
Interview wethouder Marco Verloop: ‘Wie is nu de mens achter de cijfers?’
10 juni 2020 om 15:05 AlgemeenBij politiek beleid zou je wel nog wel eens kunnen denken dat het bedacht is door mensen die weinig kaas van de Nederlandse praktijk hebben gegeten. Of denken dat het puur door bezuinigingsdrift is ingegeven. Bij Model Veenendaal 2020 gaat die vlieger niet op. Het bijbehorende kader voor het sociale domein (lees: WMO, werk & inkomen, participatie en schuldhulpverlening) is bedoeld om de mensen te helpen die dat het meest nodig hebben met – jawel – passende zorg.
Door Arjan van den Berg
Veenendaal - Het idee voor het model en het kader waarin de visie uitvoerig is beschreven, dateert al van eerder. Wethouder Marco Verloop, die ondanks zijn portefeuille financiën toch echt naar de mens kijkt achter de (geld)cijfers: “In 2015 kwam het beleid van sociaal domein van de landelijke politiek naar de lokale. Dat betekent nogal wat.
Sindsdien zijn we druk bezig met het inrichten. In 2018 kwam er een nieuwe collegeperiode en hadden we de behoefte om te kijken naar de toekomst en een visie voor het sociale domein op te stellen met wat we belangrijk vonden en wat we wilden bereiken op middellange termijn.
In het verleden hadden we al eens een houtkoolschets gemaakt met wat we belangrijk vonden en Model Veenendaal 2020 is een nieuwe versie. Als je geen visie hebt, dwaal je in het donker rond.”
Inwoner centraal
“Uitgangspunt is dat de inwoner centraal staat. Wie is nu de mens achter de cijfers? Het is belangrijk dat de kwaliteit van zorg voor de kwetsbare medemens en de organisatie ervan in orde is, maar tegelijkertijd dat er sprake is van een financieel evenwicht. We hebben altijd voor ogen: wat gaat een maatregel betekenen voor de mens die ondersteuning nodig heeft?”
In het verleden kwam het wel voor dat mensen plat gezegd alles kregen waar ze om vroegen, maar ook dat ze van het spreekwoordelijke kastje naar de muur werden gestuurd, waarbij door tijdverlies een zorgelijke situatie alleen maar erger werd. Dat gaat nu anders, ze streven ernaar dat alle loketten hetzelfde werken en iedereen weet naar wie er eventueel doorverwezen moet worden.
Eigen kracht
Het raadsprogramma van deze periode kreeg de treffende leus ‘iedereen doet mee’ en op diezelfde leest is het model gebaseerd. “Er zitten een paar uitgangspunten achter. Iedereen is naar vermogen maatschappelijk actief.
Wat kan iemand nog wél. We stimuleren zoveel mogelijk de eigen kracht van inwoners en de eigen leefomgeving. En als we ondersteuning bieden, beginnen we, waar dat mogelijk is, zo licht mogelijk. Zwaardere hulp is niet per definitie betere hulp.”
“We hebben breed onderzoek gedaan, tot aan gesprekken bij mensen thuis. Inwoners willen zoveel mogelijk zichzelf helpen en zelfstandig zijn. Ze begrijpen wel dat niet alles meer kan en dat ze naar vermogen moeten bijdragen.
Ik vind het als wethouder belangrijk dat we veel informatie bij cliëntondersteuners ophalen. Zij werken dagelijks met cliënten. Wat hebben zij nodig om hun werk goed te kunnen doen? Welke zorgen komen er langs? Hoe raakt een maatregel inwoners? Ik wil het juist dicht bij de praktijk brengen. Onze visie op het sociaal domein is in samenwerking met onder andere de inwoners, adviesraden en vrijwilligersorganisaties gemaakt.”
Allereerst was en is het model bedoeld om alle zorg inzichtelijk te maken, zowel voor de hulpverleners als voor hulpvragers. Wat is ‘passende zorg’? Waar kan iemand voor welke hulpvraag terecht?
Datagestuurd werken
Dat inzicht moet ook komen van het zogenoemde datagestuurd werken met een effectenmonitor. “We vinden het belangrijk om vooraf te meten waar behoefte aan is en welke maatregelen we moeten nemen. En achteraf om te weten hoeveel mensen er gebruik van hebben gemaakt, hoeveel mensen er zijn geholpen. Heeft het effect?”
Het idee is om in elk geval tot 2023 elk jaar een uitvoeringsplan te maken om te voorkomen dat we niet elk jaar dezelfde discussie hebben, maar wel de flexibiliteit hebben om inwoners te helpen.
“We willen niet de gevolgen bestrijden, maar zo goed mogelijk de oorzaak wegnemen. Stel: er is een ouder werkloos, de kinderen doen het niet goed op school en de partner zoekt psychosociale ondersteuning. Dan kun je zorg bieden op al deze signalen, maar wat nu als het hebben van werk dé oplossing is voor al deze problemen?
Dan moeten we beginnen bij de oorzaak en dat vraagt goede afstemming en samenwerking. Hier gaan we de komende periode verder aan bouwen.”










