
Yad Vashem-onderscheiding voor Veenendaals echtpaar Plant
7 april 2017 om 12:06 AlgemeenDoor Jan Bos
VEENENDAAL/CUIJK - Het in de oorlogsjaren aan de Mulderslaan in Veenendaal woonachtige echtpaar Plant krijgt op woensdag 10 mei postuum de Yad Vashem-onderscheiding uitgereikt. Dat gebeurt in het gemeentehuis van Cuijk.
Hoogste onderscheiding
Deze onderscheiding is de hoogste Israëlische onderscheiding voor niet-Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog met gevaar voor eigen leven Joden hielpen. Wim Plant en Mien Plant-van Oeyen verleenden vanaf 1943 twee Joodse meisjes, Shelly en Lena Shmul, onderdak. Zij waren gevlucht uit Amsterdam en kregen onderdak bij eerst de familie Kleefsman en later de familie Plant.
De kinderen van Wim en Mien Plant nemen de onderscheiding in ontvangst. Dat gebeurt in het gemeentehuis van Cuijk, de woonplaats van één van de kinderen van het echtpaar. De ceremonie vindt plaats in het bijzijn van de burgemeester van Cuijk en de Israëlische ambassadeur in Nederland.
Dank
Tevens zijn daarbij aanwezig ongeveer twintig familieleden van de familie Shmul uit Israël. Zij willen op deze wijze hun dank uitbrengen aan het echtpaar Plant. Het bijzondere is dat de 10e mei, de dag van uitreiking, ook de dag is dat het echtpaar destijds in het huwelijk trad
De onderscheiding werd al een paar jaar geleden aangevraagd. Eerder werd in de papieren editie van De Rijnpost tweemaal uitgebreid verslag gedaan over de onderduik van de Joodse meisjes en de verzetsactiviteiten van huisschilder Wim Plant. Na de oorlog werd Plant rijkspolitieman en verhuisde hij uit Veenendaal.
Aanvraag
De aanvraag werd al enkele jaren geleden ingediend bij Yad Vashem in Jeruzalem. Dat gebeurt aan de hand van een uitgebreide vragenlijst. De aanvrager moet een gered persoon zijn of een naast familielid. Daarnaast moeten er ondertekende en bij de notaris afgelegde verklaringen worden overhandigd waaruit blijkt dat degene voor wie de onderscheiding is aangevraagd ook daadwerkelijk daarvoor in aanmerking kan komen. Ook in Veenendaal hebben al diverse personen een dergelijke onderscheiding gekregen. In de database “The Righteous among the nations”, van Yad Vashem (www.yadvashem.org) staan 23 namen vermeld van personen die een relatie hadden met Veenendaal.
Na de oorlog hebben Wim en Mien Plant tot aan hun dood contact gehouden met de meisjes Shmul en hun naaste familieleden. Dat is voortgezet door de zoons en dochters van Wim en Mien Plant. De in Israël woonachtige nazaten van de meisjes Shmul hebben het initiatief genomen om de onderscheiding aan te vragen.
Verslag
In de papieren editie van De Rijnpost werd in 2015 geschreven over de activiteiten van Plant tijdens de oorlog. Hieronder laten we één van de verhalen nogmaals volgen.
In het Utrechts Nieuwsblad van 10 februari 1970 neemt de wachtmeester der rijkspolitie eerste klasse Wilhelmus Johannes (Wim) Plant afscheid en gaat met pensioen. Dat deze man een grote verbondenheid had met Veenendaal is mogelijk wat minder bekend. Op het Benedeneind woonde de schilder Jan Middelhoven. Deze hield samen met Plant een schildersbedrijf dat gevestigd was aan het begin van de Eenvoudlaan in Veenendaal. Toen de oorlog eenmaal was uitgebroken werd het met het schildersbedrijf allemaal wat minder. Zoals Plant aan de verslaggever destijds mededeelde wilde hij echter niet voor de bezetter gaan werken. In 1943 raakte hij betrokken bij het verzet via zijn broer Hendrikus Martinus Jan Plant (Henk) die daarbinnen al actief was.
Ieke Schaap
Deze Henk trouwde na de oorlog met de Veenendaalse koerierster Ieke Schaap. Deze Ieke was al geruime tijd de vriendin van Henk en kwam oorspronkelijk uit Friesland. Door de vriendschap met Henk is ze vermoedelijk ook binnen het verzet als koerierster actief geworden. Henk woonde nog bij zijn ouders in op de Eenvoudlaan 26 in Veenendaal. Het verzet wilde Wim eigenlijk eerst niet hebben omdat hij gehuwd was en kinderen had. Hij werd pas geaccepteerd toen hij een aantal mitrailleurs stal van Duitsers die de korenmolen van Veenendaal aan de Mulderslaan bezichtigden.
Joodse meisjes
Eind 1943 werd bij de bakker (vermoedelijk Bos aan de Nieuweweg),waar zijn vrouw Mien (meisjesnaam Van Oeyen) kwam, gevraagd of ze voor enkele weken ruimte wisten voor twee Joodse meisjes uit Amsterdam. Uiteindelijk werden het niet enkele weken maar bleven de meisjes tot het einde van de bevrijding bij Mien en Wim Plant ondergedoken zitten. Deze twee meisjes heetten Shelly en Lena Shmul en waren respectievelijk 16 en 17 jaar oud. Ze hadden gewoond aan de Nieuwe Keizersgracht 24 in Amsterdam. Toen ze zich in 1942 moesten melden voor transport hielp een katholieke buurman ze om ze onder te brengen bij diverse personen in het land. De familie werd gescheiden van elkaar maar hebben allemaal de oorlog overleefd. Uiteindelijk kwamen Shelly en Lena bij Mien en Wim Plant in huis, aan het destijds genummerde Mulderslaan 47 (nu nummer 36), terecht.
Zwemmen
Mien ging na “spertijd” regelmatig met hen zwemmen. Eén keer werden de meisjes bijna ontdekt toen onverwacht de Duitsers de woning binnen kwamen. De meisjes vluchtten toen een kamer op de bovenverdieping in. Het 4-jarig dochtertje Wil van de familie Plant ging voor die deur staan. Die kamer hebben de Duitsers toen “toevallig” niet bekeken.
Ook de jood Maurits Pach heeft nog enkele tijd bij Wim Plant ondergedoken gezeten. Bij broer Henk heeft ook nog enige tijd een broer, genaamd Mendel, van beide meisjes verbleven maar dat werd uiteindelijk te gevaarlijk en is deze elders onder gebracht. Wim heeft nog wel kunnen profiteren van zijn vak als schilder omdat hij begin 1945 nog een zogenaamde “Sonderausweis” kreeg als “anstreicher” zodat hij zich vrijelijk kon bewegen in Veenendaal.
Fusilleren
Hij heeft volgens zijn dochter Wil nooit veel over de oorlogsjaren willen vertellen maar aan het eind van zijn leven heeft hij aan de ziekenhuispastor opgebiecht tijdens zijn verzetsperiode toch mensen te hebben moeten fusilleren.
Ook had hij ‘s nachts regelmatig slechte dromen waarbij de werkelijkheid voor hem vervaagde en hij een te laat thuis komende zoon bijna de hersens insloeg met zijn gummilat omdat hij zich weer waande binnen de activiteiten die hij in de oorlog had meegemaakt.
Verzet
Dat hij veel heeft gedaan voor zijn medemens en uitermate gewaardeerd werd bleek wel uit een aanbevelingsbrief van de commandant van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, district VI Utrecht, die aangeeft dat Wim Plant diverse keren aan het ondergrondse verzet heeft meegedaan en als volkomen betrouwbaar moet worden gezien. Na de oorlog werd hij aangesteld als hulpagent van de politie in Veenendaal en in 1946 werd hij aangesteld als agent in Jutphaas.
Wim Plant staat onder meer op een foto uit mei 1945 bij het bewaken van NSB’ers die aan het Benedeneind aan het werk werden gezet met het opruimen van kadavers.










