Personeel van het Bureau voor de Wederopbouw Rhenen, met Edo de Klerk rechtsvoor.
Personeel van het Bureau voor de Wederopbouw Rhenen, met Edo de Klerk rechtsvoor. Archief Bureau voor de Wederopbouw Rhenen

Edo de Klerk en het ontvreemde koperdraad

28 augustus 2022 om 07:24 Historie

RHENEN Over Joods Rhenen (1634-1916) schreef Pim Strous al een standaardwerk (volledig te lezen via www.oudrhenen.nl), nu is hij mede-auteur van het eind september te verschijnen boek over Rhenenaren die de Holocaust niet overleefden. De Rijnpost.nl publiceert voorbeelden uit de hoofdstukken.

door Just Vlak en Pim Strous

De veldwachters op het gemeentehuis in Rhenen lieten bewust de deur van het cachot open staan, maar Edo de Klerk (1920-1943) durfde niet te vluchten. Even tevoren was hij opgebracht door twee landwachten, die daarna in horecagelegenheid Het Wapen van Rhenen een drankje namen op het succes van de arrestatie en misschien wel van het ‘kopgeld’ (premie voor het aanbrengen van Joden) dat zij zouden krijgen. Edo de Klerk staat in het eind september te verschijnen boek over het lot van Joodse Rhenenaren. Alvast een voorproefje.

AMSTERDAMSE SCHOOL Landmeter Tjitze van der Zee verklaarde later: ,,Edo was op; hij kon er niet meer tegen.” Maar hoe kwam Edo in het cachot terecht? Dit is het verhaal van één van de Joodse slachtoffers van de Holocaust uit Rhenen.

 Edo de Klerk werd geboren in Amsterdam in een Joods gezin. Hij was de tweede zoon van tekenaar en architect Michel de Klerk, grondlegger van de Amsterdamse School en ontwerper van enkele iconische gebouwen. Edo volgde als jongeling een technische opleiding om wellicht in de voetsporen van zijn vader te treden, maar die overleed veel te vroeg in 1923 en liet de familie in kommervolle omstandigheden achter.

Over de Amsterdamse tijd van Edo de Klerk weten we weinig. In 1941 vinden we Edo terug in Rhenen, werkzaam bij het Bureau voor de Wederopbouw Rhenen. Dit bureau had de opdracht de binnenstad van Rhenen te herbouwen na de verwoesting in de Meidagen van 1940. Het Bureau was gehuisvest op de zolder van het voormalige gemeentehuis aan de Herenstraat.

DEKMANTEL Er was nog een aantal leeftijdsgenoten uit de kring van zijn vader werkzaam en dat maakte het Bureau tot een vertrouwde werkomgeving voor Edo. Hij zorgde daar ook voor de ‘vrolijke noot’. Het Bureau stond onder dagelijkse leiding van Jouke Zietsma, een Delfts ingenieur, die het werk van Edo’s vader wel kende. Zietsma wist uiteraard van de Joodse achtergrond van Edo, maar het bureau vormde een mooie dekmantel en bescherming voor Edo.

Bij aankomst werd hij ondergebracht bij een medewerker van het Bureau, Henk van Loenen, die op de Verlengde Oude Veenendaalseweg 26 woonde en destijds een prominente rol speelde in het verzet in en om Rhenen.

(Tekst gaat verder onder de foto.)


Verlengde Oude Veenendaalseweg 26 in Rhenen (huis bestaat niet meer) - G. van Leeuwen

KOPERDRAAD Waarom werd Edo opgepakt? Een bijzondere constatering ligt daaraan ten grondslag. Edo de Klerk begeleidde de bouwactiviteiten in het centrum van Rhenen als opzichter.

Op verzoek van de gemeente Rhenen waren vooral Rhenense (onder)aannemers bij de herstelbouw betrokken om de stad ook economisch op de been te helpen.
Bij een controle kwam Edo erachter dat de plaatselijke loodgieter achthonderd meter koperdraad achterover had gedrukt. In plaats daarvan had hij het tien keer minder geleidende, maar veel goedkopere zinkdraad geleverd voor de nieuwbouw. Edo maakte daar uiteraard melding van bij zijn baas en die schakelde de politie in. Uiteindelijk kwam daar een proces van en moest Edo getuigenis afleggen van zijn bevindingen.

WEGGEWISTE ‘J’ Toen de zaak voorkwam moest hij ter identificatie zijn persoonsbewijs laten zien met een daarin een slecht weggewiste ‘J’ en zo kwam aan het licht dat hij Jood was. Daarop werd hij aangehouden en naar het politiebureau gebracht. Het spijtige was dat zijn ‘huisbaas’, Henk van Loenen, net in die periode niet in Rhenen verbleef en Edo dus niet kon redden. Over verzetsman Van Loenen verscheen dit voorjaar overigens in eigen beheer een doorwrochte studie met veel onbekende feiten in Rhenen en omgeving.

Op maandag 22 maart 1943 werd Edo als strafgevangene Kamp Westerbork binnengebracht en in een strafbarak geplaatst. Niet alleen had hij gesjoemeld met zijn persoonsbewijs, maar hij leefde ook illegaal in een soort van onderduik en droeg ook geen gele ster. Op dinsdag 30 maart is hij op transport gesteld naar Sobibor en bij aankomst onmiddellijk omgebracht.

Jouke Zietsma werd ook opgepakt, maar naar Kamp Vught afgevoerd; hij had een Jood in dienst genomen, wat destijds ook bij een semi-overheidsorganisatie zoals het Bureau ten strengste verboden was. Na de oorlog werd Zietsma Rijksbouwmeester.

En hoe liep het met de loodgieter af? Die werd nog tijdens de oorlog veroordeeld tot het betalen van 750 gulden boete. Hoeveel zinken bedrading er nog in de huizen in de Rhenense binnenstad zit is niet bekend...

BOEK Het boek ‘Verdwenen uit Rhenen. Joodse oorlogsslachtoffers: een naam een gezicht, een verhaal’ is geschreven door Just Vlak, Pim Strous en Ben van Laar, met medewerking van Piet Hovestad. Het boek wordt uitgegeven door de ‘Stichting Slag om de Grebbeberg’ en verschijnt in een oplage van vijfhonderd stuks.

Het boek is eind september te koop bij boekhandels en musea in Rhenen en omstreken. De opbrengst komt ten goede aan de oprichting van een Joods gedenkteken in Rhenen.


Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie