
Natalie Kriek vol met plannen voor Stadsmuseum Rhenen: ‘Moet altijd Rhenens haakje hebben’
26 april 2025 om 07:00 Kunst Nieuws uit Rhenen Tips van de redactieRHENEN Het geheim van het Oude Raadhuis is de kelder. De kelder is niet openbaar en wordt gebruikt als opslag én klusruimte voor onder meer de nieuwe exposities van het Stadsmuseum Rhenen. Het is de ambitie van de nieuwe directeur/conservator Natalie Kriek om die ruimte een waardige invulling te geven.
door Martin Brink
,,Hoe mooi zou het zijn als hier de Merovingische goudschat op bruikleenbasis of in eigen beheer permanent getoond kan worden. Dit is daarvoor dé ideale omgeving”, steekt Kriek van wal. Het is één van de plannen van Kriek die ze samen met het museumbestuur heeft ontwikkeld en in het beleidsplan opgenomen. Er zijn nog veel meer ambities. Eigenlijk zit het in de lijn die de vorige directeur, Maike Woldring, heeft ingezet.
(de tekst gaat onder de video verder)
![]()
De gewelvenkelder van het Oude Raadhuis is een verborgen parel waar een passende expositie zou moeten komen. - Martin Brink
Zij gaf het wat ingeslapen museum de noodzakelijke ‘schwung’ en, beter nog, ze zette het op de nationale kaart. De spraakmakende expositie ‘Gouden Vrouwen, Frankische schatten thuisgebracht’, die de mooiste voorwerpen toonde die ooit zijn gevonden in middeleeuwse graven, trok vorig jaar liefst tienduizend bezoekers uit het hele land. Voor een relatief klein museum als in Rhenen werkelijk een unicum. Die schat werd gevonden tijdens werkzaamheden om de weg te verbreden na het opheffen van de tramlijn, in 1951 bij de Donderberg. Het was een middeleeuwse begraafplaats dat na onderzoek het grootste Frankische grafveld van ons land bleek te zijn.
RHENENS HAAKJE
Natalie Kriek (55) is sinds 1 januari verbonden aan het Stadsmuseum Rhenen, daarvoor zat ze vijftien jaar in het Stadsmuseum Veenendaal. Met landelijk trekkende exposities wist dat museum het nodige publiek te enthousiasmeren. Met presentaties van kunstenaars als Marius van Dokkum en Henk Helmantel maar ook van schilders van de Cobra-groep trok men veel bezoek naar Veenendaal. Maar in Rhenen gaat dat anders. ,,Het zal altijd een Rhenens haakje moeten hebben”, beseft ze.
Voor Kriek begon het eigenlijk met de expositie Gouden Vrouwen waarin Frankische goudschatten werden getoond die aan de rand van Rhenen werden gevonden. Ze zijn werkelijk uniek in Nederland maar niets herinnert er nog aan. Kriek: ,,Ik bezocht de expositie en was helemaal onder de indruk van al het mooie wat ik zag. Ook in de vaste expositie. Maar dat komt natuurlijk ook door het gebouw. Alleen al de ligging. Als mensen ons willen bezoeken hoef ik alleen maar te zeggen: we zitten naast de Cunerakerk. Die ziet men al van verre.”
Het pand is ook ingericht als VVV-shop, als trouwlocatie, film- en presentatiezaal, en een museumcafé waar bij mooi weer ook in de unieke museumtuin plaats kan worden genomen.
(de tekst gaat onder de video verder)
![]()
De reproductie van de ‘Inname van Rhenen in 1499’ is echt een kijkschilderij. De wens is om ooit het origineel te tonen in Rhenen. - Martin Brink
VEEL MOGELIJKHEDEN
Kort na haar bezoek besloot ze te solliciteren op de functie van Woldring, die met vervroegd pensioen ging. Ze werd gekozen en ziet het als een mooie uitdaging. Inmiddels heeft ze de Rhenense historie helemaal opgezogen. Een rondleiding presenteert ze geheel zelfstandig en bij wijze van spreken vanuit haar broekzak. ,,Maar ik vraag nog wel veel aan vrijwilligers, zo leer ik steeds bij”, zegt ze bescheiden.
Ze ziet veel (nieuwe) mogelijkheden in de beschikbare expositieruimte die rond de 420 m2 telt. Ze is ook lovend over de vele schilderijen die in het museum te zien zijn, in opslag liggen, die bij particulieren hangen of in andere museumdepots bevinden. ,,Schilders van naam hebben Rhenen op de kaart gezet. Ik kan mij dat ook goed voorstellen. Dat was de tijd dat bekende meesters naar buiten gingen en langs de zuidkant van de rivier trokken. Vervolgens werd besloten om in Rhenen te stoppen nadat men de Cuneratoren en de fraaie ligging van het stadje zag. Zo hebben schilders van naam Rhenen geschilderd. Niet alleen Jan van Goyen maar ook Pieter Saenredam en Rembrandt.”
(de tekst gaat onder de video verder)
![]()
Depot in de kelder. Het gewelf en de nissen nodigen uit om er iets passends van te maken. - Martin Brink
Van Goyen maakte liefst 28 schilderijen van Rhenen maar slechts twee zijn te zien in het Stadsmuseum. De één is een bruikleen, de ander is de in 2022 met steun van stichtingen, fondsen én dankzij (Rhenense) verenigingen en particulieren verworven ‘Gezicht op Rhenen’ uit 1649. Beide hebben een prominente plek op de bovenste etage van het museum.
AMBITIE
In twee verdiepingen is de collectie opgebouwd rond de thema’s Schatten, Strijd en Schoonheid. Daarin zijn alle hoogte- dan wel dieptepunten uit de rijke geschiedenis van het Grebbestadje samengevat. Krieks ambitie is om Rhenense historiestukken te ontdekken in andere depots of bij particulieren om ze tijdelijk of permanent naar Rhenen te halen.
(de tekst gaat onder de video verder)
![]()
De muntschat van Remmerden omvat veel kleine muntjes waarvan een klein deel in het museum is te zien. - Martin Brink
Als voorbeeld noemt ze de schedelreliek van Cunera maar ook de muntschat van Remmerden, waarvan een aantal opmerkelijk kleine muntjes in bruikleen zijn van De Nederlandsche Bank. ,,Daar moet dus de rest liggen. Hoe komen ze daar? Kunnen we nog meer tonen? En dan de kunst uit het Zomerpaleis van Frederik van de Palts en Elizabeth Stuart. We weten dat hij een enorm kunstliefhebber was en het gebouw vol hing met kunstvoorwerpen. Waar is dat allemaal gebleven? Ook dat is een punt van onderzoek maar ik weet wel dat een deel in het Rijksmuseum terecht is gekomen en een ander deel zich in het buitenland bevindt.”
INNAME VAN RHENEN
De inname van Rhenen in 1499 is een overbekend schilderij. Een kopie, in eigendom van de gemeente, hangt in het stadsmuseum. ,,Dat is een echt kijkschilderij. Daar is zoveel op te ontdekken. Jongeren hebben er altijd veel vragen over. Het is een kopie uit 1900. Het zou interessant zijn als we hier ook het origineel zouden kunnen tonen.”
De nieuwe conservator vindt ook dat de in Rhenen gevonden Merovingische goudschat in Rhenen thuishoort. Toen de schat in 1951 werd aangetroffen was het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden de aangewezen instelling om het verder te onderzoeken en ontfermde zich dus over de Rhenense schat. In het stadje zelf was daar geen mogelijkheden voor.
(de tekst gaat onder de video verder)
![]()
De gewelvenkelder van het Oude Raadhuis is een verborgen parel waar een passende expositie zou moeten komen. - Martin Brink
GEWELVENKELDER
Maar dat is nu anders. Natalie Kriek ziet vooral de kelder als een passende en waardige plek. Want wie de trappen afdaalt komt terecht in het oudste deel van het gebouw dat in fases na de grote stadsbrand van 1400 is opgetrokken. Het is een gewelvenkelder, weliswaar niet vergelijkbaar met de iconische Utrechtse grachtenkelders, maar de associatie dringt zich wel op. Het is een verborgen ‘schat’ waarvan zij en het bestuur vinden dat daar iets mee moet gebeuren.
RESTWARMTE VAN TOOR
Inmiddels heeft ze ook al persoonlijk kennisgemaakt met de 42 vrijwilligers. ,,Zo ontdek ik waar de kwaliteiten van de personen liggen. Dat is altijd handig. Zo hebben we een oud-bakker onder ons, Peter Kevenaar. Hij ontwikkelde helemaal zelf de Cunerakoekjes. Die worden in de restwarmte van de ovens van Bakkerij Van Toor gemaakt. Met de expositie ‘Op de Vlucht’ over Rhenen als toevluchtsoord en de vluchtende bevolking maakte hij koekjes in de vorm van een koffertje. Want als je vlucht, neem je immers een koffer mee. Daar is echt over nagedacht.”













