
Uit de archieven van het Stadsmuseum Veenendaal: Handel in zitplaatsen in Oude Kerk Veenendaal (2)
7 september 2024 om 07:30 Historie Nieuws uit VeenendaalVEENENDAAL In het Stadsmuseum Veenendaal bevindt zich een gezegelde notariële akte uit 1834 betreffende verkochte stoelen in de Oude Kerk. Oude aktes en archiefstukken zijn door de kerkvoogdij ondergebracht in het archief van de gemeente Veenendaal. In een eerder artikel van De Rijnpost.nl in juli van dit jaar is daarover verteld. In dit archiefmateriaal komt aan het licht dat er flinke wantoestanden rondom de verkoop en verhuur bestonden.
door Hans Wegen
Zo stonden er bijvoorbeeld zitplaatsen geboekt op namen van reeds lang overleden personen. Ook werden stoelen soms onderverhuurd door eigenaars die zelf niet meer in de kerk kwamen, ja soms naar een andere kerk waren overgegaan.
Een zeer bijzonder geval van stoelenhandel komen we tegen in een soort sollicitatiebrief van een kerklid. In maart 1927 werd vanaf de kansel bekendgemaakt, dat de volgende zondag een collecte zou worden gehouden vanwege een groot tekort.
Kerklid N.N. had bij de predikant al eerder kenbaar gemaakt dat hij graag koster zou willen worden in de Nieuwe Kerk (= Julianakerk). Hij deelt mee dat hij bereid is zijn plaats in de Oude Kerk af te staan ter aanvulling van het tekort en vermeldt daarbij: ‘Indien zoo mogenlijk U Weleerwaarde als U Colega Ds. Jongebreur en de H.H. Kerkvoogden mij de functie als koster zouden willen aannemen.’ Hij is van mening dat zijn plaats jaarlijks zeker twintig gulden aan huur kan opbrengen. En aan het eind staat: ‘Hopende dat God U aller harte mogen bewegen ten mijnen gunst.’ Is dit een win-win situatie, of…?
WOEDE
Dit soort toestanden waren de kerkvoogdij al geruime tijd een doorn in het oog, en er werd besloten de ongelijkheid in bedragen voor koop en huur geleidelijk op te heffen. Men plaatste daartoe een circulaire in de Vallei van 1 december 1937. De aanhef luidde: ‘Aan hen die zich gedragen als eigenaren van zitplaatsen in de Oude Kerk te Veenendaal.’
Alleen deze zin al leidde tot een serie bezwaren en zelfs woede, temeer daar verderop in de circulaire er steeds op werd gehamerd dat de stoelen geen eigendom waren. We lezen: zogenaamd in eigendom, zogenaamde eigenaar, zich gedraagt als eigenaar, vermeende eigenaar, etc. Ook deze zin viel erg verkeerd: ‘Niemand heeft een wettig bewijs van eigendomsrecht overeenkomstig het hedendaags burgerlijk wetboek.’
Verder wordt aangegeven, dat men juridische zaken buiten beschouwing wil laten en alles wil bezien vanuit billijkheidsstandpunt. Anders gezegd, men zit niet op claims te wachten. Maar die kwamen er wel degelijk! A. van S. schrijft in zijn bezwaar: ‘…..ik kan in deze circulaire niets anders zien dan een afbreken van onze N H Kerk en een aantasten van eens anders eigendom waarop onmogelijk zegen kan rusten.’
C. van de P. zegt: ‘…..was het billijker als u hen die naar andere kerken zijn overgegaan of nimmer de Godsdienstoefening bezoeken, maar de plaatsen als een goede geldbelegging beschouwen, in de eerste plaats flink liet betalen.’
W. van Milligen uit Zeist vraagt zich af: ‘U wilt toch zeker niet beweren dat de heer Sandbrink (notaris te Veenendaal) een plaats verkocht die niet aan hem of zijn familie toebehoorde.’ En tot slot architect H.J.H. uit Rijsoord, die wil de bewijslast naar de Kerkvoogdij verplaatsen. Die zou moeten kunnen aantonen dat gemeenteleden geen recht van eigendom kunnen laten gelden.
Hij denkt dat dit voor het College uitermate moeilijk zal zijn! ‘Want,’ zegt hij, ‘hoe kan een Notaris iets verkoopen waarvan het eigendomsrecht niet onomstootelijk vaststaat.’
Blijkbaar zag de Kerkvoogdij de noodzaak om meer duidelijkheid te verschaffen in, want in een reactie uit januari 1938 zegt men dat het niet in de bedoeling der Kerkvoogdij ligt het recht van eigendom te betwisten, maar een billijke verhouding te scheppen tegenover de huurders die een hoge plaatsenhuur moeten opbrengen.
EINDE AAN STOELENDANS
In de jaren 1961/62 wordt de kerk grondig gerestaureerd. Er kwamen nieuwe banken, waardoor een nieuwe zitplaatsenregeling nodig was. Uiteindelijk maakten de regeling van vrijwillige bijdragen en daarna de Actie Kerkbalans een einde aan de onzalige stoelendans.















