
Drie Veenendaalse families onderscheiden voor hulp aan Joodse onderduikers
4 juni 2026 om 13:56 HistorieVEENENDAAL Drie Veenendaalse families zijn onderscheiden voor hun hulp aan Joodse onderduikers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het gaat om Willem en Petronella van Barneveld, Cornelis Leonardus en Alida Jacoba Bruijs-van Barneveld en Jan en Lena Leppers-Roelofsen.
Hun nabestaanden ontvingen de Yad Vashem-erkenning ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’, een Israëlische onderscheiding voor niet-Joden die tijdens de Holocaust Joden hebben geholpen en gered.
ONDERSCHEIDING
De onderscheiding werd toegekend vanwege de hulp die de families boden aan het Joodse gezin Van Moppes uit Amsterdam. Machiel en Marie van Moppes doken in 1943 met hun zoons David en Maurits onder in Veenendaal. De ouders vonden onderdak bij de families Bruijs en Van Barneveld. De twee jongens werden opgevangen door de familie Leppers.
RISICO’S
De hulp aan het gezin bracht grote risico’s met zich mee voor alle families. Nadat de schuilplaats van Machiel en Marie van Moppes in 1944 werd verraden, werden Willem van Barneveld, zijn zoon Gerard en het echtpaar Van Moppes gearresteerd. Gerard wist te ontsnappen en waarschuwde de familie Leppers. Daardoor konden David en Maurits op tijd worden verborgen en overleefden zij de oorlog. Willem van Barneveld werd later gedeporteerd en kwam in februari 1945 om het leven in concentratiekamp Buchenwald. Ook Machiel en Marie van Moppes overleefden de oorlog niet.
NABESTAANDEN
De medailles en oorkondes werden uitgereikt door plaatsvervangend ambassadeur Yaron Wax van de Staat Israël. De onderscheiding werd namens de overleden familieleden in ontvangst genomen door hun nabestaanden.
DANKBAARHEID
Namens de geredde familie sprak Nathanja van Moppes haar dankbaarheid uit. Zij benadrukte dat de betrokken families niet handelden omdat het veilig of gemakkelijk was, maar omdat zij vonden dat mensen elkaar niet in de steek mogen laten. Ook stond zij stil bij het belang van het blijven vertellen van deze geschiedenis.
„We blijven hun namen noemen. Dankzij hun moed leven zij voort in ons en onze kinderen.”














