
Kees Heij: ‘Elke middag met de auto naar mijn vrouw’
8 maart 2023 om 16:13 MensenVEENENDAAL Kees Heij (93) en Evertje Heij-van Beek (95) waren eind februari 65 jaar getrouwd. Een heugelijke gebeurtenis waarvoor burgemeester Kats altijd persoonlijk langs komt om namens de gemeente Veenendaal de familie de hartelijke felicitaties over te brengen. Dit keer was het wel héél bijzonder: binnen twee weken ontmoette hij namelijk Kees Heij twee keer tijdens een officiële bijeenkomst.
Begin die maand was dat om de uitreiking van een Yad Vashem-onderscheiding in het gemeentehuis, nu vanwege het briljanten bruiloft. De bruid verblijft helaas al een jaar in verzorgingshuis De Meent omdat het geheugen wat in de steek laat. Maar Kees Heij herinnert zich alles nog helder en samen met schoondochter Annelies worden allerlei leuke herinneringen naar boven gehaald. Hij kijkt terug op een fijn leven waarbij alle goede dingen overheersen.
Voor Kees Heij is het een memorabele maand. Die werd afgelopen zaterdag afgesloten met een etentje. Gewoon in huis aan het Oudeveen met de hele familie erbij. Net zoals ze dat jaren deden met z’n allen tijdens een gezellig weekendje-weg. ,,We huurden op een goed moment twee huisjes”, zegt hij.
Kees Heij werd in een gezin met twee jongens geboren aan het Klein Schutje 12, de huidige Valleistraat. Hij had een normale jeugd, al overheerst wel de traumatische ervaringen op het eind van de oorlogsjaren. Vooral voor zijn ouders. Toen op het eind van de oorlog ook nog eens twee Joodse onderduikers kwamen, een moeder en een dochtertje, gaf dat ook wat spanning.
Mijn ouders moesten het eens weten, na al die jaren
In de Rijnpost van 22 februari staat dit verhaal uitgebreid opgetekend. Namens de staat Israël mocht Kees Heij voor zijn ouders Johann Bernhard Heij en Jannigje Maria van den Berg de Yad Vashem-onderscheiding in ontvangst nemen. In dat verhaal staat ook te lezen dat het dochtertje de oorlog niet overleefde. De toekenning stemt hem met grote vreugde. ,,Mijn ouders moesten het eens weten, na al die jaren.” Dat allemaal dankzij onderzoeker Jan Bos, die een publicatie voorbereidt over het wel en wee (van de bewoners) van het Klein Schutje.
De jonge Kees ging naar de Nieuwewegseschool en later naar de school van Thoomes, de Christelijke ULO aan de Kerkewijk. ,,Door de oorlog zaten we op vele adressen. De Duitsers hadden de gebouwen vaak gevorderd.” Toen hij zeventien jaar was ging hij werken. Als eerste op de Rotterdamsche Bank op de Markt. Op de administratie. Na enkele jaren werd de Hollandia Wol- en Kousenfabriek zijn nieuwe werkgever. ,,Dat was mooi dichtbij.”
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Burgemeester Kats nam een mooi boek mee met daarin dit kaartje. - Martin Brink
BUDIBON
Om vervolgens over te stappen naar de firma Budding aan de Patrimoniumlaan. ,,Dat was bij textielgroothandel Budibon. Ik mocht op mijn zestigste met de vut. Een jaar later gingen ze failliet.” En nee, van die mogelijke teloorgang heeft hij nooit iets gemerkt, ondanks dat hij ook de financiële administratie deed.
Met zestig jaar thuis zitten? Dat was natuurlijk niets voor Kees Heij. ,,Mijn dochter wilde wat kipjes wegdoen. Ik zei: ik weet wel wat. Ik bracht ze naar Buitenzorg. Daar wilde men ze graag hebben.” Van het een kwam het ander: Kees werd uitgenodigd om eens nader kennis te maken met de organisatie. ,,Uiteindelijk heb ik met een groepje cliënten een stukje tuin bijgehouden. Spitten, planten: we deden alles. Ik heb er fijne jaren gehad maar toen ik iemand eens tegen een andere vrijwilliger hoorde zeggen: is die man hier ook nog steeds, toen vond ik het tijd om te stoppen.”
Ik heb er fijne jaren gehad maar toen ik iemand eens tegen een andere vrijwilliger hoorde zeggen: is die man hier ook nog steeds, toen vond ik het tijd om te stoppen
Met zijn vrouw Evertje beleefde hij heerlijke tijden. Samen tijdens vakanties op pad in Nederland en later naar Oostenrijk en Zwitserland. Later koos men voor het vliegtuig om op de vakantiebestemming te komen. Met fietsen en oppassen op de kleinkinderen hield men zich fit. Het huwelijk werd gezegend met twee jongens, Jos en Theo. Er zijn vier kleinkinderen en twee achterkleinkinderen. Ze wonen allemaal in Veenendaal en gaan vaak op bezoek bij opa en oma. ,,Ja, we zorgen goed voor hem”, zegt Annelies. Ze woont aan de Munnikenweg. ,,Elke dag komen we warm eten brengen.”
‘s Middags gaat Kees naar zijn vrouw in De Meent. Daar zitten ze in de recreatiezaal of in het restaurant. ,,Dan zie je nog eens wat”, zegt Kees. ,,In de kamer niet.” Hoe komt hij daar? Komt de taxibus langs? ,,Nee, hoor, ik rijd nog auto. Die staat hier beneden!” Vorig jaar nog heeft hij zijn rijbewijs voor vijf jaar laten verlengen. Hij vindt het zelf geen bijzonderheid om op hoge leeftijd nog auto te rijden. ,,Maar ik zeg wel: kost het mij moeite of doe ik iets verkeerd, dan stop ik er direct mee.” Op dinsdagochtend zit hij met een aantal ouderen in De Cultuurfabriek. De Stichting Goed voor Elkaar zorgt daar voor een gezellig samenzijn. Kees is de oudste.
DICHTER TEUS VAN BEEK
Hoe hebben ze elkaar leren kennen? ,,Ik kende de broer van mijn vrouw en kwam er wel eens thuis.” Dat was bij de familie Van Beek aan het Kostverloren. Voor ‘echte’ Veenendalers: vader was Teus van Beek, de bekende dichter en gangmaker van deze volksbuurt. Diens broer had ook het sigarenfabriekje Beco aan het Kostverloren. Van Beek had een groot gezin met elf kinderen.
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Het bruidspaar 65 jaar geleden. - Martin Brink
,,Mijn vrouw had veel zusters. Ik had ze dus voor het uitkiezen”, zegt Kees met een lach. ,,Ik had een feestavond van de bank in Amersfoort. Ik heb haar gevraagd of ze zin had om mee te gaan. Zo is het allemaal begonnen.” In die tijd werd aan de ouders nog toestemming voor verkering gevraagd: ,,Ik heb tegen haar gezegd: ik wil het wel doen maar niet met alle zusters erbij. Toen ik ‘s avonds kwam was er gelukkig niemand. De ouders vonden het goed.” Voor Teus van Beek was het wel makkelijk dat Kees in de familie kwam. ,,Hij werd vaak gevraagd om als dichter bij een bepaalde gelegenheid iets op papier te zetten. Ik mocht de verzen allemaal uittikken.”
Mijn vrouw had veel zusters. Ik had ze dus voor het uitkiezen
Net als nu was er in de jaren vijftig grote woningnood. ,,We zijn zeven jaar verloofd geweest. En nee, inwonen kon niet. Je hoorde wel eens verhalen dat er woningen in de tuin werden gebouwd maar dat wilden wij niet.” Pas toen een etagewoning op het Rembrandtpark werd aangeboden, besloot het paar in het huwelijksbootje te stappen. ,,Daar verbleven we maar een half jaar. We kochten toen van een oom een woning aan het Verlaat. Daar hebben we lang gewoond. Aan de Praauw vonden we een groter huis. Het trappenlopen werd wat moeilijker en zo verhuisden we naar het Oudeveen.”
HALVE METER SNEEUW
Hoe verliep de huwelijksdag? Het staat hem nog helder bij: ,,De sneeuw stond wel een halve meter hoog!” Het etentje met de familie was in ‘t Trefpunt, het bijgebouw van de Petrakerk. En ‘s avonds was de feestavond. ,,Daar zorgde mijn schoonvader wel voor. Die maakte een mooi gedicht. De samenkomst was in het Ojove, een klein wijkgebouwtje in het Kostverloren.”
Zijn vrouw Evertje was ook actief. Ze speelde altijd op hoog niveau bij de reeds lang opgeheven tafeltennisclub Climax. Ook Kees sloot zich aan ,,Maar ik speelde niet in de Bond, mijn vrouw wel.” Climax had verschillende locaties. ,,ik herinner mij een lokaal aan de Hoogstraat.”
Evertje werkte ook, zelfs na haar trouwen. ,,Ze zat bij Paul Heij aan de Vijgendam op kantoor. Was ze toch in dienst van ‘meneer Heij’. Want zo heette ik immers ook!”



















