
Column Jurgen Hillaert: Van stuwwalbewoner tot vluchteling
25 februari 2026 om 10:17 Opinie Columns Nieuws uit VeenendaalVEENENDAAL Veenendaal en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zonder water geen veen. Ons deel van de Gelderse Vallei kent al sinds de laatste ijstijd een slechte waterafvoer. Ik was er niet zelf bij, maar heb het van horen zeggen. De drassige ondergrond was een ideale voedingsbodem voor de aanwas van veen.
Zoals iedere Veenendaler hoort te weten is veen organisch materiaal dat bestaat uit afgestorven planten en zich ophoopt in waterrijke gebieden. Turf is dan weer gedroogd veen dat als brandstof kan worden gebruikt. En as is dan weer verbrande turf. Tenminste, dat zei mijn meester vroeger als we het het woordje als niet goed articuleerden.
Maar terug naar de geschiedenis van Veenendaal. Voor een soepele afvoer van de turf werd aan het einde van de 15e eeuw de Bisschop Davidsgrift uitgegraven. De eerste bebouwing van de nieuwe veenkolonie ontstond midden 16e eeuw langs de Grift en een aantal zijtakken hiervan. Eén van die zijtakken liep langs een kleine stuwwal. Op deze zandheuvel, het Kleine Veenloo, werd in 1566 een kerk gebouwd en een markt aangelegd. Ik behoor tot het selecte gezelschap Veenendalers dat zich stuwwalbewoner of Klein Veenlooër kan noemen. Niet dat het enige betekenis heeft, maar een columntekst vult zich niet vanzelf en zo belanden we toch al mooi in de derde kolom.
De waterrijke historie van onze stad wordt vooral gemarkeerd door de watersnoodramp van 1855. Op 5 maart van dat jaar brak de Grebbedijk bij Rhenen en overstroomde Veenendaal bijna volledig. Het doorbreken had te maken met een ijsdam in de Rijn. Deze ijsdam zorgde voor een verstopping, waardoor de dijk het uiteindelijk begaf. Bewoners van de Gelderse Vallei werden in de nacht van de ramp gewaarschuwd door het luiden van noodklokken en het afvuren van kanonschoten. De meeste mensen verschuilden zich in de hooggelegen kerk op het marktplein. Na afloop van de ramp werden mensen per schuit en trein naar Utrecht vervoerd.
In Museum Veenendaal hangt een uniek schilderij van de Utrechtse Geertekerk die in 1855 werd ingericht als opvangcentrum voor watersnoodvluchtelingen uit Veenendaal. Een AZC avant la lettre. De Utrechtenaren hadden er een attractie bij. Wie belangstelling had mocht op vertoon van een ‘bewijs van toegang’ vanachter een hekje gratis naar de Veense vluchtelingen kijken. Op zondag 25 maart waren er 1433 bezoekers.
door Jurgen Hillaert
veensteken@streekverkenner.nl















