Echtpaar Toskansever heeft veel betekend voor de maatschappij betekend. Húseyin Toskansever kreeg in 2001 een koninklijke onderscheiding.
Echtpaar Toskansever heeft veel betekend voor de maatschappij betekend. Húseyin Toskansever kreeg in 2001 een koninklijke onderscheiding. Martin Brink

Bijzonder levensverhaal briljanten echtpaar Toskansever: van gastarbeider tot veelgevraagde vrijwillige tolk

16 oktober 2026 om 09:25 Mensen Nieuws uit Veenendaal Tips van de redactie

VEENENDAAL Wie gaat praten met het echtpaar Toskansever in Veenendaal, moet er de tijd voor nemen, haast mag geen rol spelen. Het echtpaar, dat onlangs 65 jaar getrouwd was, heeft zoveel voor de maatschappij betekend, dat na een gesprek van een paar uur nog lang niet alles is verteld.

door Martin Brink

Dat ervoer burgemeester Gert-Jan Kats onlangs ook toen hij het echtpaar Húseyin Tozkansever (82) en Gülten Tozkansever-Ayar (81) kwam feliciteren met hun 65-jarig huwelijk op dinsdag 1 september. Gebruikelijk is een bezoekje van een half uur, ditmaal was de burgervader een uur kwijt. Hij hoorde over hun bijzondere leven, de toekenning van een lintje en ook over hun bemoeienissen om de Turkse én Marokkaanse gemeenschap in Veenendaal met elkaar te verbinden.

Het echtpaar heeft twee zonen en vier dochters, dertien kleinkinderen, en inmiddels zelfs vier achterkleinkinderen, die allemaal in Veenendaal wonen. Hoe anders verliep het met Húseyin en Gülten, de eerste generatie die een plek moest zien te veroveren in het verre Nederland. ,,Dat was moeilijk”, kijkt Húseyin Tozkansever terug. ,,We waren vooral bang voor de taal, want we kenden geen Nederlands.” Maar met hulp kwamen ze steeds een stapje verder. Voor Húseyin Tozkansever is bijvoorbeeld koningin Juliana ‘zijn’ koningin en ook prijst hij minister-president Ruud Lubbers. De koningin heeft zelfs zijn zoon in handen gehad toen ze in 1976 Veenendaal bezocht en onder meer zalencentrum Aller Erf opende. En met Lubbers had Tozkansever een persoonlijk gesprek over problemen bij huisvesting van Turkse Nederlanders.

Beiden zijn geboren in de provincie Hatay, in het uiterste zuiden van Turkije. Húseyin kwam uit een gezin van zes kinderen. Hij was de vijfde. Moeder Gülten was het tweede kind uit een gezin van zeven kinderen. De levensomstandigheden was niet gemakkelijk en er moest hard gewerkt worden om voor inkomen te zorgen. Daardoor moest Húseyin vroeg van school af. De eerste klas van de lagere school werd afgemaakt, daarna werd hij aan het tapijtknopen gezet. Zijn latere vrouw Gülten leerde pas op latere leeftijd lezen en schrijven. Ze volgde geen onderwijs, maar wel Koranlessen.

TROUWEN

Hoe hebben ze elkaar ontmoet, ze woonden immers zo’n 45 km bij elkaar vandaan? Dochter Leyla Sevinç kent de verhalen: ,,De buren van mijn moeder waren kennissen van de ouders van mijn vader. Er ontstond op een bepaald moment een gesprek over de kinderen en of ze er aan dachten om ze in het huwelijksbootje te laten stappen. Zodoende hebben de buren van mijn moeder aangegeven bij hen dat ze twee buurmeisjes hadden die richting de huwbare leeftijd gingen en misschien geïnteresseerd zouden zijn om kennis te maken. Zodoende zijn opa en oma van vaderskant bij mijn moeders kant geweest. Ze hebben elkaar gezien waarop moeder, in eerste instantie, niet veel in mijn vader zag. Uiteindelijk is toch officieel om haar hand gevraagd, zijn ze verloofd geweest voor negen maanden, en daarna getrouwd. Pas nadat ze verloofd zijn, is er verbintenis tussen hen gekomen. Ze bezochten elkaar regelmatig - als familie - en na negen maanden werd het huwelijk voltrokken.” Hij was zeventien, zij zestien. Voor het huwelijk op vrijdag 1 september 1961 moest nog speciaal toestemming worden gevraagd.

