Rhenenaar Aart van Kooten net nadat hij in het huwelijk was getreden. Dit is één van de weinige foto's waarop hij staat.
Rhenenaar Aart van Kooten net nadat hij in het huwelijk was getreden. Dit is één van de weinige foto's waarop hij staat. Familiearchief Corrie van Kooten/Inzet archief W. Brouwers

Aart was het zat en stak toen de kerk in brand: ‘Het klinkt gek, maar mijn broer had echt een hart van goud’

20 februari 2024 om 07:00 Historie

RHENEN De Gedachteniskerk was vorig jaar in het nieuws. Toen werd duidelijk dat de Veenendaalse ontwikkelaar Tomorrow het gebouw had aangekocht en dat de Stichting Vrienden van de Gedachteniskerk verder kan met de invulling. Dat gebeurt nu vooral achter de schermen.

door Martin Brink en Henk Jansen

De kerk werd in 1959 door kardinaal Alfrink geconsacreerd, na een geldinzamelactie van bouwpastor Verhoeven. Hij ging vanaf medio 1954 aan de slag om de katholieke gemeenschap in Rhenen een volwaardig kerkgebouw te geven. De eerste kerk was een houten noodgebouw, die ten westen stond van de huidige kerk, op de plek van de huidige Heuvelrugtuin en gebouwd werd dankzij steun van de eigenaar van Zeepfabriek Rhenus. Die brandde in mei 1954 helemaal af, tengevolge van brandstichting.

Een boze Rhenenaar koelde zijn woedde op deze manier af. Daarover gaat dit verhaal, uit een voorbije tijd dat Rhenen nog echt een dorpse samenleving was waar iedereen elkaar kende en waar notoire kroeggangers die de tap boven het gezinsleven verkozen, nog bestonden. Zijn zus doet na al die jaren een boekje open. Hevig gefrustreerd om het feit dat hij niet kon trouwen met zijn grote liefde uit Renkum, omdat hij zich niet wilde bekeren tot het katholieke geloof, riep hij met een fikse borrel op dat hij ,,de kerk in brand zou steken.”

KWADE DRONK

Aart van Kooten, bijgenaamd De Vlooi, lustte ‘m wel. Hij was vaste gast in het café van uitbater Henk de Rhoter sr, nu de Koning van Denemarken in Rhenen. Die avond in mei had hij weer een kwade dronk en dreigde Aart met het in brand steken van de kerk. Hij voegde de daad bij het woord. Dat had niemand verwacht en zelfs nu nog wordt getwijfeld aan zijn schuld. De vuurzee legde het houten kerkje in een ommezien in de as. 

De Vlooi werd diezelfde nacht van zijn bed gelicht, verhoord en vervolgens naar De Koepel in Arnhem gebracht. Op 26 mei berichtte nieuwsblad De Vallei dat hij door de rijkspolitie was opgepakt, maar ontkende er iets mee te maken te hebben. Ondanks dat werd hij veroordeeld. 

Het bleef niet bij deze ene brandstichting. In 1974 probeerde hij het gemeentehuis aan de Herenstraat plat te branden... Zus Corrie koestert de papieren en de enkele foto die ze nog heeft van haar broer. Hij zijn stuk voor stuk getuigenissen van een triest leven, ook de strijd om het dagelijkse bestaan komt daarin tot uitdrukking. Vele malen schrijft hij vanuit de gevangenis in Arnhem.

ERGER VOORKOMEN

Ze vertelt: ,,Zwaar gefrustreerd over de gang van zaken met de gemeente Rhenen en dan met name over de dienst Sociale Zaken, riep hij ditmaal in café van uitbater ‘Mien de Fluit’ in de Van Deventerstraat dat hij het gemeentehuis in de fik zou steken. Hij propte op die dag in 1974 een linnen zak vol met todden waarover hij vervolgens petroleum goot en in de brand stak en deze door een open raam duwde. Het verhaal gaat dat de gemeentebode erger kon voorkomen. Mijn broer werd andermaal opgepakt en verdween weer achter de tralies van de Koepelgevangenis. Van daaruit schreef hij mij verschillende brieven.”

(de tekst gaat onder de foto verder)


Het houten kerkje in de hens! We schrijven mei 1954. Vijf jaar later zou een stenen bedehuis komen. - Archief Wim Brouwers

,,Hij trouwde op 31-jarige leeftijd, maar zijn huwelijk hield niet lang stand. Een huwelijk waar twee dochters uit voorkwamen. Aart is niet oud geworden. Na een ongezond leven en vooral van veel drankgebruik overleed hij na een hartstilstand op 47-jarige leeftijd. Ik heb trouwens nooit geloofd dat mijn broer de katholieke kerk in brand gestoken heeft. Na zoveel keer verhoord te zijn geweest, Aart zegt wel honderd keer, heeft hij, volgens eigen zeggen de brandstichting maar bekend. Om er, zoals hij zelf beweerde, maar van af te zijn.’’ 

GOED VAN VERTROUWEN

Aart van Kooten werkte op de knopenfabriek van Kneepkens aan de Candialaan, ook bij de VADA in Wageningen en werd hij later schoonmaker bij schoonmaakbedrijf Roel van Stokkum. Aart hield wel van een borreltje. ,,Iets teveel”, weet Corrie, die vervolgt: ,,Als Aart zijn loonzakje had gekregen was zijn eerste gang vanaf de knopenfabriek aan de Candialaan naar café ‘t Viaduct op de Grebbeweg. Een groot deel van zijn loon werd verbrast aan drank. Aart was ook een gezelligheidsdrinker en trakteerde graag. Goed van vertrouwen leende hij ook geld uit. Hij zag het nooit meer terug. Samen drinken en ook samen eten. De door hem gekochte leverworsten werden ook met anderen gedeeld. Het klinkt gek, maar mijn broer had echt een hart van goud.’’

Zus Corrie zegt dat haar broer een lieve man was. Anderen kunnen dat bevestigen. Hij heeft nog altijd een apart plekje in haar hart. Hij droeg zijn zus op handen, net als haar zoon Remco. Daarover Corrie: ,,Ja, hij hield ook van zijn kleine neefje. Hij was gek op hem. Andersom was dat ook het geval. Aart was de favoriete oom van Remco. Vanuit De Koepel in Arnhem stuurde hij hem niet alleen lieve woorden maar ook tekeningen. Op een van die tekeningen zit hij in zijn getraliede cel.’’

GEBLOKKEERD

In één van de brieven, gedateerd 28 december 1974 die zijn zus Corrie ontving, liet hij het volgende weten: ,,Ik heb vandaag mijn loon gebeurd, maar de ziektewet heeft wel de uitkering stopgezet. Ik beurde maar zestig gulden en ook de winstindeling heb ik niet ontvangen. Ik denk dat ze dat ook geblokkeerd hebben. Nu ga ik maandag de sociale ambtenaar bellen hoe het in elkaar zit en als blijkt dat ik uitgeschreven ben zal ik Both (destijds directeur van Sociale Zaken in Rhenen, HJ) inschakelen en dan moet hij maar zien hoe ik aan mijn centen kom...”

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie