Afbeelding
Pixabay

Raad in Veenendaal buigt zich over Hervormingsagenda van de Jeugdzorg tijdens beeldvormende avond

27 oktober 2024 om 09:22 Politiek Nieuws uit Veenendaal

,,Hebben we het lef iets te doen dat misschien ongebruikelijk is, maar wel veel kinderen gaat helpen?” Tijdens een nieuwe beeldvormende avond over de Jeugdzorg boog de raad zich over de Hervormingsagenda van het Rijk. Daarbij werden de leden uitgedaagd om na te denken over de rol van de gemeente bij eventuele inperking, preventie en over vooral de voorkeur in welke hulpvraag het belangrijkste was.

door Arjan van den Berg

De presentatietekst was voorzien van treffende citaten uit de media die de problemen rondom de (kosten van) jeugdzorg verwoordden. ‘Willen perfect opvoeden – Ouders zoeken sneller hulp bij artsen en experts voor alledaagse problemen kinderen’ en ‘Toezichthouders: toegankelijkheid Jeugdzorg onder druk’. Paulien van Triest was als directeur-bestuurder van het CJG aangeschoven om vanuit de praktijk haar ervaringen toe te voegen aan de cijfers en analyses die de raad kreeg voorgeschoteld. De betrokkenheid van de raad rondom dit onderwerp werd gewaardeerd.

VOORGESCHIEDENIS

In vogelvlucht werd eerst de voorgeschiedenis geschetst. In 2015 kwam de Jeugdwet, waarbij Jeugdzorg meer naar de gemeentes kwam met als doel om de zorg dichter bij de burger te brengen en meer in te zetten op preventie. In de praktijk groeide de hulpvraag juist meer, terwijl gemeentes te weinig middelen hadden om de jeugdwet uit te voeren. Centraal staat preventie en eigen kracht, vroegsignalering, integrale hulp en ruimte voor professionals.

Het idee was om kosten te besparen en meer te doen met weinig geld, maar de praktijk laat het tegendeel zien, doordat de wet niet wordt afgebakend en het Rijk geen keuze maakt wie er geholpen wordt, wat met de Hervormingsagenda van de Jeugdzorg wel de bedoeling is. En als het Rijk geen keuze maakt, is het de vraag of de gemeente dan aan zet is.

MOGELIJKHEDEN

,,Wacht Veenendaal tot het Rijk een keuze maakt of hebben we zelf ook mogelijkheden om aan de slag te gaan?”, vroeg Yvonne Bottema zich namens de VVD af. Daarbij was het niet zozeer de vraag welke kinderen dan geholpen zouden (moeten) worden, maar welke hulp er werd aangeboden. Het lastige is dat er veel cijfers zijn, zoals dat 2% van de jeugd voor 5% van de kosten zorgt, terwijl nog geen 75 % voor een kwart van de kosten zorgt, maar dat die niet per se op een oorzaak en gevolg duiden. Patronen kunnen pas achteraf worden verklaard, omdat er veel factoren en partijen zijn betrokken.

DOORSTROMING

Sanny Brunekreeft van de ChristenUnie hoorde meer dan eens geluiden dat scheidingen ook voor complexe hulpvragen zorgden. Ze wilde weten of dat ook in Veenendaal het geval was. De cijfers wezen daar niet op en het viel daarom niet direct te monitoren. Paulien van Triest erkende dat echter het zeker een belangrijke oorzaak was van het de toename van de zorgvraag.

RESIDENTIELE JEUGDHULP

Wat wel opviel uit de cijfers in Veenendaal was de sterke stijging van residentiele jeugdhulp. Het betrof 33 kinderen in de leeftijd van achttien jaar en ouder, die drie miljoen euro kosten. Dan kon je wel willen besparen op die drie miljoen, maar dan moest je wel weten waar het aan lag. Moesten die kinderen daar echt blijven of was er een gebrek aan huisvesting? Is uitstroom naar zelfstandigheid gewenst en zo ja, waardoor werd dat dan belemmerd en wat was ervoor nodig om dat wel te laten lukken?

Wellicht kon er iets gedaan worden met voorrangssituaties, maar Paulien van Triest legde uit dat sommige kinderen heel intensieve begeleiding nodig hadden. Een belangrijk onderdeel van de Hervormingsagenda is het doorstromen naar de WMO, waar die kinderen die begeleiding niet meer zouden krijgen.

VERWIJZINGEN

Het aantal verwijzingen van huisartsen groeide ook, vooral bij jongens op bepaalde scholen. Maar was er een verband? De les die werd geleerd was om de cijfers af te blijven ‘pellen’ tot er duidelijk was wat er echt aan de hand was, om daarna te kijken wat er veranderd kon worden. 

Er waren met een aantal scholen gesprekken geweest om te kijken wat docenten nodig hadden en te kijken of de zorgstructuur voldoende was om op voorhand problemen te signaleren. Jaap Pottjewijd van Lokaal Veenendaal stelde dat het wellicht beter was om sneller in actie te komen dan te wachten tot alles duidelijk was.

STELLING NEMEN

Tot zover de cijfers. Waar de raadsleden gewoontegetrouw in een kring op het pluche zaten, mochten ze nu binnen de cirkel gaan staan om te laten zien waar ze stonden aan de hand van een paar stellingen. De stelling ‘Als het Rijk de Jeugdzorg niet afbakent, is de gemeente aan zet om dit te doen’ zorgde meteen al voor een tweedeling. De SP was geen voorstander. ,,Wij hebben als gemeente een taak. Maar wij zijn geen specialisten. Als we deze rol pakken, ben ik bang dat we zeggen dat we het beter weten dan de specialisten en dat vind ik lastig”, vond Sietse van der Bij.

,,Wat vinden wij normaal, wat hoort bij het leven en wat zijn de excessen? Nu wordt er vaak doorgestuurd en niets geweigerd en dus wordt iedereen geholpen. Op deze manier krijgen kinderen die echt hulp nodig hebben geen hulp meer”, opperde VVD’er Yvonne Bottema.

De VNG ontraadt gemeentes om zelf aan de slag te gaan met de inperking van de Jeugdzorg, omdat dat gevolgen zou hebben voor de marktwerking, zou zorgen voor ongelijkheid van de gemeentes en omdat het Rijk verantwoordelijk is en het is dus aan het Rijk is om dat te doen. De tweede vraag was dan ook of het acceptabel was om tegen dat advies in te gaan. Ja, want het was immers een advies of nee, want de gemeentes hebben zich gecommitteerd aan de VNG.

KIND CENTRAAL

Volgens VVD’er Yvonne Bottema ging het er ook niet om dat de gemeente aan de slag ging met inperken, maar aan het draaien van de knoppen die er aan de voorkant voor zorgden dat de hulpvraag minder werd. Voor de ChristenUnie waren die stellingen op zich prima, maar er was wel een maar. ,,Wat ik me afvraag, waar is nu de jeugd, waar is het kind? Ik vind het acceptabel, als het kind centraal blijft staan”, stelde Sanny Brunekreeft.

Daarna was het aan de raad om een keuze te maken. Optie 1: we helpen zoveel mogelijk kinderen, maar de extreem dure situaties bekostigen we niet. Optie 2: we focussen ons op de kinderen die het echt nodig hebben en dus juist wel op die extreme situaties. Optie 3: we maken onderscheid tussen kinderen die eerder en later worden geholpen. Optie 4: we bieden geen hulp meer, maar focussen ons op zelfredzaamheid en het investeren in sociale netwerken van mensen.

NEK UITSTEKEN

Jaap Pottjewijd van Lokaal Veenendaal wilde zich op de zware problematiek focussen, op de jeugd die het echt nodig had, en daarnaast op zelfredzaamheid. Yvonne Bottema voegde er een vraag aan toe: wie betaalt de rekening? Volgens de SP was het sowieso ook goed om voor ogen te houden dat de gemeente het probleem niet bij zichzelf moest zoeken en dat er naar een oplossing moest worden gezocht voor een probleem dat de gemeente niet zelf gecreëerd had.

GESPREK

Slotvraag was hoe de raad in 2025 het gesprek verder wilde voeren. Waar was behoefte aan? Sanny Brunekreeft sprak namens de ChristenUnie de gedachte uit die ook de andere fracties bezig leek te houden: ,,Waar we behoefte aan hebben, is weten welke keuzes we kunnen maken samen met de professionals. Aan welke knoppen kunnen we draaien? Hebben we het lef in Veenendaal om onze nekken uit te steken en misschien iets te doen dat niet gebruikelijk is, maar kinderen wel gaat helpen?”

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie