
Nieuw boek over strijd Grebbeberg: Hoe het verhaal van ‘oom Wim’ inspireerde tot een boek met een menselijke insteek
31 augustus 2026 om 10:59 Historie Nieuws uit Rhenen Tips van de redactieRHENEN Majoor (der mariniers, b.d.) Derk Wisman, publiceerde in de herdenkingsmaand mei bij Uitgeverij Aspekt het boek ‘Duivelsberg. De strijd om de Grebbeberg, meidagen 1940’. Het is vooral door de opzet een makkelijk leesbaar en zeker geen overbodig boek. Het is een publicatie met een nieuwe invalshoek.
door Martin Brink
De persoonlijke drijfveren van Wisman maken alles duidelijk, en die zijn ook zeer verklaarbaar voor de realisatie van het 309 pagina’s tellende boek dat in de winkel 27,95 euro kost. Wisman heeft ervoor gekozen om vooral de stemmen van de soldaten te laten spreken. Het zijn geen afstandelijke analyses, zoals in de boeken van Brongers, maar de soldaten spreken vanuit hun gevechtsverslagen en andere rapporten de lezer aan. Ook uit dagboeken zijn 31 verhalen in aparte hoofdstukken samengebracht. Zij volgen de dagen van strijd in chronologische volgorde, van de eerste gevechten tot aan de overgave. Het zijn fragmenten van chaos en paniek, maar ook van kameraadschap en moed.
Zo wordt het verleden op inlevende wijze op nieuwe - maar vooral ook op hedendaagse wijze - tastbaar gemaakt. Die dagen van strijd leverde de Grebbeberg de bijnaam ‘Duivelsberg’ op, een naam die Duitse militairen na de hevige gevechten aan de veroverde grendel naar het westen gaven, al blijft het zelfs na vele decennia onzeker of dat inderdaad ook het geval was. ,,Het symboliseert wel de meedogenloze strijd, de zware verliezen en de blijvende indruk die de Grebbeberg achterliet”, stelt de auteur aan het begin van zijn boek. ‘OOM WIM’ Sinds 2019 onderzoekt hij de dagen op de Grebbeberg. Dat begon in feite met het verhaal van zijn ‘oom Wim’, de broer van zijn opa. Hij hoorde zijn verhaal weer eens op een familiebijeenkomst en besloot het verder uit te zoeken. De 28-jarige in Veenendaal geboren Willem Schoonderbeek was één van de 422 gesneuvelden van de Grebbeberg. Hij woonde op dat moment in Amsterdam en overleed op maandag 13 mei 1940. Op donderdag 16 mei werd hij begraven. Willem Schoonderbeek was reserve-luitenant van de zogenoemde ‘Mortieren van 8’ van een sectie van 8 RI.
Dat was een eenheid die was uitgerust met een voorlaadwapen waarmee op eenvoudige wijze granaten konden worden afgevuurd. Mortieren zijn nog overal ter wereld bij legers in gebruik. De eenheid vormde een belangrijk vuursteunelement binnen een regiment. Wisman beschrijft nauwgezet hoe ‘oom Wim’ nog op donderdag 9 mei de ‘religieuzen offcierskring’ had bezocht.
Van huis uit was hij Nederlands Hervormd. De bijeenkomst werd georganiseerd door de reserve-veldpredikers dominee Van Exel en dominee Gerritsen, de predikanten van 8 RI die na de meidagen in een boek over hun ervaringen zouden vertellen. Ook de bataljonscommandanten Johan Jacometti en Willem Landzaat waren aanwezig. Beiden zouden de strijd op de Grebbeberg niet overleven.
Na de bijeenkomst keerde Willem Schoonderbeek terug naar zijn inkwartieradres Huize Wilhelmina aan de doorgaande weg in Rhenen. Zijn sectie sliep achter in een loods. Hij was in de woning ingekwartierd, zoals gebruikelijk bij officieren.
De mortiersectie had haar oorlogsstelling bij een bosperceel tussen de Heimersteinselaan en de weg Wageningen naar Rhenen. Die was aan de oostzijde begrensd door een roggeveld en aan de westzijde door het terrein van Hotel Grebbeberg. Daar werd een hevige strijd geleverd die Wim niet overleefde. Zijn moeder heeft de dood nooit kunnen accepteren. Ze geloofde dat er een vergissing was gemaakt en dat hij nog ooit eens terug zou komen.
Niemand van de familie heeft hem immers nog na zijn overlijden gezien en niemand was toch bij zijn begrafenis? Overigens was dat geen loze aanname. Het is daadwerkelijk gebeurd dat een doodverklaarde soldaat uit krijgsgevangenschap terugkeerde nadat hij op de Grebbeberg zou zijn gesneuveld en ter aarde was besteld. Wie de achtergronden daarover wil lezen moet maar eens zoeken op ‘soldaat Hendrik Smeitink’.
BLOEDSPOREN OP SOFA
Willem Schoonderbeek werd op maandagmiddag 13 mei geraakt door een granaatscherf. Met zijn acht mannen en zonder munitie wist hij zich gewond terug te trekken naar Rhenen. In Huize Rust Wat aan de Grebbeweg vond hij een schuilplaats. Hij heeft daar vermoedelijk op de sofa gezeten of gelegen, gezien de bloedsporen die daarop later werden aangetroffen.
Hij werd samen met zeven andere militairen dood gevonden in de tuin van de villa. Hij overleed daar mogelijk aan de eerder opgelopen verwondingen, maar er zijn ook aanwijzingen dat hij daar met zijn kameraden als vergelding is geëxecuteerd door onder invloed verkerende Duitsers. Zij zochten de sluipschutter die een veldhospitaalwagen onder schot had genomen. Op talrijke foto’s, genomen door oprukkende Duitse troepen, is een aantal Nederlandse militairen te zien die in opvallende houdingen verspreid in de tuin liggen.
Wisman raakte geïntrigeerd door het verhaal van ‘oom Wim’. Hij zegt daarover: ,,Naarmate ik verder las in verslagen, rapporten en brieven, werd ik overweldigd door de chaos. Exotische dieren ontsnapten uit Ouwehands Dierenpark, SS-troepen marcheerden door de bossen, Nederlandse militairen trokken Duitse kanonnen voort, of werden als menselijk schild gebruikt, Witte vlaggen verschenen en verdwenen. Officieren raakten in paniek. Onderofficieren verdwenen spoorloos. Sommigen belandden in cafés. Nederlandse soldaten schoten op eigen troepen. De ene werd enorm onderscheiden, de ander niet. De vuursteun kwam te laat, tegenaanvallen werden uren te laat ingezet.” Omdat de Slag om de Grebbeberg één van de best gedocumenteerde veldslagen uit de vaderlandse geschiedenis is (de legerleiding wilde weten wat er precies misging), kan een huidige onderzoeker tot de kern van het verhaal komen door in die brei van verslagen combinaties te maken, tussen de regels door te lezen en ook door oog te houden op de onvertelde verhalen. En zo kwam auteur Derk Wisman tot een boek met een vooral menselijke insteek.
PLEK IN COLLECTIEVE GEHEUGEN
In het laatste hoofdstuk beschrijft hij enkele voorbeelden van strafrechtelijke vervolging. ,,Standhouden was destijds de norm die bepaalde of een soldaat al dan niet schuldig werd bevonden. Dat er na de meidagen weinig tuchtstraffen zijn uitgedeeld is verklaarbaar: de oorlog was verloren, de focus lag op herstel. Schuld was moeilijk af te bakenen, zeker op de Grebbeberg. De legerleiding koos dus voor stil afstraffen en niet voor procedures.” In een beschouwend nawoord stelt Wisman dat ,,de Grebbeberg in mei 1940 geen veldslag van groot strategisch belang was. Binnen enkele dagen brak de Nederlandse verdediging en volgde de capitulatie. Toch kreeg de Grebbeberg in het collectieve geheugen een bijzondere plaats. Hier werd namelijk, in hevigheid en wanorde, zichtbaar hoe Nederlandse militairen onder extreme omstandigheden vochten, soms standvastig, soms wankelend, vaak met gebrekkige middelen, maar vrijwel altijd met inzet van hun leven.”
Tot slot concludeert de schrijver: ,,Militair gezien toonde de slag de kwetsbaarheid van een leger dat jarenlang was uitgekleed… Moreel gezien markeerde de Grebbeberg een keerpunt. Voor velen was het de eerste confrontatie met de moderne oorlog.”
Wie de wat taaie en vele malen herdrukte boeken uit de jaren zeventig over de meidagen van 1940, geschreven door majoor Eppo Brongers, heeft gelezen, zal denken ‘nu weten we alles’. Niets is minder waar. In de huidige tijd, met het digitaal openen van allerlei archieven, is er een nieuwe generatie onderzoekers opgestaan die vooral over de beslissende slag op de Grebbeberg meer dan ooit alles wil weten. Kortom: een nieuwe ‘majoor’ staat op, in het onderhavige geval is dat majoor (der mariniers, b.d.) Derk Wisman, woonachtig in Wassenaar. De veteraan, geboren in 1966 en nu werkzaam in het bedrijfsleven voor defensie, publiceerde in de herdenkingsmaand mei bij Uitgeverij Aspekt het boek ‘Duivelsberg. De strijd om de Grebbeberg, meidagen 1940’. Het is vooral door de opzet een makkelijk leesbaar en zeker geen overbodig boek, al zal de doorgewinterde Grebbebergonderzoeker en mei 1940-lezer geen nieuwe inzichten terugvinden. Maar elke publicatie over wat er in die dagen gebeurd is, is er één. Dat geldt ook voor deze publicatie met een nieuwe invalshoek.



















