Jan Bos thuis achter zijn vertrouwde laptop, speurend naar gegevens van nazaten van militairen die op het Militair Ereveld op de Grebbeberg nog steeds geen ‘gezicht’ hebben.
Jan Bos thuis achter zijn vertrouwde laptop, speurend naar gegevens van nazaten van militairen die op het Militair Ereveld op de Grebbeberg nog steeds geen ‘gezicht’ hebben. Martin Brink

Veenendaler wil alle gevallenen Ereveld Grebbeberg ‘gezicht’ geven

29 april 2026 om 06:44 Historie Nieuws uit Rhenen Nieuws uit Veenendaal

VEENENDAAL Het Militair Ereveld Grebbeberg telt ongeveer 875 graven. Ongeveer 350 daarvan zijn slachtoffers van de meidagen van 1940 op de berg. Daar werd een beslissende slag gevoerd tussen wanhopige en matig uitgeruste Nederlandse militairen en superieur uitgeruste Duitse aanvalstroepen. Toen uiteindelijk de grendel naar de Vesting Holland voor de Duitse aanvaller open lag, werden de gesneuvelden op een inderhaast aangelegde begraafplaats ter aarde besteld. Zowel Nederlanders als Duitsers. Die laatste groep werd na de oorlog overgebracht naar het ontginningsdorp Ysselsteyn in Noord-Limburg.

door Martin Brink

Voor al die slachtoffers is er in de laatste jaren steeds meer aandacht. Jan Bos (67) uit Veenendaal ontwikkelde op eigen initiatief een opmerkelijke actie: hij probeert van iedereen een afbeelding te vinden. Hij vond er 180, maar hij zoekt er nog 190. Hij denkt in de komende tijd nog zeker tien te vinden, maar verwacht dat dat druppelsgewijs binnen zal komen.

Bos, een oud-politieman die zijn loopbaan begon als wachtmeester bij het korps Rijkspolitie post Leersum, vertelt voor het eerst over zijn niet zelden zeer moeizame en arbeidsintensieve zoektocht. Zijn motivatie: ,,Het is mijn trigger om van iedereen een portret te vinden. Dat ze op die manier geëerd worden om wat ze hebben gedaan. Zelfs na 85 jaar.” Hij noemt het dankbaar werk waarin hij veel voldoening vindt.

GRAF ADOPTEREN

Gedenken kan op vele manieren. Bij een graf stilstaan en overdenken wie die persoon was, waar hij vandaan kwam en wat hij gedaan heeft, hoe hij aan zijn einde is gekomen en waarom hij daar rust. Maar ook door er respectvol een bloemetje bij te leggen of door een graf te adopteren en daarover, in welke vorm dan ook, te vertellen. Het kan allemaal. De Oorlogsgravenstichting (OGS) is er blij mee. Zo worden de gevallenen blijvend in herinnering geroepen. 

Het Militair Ereveld Grebbeberg is één van de begraafplaatsen die onder de Oorlogsgravenstichting vallen en wordt dagelijks keurig bijgehouden. Samen met het Nationaal Ereveld Loenen is het een begraafplaats waar slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog een rustplaats hebben gevonden.

Adopteren van een graf is ook mogelijk. Men kan een wens voor grafadoptie kenbaar maken, mits dat graf al niet ‘bezet’ is, of anders wordt er één toegewezen. Dat geldt overigens ook voor de Nederlandse oorlogsgraven elders op de wereld, onder meer in het oosten. Terug naar de Grebbeberg bij Rhenen. Voortdurend is het ereveld aan verandering onderhevig. Soms vindt er namelijk nog een herbegrafenis plaats van een militair die elders in het land in mei 1940 door oorlogshandelingen omkwam.

Dat gebeurt wanneer er begraafplaatsen worden opgeheven en geruimd. De nabestaanden kunnen dan kiezen voor een eeuwige rustplaats in Rhenen. In mei 2025 werd het informatiecentrum vernieuwd en naar de huidige presentatie-eisen ingericht. Zo kreeg het een geheel nieuwe inrichting met een nieuwe expositie die bezoekers een uitgebreider inzicht geeft in de Slag om de Grebbeberg. Op een grote maquette en een informatiewand wordt het verhaal helder en overzichtelijk uitgelicht. In een eerdere tentoonstelling lag de focus vooral op de Slag om de Grebbeberg, nu is ook ruimte voor de aanval op heel Nederland. Een moderne presentatie betekent ook korte verhalen met beeld, geluid en voorwerpen. Maar ook met een wand met daarop afbeeldingen van de slachtoffers en een index van elke man die op het ereveld ligt. De foto’s verkreeg de Oorlogsgravenstichting in de loop der jaren, vaak door toevalligheid of doordat nabestaanden een foto stuurden om die op de site te plaatsen.

(de tekst gaat onder de foto verder)


Jan Bos bij de namenwand in het nieuwe informatiecentrum op het Ereveld. - Jan van den Brink

Van een actieve zoektocht was, vooral door gebrek aan financiën en menskracht, geen sprake. Omdat veel archieven nu meer en meer digitaal toegankelijk zijn, is zo’n speurtocht tegenwoordig een stuk makkelijker te ondernemen dan in vroeger tijden.

LANG NIET COMPLEET

De fotowand was bij de onthulling dus lang niet compleet. Dat kan veel beter, dacht Veenendaler Jan Bos toen hij in juni vorig jaar het nieuwe infocentrum bezocht. Iemand moet dat intensieve werk doen en sinds hij bij de OGS kenbaar maakte wat zijn bedoelingen waren, krijgt hij daar de handen op elkaar en verleent men hem alle medewerking. Met zo’n supervrijwilliger die het inspannende en tijdrovende uitzoekwerk wil verrichten, zou elke instantie immers blij zijn. Bos is een gedreven en ervaren onderzoeker. Digitaal weet hij gegevens naar boven te halen die voor een leek vaak verborgen zijn. In Veenendaal werd hij op een laat moment toegevoegd aan een werkgroep die portretten en achtergronden van de plaatselijke oorlogsslachtoffers achterhaalde. Dat resulteerde in het voorjaar van 2025 uiteindelijk in een fraai gedenkboek. Dankzij zijn speurervaringen achterhaalde hij nieuwe portretten of leverde hij betere aan.

Zijn geheim? ,,Ik kijk onder meer op Facebook, Wiewaswie.nl, in registers van begraafplaatsen, personeelsdossiers in het Nationaal Archief, Delpher.nl voor krantenstukken en voor het speuren naar nazaten gebruik ik ook oude telefoongidsen en soms LinkedIn”, zegt onderzoeker Bos. Vaak is het ook een combinatie van bronnen. Hij neemt ook contact op met historische verenigingen. Daar is men hem altijd zeer ter wille. Ook schrijft hij gemeenten aan waar de slachtoffers vandaan komen met het verzoek of ze zijn vragen kunnen doorsturen naar rechthebbenden van de graven of naar familieleden.

Dat blijkt een moeizame speurtocht. ,,Sommige gemeenten werken mee, van andere hoor je helemaal niets”, zegt hij. In verband met de wet op de privacy willen officiële instanties vaak niet meewerken om vragen te beantwoorden of om ze door te spelen. Dat wordt niet gezien als hun taak. Een voorbeeld: hij was in januari dringend op zoek naar Grebbeberg-slachtoffers uit Renkum en Oosterbeek. Van de gemeente Renkum hoorde hij niets meer, evenmin van een wethouder die hij aanschreef.

Het is mijn trigger om van iedereen een portret te vinden. Dat ze op die manier geëerd worden om wat ze hebben gedaan. Zelfs na 85 jaar

Vervolgens plaatste hij een oproep in de krant met daarbij de prikkelende opmerking: ,,Het doet mij pijn dat de gemeente in september veel aandacht heeft voor buitenlandse militairen die in 1944 zijn gesneuveld, wat terecht is, maar dat Nederlandse soldaten die hier hun leven laten, kennelijk niet meetellen.”

De volgende dag al (!) werd hij gebeld. De ambtenaar zou zijn verzoeken naar de begraafplaatsbeheerders doorsturen. Resultaat: ,,Van de zes gezochte personen heb ik nu drie portretten.”

Dat gemeenten hun ‘eigen mannen’ nogal eens vergeten, werd ooit pijnlijk duidelijk toen bleek dat voor de elf Wageningers die niet uit het Indië-conflict 1945-1950 terugkwamen, geen enkele herinnering bestond. Wel alle aandacht voor de capitulatieonderhandelingen in 1945 maar niet voor de Wageningers die ver overzee op het ereveld rusten.

In september 2010 kwam daar dankzij initiatief van de schrijver van dit verhaal verandering in. De slachtoffers staan nu op een symbolisch monument aan de Nudestraat. Zo’n memorial ontbreekt overigens nog steeds voor de gemeente Rhenen. Wel (terecht) veel aandacht vragen voor mei 1940 maar de gevallen eigen ingezetenen van 1945-1950 compleet vergeten…
Misschien komt daar nog eens verandering in.

MET MEERDERE IN ÉÉN GRAF

Heeft Jan Bos opmerkelijke zaken aangetroffen? Dat zeker. Hij vertelt dat via het Nationaal Archief de persoonsdossiers van de Oorlogsgravenstichting op de OGS-site zijn toegevoegd. Daarin staat veel correspondentie met nabestaanden.

,,Daarin lees ik dat in vier of vijf gevallen er meerdere personen zijn herbegraven. Dat zit zo. Een soldaat lag soms in een graf met ouders of een broertje. Dan gaf de familie toestemming voor herbegraven in Rhenen, maar wel met de restrictie dat iedereen uit dat graf meeging. Op de steen staat uiteraard alleen de naam van de soldaat gemeld”, zegt hij.

In een enkel geval zag hij ook een autopsieverslag met aangegeven de verwondingen. ,,Ik zag zelfs een foto van het skelet na de opgraving.” Dat alles heeft ervoor gezorgd dat hij van ruim 180 slachtoffers één of meerdere foto’s heeft gevonden plus wat achtergronden. Een mooie foto komt op de namenwand, andere zijn te zien op de site van de Oorlogsgravenstichting. De lijntjes zijn kort want Jan mag de foto’s en gegevens zelf uploaden.

NIEUWE FOTOWAND

Hij komt niet zelden uit bij (verre) familieleden. Vaak ook bij stokoude mensen. ,,Pas nog. Op een overlijdensbericht in de krant las ik bij militair Cornelis Verrijp uit Rotterdam dat hij drie zusters had. Die bleken ongetrouwd. Waar ga je dan verder zoeken? Via Mensenlinq zag ik dat twee reeds waren overleden. Uiteindelijk kom ik terecht bij mensen die wisten dat de laatste nog leeft en daar en daar woont. Ze woonde niet meer op dat adres, maar was verhuisd naar een verzorgingscentrum in Capelle aan den IJssel en was bijna honderd jaar.”

Jan sprak haar begeleidster. Mevrouw reageerde enthousiast en had zelfs nog een foto van haar broer! Die wordt nu versneld tijdelijk op de wand geplaatst zodat zij het eindresultaat kan zien. Op de site van de Oorlogsgravenstichting is zijn portret reeds te zien. ,,We zijn er dus maar net op tijd bij!” Uiteindelijk is het de bedoeling dat vóór 4 mei dit jaar een geheel nieuwe wand wordt geplaatst. Met een onvoorstelbaar grote aanvulling van ruim 180 slachtoffers is dat ook meer dan logisch. Jan heeft zijn fotocollectie inmiddels digitaal doorgestuurd en daarmee is de OGS aan de slag gegaan.

(de tekst gaat onder de foto verder)


Dit is Elias van Bemmel uit Ede. Hij sneuvelde na een granaataanval op 13 mei 1940 in Achterberg. Zijn portret is onlangs door Jan Bos na omwegen bij familie gevonden. - Coll. F.R. van Hoeven

SOLDAAT UIT EDE

Een voorbeeld van zijn zoektocht met positief resultaat gaat over dienstplichtig soldaat Elias van Bemmel uit Ede. Hij werd op 18 september 1920 geboren in Ede en sneuvelde op maandag 13 mei 1940 in Achterberg.

Pas op donderdag 16 mei 1940 werd hij gevonden in het gebied tussen de Meentsteeg en de Hogesteeg. De negentienjarige soldaat maakte deel uit van de Staf III-10 RI, werkzaam in het Kantonnement Veenendaal. Uit informatie van een veteraan blijkt dat Van Bemmel als ordonnans werd uitgestuurd naar de commandopost van III-19 RI (gelegen in de omgeving Snijdersteeg te Achterberg) teneinde een bericht over te brengen om een conflictsituatie met een op handen zijnde beschieting te voorkomen. Onderweg werd hij door een voltreffer van een granaat geraakt en sneuvelde. Deze gegevens waren wel voorhanden, een foto van hem echter niet.

Jan Bos vertelt hoe zijn zoektocht verliep. Het is illustratief voor talloze andere zoektochten: ,,Ik heb op een gegeven moment broers en zusters gevonden van de soldaat. Ze kwamen uit omgeving Ede. Ik heb de gemeente Ede aangeschreven en die hadden wel een ver familielid maar die had geen foto. Daarna heb ik de begraafplaatsbeheerder in Ede aangeschreven en gevraagd of er soms broers/zusters begraven lagen in Ede. Dat was het geval. Er bleken twee nabestaanden te zijn waarvan er één, uit Leusden, contact met me opnam. Zij had wel een foto. Daarmee was de cirkel rond.”

Meer informatie op www.oorlogsgravenstichting.nl 

Mail de redactie
Meld een correctie

Martin Brink
Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie