
Aantal bushaltes in Rhenen afgenomen, Veenendaal juist meer haltes
5 oktober 2026 om 15:00 Verkeer en vervoer Nieuws uit Rhenen Nieuws uit Veenendaal Tips van de redactieRHENEN/VEENENDAAL In de gemeente Rhenen is het aantal bushaltes sinds 2020 afgenomen. In de gemeente Veenendaal nam het aantal bushaltes juist toe. Dat blijkt uit een ANP-analyse van haltedata van het Samenwerkingsverband van Decentrale OV-autoriteiten (DOVA).
In Nederland zijn de afgelopen zes jaar ruim 1100 bushaltes verdwenen, een daling van bijna 3 procent. Vooral in het noorden en in landelijke gebieden zijn er minder haltes dan in 2020. In 173 van de 342 gemeenten liep het aantal terug. Eind september telde Nederland 39.525 actieve bushaltes. In 2020 waren dit er nog 40.704.
Ook in de gemeente Rhenen nam het aantal bushaltes af. Op 23 september 2026 waren er 51 actieve bushaltes, tegenover 65 op 31 januari 2020. In Veenendaal nam het aantal juist toe: van 68 actieve bushaltes op 31 januari 2020 naar 95 op 23 september 2026.
De provincie Utrecht had in 2026 in totaal 2910 bushaltes, tegenover 3039 in 2020.
(tekst gaat verder onder de kaart)
Over de kaart
Het ANP analyseerde data met alle bushaltes in Nederland in 2020 en 2026 en berekende per gemeente en provincie het verschil. De bestanden worden beheerd door het Samenwerkingsverband van decentrale ov-autoriteiten (DOVA). Voor de berekening zijn alle bushaltes geteld. Bijvoorbeeld: één busstation met vijf haltes wordt vijf keer meegeteld.
LANDELIJKE CIJFERS
Dit valt op in de regionale cijfers: De grootste afname was in Drenthe en Groningen. Beide provincies verloren in zes jaar tijd meer dan 13 procent van hun bushaltes. In absolute aantallen verdwenen de meeste haltes in Groningen, namelijk 342. Flevoland, Overijssel en Limburg zijn de enige provincies waar in 2026 meer bushaltes waren dan zes jaar eerder. Volgens Paul van de Coevering, lector mobiliteit en stedelijke ontwikkeling aan Breda University of Applied Sciences (BUas), kan dit in Flevoland deels te maken hebben met bevolkingsgroei en nieuwe wijken.
De Gelderse gemeente West Maas en Waal, met ongeveer 20.000 inwoners, verloor meer dan de helft van haar bushaltes. Dit is de grootste procentuele daling van alle gemeenten. In 2026 waren er nog 23 actieve haltes, tegen 57 in 2020. Ook in Sliedrecht resteerde minder dan de helft van het aantal haltes van zes jaar geleden. In de kleine Limburgse gemeente Mook en Middelaar was de grootste procentuele stijging te zien. Hier verdubbelde het aantal haltes ruim van 18 naar 39. Daarna volgen de gemeenten Helmond en Purmerend, waar het aantal haltes ongeveer met de helft toenam.
Uit onderzoek van Pointer een paar jaar geleden bleek dat tussen 2018 en 2023 al honderden bushaltes waren verdwenen. Volgens Van de Coevering is dit een ontwikkeling die al langer gaande is. Het openbaar vervoer heeft volgens hem sinds de jaren 2000 te maken gehad met bezuinigingen en buslijnen zijn efficiënter ingericht. ,,Lijnen worden steeds vaker gestrekt. De bus rijdt dan niet meer door een klein dorp, maar erlangs.” Volgens hem wordt het openbaar vervoer door deze ontwikkeling minder inclusief. Mensen moeten verder lopen en zijn afhankelijker van de fiets of auto. Wel komen zogeheten flexdiensten vaker voor als vervanging voor het reguliere busvervoer. Hierbij kunnen reizigers vooraf een rit aanvragen en van halte naar halte worden gebracht.
















