
Veenendaler schrijft kroniek over meer dan tachtig ‘gewone gezinnen’ aan het Klein Schutje
24 augustus 2023 om 07:05 HistorieVEENENDAAL Een boek over gewone, hardwerkende bewoners van het Klein Schutje (nu Valleistraat) tussen 1939-1950. Mensen met kinderrijke gezinnen die het brood in het ‘zweet huns aanschijns’ moesten verdienen. Het leven was werken, de hof bijhouden en de vele kindermonden vullen. En dat onder omstandigheden die we nu nog maar amper kunnen voorstellen.
door Martin Brink
Dat alles in de vaak ijdele hoop op een betere toekomst. Het was meer een kwestie van overleven. We kunnen ons die weinig benijdenswaardige situatie nog nauwelijks inbeelden, hoewel het nog niet eens zo lang geleden plaatsvond. Dat alles komt naar voren in het binnenkort te verschijnen boek ‘Klein Schutje. Een vergeten straat in Stichts Veenendaal 1939-1950’.
Jan Bos is de auteur ervan. De Veenendaler heeft er een diepgravende studie (,,Waar ben ik ooit aan begonnen?”) van gemaakt. De hoofdstukken zijn volgens een vast stramien opgebouwd. De teksten zijn soms wat zakelijk en beschouwend, anderzijds schakelt hij moeiteloos om naar meer inlevende sfeertekeningen.
VADER EN GROOTOUDERS
Jan begon er niet zomaar aan. Zijn vader Cees en grootouders Kees en Heintje Bos woonden aan het Klein Schutje, sinds 1950 opgegaan in wat vanaf dat jaar de Valleistraat heet. Een omgeving toen bewoond door een enkele middenstander en boer. Verder vooral door mensen die op één van de vele fabrieken werkten waarmee Veenendaal groot is geworden. Een straat die ook de grens was tussen Stichts (provincie Utrecht) en Gelders Veenendaal (gemeente Ede).
(De tekst gaat verder onder de foto.)
![]()
Onderzoeker en auteur Jan Bos. Hij toont een frappante gelijkenis met zijn grootvader. - PR
Klein Schutje was Stichts, de overkant heette het Benedeneind en behoorde tot het Gelderse deel van het dorp. De straat werd ooit doorsneden door de Grift die in fases werd gedempt. De grens liep in het midden hiervan. In alle publicaties over Veenendaal miste hij een uiteenzetting van het gewone leven. Die van de arbeidende bevolking dus. Er zijn genoeg boeken over middenstanders en fabrieksdirecteuren, notarissen en leraren, zogezegd de kleine ‘bovenlaag’ van Veenendaal. Niet zelden hadden zij mooie en goedlopende zaken in het centrum en woonden ze in villa‘s langs de Kerkewijk, de meest deftige straat van de plaats. Maar boeken over de ‘gewone man’, die moeten we met een lampje zoeken.
UIT DE OUDE DOOS
Rik Valkenburg deed een goede poging in de jaren zestig met Uit de oude doos deel 1, jaren later gevolgd door deel 2. Rik schreef in 1985 ook een nu volledig achterhaald straatnamenboekje waarin hij zijn fantasie de vrije loop liet gaan over Klein Schutje, waarvan hij meende dat het allemaal begon met een ‘klein schuitje’.
Vervolgens maakte hij er een sterk geromantiseerd verhaal van. Uiteindelijk blijkt de naam afkomstig te zijn van een schutje in de Bisschop Davidsgrift, ter hoogte waar nu de Valleistraat begint, nabij het blokje woningen Zuidveen. Met schutten kon de waterstand op peil worden gehouden. In die buurt zou ook een scheepswerf hebben gelegen. Ook in boeken van Sjoerd de Jong komen we herinneringen van autochtone Veenendalers tegen. Voor Jan Bos (65) was dat evenwel niet genoeg.
COMBINATIE
Hij wilde meer weten. Zijn verhalen werden zo een combinatie van oral history, zeer gedegen archiefonderzoek en soms conclusies trekken. Dat begon allemaal toen hij zijn pensioen naar voren haalde en zo meer tijd kreeg voor andere zaken, zoals onderzoek doen in archieven. De geboren en getogen Veenendaler begon ooit als agent van het Korps Rijkspolitie in Leersum en klom op naar uiteindelijk docent op de hbo-opleiding van de Politieacademie in Apeldoorn.
INGEVING
Maar waarom begint hij aan een boek over het Klein Schutje? Jan Bos verklaart: ,,Kort voordat mijn vader overleed (Cees Bos, geboren in 1924, red.) heb ik aan hem informatie gevraagd over zijn jeugd waarbij Klein Schutje aan bod kwam. Ik had via de gemeente al lijsten opgevraagd wie er in een bepaalde periode hebben gewoond. Ik ben met mijn vader de hele straat afgegaan en over iedereen wist hij wel wat te vertellen; wie woonden daar, scheldnamen en soms bijzondere anekdotes. Na zijn overlijden kreeg ik de ingeving om daar wat mee te doen.”
(De tekst gaat verder onder de foto.)
![]()
Bewoner Evert Vink van Klein Schutje 22 met bloemen op weg naar de Markt. - Foto uit boek
Toen ik het idee op Facebook postte, kwamen daar zoveel spontane reacties op
Hij ging het idee nader uitwerken. ,,Toen ik het op Facebook postte, kwamen daar zoveel spontane reacties op, dat ik mijn voornemen in een doel wilde omzetten. Dat onderzoek heeft ruim twee jaar geduurd, waarbij ik familieleden en anderen die dichtbij de bewoners stonden heb geïnterviewd. Ik nam hun verhaal op en werkte dat later thuis uit, waarna ik met de beschikbare gegevens en foto’s en andere documenten een verhaal schreef over dat pand en de bewoners die daar in ieder geval tussen 1939-1950 hebben gewoond. De keuze voor die data is geweest dat in 1939 het Klein Schutje nog een keer vernummerd werd en in 1950 de Valleistraat werd.”
Het is een hele zoektocht geweest om van de 74 woningen waarbinnen in het genoemde tijdsbestek 83 gezinnen hebben gewoond, mensen te spreken te krijgen die informatie konden verschaffen. Bos: ,,Via zoektochten op internet, hulp van medewerkers van de gemeente en de begraafplaats is het me uiteindelijk gelukt om van 82 gezinnen familieleden of andere mensen te spreken te krijgen die me informatie konden verschaffen. Helaas wilde één familie geen medewerking verlenen, maar op basis van andere externe bronnen heb ik toch een verhaal kunnen schrijven.”
VERGELIJKING
De verhalen zijn ongeveer gelijk opgebouwd qua structuur, waarbij feitelijk het hele leven van de bewoners van de geboorte tot hun overlijden aan de orde komt. Er wordt beschreven uit welk gezin ze kwamen (met hoeveelheid kinderen), naar welke scholen ze gingen, welk werk ze hebben gedaan, waar ze verder gewoond hebben, hoe ze als persoon in elkaar zaten, welke anekdotes of bijzonderheden zijn er verder over ze te vertellen en wanneer ze gestorven zijn.
Ook is voor de meeste woningen de historie onderzocht qua eigendomsrechten en wanneer de woningen (en ook de naam Klein Schutje) ontstaan zijn. Omdat de inwoners op bepaalde scholen gezeten hebben, veelal de fabriek hebben bezocht en allen wel te maken hebben gehad met de militaire dienst, worden deze aspecten in aparte hoofdstukken beschreven en worden de scholen, fabrieken en militaire dienst in de afzonderlijke verhalen kort aangehaald of uitvoeriger beschreven.
Verder wordt voor zover mogelijk een vergelijking gemaakt tussen de woningen zoals ze destijds bestonden (via foto’s of bouwtekeningen) en de huidige periode aan de hand van foto’s die dit jaar zijn genomen.
(De tekst gaat verder onder de foto.)
![]()
Gemobiliseerden vermaken zich in 1939 op een aak aan het Klein Schutje/Benedeneind. Rechts is het Benedeneind. - Mevr. Berendse-Drost
VRESELIJK VOORVAL
Hoewel Jan Bos vooral de periode 1939-1950 beschrijft en daarin alle 83 gezinnen van de 74 woningen een plaats heeft gegeven, is het niet te vermijden om ook op eerdere tijden terug te grijpen. Om zo duiding te geven aan het geheel. Wat te denken hiervan, een bericht uit de Amerongsche Courant van donderdag 28 februari 1889?
Jan kreeg het aangereikt en verwerkte het dankbaar in één van de hoofdstukken. Het gaat om een vreselijk voorval, wellicht illustratief voor een arbeidersbuurt: ‘Alhier is het 9-jarig dochtertje van Albert van Ravenswaaij, aan het Klein Schutje, voorover in een pot met kokende pap gevallen. De kleine bekwam zeer ernstige brandwonden en is donderdag overleden.’
Het roept veel vragen op. Een prepuber - de krant spreekt in die tijd nog over ‘kleine’ - voorover gevallen in een pot kokende pap? Die pot moet dan wel heel groot zijn geweest en stond zonder twijfel op een kacheloven die met hout of kolen werd gestookt. Maar pap? Bedoeld voor ‘s morgens voor het naar school gaan of voor tussen de middag om dat snel naar binnen te werken? En stond ze op een krukje om zo beter te kunnen roeren waardoor ze haar evenwicht verloor? Dat zou zomaar kunnen. Het moet in ieder geval een groot drama zijn geweest in deze volksbuurt.
Jan Bos achterhaalde wat achtergronden. ,,Van Ravenswaaij woonde aan het Klein Schutje 71. Deze Albert was de vader van degene waar ik over schrijf. Die heet Frederik en was dus het jongere broertje van het betreffende meisje dat Neeltje heette.” Jan vond later nog meer details: ,,Bij haar overlijden telde het gezin zeven kinderen, dus een grote pot was nodig. Toen Neeltje overleed, werd in datzelfde jaar weer een meisje geboren. Dat werd ook Neeltje genoemd. Zo ging dat in die tijd. In totaal kregen ze twaalf kinderen!” De moeder was dus al zwanger van Neeltje 2.
Toen Neeltje overleed, werd in datzelfde jaar weer een meisje geboren. Dat werd ook Neeltje genoemd
Hij ontdekte ook zaken waarop hij geen antwoord vond. Onduidelijkheden haalden het boek dus niet. Een goed voorbeeld is een geheimzinnig briefje, begin jaren negentig aangetroffen door leerlingen van het Ichthus College in een verlaten pand aan de Munnikenweg. Het werd hem aangereikt door een collega-onderzoeker. De leerlingen vonden daar een stapel formulieren, daterend uit het voorjaar van 1945, waaruit bleek dat in de woning een administratief steunpunt was van de Organisatie Todt. Deze organisatie zorgde onder meer voor de (her)bouw van stellingen in de omgeving. Arbeiders werden vaak gedwongen aan het werk gezet.
GEHEIMZINNIG BRIEFJE
Eén van de briefjes met bijzonderheden over de werksituatie, dateert van 5 april 1945 en vermeldt de namen C.G. Meurs (geboren op 26 januari 1923) en woonachtig aan het Klein Schutje 4 en W.A. Meijer (19 januari 1883), Klein Schutje 10. Aan de ‘eerste leider’ wordt bericht dat ze als smid werkzaam zijn. Het briefje wordt ondertekend door onderafdelingshoofd Fischer.
Jan kende de namen niet en ging nieuwsgierig op zoek. Het enige wat hij vond is dat ze uit Wageningen afkomstig waren maar op deze adressen niet stonden ingeschreven. Een vreemde zaak die eigenlijk om nader onderzoek vraagt. Is het een valse verklaring om zo vrijstelling af te dwingen? Jan laat het even zo. Het valt buiten het bestek van dit boek.
Dat geldt overigens voor meer zaken. Zo kreeg hij een complete lijst in handen van bewoners van het Klein Schutje die tot aan de opheffing van het landelijke Clara van Sparwoude-fonds in 1922 gebruik hadden gemaakt van de regeling om bij het aangaan van een huwelijk een zeer welkome uitkering te krijgen. Wel interessant maar ook dit moest opzij worden gelegd omdat het buiten de beschreven periode 1939-1950 viel.
(De tekst gaat verder onder de foto.)
![]()
Bewoner Rijk van de Scheur van Klein Schutje 39 achter zijn woning. - Foto uit boek
EIGEN BEHEER
Het is de bedoeling dat het boek in oktober uitkomt. Het wordt gebonden, met een harde omslag en in A4-formaat uitgevoerd. Het telt niet minder dan zevenhonderd pagina’s en is voorzien van veel onbekend fotomateriaal. Om alles betaalbaar te houden wordt het boek in eigen beheer uitgegeven. Het is dus alleen bij hem verkrijgbaar en zal rond de 25 euro kosten. Inmiddels heeft hij al 175 intekenaars, want alle geïnterviewden wilden natuurlijk een boek bestellen. Hij hoopt dat hij er minstens 251 stuks van kan laten maken, omdat het dan in printkosten scheelt.
Tot slot: ,,Het was een groot project dat ik met plezier heb gedaan en waaruit mooie contacten zijn ontstaan. Vanuit dit project is het me zelfs gelukt om te zorgen twee Veenendaalse families de Yad Vashem-onderscheiding kregen.” Begin dit jaar namen nazaten van de Klein Schutje-families Vlastuin en Heij deze belangrijke onderscheiding van de staat Israël op het gemeentehuis in ontvangst.
Belangstellenden voor het boek kunnen zich bij hem melden binnen twee weken na plaatsing van dit artikel en onder vermelding van naam, adres en telefoonnummer. Aanmelden via eenvoudlaan@msn.com of 0318-561366. Na de inventarisatie krijgt iedereen een mail waarin uitleg staat over de betaling en levering van het boek.
















