Afbeelding
Pexels

Zo beleeft Veenendaal een voetbalzaterdag bij GVVV en DOVO

7 september 2026 om 13:31 Zakelijk-nieuws-landelijk

Wie op zaterdag door Veenendaal rijdt, hoeft niet lang te zoeken om te merken dat er gevoetbald wordt. De auto’s die richting Sportpark Panhuis draaien. De sjaals die uit jaszakken steken. De geur van vers gemaaid gras die je ruikt als je het parkeerterrein op loopt. Het is halftwee, de aftrap is over een uur, en het sportpark begint langzaam vol te lopen. Twee clubs, één sportpark, twee kleuren. Blauw voor GVVV, rood voor DOVO. En een hele stad die meekijkt.

Twee clubs op Panhuis
GVVV en DOVO delen Sportpark Panhuis, maar delen verder weinig. GVVV, opgericht in 1947, speelt in het blauw en heeft meer dan 1200 leden en zo’n tweehonderd vrijwilligers die de boel draaiende houden. DOVO draagt rood en heeft zijn eigen achterban, zijn eigen kantine en zijn eigen verhalen. Beide eerste elftallen spelen op landelijk amateurniveau. GVVV speelt in de Tweede Divisie en DOVO in de Derde Divisie. En  beide clubs trekken thuispubliek dat verder gaat dan de directe familie van de spelers. Het zijn geen profclubs, maar de beleving op zaterdagmiddag voelt soms niet heel anders.

Wat het bijzonder maakt is de nabijheid. Twee clubs op hetzelfde complex, met eigen supporters die elkaar tegenkomen op het gedeelde parkeerterrein, in de gang naar de velden, soms zelfs in dezelfde kantine. Het is geen rivaliteit op het scherpst van de snede, maar het is ook geen onverschilligheid. Het is Veenendaal. Je kent elkaar, je weet bij welke club de ander hoort, en op zaterdagmiddag is dat even het belangrijkste gesprekspunt.

De uren voor de aftrap
Het ritueel begint lang voor het eerste fluitsignaal. In de kantine druppelen de vaste bezoekers binnen. De koffie wordt gezet, de televisie staat op de sportzender, en aan de bar ontstaan de eerste discussies over de opstelling. Moet de spits van vorige week er weer in? Waarom staat die verdediger op de bank? En hoe staat de concurrent ervoor? Dat laatste wordt tegenwoordig niet meer afgewacht tot de uitslag in de krant verschijnt. Telefoons komen tevoorschijn, apps worden geopend en tussenstanden van andere wedstrijden worden al gecheckt voordat de eigen wedstrijd is begonnen.

In de uren voor de aftrap worden opstellingen besproken, eerdere uitslagen erbij gehaald en voorspellingen uitgewisseld. Waar de één het houdt bij een voetbalpool met vrienden, bekijken andere volwassen supporters statistieken of de mogelijkheden rond gokken op voetbal voordat de landelijke wedstrijden beginnen. Maar het overgrote deel van het publiek is er gewoon om te kijken, om mensen te spreken en om het gevoel te hebben dat ze erbij zijn.

Negentig minuten langs de lijn
En dan rolt de bal. De spelers komen het veld op, het publiek schuift richting de lijn en de eerste tackle wordt becommentarieerd voordat de scheidsrechter zijn fluit heeft weggestoken. Langs de lijn bij GVVV of DOVO staan geen tribunes met tienduizend stoelen. Langs de lijn staan honderden mensen. Ze kennen de spelers bij naam, ze kennen de trainer, en ze hebben een mening over alles wat er op het veld gebeurt. Die mening wordt niet binnenshuis gehouden. Die klinkt over het hele sportpark.

Tussendoor worden telefoons gecheckt. Hoe staat het bij de concurrent? Wat is de tussenstand in die andere wedstrijd die uitmaakt voor het klassement? Iemand meldt dat de koploper achterstaat en er gaat een golfje door het publiek. Zelfs op Sportpark Panhuis is voetbal inmiddels een multi-screenbeleving. Maar de blik gaat altijd terug naar het veld. Want daar gebeurt het. Daar staat je club.

De kantine na afloop
Het laatste fluitsignaal klinkt en het publiek stroomt naar de kantine. Bij winst is de sfeer uitbundig. Bij verlies is die gedempt maar niet minder vol. Want in de kantine stopt de voetbalzaterdag niet. Daar begint hij opnieuw, in een andere vorm. De wedstrijd wordt overgedaan, de kansen worden herbeleefd en de scheidsrechterlijke beslissingen worden grondig besproken door mensen die het allemaal beter hadden gezien. De trainer komt langs, de spelers lopen de kantine in, en het verschil tussen publiek en elftal vervaagt.

Bij GVVV en DOVO zijn het de vrijwilligers die dit allemaal mogelijk maken. De mensen achter de bar, de stewards langs het veld, de terreinbeheerders die al vanaf zeven uur ’s ochtends bezig zijn. Zij zijn de ruggengraat van de club. Niet de spelers, niet het bestuur, maar de mensen die het elke week opnieuw doen omdat de club van hen is.

Twee kleuren, één Veenendaalse zaterdag
Ergens rond vijf uur wordt het rustiger op Panhuis. De auto’s rijden weg, de lichten op de velden gaan uit en de kantines lopen langzaam leeg. De uitslag bepaalt de stemming voor een deel van de avond, maar de volgende zaterdag staan de vaste bezoekers opnieuw langs de lijn. Bij GVVV in het blauw, bij DOVO in het rood. Twee clubs, twee kleuren, één sportpark. En een stad die elke zaterdag even stilstaat bij het enige dat er op dat moment toe doet: de bal die rolt op Panhuis.


Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie