Voordat ze aan het werk gaan houdt de 'Vriendengroep' altijd eerst werkoverleg op de oude begraafplaats. Links Jan Bos die het levensverhaal van James Whitehead aan de hand van archiefstukken optekende.
Voordat ze aan het werk gaan houdt de 'Vriendengroep' altijd eerst werkoverleg op de oude begraafplaats. Links Jan Bos die het levensverhaal van James Whitehead aan de hand van archiefstukken optekende. Aart Aalbers

Dankzij gevonden grafsteen komt Engelse Veenendaler weer tot ‘leven’

14 juli 2024 om 07:30 Historie Nieuws uit Veenendaal Tips van de redactie

VEENENDAAL Was de oude begraafplaats aan het Kostverloren tot pakweg dertig jaar geleden een troosteloos en welhaast vergeten geheel, tegenwoordig staat het er spic en span bij, een bezoekje aanbevelenswaardig. Met dank aan een werkgroep, onderdeel van Oud Veenendaal. Ze beheert nu het zogeheten ‘Gedenkpark De Oude Begraafplaats van 1829’ en pleegt er elke eerste zaterdag van de maand onderhoud. De ‘Vrienden’ worden financieel ondersteund door de gemeente. Bovendien wordt getracht om de geschiedenis zoveel mogelijk boven tafel te krijgen. Dat heeft tot verrassende zaken geleid.

door Martin Brink

‘De doden van het Kostverloren’ kopte in 1985 het Veenendaalse undergroundmagazine De Veense met daarbij een alleszeggende fotoreportage van een stukje centrum met ingezakte graven en scheve stenen. Het geheel was door achterstallig onderhoud behoorlijk overwoekerd. Het was een armetierig geheel, een plek waar niemand graag kwam en soms dingen gebeurden die het daglicht niet konden velen.

De begraafplaats was al sinds 1947 gesloten. Sommige graven werden door nabestaanden overgebracht naar de huidige begraafplaats aan de Munnikenweg. Voor wie het tenminste kon betalen. Het grootste deel van het aantal begravenen (twee generaties, het moeten rond de tienduizend zijn!) had geen zerk maar slechts een steentje met daarop alleen een nummer. De meeste steentjes van deze armengraven verdwenen bij de eerste renovatie in 1986. Henk Diepeveen en Jo van Barneveld zochten namens de historische vereniging stenen uit die beslist bewaard moesten blijven.

OUD BAARHUISJE

Die werden op een rij langs een wandelpad gelegd. Het IVN zette rond die tijd ook een stadswandeling uit met speciale aandacht voor de bijzondere flora. Maar ziedaar: het park kent een wederopstanding en is nu een sieraad voor de stad. Het werd een gemeentelijk monument en wordt beheerd door vrijwilligers in samenwerking met de gemeente. De vrijwilligers doen ook onderzoek en dat leidt tot verrassingen. Zo liet men twee jaar geleden kosteloos onderzoek doen met een grondradar, want wie weet wat voor bijzonders er verborgen ligt. Een grafkelder bijvoorbeeld.

(de tekst gaat onder de foto verder)


Gerard Zomers graaft de steen op. - Aart Aalbers

Daardoor werd een oud baarhuuisje ontdekt. Althans, de resten ervan want het bouwsel was allang verdwenen en alleen op teruggevonden plattegronden te zien. Die is te vinden direct links naast de hoofdingang langs de Weverij. De contouren zijn nu zichtbaar gemaakt, herbouw staat in de planning om daar het gereedschap in op te bergen. Dat staat nu bij vrijwilligers thuis en dat is geen wenselijke situatie.

JAMES WHITEHEAD

Maar er is meer. Begin vorig jaar werd in de grond een grafsteen ontdekt, namelijk die van James Whitehead die volgens de steen op 12 februari 1834 zou zijn geboren en op 24 december 1889 was overleden. De naam inspireerde: was hij een Engelsman? Hoe kwam hij in Veenendaal terecht? Misschien was hij werkzaam op de VSW die in zijn tijd nieuwe machines uit Engeland liet overkomen evenals technici die de arbeiders moesten instrueren. In de jaren tachtig bestreed oud-VSW personeelschef en historievorser Jo van Barneveld die stelling te vuur en te zwaard.

Er waren hier nooit arbeiders geweest, hoogstens één (onder-)directeur, namelijk Thomas Spencer Elce (zijn grafmonument is nog steeds op de algemene begraafplaats te vinden) die in Huize De Zoom ging wonen, zo meende hij. De naastgelegen Oranjestraat zou daarmee aan haar nog spaarzaam gebezigde volkse benaming ‘Engelse Stad’ zijn gekomen.

MEESTERSPEURDER

Maar nu is er een ‘stem’ uit het verre verleden naar boven gekomen. Jan Bos, lid van de werkgroep die het park onderhoudt en ook bekend als schrijver van het vorig jaar verschenen boek ‘Klein Schutje’, is een meesterspeurder op internet. Hij zocht de levensgeschiedenis van James zoveel mogelijk digitaal uit. Uiteindelijk volgde een eerste inventarisatie in het verenigingsblad van Oud Veenendaal. Onlangs volgde een artikel in een Engels blad over de familiegeschiedenis in de omgeving waar James vandaan kwam. Hij hoopt op reacties overzee.

Van James Whitehead was verder niets bekend en bleek hij ook alleen in het graf begraven te zijn. Volgens de beschikbare grafgegevens bleek dat James op 30 december 1889 hier te ruste was gelegd. Het graf lag in rij 9 met als grafnummer NO 185. Omdat het vinden van de grafsteen van James wel een bijzondere gebeurtenis was en om meer over deze persoon te weten te komen, werd nader onderzoek ingesteld in de beschikbare registers in Nederland en Engeland. Tevens werd informatie ingewonnen bij medewerkers van gemeentelijke en kerkelijke instanties in zowel Nederland als Engeland.

SMID VAN BEROEP

Jan Bos: ,,Omdat James in Veenendaal was begraven, was de kans natuurlijk groot dat hij ook in Veenendaal was gestorven. Dat bleek inderdaad het geval en van zijn overlijden was een akte opgemaakt. Hieruit bleek dat hij van beroep smid was en overleden was in woning B 8 dat in die tijd aan het Achterkerk 8 stond. Er werd aangifte gedaan door zestigjarige Abram Anbeek (fabrieksarbeider) en de drieënveertigjarige Frans van Burken (boekhouder).”

(de tekst gaat onder de foto verder)


De ovale grafsteen van James Whitehead. - Jan Bos

,,Volgens de huwelijksakten van beide personen waren ze toen respectievelijk wever en fabrieksarbeider. Dit is van belang omdat beide personen zeer waarschijnlijk werkzaam zijn geweest op dezelfde fabriek als James Whitehead. Uit de akte bleek tevens dat James gehuwd was met Mary Ann Peet en de zoon was van Daniel Whitehead en Betty Cruthan. Van zijn ouders zijn twee zogenaamde ‘censussen’ bekend uit 1841 en 1851. Dat zijn tienjaarlijkse volkstellingen.”

,,Daarin staat dat het gezin op de Lower Moor Street in Oldham woonde en in 1851 in ieder geval uit zeven kinderen bestond en James op dat moment achttien jaar oud was en als oudste van de kinderen te boek stond. Uit de jaartelling van 1841 blijkt echter dat James nog een twee jaar oudere broer gehad moet hebben. Die had mogelijk in 1851 het huishouden al verlaten.”

ANDERS DAN OP STEEN

Oldham is een grote plaats in het stedelijke graafschap Greater Manchester in het Verenigd Koninkrijk. Jan vond uit dat James op 12 februari 1833 in Oldham (Middleton) werd geboren (in tegenstelling tot wat op de steen staat) en daar op 17 februari 1833 werd gedoopt. Dat laatste blijkt uit een doopregister van de ‘Presbyterian Church of Oldham’. Zijn geboortedatum wordt onder andere vermeld in het persoonsregister van de gemeente Ede toen James daar woonachtig was.

(de tekst gaat onder de foto verder)


Gerard Zomers en Gerard Muller ontdekken de gedenksteen. - Aart Aalbers

,,Volgens de jaartelling uit 1851 blijkt James van beroep ‘iron turner’ te zijn wat vertaald ijzerdraaier betekent. Hij zal dus iets met metaalbewerking van doen hebben gehad. Dit verklaart mogelijk ook het beroep van smid dat in zijn overlijdensakte staat vermeld. Hij heeft echter volgens andere gegevens nog vele andere beroepen gehad en dat verklaart mogelijk zijn verblijf in Veenendaal. Als James tweeëntwintig jaar is, trouwt hij op 21 oktober 1855 in Prestwich met Mary Ann Peet. Na hun huwelijk gingen James en Mary Ann wonen in Honley.”

,,De streek was bekend vanwege de textielindustrie. De industrialisering had in Engeland namelijk al plaats gevonden vanaf midden van de achttiende eeuw. Er waren al machines uitgevonden die de werkzaamheden voor de arbeiders verlichtten. In Nederland ontstond de industrialisering ongeveer halverwege de negentiende eeuw, dus honderd jaar later.”

,,Vanuit Engeland werden machines en mankracht naar Europese landen gezonden, om de industrialisering daar ook vorm te geven. De familie Whitehead was volop werkzaam in de textielindustrie. De vader van James was verver en ook de kinderen van James gingen allerlei werkzaamheden doen binnen deze industrie. In totaal krijgen James en Mary Ann vermoedelijk vijftien kinderen. Dat is te herleiden uit de tienjaarlijkse lijsten van de jaartellingen.”

TEXTIELFABRIEK VSW

In het midden van de negentiende eeuw werden ook in Veenendaal diverse textielfabrieken opgericht. Eén daarvan was de Veenendaalsche Stoomspinnerij en -Weverij (VSW) aan de Zandstraat. Jan Bos: ,,Door de gebroeders Mijnssen en Bottenheim werd deze fabriek in 1861 opgericht. Zeer waarschijnlijk is James op deze fabriek gaan werken. Binnen het fabrieksbestuur was een drietal technisch directeuren uit Engeland aangesteld. Hieruit komt de Engelse invloed duidelijk naar voren. Het is dus niet vreemd dat er ook arbeiders vanuit Engeland naar Veenendaal kwamen. De woningen die aan de huidige Oranjestraat staan en in opdracht van de directie van de VSW werden gebouwd, wijzen ook naar de Engelse invloeden vanwege de naam ‘Engelse Stad’.”

(de tekst gaat onder de foto verder)


De VSW bezijden de Zandstraat (op de foto loopt nu de Weverij) was ooit een toonaangevend bedrijf. - Gemeentearchief Veenendaal

,,Wanneer James exact naar Veenendaal is gekomen, is niet geheel duidelijk, maar dat zal vermoedelijk dicht bij de oprichting van de VSW zijn geweest. Hij was van beroep ‘iron turner’ (ijzerdraaier) en later ‘mechanic’ (machinist) dus kan het zijn dat hij meegeholpen heeft bij het installeren en laten functioneren van de machines. In latere documenten, zoals de jaartellingen, staat ook vermeld dat hij ‘silk dyer’ (zijdeverver in 1881) en fabrieksmeester (1883) was. Dus waarschijnlijk dat hij binnen de fabriek meerdere functies heeft bekleed.”

VERSCHILLENDE ADRESSEN

Jan ontdekte dat James op verschillende adressen woonde. Op het eerste adres, bij de Nieuwe Molen, stond hij samen met zijn vrouw Mary Ann en zijn kinderen Charles en Betty ingeschreven. ,,Waar de beide andere kinderen Sarah en James op dat moment verbleven is onduidelijk, maar mogelijk dat ze in Engeland achtergebleven zijn. Het is sowieso een beetje onduidelijk hoe het is gegaan met betrekking tot de geboorten van de kinderen. Volgens de gegevens uit de jaartellingen zijn ze allen in Engeland geboren, dus vermoedelijk hebben de gezinsleden regelmatig de overtocht naar Engeland ondernomen of mogelijk in ieder geval Mary Ann om in Engeland te kunnen bevallen.”

,,Uit de bewonersregisters van de gemeente Veenendaal blijkt dat Mary Ann tot 1889 nog steeds in Veenendaal stond ingeschreven. Ook de kinderen Charles en Betty stonden nog lange tijd ingeschreven. Toen ze naar de gemeente Ede verhuisden, kregen ze een eigen bevolkingskaart. Op een gegeven moment werden beiden niet meer genoemd en zijn ze vermoedelijk weer naar Engeland vertrokken, omdat er geen gegevens van beiden in Nederland meer achterhaald kunnen worden.”

(de tekst gaat onder de foto verder)


De VSW in vogelvlucht, gezien naar het zuiden, nu de Weverij. - Gemeentearchief Veenendaal

James bleef tot aan zijn dood in Veenendaal wonen. Op 7 juni 1872 verhuisde het gezin naar Gelders Veenendaal 31, een woning aan de Nieuweweg. Later werd dit de Hoofdstraat, het Verlaat en het Achterkerk. Op laatstgenoemd adres overleed James op 24 december 1889. In de overlijdensakte werd, als één van degenen die aangifte van overlijden hadden gedaan, Frans van Burken genoemd die boekhouder zou zijn.

Toevallig blijkt dat in het sterfjaar van James in 1889 deze Frans in het Algemeen Handelsblad van 17 maart 1889 een advertentie heeft geplaatst waarin hij de directie bedankt voor de geschenken die hij gekregen heeft voor zijn vijfentwintigjarig dienstverband.

TERUG NAAR ENGELAND

,,Het was heel gebruikelijk dat collega’s van een overledene aangifte van overlijden deden en gelet op de advertentie in de krant kan het niet anders zijn dan dat James als werknemer op de VSW heeft gewerkt. Na het overlijden van James is de weduwe Mary Ann vermoedelijk definitief naar Engeland vertrokken. In de jaartelling van 1901 staat ze nog als weduwe vermeld met een aantal kinderen. Kort daarna komt ze op 3 mei 1902 in Honley te overlijden en werd begraven op de ‘Honley Church Cemetery’. Ze werd alleen in het graf begraven.”

Mail de redactie
Meld een correctie

Martin Brink
Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie