
Charles en Anna Nijveen-van Meer waren onderduikers in Rhenen: ‘Afgelegen woning geschikt om te schuilen’
17 mei 2025 om 07:07 Historie Nieuws uit RhenenRHENEN Het Joods Museum Amsterdam is in het bezit van een handgeschreven gedicht op geel papier, gesigneerd op 10 januari 1944 in Rhenen, met het monogram CN en de woorden ‘in ballingschap’, en voorzien van Jodensterren. Het gedicht blijkt geschreven te zijn door een niet eerder bekende Joodse onderduiker in Rhenen: Charles Nijveen.
door Just M. Vlak en Piet Hovestad
Het gedicht is gericht aan zijn zoon Max, wiens tragisch lot Charles toen nog niet kende. Max zou die dag 30 jaar zijn geworden, maar was al in 1942 in Auschwitz vermoord.
Charles werd op 11 september 1883 in Stadskanaal geboren als Karel Mozes. Zijn vader was paardenslager. Charles was sportief (gymnast), diende in het leger en kreeg in 1918 zelfs het Mobilisatiekruis voor zijn verdiensten. In Leeuwarden, waar hij zich met zijn gezin had gevestigd, was hij net als zijn vader werkzaam in de slagersbranche. In 1925 richtte hij samen met anderen in Suameer een thermochemische fabriek op, die kadavers via een nieuw procedé verwerkte tot beendermeel. Dit bedrijf bestaat nog steeds als ‘Rendac’.
In 1909 trouwde Charles Nijveen met Anna van Meer uit ‘s-Hertogenbosch, met wie hij drie kinderen kreeg: Rachel (1910), Max (1913) en Judith (1917), allen geboren in Leeuwarden. In 1922 verhuisde het gezin naar Amsterdam. Zoon Max studeerde daar Handelswetenschappen en werkte als boekhouder. In 1933 werd de achternaam van de familie bij Koninklijk Besluit officieel veranderd van ‘Mozes’ in ‘Nijveen’. Charles was voor de oorlog actief bij diverse zionistische organisaties, schreef voor het Nieuw Israëlitisch Weekblad en woonde aan de Zuider Amstellaan. Hij kende mogelijk ook Anne Frank via zijn buurmeisje Hanna Goslar.
OORLOGSJAREN
Over de oorlogsjaren in Amsterdam van de familie Nijveen is weinig bekend. Dochter Rachel overleed in 1942 op natuurlijke wijze. Max meldde zich ‘vrijwillig’ voor transport, in de hoop ‘zijn ouders te sparen’. Hij werd op 25 juli 1942 naar Westerbork gebracht en op 30 september 1942 in Auschwitz vermoord. Voor hem is een struikelsteen geplaatst bij zijn oude woning aan de Rooseveltlaan in Amsterdam. Dochter Judith trouwde in 1940 met Isidoor Erwteman, die in juli 1942 ook in Auschwitz werd vermoord. Judith overleefde de oorlog, trouwde nog twee keer en overleed in 2014.
ONDERDUIK IN RHENEN
Kleinzoon Theo Erwteman herinnerde zich nog een bezoek met zijn grootvader Charles aan Rhenen in 1957. Zij logeerden destijds in Hotel-Restaurant De Koerheuvel, van waaruit het onderduikadres werd bezocht, naar later bleek Bergweg 72 (toen Autoweg 72). Het huis, gebouwd in 1939, was eigendom van Gerardus Baijens Sr. (1877–1961), die als landbouwer te boek stond. Het pand lag in die tijd afgelegen, wat het geschikt maakte als schuilplaats. Theo herinnerde zich wel de naam, maar niet de schrijfwijze van de onderduikgever. Alles wijst er dus op dat Charles en Anna Nijveen-van Meer bij deze familie Baijens ondergedoken zaten. Het is waarschijnlijk dat zij daar tot het einde van de oorlog verbleven.
(de tekst gaat onder de afbeelding verder)
![]()
Gedicht Charles Nijveen aan zijn zoon Max Nijveen, begin 1944 in onderduik
geschreven in Rhenen. - Collectie Joods Historisch Museum
FAMILIE BAIJENS
Gerardus Baijens werd geboren in Lith en kwam aan het begin van de 20ste eeuw via Duitsland uiteindelijk naar Rhenen. Hij had een roerig verleden, met meerdere arrestaties en veroordelingen op zijn naam. Rond 1906 kreeg hij met Johanna Stabij een zoon in Duisburg, waar beiden destijds woonden. Later vestigde hij zich met zijn gezin in Rhenen. Gerardus Baijens en Johanna Stabij kregen uiteindelijk samen vier kinderen, Hermann (1906), Catharina (1909), Gerardus (1914) en Johanna (1919). Deze Gerardus Baijens en zijn vrouw Johanna Stabij hebben dus onderdak verleend aan de familie Nijveen. Bij nazaten van de familie Baijens bestaan geen herinneringen aan deze onderduik.
AMSTERDAM
Na de oorlog keerden Charles en Anna Nijveen terug naar Amsterdam, aanvankelijk op het oude adres Zuider Amstellaan 15h (nu Rooseveltlaan). Het huis bleek inmiddels door een andere familie bewoond, maar die verliet zonder morren het pand. Charles pakte zijn bezigheden weer op en bleef actief in de gedecimeerde Joodse gemeenschap in Amsterdam. Hij werd onder andere directeur van de Nederlands-Israëlische Kamer van Koophandel. Charles Nijveen overleed op 15 januari 1958 in Amsterdam. Zijn vrouw Anna ging hem op 26 april 1953 voor. In 1976 is in de kibbutz Erez in het zuidwesten van Israël een park naar Charles vernoemd.
OP DE VLUCHT
Via dit verhaal, dat ook onderdeel is van de tentoonstelling ‘Op de Vlucht’ die van 18 mei t/m 30 december 2025 in het Stadsmuseum Rhenen te zien is, is een tot dusverre onbekende Joodse onderduikgeschiedenis binnen de gemeente Rhenen aan het licht gekomen. De familie Baijens is niet geregistreerd bij het holocaust herinneringscentrum Yad Vashem.
Op 19 oktober is er een uitgebreide lezing over deze geschiedenis in het Stadsmuseum Rhenen.
Dit artikel is een activiteit van de Werkgroep Joods Rhenen van de HVOR.















