Het diamanten echtpaar Jan en Johanna Doornenbal kreeg op woensdag 27 mei bezoek van burgemeester Géran Kaai.
Het diamanten echtpaar Jan en Johanna Doornenbal kreeg op woensdag 27 mei bezoek van burgemeester Géran Kaai. Jan van den Brink

Jan en Johanna Doornenbal vieren zestigjarig huwelijk: ‘Jij bent en blijft een grensgeval!’

9 juni 2026 om 11:07 Mensen Nieuws uit Rhenen Tips van de redactie

ELST Jan en Johanna Doornenbal zijn zestig jaar getrouwd. Johanna over haar man Jan: ,,Ik zeg wel eens: jij bent een blijft een grensgeval!” Die uitspraak moet dan wel zeer letterlijk worden genomen. Jan Doornenbal is geboren en getogen in het Gelderse Spijk. De achtertuin van zijn ouderlijk huis grensde namelijk aan Duitsland. Nu woont hij samen met zijn Johanna Doornenbal-Wijkniet in Elst met, aan de rand van de zijtuin, de afscheiding die de grens vormt met de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Het kan allemaal dus vreemd lopen. Het paar vierde op woensdag 27 mei hun diamanten huwelijk. Vanwege die mijlpaal kwam burgemeester Géran Kaai hen op die dag namens de gemeente de hartelijke gelukwensen overbrengen.

door Martin Brink

Jan is 81, zijn vrouw Johanna telt 77 jaren. Ze wonen meer dan vijftig jaar aan de rand van Elst, aan De Oude Weg, schuin tegenover molen ‘t Wissel, die tegenwoordig nog alleen maar ‘voor de Prins’ draait. Er wordt dus niet echt gemalen. Johanna: ,,Die molen heeft constante zorg nodig. Dan is het weer een nieuwe kap, dan weer nieuwe wieken. Ik zeg wel eens: als het nou elk jaar onderhouden wordt, dan heb je er minder zorg aan. Als ik aan een huis niets doe, dan zakt het ook in elkaar.”

Johanna neemt geen blad voor de mond en zegt waar het op staat. Ze toont de uitnodiging voor de omwonenden. ,,Kijk, op 29 mei zijn we daar uitgenodigd voor een gezellige samenkomst met de buurt omdat er weer een restauratie is afgerond.” Ooit behoorde dit deel tot de gemeente Amerongen. In januari 2006, met de herindeling naar de gemeente Utrechtse Heuvelrug, ging het Elsterse deel naar de gemeente Rhenen. ,,Nee, daar hebben we niets van gemerkt, hoor. Alles bleef hetzelfde”, zegt Johanna. Jan grapt: ,,Ik moet nu wel een stuk verder naar het gemeentehuis rijden als ik zaken moet regelen. Vroeger was het een klein stukje naar Amerongen.”

RUSTIG

Ze wonen er rustig, het leven kabbelt daar een beetje voort. Passanten komen niet langs hun huis, de oude weg van Elst naar Amerongen langs de windkorenmolen, ligt immers een vijftigtal meters verderop. Kortom, het is een rustig, bijna vergeten, deel van de gemeente Rhenen.

Zestig jaar getrouwd. De tijd vliegt voorbij. Johanna en Jan zullen de laatsten zijn om dat te ontkennen. Ze willen graag terugkijken op al die jaren. Blijde hoogtepunten waren natuurlijk de komst van de twee kinderen, een zoon en een dochter. Zij zorgden voor drie kleinkinderen, één meisje en twee jongens. Ze wonen weliswaar niet in de directe omgeving (in Kesteren en Gaanderen), maar toch komen ze regelmatig langs. Voor het echtpaar is dat prima. ,,Ze hebben hun eigen leven”, zegt Johanna.

STEENFABRIEK TIMMERMANS

Jan komt uit een totaal andere omgeving, Johanna is geboren en getogen in Elst, van ouwer op ouwer zelfs. ,,Mijn ouders en mijn grootouders woonden hier al. Jan is geboren en getogen in Spijk (gemeente Zevenaar), een dorp van ruim tweehonderd inwoners, direct tegen de Duitse grens aan. Het gezin telde acht kinderen. Echt doorleren zat er niet in. Zijn oudere broer volgde de ambachtsschool, maar Jan wilde met zijn handen wat verdienen. Na acht jaren lagere school ging hij net als zijn vader de fabriek in. De steenfabriek wel te verstaan, zoals er zovele hebben gestaan langs de oevers van de Nederrijn. ,,Ik werkte op de steenfabriek Terwindt en Arntz. Mijn vader ook. Hij was er machinist. Ik deed er allerlei werkzaamheden.”

Ook in zijn tijd was het werk niet alom voorhanden. Vooral nadat zijn vader met zijn been in de steenpers terecht kwam, toen moest hij op zoek naar iets anders. Andere steenfabrieken wilden hen niet aannemen omdat zijn opa een bondsman zou zijn geweest, waarbij ze dachten dat er dan de nodige problemen kwamen. ,,Hier op de steenfabriek van Timmermans in Elst werkte al iemand anders uit Spijk. Die zei: daar is niets van waar, die moet je hebben, dat zijn harde werkers! Zo zijn we hier gekomen.”

VAN BREIERIJ NAAR SUPERMARKT

En Johanna? Ze werd geboren op de Engweg in Elst en verhuisde later naar de Franseweg. Het gezin telde drie kinderen: ze had dus nog één broer en één zus. Vader werkte op de Schimmelpenninck Sigarenfabriek in Wageningen. Daarvoor zat hij op de knopenfabriek in Rhenen. Hij was ook bezorger van de Veenendaalse Courant van Wim van Son. ,,Die moest altijd stipt op vrijdag bezorgd worden. Daar keek Van Son persoonlijk op toe.” Johanna zat op de openbare lagere school aan de Rijksstraatweg en ging daarna naar de huishoudschool in Rhenen. Ze werkte kort bij breierij Kiewiet aan de Rijksstraatweg in Elst. ,,Ik mocht daar op de machine knoopsgaten maken, omzomen en stof knippen. Die fabriek ging failliet. Het binnen zitten vond ik iets vreselijks en kwam toen terecht bij de supermarkt in Heelsum. Dat was afwisselend werk. Daar ben ik tot mijn trouwen gebleven. Vervolgens heb ik mensen nog wel in het huishouden geholpen. Toen de kinderen kwamen, was ik er echt voor hen.”

Hoe zijn beiden tot elkaar gekomen? Johanna: ,,We zagen elkaar wekelijks op zaterdag bij Strinus van den Berg, de patatzaak aan de Rijksstraatweg. In die tijd leverde je loon in en kreeg je zakgeld. Daar kocht je een patatje van met een colaatje. Dat was het. Daar zag ik hem wel eens.” Jan kan dat beamen. Het werd allemaal wat steviger toen hem ter ore kwam dat Johanna naar een optreden zou gaan van Anneke Grönloh in jeugdherberg De Eikelkamp in Elst. ,,Ik hoorde dat ze twee kleine meisjes begeleidde. Ik zei: mag ik met je meelopen? Zo is het verder gegaan en kregen we vaste verkering.”

(tekst gaat onder de foto verder)


Het paar tijdens de trouwdag, donderdag 27 mei 1965. - Artifoto

TOEN VEEL GEZELLIGER

Johanna wil nog wel iets kwijt over Elst in die tijd: ,,Het was toen veel gezelliger dan nu. Beheerder Holierook van De Eikelkamp zorgde er altijd voor dat er wat te doen was. Er was een lichtjesweek, een fakkeloptocht door Elst, hij organiseerde allerlei spelen en zorgde dat kinderen een optocht konden maken met de muziek voorop. Later is daar het dorpshuis met allerlei activiteiten voor in de plaats gekomen.”

De trouwdag zestig jaar geleden was traditioneel. Zij werd vanaf haar woonhuis opgehaald door Jan. Hij had een keurige pandjesjas gehuurd. De zwart-wit fotoreportage, gemaakt door Artifoto uit Veenendaal, getuigt daar nog van. Later vonden ze daar nog iets opmerkelijks in. Johanna: ,,Jan heeft zijn hoge hoed op alle foto’s zo vast dat het lijkt alsof hij aan het collecteren is! Hij had de hoed met de open kant eigenlijk tegen zijn lichaam moeten houden.”
Als verrassing vertelt Johanna dat ze de trouwjapon nog steeds heeft. ,,Die heb ik nooit weg kunnen doen. De sluier heb ik echter niet meer. Daar heeft mijn dochter mee gespeeld. Mijn doopjurk heb ik ook nog.” Ze haalt de trouwjurk, die onder handbereik is, voor de dag. ,,Nee, deze heb ik niet zelf gemaakt maar gekocht in Arnhem.”

(tekst gaat onder de foto verder)


De trouwjurk heeft Johanna al die jaren bewaard. - Martin Brink

Na de huwelijksceremonie op de oude gemeentehuis van Rhenen werd voor familie en bekenden een receptie thuis gehouden.
Jan vervulde eerder zijn militaire dienst en keerde daarna bij de steenfabriek terug. Het werk werd op zijn 21ste toch te zwaar, zeker nadat hij vaak werd ingeschakeld voor de meest intensieve klussen. Hij besloot iets anders te zoeken. Het werd het polijstbedrijf van Jos Veenhof aan de Engweg in Elst. ,,Daar heb ik zeven jaar gewerkt. Hij deed slijpwerkzaamheden voor de Gero in Zeist.” Uiteindelijk keerde Jan terug naar de steenfabriek van Timmermans, vooral omdat hij tegen een schappelijke prijs een huis kon huren, daar waar hij tegenwoordig nog steeds woont. Maar lichamelijk werden het tropenjaren. Op zijn veertigste werd hij deels afgekeurd. Johanna: ,,ik hoor hem door de telefoon nog tegen de man van het UWV zeggen op diens vraag wat hij zou willen doen: ‘Mijn lijf is minder, maar mijn hoofd is nog zo goed als nieuw!” Jan liet zich omscholen in de elektronica en ging werken bij Brooks Instrument in Veenendaal. Daar zou hij zestien jaar blijven. ,,Op een goed moment besloten ze om afdelingen te verhuizen naar Hongarije. Daarom kon ik er op mijn zestigste vervroegd uittreden. Ik overlegde met Johanna: redden we het met wat we dan krijgen?” Dat bleek positief en beiden hebben er nooit spijt van gehad.

DOOSJE MET ZON

De houten bedrijfswoning, één van de drie overigens, was dus aan De Oude Weg. Jan Doornenbal: ,,We hebben het later kunnen kopen. De gemeente Amerongen had wel een belangrijke wens: binnen vijf jaar moest het een stenen woning worden.” Ze vermaken zich prima op de grens van Elst. Er valt altijd wat te klussen en omdat Jan twee rechterhanden heeft komt hij de dag wel door. Hij heeft hobby’s genoeg, zoals lassen en schilderen. ,,Ik zie dat de molen in de tuin weer een nieuwe onderkant nodig heeft”, zegt hij daarop voortbordurend. En in de woonkamer zijn verschillende schilderstukken te vinden met daarop zijn ouders, schoonouders, kinderen en kleinkinderen. Gemaakt vanaf foto’s. Het geeft aan hoe veelzijdig Jan is.

(tekst gaat onder foto verder)


Het echtpaar in de zijtuin. Het hek aan het einde van het pad markeert de grens tussen de gemeenten Rhenen en Utrechtse Heuvelrug. - Martin Brink

Dat geldt ook voor Johanna. ,,Ik wandel elke dag, zo het bos in, hier aan de overkant.” Wat dat betreft voelen ze zich gezegend met de mooie omgeving waarin ze wonen. Johanna: ,,Ik wandel ‘s morgens heel vroeg alleen. Dan hoor je de vogels, zie je de zon en ruik je het bos. Ik zeg wel eens: dat alles zou je in een doosje moeten stoppen en meenemen om op bepaalde momenten te kunnen openen...”

Ook Jan kan dat beamen. ,,Ik loop ook, maar zonder haar. Ik kies mijn eigen tempo.” Johanna fietst ook nog: ,,Een ‘rondje pont’ bijvoorbeeld. Pak ik hier bij Elst de pont en ga ik aan de overkant via een andere pont weer terug.” En o ja, beiden hebben ook zangkwaliteiten. Johanna: ,,Ik kwam thuis te zitten en ik dacht: ik wil toch iets doen. Ik zei tegen hem: ik ga op een koor. Dan ga ik mee, zei hij. Ik dacht: dat is een cadeautje. Zo zijn we al zeker tien jaar lid van het Rhenense koor ‘Oud Bruin & Jong Belegen’. We zingen populaire, meest Hollandse liederen. Rond de coronatijd zakte het ledental flink. We bleven met tien personen over. Ik zei: nog even en dan kunnen we als duo optreden. Nu krabbelen we met twintig leden weer langzaam op.” Jan is tegenwoordig vooral achter de draaitafel te vinden.

Het zestigjarig huwelijksfeest werd op zaterdag 30 mei met een barbecue gevierd bij The House of Bird, de horecagelegenheid in de voormalige zandafgraving Kwintelooijen. ,,Daar hebben we eens gegeten en dat beviel goed.”

Tot slot: ,,Deze omgeving biedt zoveel moois. Ook hoe gelukkig je daarvan kan worden. Het mooie is dat dat ook helemaal niets kost!”

Het echtpaar in de zijtuin. Het hek aan het einde van het pad markeert de grens tussen de gemeenten Rhenen en Utrechtse Heuvelrug.
Het paar tijdens de trouwdag, donderdag 27 mei 1965.
De trouwjurk heeft Johanna al die jaren bewaard.
Mail de redactie
Meld een correctie

Martin Brink
Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie