
Laatste hetze tegen landverraders werd een waar volksfeest: ‘Gebrul dat leek op een kudde losgebroken leeuwen’
8 juni 2025 om 07:12 Historie Nieuws uit Veenendaal Tips van de redactieVEENENDAAL Dat Veenendaal de laatste plaats is op het vasteland die werd bevrijd, is voor velen zeker geen nieuw feit. Pas op woensdag 9 mei 1945 rond half vijf rolde een handvol Engelse tanks, in Canadese ‘dienst’, de Hoofdstraat in en was de officiële bevrijding van Veenendaal een kwartier later een feit. Zo staat dat ook zwart op wit. Maar dat Veenendaal ook de laatste plek is in Nederland waar de bevolking massaal tekeer ging tegen plaatsgenoten die voor de andere kant kozen, dat is veel minder bekend. Archiefonderzoek bracht daar onlangs op ontluisterende wijze klaarheid in. Niet eerder werd dat in een ooggetuigenverslag zo minutieus beschreven. En dat alles gebeurde op woensdag 20 juni 1945, bijna anderhalve maand na de bevrijding!
door Martin Brink
Op die dag werden de heren Teunissen, Van Hal en Zimmerman gedwongen om met een groot bord door het dorp te lopen. Op de voorzijde stonden de namen van de eerste twee, op de achterzijde van het schoolbord het adres waar men terecht kon om inlichtingen te geven over ‘NSB’ers en andere landverraders’.
OPENBAAR BOETE DOEN IN HET DORP
Ze waren aan de plaatselijke autoriteiten overgedragen. Die vonden dat de heren openbaar boete moesten doen. Op hun tocht door het dorp werden ze beschimpt, voor van alles uitgemaakt en er werd zelfs met zand naar ze gegooid. Dat alles onder begeleiding van marechaussee en leden van de Binnenlandse Strijdkrachten. Het is een niet voor te stellen situatie nu tachtig jaar later, in feite het toen nog overwegend christelijke Veenendaal zeer onwaardig. Vooral wanneer men bedenkt dat de bevrijding al weken eerder een feit was en het land zich langzaam begon op te maken voor de grootse Koninginne- en bevrijdingsfeesten op vrijdag 31 augustus 1945.
Maar was die haat nog alom? Had het wellicht te maken met de vele problemen waarmee de Politieke Opsporings Dienst te maken had? Die organisatie had immers de leiding bij deze actie. Was de haat onder de bevolking tegen dorpsgenoten die voor de ‘andere kant’ kozen nog wel zo groot als in de eerste dagen van de bevrijding?
PAS ONTDEKT DAGBOEK GEEFT ANTWOORD
Een pas ontdekt Veenendaals dagboek, met de eenvoudige titel ‘Oorlogsherinneringen 1939-1945’, dat aan de hand van aantekeningen is opgemaakt op 23 juni 1945, geeft daar in enige mate antwoord op. In de plaatselijke media zijn geen verslagen over deze actie aangetroffen. Alleen Nieuwsblad De Vallei geeft op zaterdag 23 juni een zeer summier redactioneel commentaar. Daaruit spreekt een hoge mate van agressie jegens de drie onfortuinlijke Veenendalers. Het dagboek (in twee delen) is gemaakt door de zeventienjarige A. van Leeuwen, wiens vader werkzaam was op het station in Veenendaal. Deel twee van het dagboek heet ‘De overgang’.
Van Hal was Gestapo-man en Landwacht. Toen hij in Veenendaal werd opgepakt, moest hij zijn landwachtuniform aantrekken en een witte kool vasthouden. Zimmerman had een drogisterij op de Kerkewijk
Arie van Leeuwen werd geboren op 23 februari 1929 en woonde aan de P.H. van Rijnstraat 37. Hij begint het dagboek met de evacuatie van Veenendaal op de eerste oorlogsdag, vrijdag 10 mei 1940. Als deze ‘s middags wordt afgekondigd, is eerst het noordelijk deel van Veenendaal aan de beurt. Hij schrijft: ,,Op sommige plaatsen werden huizen verbrand, opdat er vanuit de stellingen een onbelemmerd uitzicht kwam. Soms was het zo erg, dat de bewoners geen tijd kregen om hun kleren bij elkaar te pakken. Terwijl zij nog in hun huizen waren, werden deze met benzine en olie natgespoten. Dan werd (door de Nederlandse soldaten) de vlam ingezet. Je zag een grote colonne mensen met het allernodigste wat ze nodig hadden naar Elst trekken. Op ieders gelaat was droefheid en angst te lezen.” Om half negen is voor de familie Van Leeuwen ‘de strijd van Evacueren’ aangebroken: ,,We sloten ons bij de rij aan en gingen het onbekende tegemoet, achterlatend al wat ons lief was. Het ergste was dat mijn vader niet mee kon, daar hij dienst moest blijven doen op het station.”
EVACUATIE NAAR ELST, VEENENDAAL IN VUUR EN VLAM
Ook zij trekken naar Elst, langs de Rijksstraatweg: ,,Links, wij liepen rechts, liep ook een colonne. Het leken allemaal schimmen, zo donker was het geworden. Het leek wel of heel Veenendaal in vuur en vlam stond. Steeds hoorde je het gedonder van kanonnen, het gedreun van vliegtuigen. Het was verboden een zaklamp of lucifer aan te steken, met het oog op de gevaren vanuit de lucht. We hadden ontzettende slaap en het kostte me grote moeite mijn ogen open te houden.” Ongeveer een week verblijft het gezin bij een familie in Sint Pancras. Weer verenigd met vader Van Leeuwen keert men daarna terug naar Veenendaal, waar hun huis onbeschadigd blijkt.
Vijf jaar later is bezetting voorbij. Maar nog niet in Veenendaal. Op dinsdag 19 juni 1945 tekent Van Leeuwen op: ,,Vanmiddag werd de grootste verrader van Veenendaal binnengebracht, namelijk Teunis Teunissen. In Rotterdam, waar hij de laatste maanden werkzaam was als SD-agent, WA-man en nog meer van dergelijke mooie baantjes, werd hij gearresteerd. Daar hij in Veenendaal thuis hoort, is hij naar hier overgebracht. Tegelijk met hem werden Zimmerman en Ben Stemerdink binnengehaald. In het dorp moest Teunissen voor de rijdende auto uit hollen, terwijl de bestuurder een paar keer gas gaf.”
RONDGANG DOOR HET DORP
Op woensdag 20 juni volgt een rondgang. Van Leeuwen: ,,Toen ik om half negen uit school kwam zag ik in het dorp een grote oploop van mensen. Na geïnformeerd te hebben wat er te koop was hoorde ik dat de Veenendaalse verrader Teunissen een rondgang door het dorp zou houden. Maar ja, de mensen praten zo veel dus fietste ik door tot aan de marechausseekazerne aan de Kerkewijk. Toen ik daar aankwam, moest ik wel afstappen want de weg was zwart van mensen. Na enige ogenblikken kwamen de twee grootste rasploerten, Van Hal en Teunissen, naar buiten die door het volk met een luid hoera werden begroet. Eerst werden zij naar het politiebureau (Markt 21) gebracht, onder zware begeleiding natuurlijk. Intussen was het volk uit alle hoeken en gaten op komen zetten, zodat alles zwart zag. Na een minuut of vijf kwamen zij weer naar buiten. Samen torsten zij een groot schoolbord waarop geschreven stond: ‘Teunissen-Van Hal, wij zijn de grootste verraders van Veenendaal’. Onder het publiek brak een gebrul los, dat veel weg had van een kudde losgebroken leeuwen.”
Het zag zwart van de mensen. Onder het publiek brak een gebrul los, dat veel weg had van een kudde losgebroken leeuwen
Het tweetal moest op verschillende momenten stilstaan. Uiteindelijk werden ze geleid naar het gemeentehuis in de Hoofdstraat. Daar werd Zimmerman bij het tweetal gevoegd. Van Leeuwen: ,,Nu was het trio compleet. Voordat het verder ging moest Zimmerman eerst voorlezen wat er eigenlijk op het bord stond. Natuurlijk, hij kon toch niet met een reclamebord sjouwen, zonder dat hij wist waarvoor het was!” Het publiek zong daarna een anti-NSB-lied. Ook Teunis van Hal werd toegezongen: ‘Langs Berg en Dal liep Teunis van Hal, met Volk en Vaderland, maar de weg was glad, en hij viel op zijn gat, met Volk en Vaderland’.
,,Zimmerman ging tussen het geboefte in lopen en hield met zijn handen het bord omhoog. Toen begon de lijdensweg. Het leek er veel op of ze ter slachting geleid werden, zo bedonderd keken ze. Nou van mij mogen ze opgehangen worden! De zon brandde lekker, de toeschouwers joelden heerlijk. Ook scheen het bord nogal zwaar te zijn want na een kwartier transpireerden ze reeds als paarden. Er kwam echter nog geen bloed uit hun poriën, dus verder maar, zonder ophouden. De gummislang er achteraan. Op de hoek van de Mulderslaan en de Prins Bernhardlaan werd halt gehouden, Teunissen las voor wat er op het bord stond en daarna ‘Halleluja’. Nu zijn ze zo mak als een lammetje en doen ze direct wat hen bevolen wordt. Vieze verrotte ondieren!”
STUKKEN ZAND VLOGEN DOOR DE LUCHT
,,Verder ging het weer. Steeds meer volk kwam erbij. Het gejouw werd steeds erger. Stukken zand vlogen door de lucht. In de Hoofdstraat maakte Henk Lamme een foto. Toen de heren er op stond, zei hij ‘Laat-ie fijn zijn’, wat Teunissen natuurlijk na moest zeggen en wat hem weer een applaus bezorgde. Vervolgens zei Teunissen ‘Volk en Vaderland’, wat hem ook bevolen was te zeggen. Wat hem echter niet bevolen was, was ‘Hou Zee’ en dit zei hij, terwijl hij zijn poot opstak. Onmiddellijk echter werd hij hevig afgeranseld met de gummistok, wat hem waarschijnlijk lang zal heugen. Op de Markt werd weer halt gehouden. Daar werd, nadat het drietal hun hoeden afgezet hadden het Wilhelmus door hen gezongen. Dit was iets, wat niet in de haak was. Naar mijn inziens hadden ze beter één of ander WA-liedje kunnen zingen. Teunissen vroeg hierna of ze hem alstublieft dood wilden schieten! Het antwoord was: „Straks, in de kazerne zullen we je geselen voor je Hou Zee!”. Het laatste stukje van de mars werd in paradepas gelopen. Het was een prachtig gezicht. Bij de Marechaussée-kazerne werden ze één voor één naar binnen getrapt. Dit was het einde van de trotse Houzee-schreeuwers!”
Teunis Teunissen heeft tot half 1943 in Veenendaal gewoond. Op het Stationsplein had hij een sigarenkiosk, die later vooral dienst deed als propaganda-keet van de N.S.B. ,,Eens had hij op het raam geschreven: ‘Hier in Veenendaal heerst de Engelse ziekte’. De volgende dag stond er met grote oranje letters opgekalkt: ‘Hier in de kiosk heerst suikerziekte, de ziekte waaraan Teunissen leed.” Later is hij naar Rotterdam vertrokken en was hij daar, aldus het dagboek van Van Leeuwen, ,,een groot vriend van de N.S.B.-burgemeester, tevens geheime SD-agent, WA-man, Gestapo-man en Jodenverdelger. Hij is dus iemand die zijn straf wel verdient.’
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Verschillende keren moesten de heren stoppen, in dit geval voor het maken van een foto in de Beatrixstraat. - Foto Bakker/Collectie Martin Brink
Van Hal woonde in de Talmastraat, waar hij een groentewinkel had. Hij was Gestapo-man en Landwacht. Toen hij in Veenendaal werd opgepakt, moest hij zijn landwachtuniform aantrekken en een witte kool vasthouden. Zimmerman had een drogisterij op de Kerkewijk.
NIET HET WILHELMUS ZINGEN
Uitgever/journalist Ter Hoeven van nieuwsblad De Vallei toont zich in de uitgave van zaterdag 23 juni 1945 op een andere manier verbolgen. ,,Toch is er iets gebeurd waaraan velen zich geërgerd hebben en niet geheel ten onrechte. Dat deze heren een schandetocht door het dorp moesten maken vinden wij helemaal niet erg, integendeel. Het betrof hier echter ons volkslied, dat deze lieden die de naam ‘Nederlander’ reeds lang hadden verspeeld, gedwongen werden te zingen. Weliswaar maken ze er zich zelf belachelijk mede, doch het lijkt ons niet het juiste vers voor een dergelijke gelegenheid. Wanneer men zulk soort mensen beslist wil laten zingen, laten ze dan wanneer er weer eens zo’n tocht door het dorp gemaakt moet worden zingen ‘WA marcheert’ of een ander verraderslied. Dan bespotten ze niet alleen zichzelf, maar maken ze hun verradersliederen nog belachelijker dan ze al zijn.” Zo’n tocht kwam er nooit meer. Nieuwe tijden met andere gedachten en uitdagingen zouden snel volgen…
Deze zuivering moet goed, maar levenswaardig geschieden
Het dagblad Trouw sprak al op 11 mei 1945 haar afkeuring uit over wraakacties, waar deze ook zonder meer onder te rangschikken valt. Maar die wens ging aan Veenendaal klaarblijkelijk voorbij. Uit de oproep: ,,Het is natuurlijk een heerlijk gezicht als we de Duitsers en de NSB’ers voor onze ogen zien verdwijnen. Het is waarlijk niet erg als we lachen wanneer Mussert met de handen omhoog staat of als een schreeuwerige landverrader nu op zijn benen staat te bibberen. De landverraders moeten uit onze samenleving. Dat is een deel van onze nationale zuivering. Deze zuivering moet goed, maar levenswaardig geschieden. Alle onwaardige zuiveringsgedoe besmeurt ons volk. Dan brengen we nieuwe vlekken aan, terwijl we de oude verwijderen.”
GERECHTIGHEID IS STRENG, SOBER EN WAARDIG
Verder: ,,Bedenkt het goed: het zijn Duitse methoden om zo te straffen dat de menselijke waardigheid vertrapt, dat het beeld Gods in de mens verguisd wordt. Het zijn Duitse strafmethoden die niet alleen de bestrafte krenken, ook de bestraffer moreel naar beneden halen. Het zijn Duitse strafmethoden die van de straf een publieke vermakelijkheid maken. Straffen moet zijn: gerechtigheid oefenen. Gerechtigheid is streng, sober en waardig. Daarom mag niemand het recht in eigen hand nemen. Niemand mag zichzelf en ons volk verlagen door van onwaardige strafmethoden een volksfeest te maken.”
Een dergelijke oproep werd direct na woensdag 9 mei 1945 ook door de districtscommandant van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten in Veenendaal gedaan. Op pamfletten, die overal waren opgehangen in het dorp, stond onder meer: ,,In deze overgangstijd is het een allereerste vereiste te geraken tot een geordende samenleving. Ik verwacht dat ieder daaraan met alle kracht medewerkt. Niemand is gebaat met onregelmatigheden. Men late zich niet verleiden rechter in eigen zaak te spelen.”
Waarna de oproep volgt om klachten over personen te melden bij het bureau van de plaatselijk leider van de N.B.S, in gebouw Eltheto aan de Fluitersstraat. ,,Wel onder vermelding van getuigen en deugdelijke documentatie”.
Om de openbare orde te handhaven werd door hem een aantal personen aangesteld met een oranje band om de arm waarop in zwarte letters het woord ‘Hulppolitie’ was gedrukt. Zij waren voorzien van een deugdelijke legitimatie en ‘zijn onderworpen aan de Militaire Krijgstucht en zijn bevoegd op de naleving van door mij uitgevaardigde bepalingen.”
Het blijft een groot raadsel waarom op woensdag 20 juni door de Politieke Opsporings Dienst juist wél de schandtocht door Veenendaal wordt toegestaan.














