
Zorgen over tevredenheid cliënten jeugdhulp in Veenendaal
9 oktober 2026 om 18:07 PolitiekVEENENDAAL Lokaal Veenendaal constateerde met een daling van zeven tot negentien procentpunten in de resultaten van het Cliëntervaringsonderzoek 2025 een substantiële en zorgwekkende verslechtering van Jeugdhulp in Veenendaal.
door Peter Kuijpers
Burgemeester en wethouders leggen uit dat dit ook kan komen door de nieuwe vragenlijsten, maar ziet daarin wel een signaal dat de jeugdhulp aandacht blijft vragen.
RESULTATEN
,,Jeugdhulp wordt duurder en duurder, tevredenheid van cliënten hollen aantoonbaar hard achteruit. Deze stevige conclusie trekt onze fractie naar aanleiding van de resultaten van het Cliëntervaringsonderzoek Jeugdhulp 2025 en de bijbehorende brief. De uitkomsten geven naar onze mening aanleiding tot ernstige zorgen. Op vrijwel alle belangrijke indicatoren is sprake van een duidelijke verslechtering ten opzichte van 2024. Ook de ervaren resultaten van de hulpverlening laten een forse daling zien. Het percentage dat aangeeft dat het thuis beter gaat, is gedaald van 73 naar 55 procent’’, benoemde André van Manen van Lokaal Veenendaal.
OORZAKEN
,,Het college constateert zelf dat de verminderde tevredenheid over het resultaat van de hulpverlening voornamelijk betrekking heeft op zorgaanbieders en dat de huidige hulpverlening bij een deel van de gezinnen onvoldoende helpt. Tegelijkertijd wordt de raad gevraagd deze uitkomsten ter kennisgeving aan te nemen en wordt verwezen naar toekomstige doorontwikkeling. Naar onze mening vraagt een dergelijke ontwikkeling om meer. De raad moet kunnen beoordelen wat oorzaken zijn, wie verantwoordelijk is, welke consequenties daaraan worden verbonden. En of de ingezette middelen daadwerkelijk leiden tot betere ondersteuning en resultaten.’’
TREND
Burgemeester en wethouders delen de constatering dat er lagere resultaten waren in 2025 in vergelijking tot 2024, wat tevens een landelijke trend is: ,,Daarmee vindt het college het wel relevant te benoemen dat de vragenlijsten over 2025 in formulering en inhoud zijn gewijzigd. Zo zijn onder andere de vragenlijsten ingekort, is de antwoordschaal aangepast. Het resultaat van deze wijzigingen is echter dat het maken van een één-op-één vergelijk met 2024 niet mogelijk is en een vertekend beeld geeft.’’ Verder vraagt het college voorzichtig te zijn met het trekken van conclusies voor de hele groep zorgontvangers. Er waren maar weinig ingevulde vragenlijsten ontvangen.
VRAGENLIJST
De nauwkeurigheidsmarge van zes procent geeft meer onnauwkeurigheid in de uitkomsten van het onderzoek dan idealiter. ,,Het is daarmee goed mogelijk dat de forse dalingen minder representatief zijn voor de gehele populatie jeugdhulpcliënten. Ondanks deze methodische beperking beschouwt het college de resultaten als een belangrijk signaal. Mede omdat vergelijkbare signalen ook via andere kanalen worden ontvangen’’, leggen burgemeester en wethouders uit. Veenendaal blijft ieder jaar aanpassingen maken om meer vragenlijsten terug te krijgen. Dit jaar wil zij deze op een ansichtkaart sturen, zodat inwoners de antwoorden direct terug kunnen zenden.
COMPLEXER
,,Het college ziet meerdere mogelijke oorzaken voor de lagere ervaren resultaten. Zo is de problematiek van gezinnen vaak complexer geworden, zijn wachttijden bij sommige vormen van jeugdhulp een blijvend aandachtspunt en worden niet altijd de onderliggende, soms domein overstijgende oorzaken van problemen weggenomen.’’ Dat jeugdhulp is aangevraagd kan ook komen door andere problemen binnen het gezin waar andere hulp voor nodig is. Dat de kosten oplopen komt volgens burgemeester en wethouder tevens door loonstijgingen, grotere zorgvraag en complexere hulptrajecten en dit betekent niet automatisch dat er meer directe ondersteuning komt.
CJG
,,Hoewel de resultaten niet één-op-één te vergelijken zijn, ziet het college de uitkomsten als een belangrijk signaal. Neemt deze signalen serieus en voelt zich verantwoordelijk om de kwaliteit en effectiviteit van de jeugdhulp te verbeteren. Daarom zet het CJG in om te normaliseren, te relativeren en te verwijzen of toe te wijzen naar mogelijkheden in de sociale basis. Bijvoorbeeld scholen, kinderopvang, sport en cultuur, welzijn, et cetera. Zodat kinderen en ouders veerkrachtig zijn en elkaar ondersteunen bij opvoed- en opgroeivragen’’, vervolgt het college. Tevens komen er intensievere gesprekken in regionaal verband met de zorgaanbieders over hun hulpverlening.
MAATREGELEN
Lokaal Veenendaal wilde weten of de gemeente zelf zal optreden. Deze kan uit de ingevulde vragenlijsten van het Cliëntervaringsonderzoek jeugdhulp 2025 niet herleiden over welke zorgaanbieders gebruikers minder tevreden zijn: ,,Het is daarom enkel op grond van deze resultaten niet mogelijk om concrete maatregelen te treffen tegen specifieke aanbieders. Indien signalen over specifieke aanbieder duiden op onvoldoende kwaliteit of effectiviteit van hulpverlening, dan kan dit leiden tot het instellen van een doel- en rechtsmatigheids- of kwaliteitsonderzoek en in een uiterst geval tot het beëindigen van de overeenkomst.’’
BEREIKBAARHEID
Verder zijn er bij een aantal aanbieders verbeterplannen opgevraagd of contractafspraken herijkt. ,,Het CJG neemt deze signalen mee in de afweging naar welke zorgaanbieder wordt doorverwezen voor de inzet van jeugdhulp. Van Manen vroeg verder hoe de gemeente omgaat met de daling van 54 naar 43 procent over de snelheid van de hulp van het CJG en de 77 naar 58 procent van de ouders en jeugdigen die vinden van de CJG-medewerker goed bereikbaar is. ,,Het college vindt de bereikbaarheid en snelheid van hulpverlening belangrijk.’’ Maar er zijn meer nieuwe, complexe, hulpvragen waardoor het CJG bij diverse gezinnen betrokken is.
AANPASSINGEN
De signalen uit het onderzoek waren reeds bekend en het CJG heeft dit jaar al aanpassingen gemaakt om zoveel mogelijk één vaste contactpersoon bij een kind en gezin in te zetten en regie te voeren. Ook is de huidige expertise binnen de teams anders ingericht. Andere veranderingen zijn meer kinderen en gezinnen verwijzen naar algemeen beschikbare voorzieningen, praktische opvoedondersteuning en deze ervaringen monitoren.
,,Het college verwacht dat de effecten hiervan vooral zichtbaar zijn in het Cliëntervaringsonderzoek over 2027’’, besluiten burgemeester en wethouders.















