
Cor en Toos Koops vierden smaragden huwelijk: ‘De postbode geniet nu op de camping’
16 juli 2025 om 07:03 Mensen Tips van de redactieRHENEN Cor Koops (78) en Toos Koops-Smids (76) hebben eigenlijk maar één wens: gezond blijven. ,,En zoveel mogelijk met de caravan er op uit, al was het maar naar Maurik waar we de laatste twee jaar staan.” Voor Toos is dat echt een hartenwens omdat ze wat tobt met haar gezondheid. Op donderdag 26 juni was het echtpaar 55 jaar getrouwd. In verband met hun vakantie ging burgemeester Géran Kaai op donderdag 10 juli bij het smaragden paar op bezoek aan de Julianastraat.
door Martin Brink
Cor Koops is geboren en getogen in Rhenen, de geboortewieg van Toos stond in Elden bij Arnhem. De trouwdag was een stralende dag. ,,Hij kwam met de auto naar Elden. We trouwden op het gemeentehuis van Elst en later daar in de Hervormde kerk. De foto’s werden gemaakt in de tuin van het klooster in Elden. Aan het eind van de middag hadden we een broodmaaltijd en ’s avonds een feest met een band”, zo vat Toos de dag samen.
‘LEUKE JONGENS IN DE BIOSCOOP’
Ze hadden vier jaar verkering voordat de grote stap werd gemaakt. Hoe hebben ze elkaar leren kennen? Toos: ,,Ik had een vriendin in Zevenaar die weer een vriend had in Rhenen. Ze zei: in Rhenen is aan de Eikenlaan een leuke bioscoop. Daar komen altijd leuke jongens.”
En daar was ook Cor Koops met zijn vriend Giel Lodder. Hij viel op omdat hij in een Fiat 500 reed. Zo kwamen ze aan elkaar. ,,Het paste allemaal maar net in het kleine autootje”, zegt Cor. Giel en zijn vrouw zijn hun oudste kennissen en komen nog regelmatig aan. Even bijpraten met een kopje koffie. Uiteraard waren ze ook aanwezig bij het 55-jarig huwelijksfeest bij de wok in Elst.
KERSEN PLUKKEN EN TANTE POS
Cor Koops is echt een man die het werk met zijn handen deed. ,,School was niets voor mij. Op de school aan de Nieuwe Veenendaalseweg heb ik niet eens alle klassen afgemaakt. Ik ging ook vaak met m’n vader, die buschauffeur was bij NBM, de Betuwe in om kersen te plukken. Toen ik op mijn veertiende van school kon, kwam ik een week later in dienst van een zaak in woninginrichting in Bennekom.”
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Zo was het 55 jaar geleden op de grote dag: de staatsiefoto in de tuin van het klooster in Elden. - familiearchief
Maar Cor zag nieuwe kansen want na 8,5 jaar besloot hij het roer om te gooien. ,,Via via hoorde ik dat ze bij de PTT in Rhenen iemand zochten. Ik er naar toe en werd aangenomen.” Dat was in 1970. Hij was verguld met zijn nieuwe job. ,,Je was ambtenaar, had een grijs uniform aan en een pet op. Voor veel mensen had dat toch een bepaalde status. Je was een soort visitekaartje.” Hij zou 38,5 jaar aan Tante Pos verbonden blijven. Soms was het wel vroeg beginnen, om vijf uur bijvoorbeeld, maar dan had je ’s middag alle tijd voor andere dingen. ,,Ik bleef vloeren leggen en behangen”, verduidelijkt hij.
De laatste jaren werden door allerlei ontwikkelingen minder prettig bij de post en Cor was dan ook blij dat hij met 61 jaar en drie maanden met de VUT kon gaan. Maar over de mooiste jaren kan hij met smaak vertellen. Over zijn begin aan het Kerkplein, later het kantoor aan de Frederik van de Paltshof en de laatste jaren op Remmerden. Hij reed de post uit met zijn brommertje. ,,Je kreeg tweeduizend gulden voorschot om die te kopen. Maandelijks was er wel een vergoeding.”
Er waren perioden dat er werk in overvloed was. ,,Bijvoorbeeld met de kerst en nieuwjaar. Ik zeg wel eens: het was in die tijd heel vroeg beginnen en je weet niet hoe laat je thuiskwam.”
BORRELTJE OF FOOITJE
Hoe zit dat dan? ,,Het was nog de tijd dat er geen groene bussen langs de weg stonden. Je moest dus echt het erf op. In die kerst- en nieuwjaarsperiode riepen de boeren en de mensen waar je de post bezorgde je nogal eens binnen. Voor een kopje koffie, een borreltje of om een fooitje toe te stoppen. Ik weet nog dat ik met veel kerststollen thuiskwam maar ook met stukken vlees omdat de boeren toen nog zelf slachtten.”
In die tijd kreeg de postbode ook verantwoordelijk taken toebedeeld. ,,We mochten de AOW uitbetalen. Ja, contant hé. Maar ook waren we verantwoordelijk voor het innen van de kijk- en luistergelden.” Later kwamen er kascheques. De postzakken konden niet overal op hulppostkantoren worden afgeleverd. ,,In Elst was er een kantoor aan de Oranjestraat maar in Achterberg was er alleen een steunpunt. Dat was bij café De Mug.”
De herinneringen zijn legio. Ook over collega’s. Gijs Baardman bijvoorbeeld, een op en top Rhenenaar. ,,Hij bleef lang vrijgezel. We beleefden de leukste dingen met hem. We hebben altijd vreselijk met elkaar gelachen. Hij was een echte Feyenoorder. Als de club weer had gewonnen, wilde hij dat graag laten weten.”
De post moest onder alle weersomstandigheden bezorgd worden. ,,Ook bij min vijftien graden. Als je dat je kleinkinderen nu vertelt, geloven ze je niet. Echte winters zijn er immers niet meer. Zo kon ik elke dag naar de boswachter op Prattenburg om daar de krant te bezorgen. En tegen de kerst moesten hazen worden bezorgd bij de Van Asch van Wijk’s. Die werden ook via ons gebracht.”
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Cor en Toos hebben een eigen plek op de camping in het Oostenrijkse Zell am See omdat ze er meer dan een kwart eeuw hebben gestaan. - familiearchief
KOOPS-PLATZ OP DE CAMPING
Toos heeft tot de komst van haar oudste zoon als bejaardenhulp gewerkt via een stichting. ,,Daarna was ik er helemaal voor het gezin”, zegt ze. Met veel plezier denkt ze aan de vakanties met de caravan. Eerst naar Zell am See in Oostenrijk, later naar het Duitse Koblenz. ,,Wie meer dan 25 jaar op de camping in Zell am See stond, kreeg een eigen plaats met naambord. Dat hebben we dus, een eigen Koops-Platz.”
Ze gaan nog eens graag terug naar Koblenz. Toos: ,,Daar hebben we vijftien jaar gestaan maar door mijn gezondheid konden we niet terugkeren. Ik wil dat nog eens graag doen om het af te sluiten want het was er altijd thuiskomen als we aankwamen. Zo hartelijk was iedereen daar.”
Om maar dicht bij huis en het ziekenhuis te blijven werd de stacaravan de laatste twee jaren op het Eiland van Maurik neergezet. Cor Koops: ,,Ik vermaak me daar wel. Ik kan altijd een hengeltje uitwerpen. Dat is niet mijn hobby maar tijdens vakantie wel!”
Wat Cor uit pure noodzaak ook heeft ontdekt: leren koken. ,,Dat doe ik nu drie keer per week.” Op zijn manier weliswaar. Toos: ,,Maar laatst zei een zoon: pa heeft toch zulke heerlijke nasi gemaakt!”
WACHT EVEN, ER KOMT ER NOG ÉÉN!
Ze hebben een fijne oude dag op de Julianastraat. Maar dat was niet hun eerste adres. Ze gingen inwonen bij zijn ouders aan de Koningsstraat, vervolgens werd een duplexwoning betrokken aan de Berkenlaan om na vier jaar naar de Rozenlaan te verhuizen. Via woningruil kwamen ze in 1979 op het huidige adres terecht.
Het huwelijk werd bekroond met drie zonen. Toos: ,,De jongste is een tweeling. Dat was een grote verrassing. Echo’s bestonden in die tijd nog niet. Je wist dus van niets. Ik weet nog dat de dokter zei: wacht even, er komt er nog één!”
Die zonen zorgden voor acht kleinkinderen in de leeftijd van zeven tot en met 22 jaar. Ze wonen in Veenendaal, Rhenen en Zalk.