(de tekst gaat verder onder de foto)

Van de trouwdag op vrijdag 1 september 1961 bestaat alleen deze foto. - Martin Brink

Het was ook de tijd dat er nog volop werk was in het westen. Húseyin zag anderen die in Duitsland werkten en voor korte tijd terugkwamen naar Turkije, met bandrecorders en andere luxe goederen lopen. Dat wilde hij ook. Hij meldde zich aan bij een wervingsbureau die in eerste instantie personeel zocht voor de Bondsrepubliek. Hij werd opgeroepen en zou aanvankelijk in de textielindustrie gaan werken. Die positie bleek later niet meer beschikbaar. Later kreeg hij een oproep voor Nederland. In de eerste week van 1970 ging hij werken bij de firma Ten Cate in het Twentse Borne. Het was een moeilijke periode. Enerzijds het verblijf in een groot pension met maar liefst 260 landgenoten en met zeven man op één kamer, anderzijds het grote gemis van zijn vrouw en twee dochters (één van vier jaar en één van zes maanden) in Turkije. Alleen het geld verzoette de arbeid. De heimwee was echter groot. Húseyin wordt er nog emotioneel van als hij daaraan terugdenkt. Zijn gemoed speelt regelmatig op als hij bepaalde facetten uit zijn bewogen leven terughaalt. Maar bovenal overheerst de dankbaarheid die hij van de Nederlanders, de Veenendalers altijd heeft mogen ontvangen. Nooit heeft hij iets van tegenwerking ervaren.

Na een jaar in Borne kwam hij in Veenendaal te werken, de plaats die hij niet kende maar waar hij van is gaan houden en waar zijn hele gezin is opgegroeid én is gebleven. Dit gebeurde met tussenkomst van een kennis van de oma van moederskant. Zij was weliswaar in Turkije, maar kende iemand die weer een kennis in de textielindustrie in Veenendaal had. Zijn nieuwe werkplek werd Carolan, een textielbedrijf aan de Industrielaan waar hij in de spinnerij werd ingezet.

Het werken in een lawaaierige omgeving was niet goed voor zijn lichamelijke gesteldheid. ,,Gehoorbeschermers kenden we niet”, zegt hij. Maar met de huidige generatie gehoorapparaten lukt het verstaan en spreken prima. Hij is lovend over Margriet van Manen uit Veenendaal. Zij was getrouwd met een Turkse man die ook uit de regio kwam waar Húseyin opgroeide. Margriet loodste hem in al die jaren door allerlei officiële instanties. Hij kwam op de Carolan met een paar anderen die bij Van Gelder in Renkum werkten. Samen waren ze bij het begin van de jaren zeventig de allereerste Turkse, toen nog zogenoemde, gastarbeiders in Veenendaal.

Waar hij sliep? Húseyin Toskansever heeft het in zijn geheugen gegrift: ,,Dat was aan de Julianastraat 5.” De grote wens bleef om zijn vrouw en dochters naar Nederland te halen. Aan de Julianastraat kon dat niet. Ondertussen ging hij voor een maand terug naar Turkije. Het was moeilijk en onverteerbaar toen het afscheid naderde. Zijn vrouw stelde hem daar voor de keus: ,,Ik ga mee, of je gaat niet!”

BERGEN

Om een heel lang verhaal kort te maken: in Rhenen, tegenover De Thijmse Berg kon hij een huisje huren. Hij heeft lang daarvoor moeten soebatten bij de vreemdelingenpolitie in Rhenen, zich er regelmatig moeten melden, maar uiteindelijk kreeg hij van de gemeente toestemming. Een rijke Amsterdammer had daar een aantal chalets in de verhuur. In één van de houten gebouwtjes kon hij terecht en toen kon hij ook zijn zwangere vrouw over laten komen. Zij maakte later caravans schoon die de Amsterdammer ook verhuurde. Zijn dochters werden bij familie in Turkije ondergebracht en kwamen veel later naar Nederland in het kader van de gezinshereniging. Zijn zoon werd op 4 augustus 1971 in het Rhenense Julianaziekenhuis geboren. Rhenen deed hem ook een beetje aan thuis denken. ,,Die bergen: prachtig! Ik dacht dat Nederland plat was. Toen ik hier kwam was alles besneeuwd. Dat was precies zoals ik ooit gedroomd had.” Ze woonden een jaar in het chalet.

Ik dacht dat Nederland plat was. Toen ik hier kwam, was alles besneeuwd. Dat was precies zoals ik ooit gedroomd had

Na twee jaar Carolan werd Hollandia Wol (nu de Cultuurfabriek) zijn nieuwe werkplek. Personeelschef Takken haalde hem over.  Takken wilde ook dat zijn vrouw kwam, er was immers werk genoeg en elke arbeidskracht was er één. Zo gebeurde het. Zij zette strengen op klossen. Ondertussen bleef het verlangen naar een grotere woning, maar Húseyin Toskansever besefte maar al te goed dat het bemachtigen van een woning toen al heel moeilijk was. Toen hij hoorde dat een Turkse collega aan het Zuiderkruis iets kreeg, dacht hij: waarom ik niet? Bij Patrimoniums Bouwvereniging kreeg hij bij hoofd verhuur en maatschappelijk werk J. van Eden een gewillig oor. Gevolg: Een woning aan het Zuiderkruis. ,,En die kostte 295 gulden huur per maand. Dat was zelfs een stuk goedkoper dan de kleinere woning in Rhenen”, zegt Toskansever, eraan toevoegend dat de flats toen net opgeleverd waren. ,,Om ons heen was het nog niet bebouwd. Ik stapte buiten bij regen zo in de modder.” Zijn kinderen kon hij naar Nederland halen. Zij gingen naar de overkant naar school. ,,Ik zie ze nog gaan, hand in hand naar de Morgensterschool. En wij maar vanaf het balkon zwaaien…” Er zouden nog ettelijke woningen in Veenendaal volgen om rond 2005 op het huidige adres  neer te strijken.

TAAL

Met de taal had Toskansever steeds minder moeite. ,,Bij Carolan kregen we na werktijd taallessen en dankzij Nederlandse kennissen verder aangeleerd.” Hij bleek een talenknobbel en pakte alles snel op. Bovendien was hij ook het Arabisch machtig. Daardoor speelde hij in Veenendaal een sleutelrol bij allerlei onderhandelingen of bij vertaalwerkzaamheden, bij de huisarts, in het ziekenhuis, op het gemeentehuis, bij de politie, kortom overal waar Turken of Marokkanen alleen al door de taal op een muur stuitten. Toskansever kreeg daarom al snel de bijnaam De Tolk. Het werk bij Hollandia beviel goed. Personeelschef Takken wilde meer Turkse mensen in dienst.

Woonruimte bleef een probleem, maar met de burgemeester werd overeengekomen dat van de tien vrijgekomen huurwoningen er twee voor Hollandia-werknemers gereserveerd zouden worden. Húseyin Toskansever bemiddelde in de komst van zijn landgenoten waar het van mond-tot-mond ging dat er in Veenendaal goed werk voorhanden was. ,,Ik kreeg zestig personen zover dat ze hier naar toe kwamen.” Zo werd hij tegelijk een soort van bemiddelingsbureau. In 1979 ging de Hollandia Wol failliet. ,,Alles werd overgenomen door de Scheepjeswolfabriek, machines en mensen. Zo kwamen mijn vrouw en ik daar terecht. Aan dezelfde machines met dezelfde mensen.” Tot aan het einde van de fabriek in 1988 zouden ze er werken. Nieuw werk vinden bleek niet eenvoudig, Hij kreeg aanbiedingen maar vrienden die het Nederlands minder machtig waren, werden aan de kant gezet. Dat was voor Húseyin een stap te ver. Bovendien kreeg hij veel last van zijn gezondheid. Uiteindelijk werd hij afgekeurd.

Zijn vrouw Gülten pakte, na een aantal jaren voor de kinderen te hebben gezorgd, de draad weer op. Ze ging naar producent van hygiëneproducten Kimberly-Clark, werkte vervolgens bij de producent van koffieapparaten Technivorm in Amerongen, daarna bij SelectPack waar ze volledig verantwoordelijk was voor de kaas-cateringlijn voor de grotere vliegvaartmaatschappijen. Uiteindelijk ging ze met pensioen bij kaasfabriek Leerdam in Wageningen.

