
Jaap Spruijt: laatste verzetsleider van Veenendaal overleden
26 februari 2017 om 15:40 AlgemeenDoor Martin Brink
In zijn geboorteplaats Veenendaal was hij sinds de mei-herdenking in het jubileumjaar 1995 niet meer geweest. Toch trok het dorp van weleer en wilde hij graag op de hoogte worden gehouden van wat er zoal speelde. Op donderdag 16 februari overleed hij in zijn ouderenappartement in Vancouver in het verre Canada: Jaap Spruijt, 96 jaar en de laatst levende verzetsleider van Veenendaal.
Onderbelicht
Omdat hij reeds in 1951 teleurgesteld Nederland verliet en in 1947 al niet meer in Veenendaal woonde, is zijn rol in de plaatselijke verzetshistorie onderbelicht gebleven. Bijvoorbeeld: mede dankzij Jaap Spuijt werd Veenendaal op woensdag 9 mei 1945 bevrijd. Pas na lang aandringen van hem in het reeds bevrijde Ede, werd besloten een patrouille naar het nog altijd bezette veendorp te sturen. Hij was ook de man die in op 10 mei 1945 wethouder Jan van Schuppen als waarnemend burgemeester aanstelde ‘’omdat er op dat moment geen betere was.’’
Nazaten opsporen
Jaap zag om zich heen generatiegenoten wegvallen evenals vele vrienden uit de oorlog. In het laatste jaar was hij vooral bezig om nazaten op te sporen om soms in het reine te komen. Vier dagen voor zijn overlijden belde Jaap Spruijt nog met de auteur van dit verhaal met wie hij sinds 1984 een hartelijke brief- en telefoonwisseling onderhield en ook meermalen in De Rijnpost heeft gestaan.
Aan hem stelde hij ook zijn, steeds bijgestelde, memoires ter beschikking. ‘’Weet je waar ik de familie Bouwens (Kerkewijk, hoek J.G. Sandbrinkstraat. MB) kan vinden,’’ meldde hij op 12 februari 2017. Na het ontkennende antwoord: ‘’Zij hebben mij in de oorlog het leven gered.’’ Die oorlog zou als een rode draad zijn leven bepalen.
Veense Bank
Jaap werd in januari 1921 aan de Kerkewijk, naast de marechausseekazerne, geboren. Hij schetste het als een gelukkige jeugd, samen met zijn oudere zuster (die als jonge vrouw in de jaren dertig nog figureerde in een Polygoon bioscoopitem bij een grote bijenkorf tijdens de jaarlijkse bijenmarkt aan de Nieuweweg). Zij trouwde later met Jaap Buddingh, medefirmant van sigarenfabriek De Edelman aan de Prins Bernhardlaan (Buddingh en Van Renes).
Ook Buddingh raakte later in het (gewapende) verzet. Hij was de man die contacten onderhield met dominee Slomp (Frits de Zwerver) en de Groep Trouw. Buddingh nam onder meer deel aan een gewapende overval in De Klomp. Hij kwam al snel in beeld van de bezetter. Een voorval met een tragisch einde was het oppakken door de SD van sigarenmaker Budding aan de Buurtlaan. Het bleek de verkeerde man, men moest Jaap Buddingh hebben die daarop direct onderdook.
Schoonhovense Courant
Ook Jaap Spruijt nam deel aan overvalacties, onder meer die op de Schoonhovense Courant (14 april 1944) waarbij de uitgever verplicht werd om een krant uit te brengen met verhalen die ze vooraf hadden samengesteld. In de krant van die dag (2 pagina’s in verband met de papierschaarste) werd op de tweede pagina verzetsartikelen geplaatst en het gedicht ‘Opdracht van een gefusilleerde’ werd overgenomen uit het Geuzenboek.
Het doel van de knokploeg was de mensen er nog eens op te wijzen dat er in ons land daadwerkelijk verzet werd geboden. Ook lagen er contacten met KP-verzetsleider Jaap van Spronsen en met de ondergrondse werker en Ritmeester-directielid Ad van Schuppen.
Jaap Spruijt werkte ook nauw samen met de van oorsprong uit Veenendaal afkomstige Hebe Kolhlburgge. Zij overleed in december 2016 op 102-jarige leeftijd. Kohlbrugge zette een verbindingslijn op om microfilms met door het verzet verzamelde informatie van Nederland naar Zwitserland te krijgen. Met ‘Chrissie’ zoals haar verzetsnaam luidde, was er vele jaren goed contact.
Truus van Kuijk
Dat gold ook met koerierster Truus van Kuijk (voor Veenendalers: dochter van levensmiddelengroothandel Kraan & Van Kuijk aan de Julianastraat en eigenares van Modehuis Libelle aan de Hoofdstraat, nu de Kruidvat). Ze woonde in een appartementgebouw op de hoek van Parallelweg. Toen dat niet meer ging verhuisde ze naar haar zoon in Heiloo. Ook zij is inmiddels overleden.
Op 4 mei 1995 legden Jaap Buddingh, Truus van Kuijk en Jaap Spruijt namens het Veenendaalse verzet nog een krans bij het monument aan het Stationsplein. Later in de oorlog werd Jaap Spruijt leider van de Binnenlandse Strijdkrachten Veenendaal (BS) en de plaatselijke afdeling van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). Belangrijk daarin was het onderbrengen van Joden en het regelen van bonkaarten. Ook zette hij na de Slag om Arnhem een lijn voor pilotenhulp op.
Met gevaar voor eigen leven heeft hij menige geallieerde vlieger veilig naar bevrijd gebied helpen overzetten. Onderzoeker overste Th. A. Boeree, die als eerste verslag deed rond de verwikkelingen rond de Slag om Arnhem, benaderde hem al in 1947 om de ervaringen van Spruijt te horen. Kopieën van deze brieven zijn onlangs overgedragen aan het Gelders Archief in Arnhem alwaar de Collectie Boeree zich bevindt.
Teleurgesteld
Jaap woonde toen al in Amsterdam. Hij was er werkzaam bij een bank. Geen vreemde wereld voor hem want zijn vader richtte onderaan de Markt de Veense Bank op. Die werd in de oorlog overgenomen door de Amsterdamse Bank.
Jaap was voorbestemd om zijn vader op te volgen. De directie van de Amsterdamse Bank had echter andere ideeën: vanuit hun eigen opleiding werd een ander persoon naar voren geschoven. Omdat Jaap in Nederland geen verdere ontwikkeling zag en hij, zoals menig verzetsstrijder, zeer teleurgesteld was in de gang van zaken zo kort na de oorlog, emigreerde hij naar Canada. Hij voelde zich nu zelf slachtoffer van de oorlog geworden.
Spanje
Vele jaren had Jaap Spruijt in Canada een leuk contact met landgenoten en zelfs met veel Veenendalers. Die vielen langzaam om hem heen weg. Met zijn eerste vrouw kreeg hij zes kinderen. Een aantal kinderen nam later contact met hem op. Zijn kleinkinderen zag hij wel regelmatig, een aantal was zelfs zeer geïnteresseerd in het oorlogsverleden van grootvader. Met neef Daan Buddingh in Nederland was er al jaren een hartelijk contact.
Zijn tweede vrouw Akke, uit Friesland afkomstig, leerde hij kennen in het grote ziekenhuis (met 1200 bedden!) waar hij hoofd van de Interne Dienst was. Zij was er lerares. Met haar had hij 32 gelukkige jaren en reisde hij meermalen naar Spanje waar ze enkele maanden verbleven. Het deed hem terugdenken aan zijn tijd in Veenendaal.
Jaap werd kort na de oorlog onderscheiden door Engelse en Amerikaanse instanties. Met deze onderscheidingen liep hij niet te koop. Dat paste niet bij hem. Zijn hele leven stelde hij zich overigens uiterst bescheiden op. Hij was meer een stille werker die uiteindelijk door het Veenendaalse verzet toch gekozen werd als ondergronds leider.
Huisorgaan
In het ouderencomplex waar Jaap woonde wist men in eerste instantie niet van zijn bewogen verzetsverleden in Nederland. De directrice wilde er toch graag meer over weten. ‘’Hij is altijd zo integer en vertelt nooit iets over vroeger,’’ liet ze de auteur vorig jaar nog weten.
Die adviseerde haar om Jaap er zelf naar te vragen. Op haar verzoek heeft Jaap Spruijt daarom een aantal verhaaltjes voor het huisorgaan gemaakt. Het werden zijn laatste opgetekende herinneringen.












