensen die in nood zitten, geholpen kunnen worden. ,,We vallen onder Welzijn Rivierstroom.” Inmiddels is Tjark ook tot penningmeester benoemd in de Vereniging van Eigenaren van het appartementencomplex.

Tot slot zegt Jantje: ,,Rhenen betekent veel voor ons beiden: het is een superplek om te wonen, de Rijn, het bos, de fietsmogelijkheden, de vele verenigingen, de gezelligheid in de stad en de vrienden: we genieten er elke dag weer van.”

Mail de redactie
Meld een correctie

Martin Brink
Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie