
Fröhlich proeft behoefte aan nieuw elan: Gemeenteraad bespreekt advies van informateur
24 april 2026 om 08:38 Politiek Gemeenteraadsverkiezingen 2026 Veenendaal en Rhenen Nieuws uit VeenendaalVEENENDAAL Als informateur was Sjors Fröhlich de laatste weken haast meer in Veenendaal dan in zijn eigen gemeente. ,,Ik ben een beetje van Veenendaal gaan houden”, vertrouwde hij de nieuwe gemeenteraad en het huidige college toe. Voor het maken van zijn rapport had hij goede gesprekken gevoerd met de partijen, de verkiezingsprogramma’s naast elkaar gelegd en naar de verkiezingsuitslag gekeken. Een college van ProVeenendaal, Lokaal Veenendaal, ChristenUnie en SGP is wat hem betreft het beste voor Veenendaal.
door Arjan van den Berg
Hij zei soms een beetje direct te zijn en had tijdens de gesprekken alle raadsleden gevraagd om openhartig te zijn. ,,Ik zie hier in Veenendaal de mooie manier waarop jullie met elkaar omgaan, met respect. Mijn advies is: houd dat vast. Maar wees niet bang om elkaar af en toe de waarheid te vertellen. Dat doet niets af aan de relaties.”
NIET DICHTTIMMEREN, WEL CONCREET MAKEN
De partijen zijn het erover eens dat er net als in de afgelopen raadsperiode weer met een raadsakkoord wordt gewerkt. Fröhlich adviseerde om niet alles dicht te timmeren, maar om ook weer niet alles open te laten. Door het concreter te maken en maatschappelijke doelen op te stellen, zou het minder vrijblijvend worden. Een financieel kader, woningbouw en leefbaarheid, de lokale economie en een aantrekkelijke binnenstad, sociaal domein en jeugdzorg en onderwijs zijn thema’s die in de gesprekken met de partijen veel naar voren kwamen. Advies was om de opvang van asielzoekers ook expliciet op te nemen.
Na de vorige gemeenteraadsverkiezingen was er in het proces om tot een raadsakkoord te komen een uitgebreide participatie geweest. In de gesprekken kwam naar voren dat de meeste partijen daar in deze fase geen behoefte aan hebben. Zijn advies was om bij de uitwerking en uitvoering van het raadsprogramma participatie wel een rol te laten spelen, waarbij ook de stem van de ‘stille belanghebbenden’ moest worden gehoord.
BEHOEFTE AAN NIEUW ELAN
De voorgestelde combinatie van het nieuwe college door de vier grootste partijen, weerspiegelde wat de informateur betreft de samenleving van Veenendaal en deed recht aan de verkiezingsuitslag: de grootste partij, de grootste winnaar en twee confessionele partijen. Bij verschillende partijen had hij een behoefte aan een nieuw, fris elan geproefd. Het voorgestelde college met vier nieuwe wethouders deed niets af aan de waardering voor, en de kwaliteit van het zittende college, benadrukte hij.
Die vier wethouders zouden dan wel een team moeten zijn, waarbij de wethouders over hun portefeuilles heen keken, naar buiten traden en gezamenlijk als een college besluiten namen. Zeker als Veenendaal nu aan de slag ging met de hele organisatie, de inwoners en de hele raad, was teambuilding belangrijk. ,,Ik denk dat hiermee echt een mooie, nieuwe start van de gemeente Veenendaal gemaakt kan worden en ik wens u daar heel veel succes mee.”
COMPLEET NIEUW COLLEGE ‘IS RISICO’
Met het vervangen van het volledige college, verloor de gemeente ook jaren aan bestuurservaring, contacten en dossierkennis, stelde Peter van Yren namens de VVD. Hij vond een nieuw college met ‘heel weinig bestuurservaring’ een risico. Kim Faber van GroenLinksPvdA was het daarmee eens. Ze vond dat de vier grootste partijen inhoudelijk veel verschilden op die belangrijke thema’s. Als een raadsakkoord door de raad gedragen zou worden en het uiteindelijk op de raad aankwam, wat was dan de meerwaarde van deze partijen in het college? De partij vond een vijfde wethouder niet nodig.
Robin Palma van D66 vroeg juist weer wel om een vijfde wethouder. De wethouders zouden volgens de informateur meer in de maatschappij moeten staan en zich duidelijker moeten profileren in de regio. Een vijfde wethouder die uit het maatschappelijke veld kwam, buiten de politiek, zou voor die verbinding kunnen zorgen. De partij vroeg zich af waarom inclusie en het tegengaan van polarisatie niet als thema werd genoemd. Volgens de informateur moesten er afspraken over asielopvang worden gemaakt. De fractie zag ‘zeer uiteenlopende standpunten’ over dit onderwerp. Was dat geen risico voor het raadsbrede karakter dat het raadsakkoord zou moeten hebben?
VERTROUWEN IN NIEUWE WETHOUDERS
Voor de SP was bestaanszekerheid een belangrijk thema. Sietse van der Bij zag dat het thema aan de ene kant als belangrijk werd gezien, maar aan de andere kant dat er zou worden vastgehouden aan bestaand beleid. ,,Als alles moet blijven als het is, is het geen hoofdthema”, vond hij.
Fröhlich had alle vertrouwen in een college met nieuwe wethouders, waarbij het ‘smeden van een team’ wel voorwaarde was om het te laten slagen. De wethouders zouden tijd nodig hebben om hun positie op te bouwen, waarbij ook een taak lag voor de ambtelijke ondersteuning. Nieuwe wethouders zouden waarschijnlijk mensen uit de raad zijn, die ook veel ervaring hadden.
,,Ze zullen het vak moeten leren van wethouder, want dat is echt anders. Iedereen zal het voor zichzelf uitvinden op zijn eigen manier. Ik realiseer me dat er ervaring verloren gaat, maar ik denk dat het goed is om deze kant op te gaan.” Het niet opnemen van de asielopgave was geen optie, omdat het nu eenmaal een wettelijke taak was. Bestaanszekerheid was belangrijk om als thema op te nemen, hoewel Veenendaal het op dat gebied al ‘best goed’ deed.
GROOT MANDAAT
,,Het geadviseerde college heeft een groot mandaat en de grote lijnen zijn herkenbaar en helder. Ik ben vier jaar raadslid en ik heb altijd gewerkt met een raadsakkoord. Ik zou niet anders willen. Ik wil benadrukken dat we minderheden in de raad ook actief willen betrekken om gezamenlijk besluiten te nemen”, bracht Barbara van Ravenswaaij namens Lokaal Veenendaal in.
Sanny Brunekreeft was blij dat haar partij, de ChristenUnie, werd voorgesteld als dragende partij. Ook zij had het werken met een raadsakkoord als erg prettig ervaren. Een volledig nieuw college was niet de voorkeur geweest. Liever had de fractie twee nieuwe en twee ervaren wethouders gehad. Martijn Beek had al zelf gekozen om geen derde termijn beschikbaar te zijn, Marco Verloop heeft zich wegens persoonlijke omstandigheden teruggetrokken als wethouderskandidaat en Dylan Lochtenberg zou niet terugkeren als de VVD niet in het college komt.
WETHOUDERSKANDIDAAT CHRISTENUNIE
Het was een lastige keuze, maar na een zorgvuldige afweging heeft Engbert Stroobosscher nu besloten om terug te treden als wethouderskandidaat, zodat de ChristenUnie ook bij kan dragen aan het nieuwe elan. ,,Samen met onze nieuwe wethouderskandidaat Jonathan van den Heuvel willen we nu vooral vooruitkijken. We herkennen de thema’s die benoemd zijn. We willen heel graag samen met de raad aan de slag gaan om een raadsakkoord op te stellen en te werken aan een collegiaal en een complementair wethoudersteam.” De partij zag een meerwaarde in het voorgestelde scherpe debat, zonder dat de relatie tussen raadsleden onder spanning zou komen te staan.
Ook SGP’er Jelle Hooijer wist niet anders dan werken met een raadsakkoord en wilde dat doorzetten en concreter maken. De partij was het eens met het advies en vond het belangrijk om de verantwoordelijkheid te nemen. De fractie presenteerde Marco van Eckeveld als wethouderskandidaat om de samenleving te dienen en Veenendaal ‘constructief verantwoord vooruit’ te helpen.
DIEP RESPECT
Het CDA was ook blij om verder te gaan met een raadsakkoord, zei Harold Schonewille. Hij had diep respect voor de dappere stap die Verloop en Stroobosscher hadden gezet en begreep dat de beslissing geen sinecure voor de partijen was geweest. Het meenemen van de niet-dragende partijen van het college was wat de partij betreft een voorwaarde om tot een goed raadsakkoord te komen. De thema’s waren herkenbaar, maar bij de jeugdzorg zou het naast financiën ook letterlijk om zorg voor de jeugd moeten gaan. De keuze voor de wethouders zou moeten gaan over hun bij de thema’s passende competenties.
De VVD was niet overtuigd dat een wisseling van wethouders verstandig was. Wat bestaanszekerheid betreft, vond de fractie het niet vanzelfsprekendheid dat het huidige beleid werd voortgezet, omdat de partij eraan twijfelde of dat haalbaar en betaalbaar was. De VVD was blij dat een aantal andere partijen thema’s als veiligheid, een sterke economie en parkeren hadden genoemd en vertrouwde erop dat die een plek zouden krijgen in het raadsakkoord.
UITDAGING
Kim Faber zag met haar partij GroenLinks-PvdA nog steeds een risico in het verlies van ervaring. Het was belangrijk dat de thema’s gedragen zouden worden door de hele raad, hoewel ze zich afvroeg of ze daar helemaal uit zouden komen. Ze mistte nog thema’s zoals duurzaamheid.
D66 zag een uitdaging in een breedgedragen raadsakkoord: hoe concreet kon dat nog worden gemaakt? Robin Palma wilde dat alle partijen mee werden genomen als serieuze gesprekspartners en riep op om de ambitie voor woningopbouw op te pakken. Het niet specifiek noemen van het tegengaan van polarisatie vond hij een gemis.
Voor de SP kon het akkoord niet open genoeg zijn. De partij was blij met het benoemen van woningbouw en leefbaarheid als thema, want dat was een grote uitdaging. Het was goed dat wethouders naar buiten gingen in plaats van in het gemeentehuis te zitten, maar een vijfde wethouder was niet nodig. Sietse van der Bij begreep niet waarom alle wethouders vervangen moesten worden ‘omdat alles anders moet’. ,,Je zou wethouders moeten zoeken die passend zijn. Dat kan een wethouder zijn die er al zit en dat kan een nieuwe zijn. We zien het echt als een uitdaging: hoe zorgen we ervoor dat het vanaf het begin een team is, vooral als iedereen nieuw is?”
RAADSAKKOORD IN JUNI
Sjors Fröhlich blijft bij het vervolgproces betrokken. In juni komt er een raadsakkoord met thema’s op hoofdlijnen, waarbij er ook nagedacht wordt over een visie voor Veenendaal: wat voor gemeente wil Veenendaal zijn? Tijdens het proces en de hele raadsperiode is een belangrijke voorwaarde dat het continu in samenspel gaat met de organisatie en de raad. Net als in het nieuwe team van wethouders krijgt een zaak expliciet een plaats als het om het werken binnen de raad en tussen de raad, college en de organisatie gaat.
















