
Jaar lang dwangarbeid was voor Willem Veenhof uit Veenendaal één groot trauma
2 juni 2024 om 07:30 Mensen Tips van de redactieVEENENDAAL Een tiental foto’s komt tevoorschijn. Ze zijn uit 1942 of 1943 en genomen in Dessau, Duitsland. Het is niet bekend waarom ze zijn genomen, laat staan wie al die mensen zijn die er op staan. Alleen Willem Veenhof is te herkennen. De overige personen moeten we halen uit de spaarzame gegevens achterop.
door Martin Brink
Dochter Jolanda Visser-Veenhof weet ook niet precies wat haar vader Willem Veenhof (1922-2010) daar allemaal heeft meegemaakt. ,,Ik heb nog zo tegen pa gezegd: zet erop wie het zijn, straks weet niemand het meer.” Een reconstructie naar aanleiding van eind vorig jaar vrijgekomen archiefstukken én wat Willem Veenhof (1922-2010) deelde over zijn oorlogservaringen met zijn veel jongere neef Gert die er altijd nieuwsgierig naar was.
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Willem Veenhof (links) op bezoek bij een kameraad die toen in een ziekenbarak verbleef. - Familiearchief Veenhof
DWANGARBEIDER
Jolanda Visser (1965) bestudeert aandachtig het fotomateriaal. Dat doet ze samen met haar twintig jaar oudere zus Guus Riemens-Veenhof. Beiden wonen in Lienden en hebben de foto’s op tafel gespreid. Ze tonen mannen solo, een persoon in pyjama en een groep staande bij barak ‘18’. Het zijn vrienden, dat is wel duidelijk, op bezoek bij hun zieke kameraad. Het zijn de enige stoffelijke bewijzen van het bijna één jaar durende verblijf van hun vader, op en top Veenendaler Willem Veenhof als dwangarbeider in Duitsland.
Pa vertelde er nooit over. We hebben er weleens naar gevraagd, maar dan zei hij niet veel. Hij bleef een gesloten boek
,,Pa vertelde er nooit over. We hebben er weleens naar gevraagd, maar dan zei hij niet veel. Hij bleef een gesloten boek.” Zijn verblijf in Duitsland, de ervaringen die hij daar opdeed, zouden zijn leven tekenen. Het bezorgde hem een hartgrondige hekel aan Duitsers. ,,Hoewel hij met ma eens een busreis naar Duitsland maakte. We stonden perplex!”, weet Jolanda nog.
Maar over zijn tijd als dwangarbeider, nee daar was de doorgaans zeer open Wim Veenhof gesloten over. Het was een boek dat hij voor zijn vrouw en dochters dichtsloeg maar waaraan hij wel dagelijks werd herinnerd. Zijn open wond, daar opgelopen, zou nooit meer helen en maakte lopen moeilijk. De wandelstok was zijn trouwe vriend.
BRIEVEN VERSCHEURD
De foto’s moeten dus het verhaal vertellen, hoewel sinds eind vorig jaar aan de hand van geopenbaarde archiefstukken wel iets meer duidelijk is geworden. Er waren ook brieven die hij vanuit Duitsland naar zijn verloofde in Veenendaal schreef. Ze lagen veilig opgeborgen in een kleurrijk koektrommeltje, op het nachtkastje. Jolanda: ,,Toen pa naar ‘t Boveneind verhuisde vroeg ik: waar zijn ze gebleven? Toen zei hij: ‘Ik heb ze nog eens gelezen en toen verscheurd. Daar heeft niemand iets mee te maken’. Ergens kan ik mij dat wel voorstellen, maar het is ook best jammer.”
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Willem Veenhof (1922-2010) op latere leeftijd. Veel Veenendaalse visliefhebbers zullen hem nog zeker herkennen. - Familiearchief Veenhof
Op één ding bleef hij hameren. Jolanda, die zijn financiën deed: ,,Hij zei dan: ‘Van één ding blijven ze af: mijn maandelijkse uitkering voor het feit dat ik daar moest werken.’ Dat was nog een vrij behoorlijk bedrag, iets van honderd euro in de maand.”
WIE WAS WILLEM VEENHOF?
Wie was Willem Veenhof, de man die bijna zijn hele leven heeft gewerkt op de technische afdeling van de Hollandia Tricageagefabriek en daar, zeker bij de meisjes die er werkten, alom geliefd was? Hij kwam uit een gezin met tien kinderen: zeven zonen en drie dochters. Willem was de derde zoon. ,,Waarom alleen hij naar Duitsland ging, is ons niet bekend. Misschien omdat hij een technische opleiding heeft gehad. Vader kon goed leren en wilde graag piloot worden. Uiteindelijk heeft hij de MTS kunnen afmaken. Toen brak de oorlog uit. Misschien ook omdat zijn vader en oudere broers een gezin moesten onderhouden en hij nog ongehuwd was.”
Willem had affiniteit met luchtvaarttechniek. Een functie bij Fokker werd hem door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog geblokkeerd, ondanks een succesvolle sollicitatie bij dat bedrijf.
Hij kwam daarmee wel in de vliegtuigindustrie terecht, maar nu wel bij de vijand en bepaald niet ongevaarlijk
Met hulp van neef en WO II-onderzoeker Gert Veenhof uit Veenendaal weten de zussen inmiddels iets meer over het verblijf van hun vader tussen 18 december 1942 en 1 december 1943. Dat begon toen het Nationaal Archief in Den Haag eind 2023 de gegevens openbaar maakte van minstens 500.000 Nederlandse dwangarbeiders in WO II, meest mannen. Daardoor kregen familieleden van de veelal overleden dwangarbeiders wat meer inzicht over waar, hoe en in welke periode de mannen gedwongen werden tewerkgesteld in hoofdzakelijk Duitse (oorlogs)industrieën.
VEENSE NAMEN
Ook vanuit Veenendaal werden tientallen jonge mannen verplicht tewerkgesteld. Op de verzamellijsten samengesteld door het Rode Kruis staan ook veel voorkomende lokale achternamen zoals Diepeveen, Klumpenaar, Bouman, Takken, Smit en Van Schuppen. Volgens de Rode Kruis-informatie uit 1947 was hij tewerkgesteld bij de Junkers Flugzeug und Motorenwerke in Dessau. Hij kwam daarmee wel in de vliegtuigindustrie terecht, maar nu wel bij de vijand en bepaald niet ongevaarlijk.
Hier werden de beruchte Stuka-jachtvliegtuigen vervaardigd en gerepareerd. De reis naar Dessau in 1942 zal de langste treinreis tot dan toe voor hem zijn geweest. Dessau ligt tussen Leipzig en Berlijn zo’n 550 km, ruim vijfeneenhalf uur rijden per auto. De treinreis zal veel langer hebben geduurd.
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Veenhof (derde van rechts) samen met zijn vrienden in een jolige stemming. - Familiearchief Veenhof
Willem had in zijn latere leven veel gesprekken met zijn belangstellende neef. Hij sprak over ervaringen die hij niet met zijn dochters deelde. Zijn zoon Jan, met wie hij veel later nog een naaimachinehandel aan de Zandstraat startte, was toen al overleden. Hij vertelde over de kameraadschap daar maar hij had het ook over een traumatische ervaring.
Zo vertelde hij aan hem: ,,In de schaarse vrije uren probeerden we er nog wat van te maken en voor enkelen pakten dat spannend - en voor één van ons fataal - op. Zij verlieten ons Lager waar we waren ondergebracht, ze kropen onder het hek door en gingen de omgeving in waar nog wat te zien of er wat te doen was.”
FATALE VRIJPARTIJ
Willem Veenhof vertelde verder: ,,Ze probeerden wat te kopen of contact aan te gaan met de alleenstaande Duitse vrouwen waarvan de partners in Duitse krijgsdienst aan het front vochten. Die Duitse vrouwen waren van vergelijkbare leeftijd en vonden ons ook wel interessant. Zo zijn er relaties ontstaan. Voor één van onze lotgenoten is dat slecht afgelopen. Hij ging een amoureus avontuur aan met een Duitse liefje. Waar niemand op rekende gebeurde. Ineens verscheen de partner van deze mevrouw en hij ontdekte het vrijende paar! Deze Duitse soldaat aarzelde geen moment en schoot onze kameraad direct dood. Dat incident herinner ik mij goed en maakte diepe indruk.”
Deze Duitse soldaat aarzelde geen moment en schoot onze kameraad direct dood. Dat incident herinner ik mij goed en maakte diepe indruk
Bij Junkers Flugzeug Werke moest Willem toestellen repareren die beschadigd waren bij luchtgevechten. De jagers waren getroffen door geallieerd vuur en dan kregen de dwangarbeiders ze onder handen voor herstelwerk. De gaten in de romp en schade aan de apparatuur door de luchtgevechten waren aanzienlijk. ,,Het was halverwege de oorlog en de Duitsers dwongen ons er in alles toe om de toestellen weer snel gevechtsklaar te krijgen. We werden slecht behandeld, lange werkdagen en dag en nacht ging en moest het door. De oorlogsindustrie draaide er op volle toeren”, vertelde hij aan neef Gert.
HEKEL AAN DUITSERS
Buiten dat waren was de industrie zoals Junkers een uitgelezen doelwit voor geallieerde luchtaanvallen en hevige bombardementen. Zo’n aanval kon je fataal worden en veel dwangarbeiders zijn hierdoor omgekomen. De omstandigheden waren dus slecht en de medische zorg net zo. Longontsteking, astma, noem maar op. Willem aan neef Gert: ,,Aan mijn periode in Duitsland heb ik een hartgrondige hekel aan Duitsers ontwikkeld, dat is nooit overgegaan. Dit in tegenstelling tot de kameraadschap die we als Nederlandse dwangarbeiders onderling met elkaar hadden. Leeftijd- en lotgenoten waren we en samen moesten we zien de slechte tijd door te komen.” Hij had wel een goede verstandhouding met Berta, een Poolse dame die in de keuken werkte. Dat was wel handig want zo kregen de jongens soms wat extra’s toegestopt.
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Voor barak ‘18’: in het midden Willem Veenhof. - Familiearchief Veenhof
PLEURITIS
De slechte leefomstandigheden maakten dat hij als gezonde jongeman pleuritis kreeg. In de ziekenboeg werd hij geopereerd om vanuit zijn rug het wondvocht af te drijven. De diepe littekens waren blijvend. Dochter Guus: ,,Dat gebeurde zonder verdoving want die middelen hadden ze nodig voor hun eigen gewonden.” Willem kwam er zeer slecht uit. Het gevolg was dat hij naar huis werd gestuurd want aan hem hadden ze niets meer. Jolanda: ,,Hoe hij weer terug in Veenendaal is gekomen, dat weten we niet. Dat zal wel per trein zijn geweest omdat hij moeilijk kon lopen.”
Hoe hij weer terug in Veenendaal is gekomen, dat weten we niet. Dat zal wel per trein zijn geweest omdat hij moeilijk kon lopen
Het zorgde ervoor dat hij door verwaarlozing zijn hele leven een ‘open been-wond’ er aan overhield. Hij leefde met constante pijn. Als oorlogsinvalide keerde hij terug en sporten ging dus niet meer. Hij ging met zijn gezin wonen aan de Parallelweg 25 en stortte zich met hart en ziel op de sportvisserij. Hij werd een gewaardeerd bestuurder en controleur bij de Veenendaalse hengelsportvereniging De Rietvoorn. Na het faillissement van de Hollandia Tricot ging hij nog een tijdlang werken bij een bedrijf in De Klomp dat brandstofpompen ombouwde van de Amerikaanse naar de Europese standaarden.
LIEVE MAN
De zussen herinneren hun vader als een lieve, zachtaardige en sociale man die iedereen wilde helpen en voor oplossingen zorgde. Hij was zogezegd een ‘mensen-mens’ en praatte graag, in tegenstelling tot hun moeder Hendrika Veenhof-van Leeuwen die het liefst in de eigen beschermde omgeving bleef. Zijn traumatische Duitse tijd zou doorwerken tot aan het einde van zijn leven. Vooral tegen 4 en 5 mei speelde alles weer op. Bij de Dodenherdenking kwam dan steevast de kreet ‘Rotmoffen!’ vanuit zijn tenen.
Jolanda: ,,Vader moest een paar maal naar het ziekenhuis. Dan kwam hij uit de narcose en begon tegen alles en iedereen te schelden en te tieren. In het Duits! Toen we dat wisten hebben we de verpleging daarvoor gewaarschuwd omdat iedereen er bang van werd. Hij is toen alleen op een kamer gezet. Hij kon zich er later niets meer van herinneren. Het trauma bleef dus, PTSS zouden we nu zeggen. Toch is hij 88 jaar geworden en tot op het laatst helder van geest gebleven.”
![]()
Willem Veenhof in de tijd dat hij als dwangarbeider in Dessau zat om jachtvliegtuigen van de Luftwaffe te repareren die door de geallieerden beschoten waren... - Familiearchief Veenhof














