
Veenendaler ontdekt: Verraad en afgunst in verzet leidden tot massa-executie
25 mei 2025 om 07:15 Historie Nieuws uit Veenendaal Tips van de redactieVEENENDAAL Slechts de namen op oorlogsmonumenten en hun graven herinneren aan de dramatische fusillade van dertig verzetsstrijders in Amsterdam, op 12 maart 1945. Verraad en afgunst om vijf mud aardappelen lag hieraan ten grondslag. Dat ontdekte Veenendaler Jan Bos.
door Marco Diepeveen
Jan Bos reconstrueerde de tragische en opzienbarende gebeurtenissen en tekende deze in 2020 op in een boekwerkje. Eén van de slachtoffers, Veenendaler Sander de Kleuver, was familie van hem. ,,Een tante van mij was een zuster van Sander. Hij werd maar 21 jaar. Verraden, gearresteerd en uiteindelijk gefusilleerd, samen met medeverzetsstrijders Hendrik Hekking uit Krimpen aan de Lek en Willem van de Fliert uit Renswoude.”
VERZET IN RENSWOUDE EN VEENENDAAL
Zij behoorden tot de knokploeg Veenendaal-Renswoude. De boerderij Groot Overeem van Sander Lagerweij aan de Molenstraat was een schuilplaats voor onderduikers en verzetsstrijders en een opslagplaats voor wapens en munitie. Zijn broer Gerard van boerderij De Beek organiseerde dezelfde activiteiten. Samen vormden ze de spil van de plaatselijke verzetsgroep
,,Het verzet in Renswoude begon in 1942 te groeien en werkte samen met dat uit Veenendaal. Sander verkreeg een vrijstelling voor agrarisch werk, toen hij in maart 1943 een oproep kreeg voor de Duitse Arbeitseinsatz. Zo kwam Sander terecht op boerderij Groot Wagensveld, aan de Barneveldsestraat in Renswoude en gepacht door Willem van de Fliert.”
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Sander de Kleuver - Privébezit Jan Bos
Ook bij deze boer thuis vond het Renswoudse verzet onderdak. Daarnaast werden tegenover het huidige restaurant De Dennen en nabij de Lunterse Beek in het najaar van 1944 een tweetal schuilputten voor het verzet gemaakt. De verhogingen waarin deze onderkomens verborgen lagen, zijn nog steeds aanwezig in het landschap. Van hieruit werden overvallen gepleegd op distributiekantoren, postkantoren en spoorwegen.
WAPENDROPPING ALARMEERDE DE DUITSERS
,,Medio 1944 trad Sander toe tot het verzet. Op 5 december van dat jaar vond er een wapendropping plaats, die mogelijk mede aanleiding heeft gegeven tot het trieste lot van Sander en zijn kameraden. De wapens die voor Achterveld waren bestemd, kwamen neer in de omgeving van de ‘verzetsnesten’ bij De Dennen. De knokploeg Renswoude/Veenendaal bracht ze in veiligheid op Groot Overeem en op De Beek.”
De dropping alarmeerde de Duitsers, die de omgeving gingen uitkammen. De knokploegleden weken daarop uit naar Groot Wagensveld. ,,Op 16 december ging het mis. De Feldgendarmerie deed een huiszoeking op De Beek en vond buitgemaakte fietsbanden, situatieschetsen van stellingen en zaken van Britse herkomst. De familie Lagerweij, vier evacués en één onderduiker werden gearresteerd. Die laatste, Leen Nijs, wist echter te ontsnappen. De rest werd afgevoerd en kwam om in Duitse gevangenschap.”
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Willem van de Fliert - Privébezit Jan Bos
STATUS VAN TOTESKANDIDAT
Op 7 maart 1945 leidde een toevallige ontmoeting met een Feldgendarme tot het drama dat vijf dagen later gebeurde. Leen liep met een verzetskameraad, Jan van der Linden, tegen de lamp. Ze ontkwamen echter. De Duitsers zetten de omgeving af en arresteerden Sander, Willem en Hendrik, die daar verbleven. Evenals buurman Jan Teunis Wolleswinkel, maar hij werd later vrijgelaten.
,,Van de Feldgendarmerie in Doorn ging de groep naar de Utrechtse gevangenis aan het Wolvenplein. Kort daarna volgde verplaatsing naar het beruchte Huis van Bewaring in Amsterdam, bekend als de Weteringschans. Wat daar is gebeurd, valt niet met zekerheid vast te stellen omdat de politiearchieven zijn vernietigd. Maar als verzetslieden zullen ze zeker zijn gemarteld.”
Het drietal kreeg de status van ‘Toteskandidat’, wat betekende dat de Sicherheitsdienst hen als willekeurig slachtoffer zou fusilleren als represaille voor een aanslag van het verzet. Dat gebeurde heel spoedig. ,,Groep 2000, een Amsterdamse verzetsgroep onder leiding van Jacoba van Tongeren, kreeg te maken met een inval. Dat gebeurde nadat de zoon van de eigenaren van hun schuilplaats doorsloeg bij verhoor. Toen enkele leden van de groep naar dat huis aan de Stadhouderskade gingen om een codesleutel veilig te stellen, kwam het tot een vuurgevecht. Een Duitse SD-man, de extreem wrede Ernst Wehner, liet hierbij het leven.”
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Hendrik Hekking - Privébezit Jan Bos
EXECUTIE OP VUILNISHOOP
Deze actie gaf de Duitsers aanleiding om dertig gevangenen van de Weteringschans als vergelding te executeren. De beruchte Karl Eberhard Schöngarth, hoofd van de Sicherheitsdienst (SD) en de Sicherheitspolizei (Sipo) in Nederland, gaf hiervoor akkoord. Willi Lages, regiohoofd van de SD in Amsterdam, liet de executie voltrekken. Dat gebeurde op een vuilnishoop in het Eerste Weteringplantsoen, tegenover het huis aan de Stadhouderskade. Ter afschrikking moesten honderden Amsterdammers gedwongen toekijken. Waaronder de latere minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Els Borst.
Op deze plaats herinnert het monument ‘De Gevallen Hoornblazer’, geschonken door brouwerij Heineken, aan de executie die jaarlijks op 4 mei wordt herdacht. Een dag erna werden de dertig lichamen in een massagraf gedumpt in de Kennemerduinen bij Overveen. Na de oorlog werden ze allemaal geïdentificeerd en herbegraven. Zo kwam Sander de Kleuver uiteindelijk op de begraafplaats in Veenendaal te liggen. Zijn naam prijkt op het oorlogsmonument in Veenendaal, op het verzetsmonument in Renswoude, op een oorlogsmonument op de begraafplaats in Renswoude en op dat in Amsterdam. Willem van de Fliert is herbegraven op de algemene begraafplaats van Renswoude.
LEUGEN OVER 5 MUD AARDAPPELS
Hoe eindigde het drietal uit Renswoude uiteindelijk voor het vuurpeloton? Door verraad dat ontstond door een onschuldig meningsverschil, ontdekte Bos. De archieven van het Centraal Bureau Bijzondere Rechtspleging in het Nationaal Archief en die van het NIOD gaven antwoord op de vraag. Ook Wil Folmer-van de Fliert, de dochter van Willem, gaf tekst en uitleg.
,,Lang is er door betrokken en nabestaanden na de oorlog gezwegen vanwege de gevoeligheden. Renswoude en Scherpenzeel zijn kleine gemeenschappen, waar de mensen elkaar kennen. Daarom wil ik ook geen namen van verraders noemen. Albertus Veldhuizen, een meubelmaker uit Scherpenzeel, had een zwager in Renswoude. Die Aart van Ginkel bewaarde voor hem een wintervoorraad van 5 mud aardappels. Toen Albertus ze wilde ophalen, beweerde hij dat ze verrot waren door hoogwater. Een leugen om bestwil, want in werkelijkheid aten evacués en onderduikers van die aardappels.”
Dat ontdekte Albertus, die woest werd en daarop aardappels ging halen bij een NSB’er die kookte voor de Wehrmacht, genaamd Jacques Drost. Hij vertelde het verhaal aan deze slager, die vervolgens verraad pleegde. Dat leidde uiteindelijk tot de arrestatie van de verzetsmannen. Albertus kreeg acht jaar gevangenisstraf, minus één jaar strafvermindering bij Koninklijk Besluit. Jacques - tevens verdacht van verraad van Joden en van een aanslag op een spoorlijn door het verzet - verdween voor acht jaar achter de tralies.
![]()
Monument ‘De Gevallen Hoornblazer’ in Amsterdam - privébezit Jan Bos