(de tekst gaat verder onder de foto)

Het echtpaar Toskansever kreeg op 7 september bezoek van burgemeester Kats. - Martin Brink

VERBINDER

Een nieuwe levensfase breekt aan. Thuiszitten wil de voormalige gastarbeider Húseyin niet en wordt vrijwilliger in de hulpverlening, beter gezegd hij wordt verbinder tussen de Turkse en Nederlandse samenleving maar ook als hoeder van de Turkse cultuur. Om de taal aan de tweede en derde generatie door te geven ging hij praten met de burgemeester en kreeg gedaan dat er een Turkse leraar voor een bepaald aantal uren kon worden aangesteld. Deze man ging langs de openbare scholen in Veenendaal en gaf Turkse kinderen dan bijles. Op een goed moment werd duidelijk dat de gebedsruimte aan de Binnenronde in zuid te klein werd. Hij zag dat de peuterspeelzaal aan de Pollux leeg stond. ,,We kregen na lang praten toestemming om het als moskee in te richten”, weet Húseyin nog. Zo werd de Ihlas Moskee in 1988 daar een feit. Húseyin werd voorzitter van het moskeebestuur. Om iedereen kennis te laten maken met de cultuur werden er jaarlijks open dagen gehouden en andere kerkgenootschappen uitgenodigd om van elkaar te leren. Viermaal per jaar werd er door hem een gezamenlijk feest georganiseerd. Deze uitnodigingen werden op den duur wederzijds. De Turkse gemeenschap werd dus ook op feestdagen in de kerken en buurthuizen uitgenodigd. 

VROUWEN

Moeder Gülten Tozkansever was lid van het Internationaal Vrouwencentrum Veenendaal. Hier kwamen vele vrouwen met vele verschillende nationaliteiten bijeen om ook daar elkaar beter te leren kennen. Zo was ze betrokken bij het organiseren van verschillende cursussen (kooklessen, naailessen, fietslessen waar ze zelf ook heeft leren fietsen). Daarnaast was ze ook betrokken bij talloze feesten die werden georganiseerd, bijvoorbeeld 8 maart, de Internationale Vrouwendag. ,,Mieneke Stokking uit Veenendaal was regelmatig bij ons thuis op bezoek om ruggespraak te houden met mijn moeder hierover”, weet dochter Leyla. 

Zelfs vader Húseyin Toskansever was betrokken bij het Internationaal Vrouwencentrum, maar dan op een hele andere manier. Veel jongeren wilden graag ook culturele activiteiten uitvoeren in Veenendaal. Hierdoor ontstond het idee om een Turkse volksdansgroep op te zetten. De groep kwam in het vrouwencentrum bijeen en daar werd er geoefend. Ook hebben ze als groep deelgenomen aan volksdanswedstrijden waarbij ze diverse prijzen mochten winnen. ,,We hebben overal opgetreden. We lieten video’s overkomen uit Turkije en deden de streekdansen na”, weet één van de dochters nog. Ook stond Húseyin Toskansever aan de basis van de oprichting van een Turkse voetbalclub.

(de tekst gaat verder onder foto)

De oorkonde behorende bij de koninklijke onderscheiding. - Martin Brink

ONDERSCHEIDING

Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij voor al zijn vrijwillige werkzaamheden op donderdag 25 januari 2001 een koninklijke onderscheiding kreeg toegekend, iets waarop hij niet had gerekend en waarop hij nog altijd zeer trots is. Het is een ultieme erkenning voor hem.

Tot slot laat dochter Leyla weten: ,, Na het pensioneren van onze ouders gingen zij elk jaar een paar maanden op vakantie naar Turkije. Helaas is dit na de aardbeving van 2023 niet meer mogelijk geweest omdat de stad weer opgebouwd moet worden. Alles is totaal verwoest en dat raakt onze ouders diep.”

Van de trouwdag op vrijdag 1 september 1961 bestaat alleen deze foto.
De oorkonde behorende bij de koninklijke onderscheiding.
Het echtpaar Toskansever kreeg op 7 september bezoek van burgemeester Kats.
Mail de redactie
Meld een correctie

Martin Brink
Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie