
Riet bleef de apotheek een halve eeuw trouw
16 juli 2023 om 07:00 MensenVEENENDAAL ,,Loop je hier nog steeds rond?” Riet Bitter-Klomp heeft het menigmaal gehoord. Maar het is meer goedkeurend dan op een andere manier bedoeld. Ze kijkt er niet van op. Maar toch: vijftig jaar bij een en dezelfde ‘baas’ is een uitzondering in deze tijd. Haar overkwam het, al was er, wanneer ze terugkijkt, een aantal momenten dat ze verandering wilde. Het kwam er niet van.
door Martin Brink
Riet (,,eigenlijk heet ik Rita maar iedereen noemt mijn Riet”) bleef apothekersassistente, en altijd bij Apotheek Zwaaiplein in Veenendaal.En wat ook zo leuk is: ze begon onder Dick Recter en eindigt dit jaar onder diens zoon Pieter Recter, die inmiddels in een maatschap zit. ,,Zulke fijne mensen: Pieter is net als zijn vader. Beiden zijn héél goed voor hun personeel.”
Met haar 68 jaren is Riet de oudste en langstzittende van alle 67 medewerkers van de Service Apotheek Zwaaiplein, die in de maatschap inmiddels ook vestigingen heeft aan de Nijverheidslaan onder de naam Service Apotheek Kerkewijk en in Veenendaal-Oost als Service Apotheek Kloppend Hart. Riet heeft veel herinneringen als ze terugkijkt op die vijftig jaren. Op 1 juli vierde ze het jubileum. Binnenkort gaat ze ter gelegenheid daarvan met haar collegae ergens gezellig eten.
Hoe is dat zo gekomen: vijftig jaar bij dezelfde baas? Was apothekersassistente worden een roeping? De in Elst woonachtige Riet gaat er eens goed voor zitten: ,,Beslist niet!” zegt ze. ,,Sterker, ik wist niet wat ik wilde worden. Ik deed de mulo in Amerongen en deed vakantiewerk bij het bejaardencentrum De Keihof in Leersum. Gewoon kleine werkzaamheden. De directrice vroeg aan mij of ik misschien bejaardenverzorgster wilde worden. Ik zei: nee, daar voel ik niets voor. In het dorp ontmoette ik iemand die apothekersassistente was. Of dat niet iets voor mij zou zijn?” Riet ging het proberen.
,,De opleiding werd gegeven in Utrecht, Amersfoort en Arnhem. Ik koos voor Arnhem.” Het was een opleiding waarin veel facetten van het vak aan bod kwamen: van het maken van zalfjes, pillen, poeders, steriliseren, tot zelfs het herkennen van kruiden. ,,Dat zit nu niet meer in de opleiding maar toen moesten we honderd kruiden herkennen en kunnen ruiken.”
Ze hoorde dat meneer Recter in Veenendaal aan het Zwaaiplein kort daarvoor (in 1970) een apotheek was gestart, de derde in Veenendaal. Ze trok de stoute schoenen aan: kon ze er als stagiaire aan de slag? Dat kon. Riet was het vierde personeelslid. Ans en Marijke waren de eerste twee. Ze kwamen uit Zeeland. Ze woonden boven de zaak. Op haar achttiende kwam Riet in vaste dienst. ,,Eerder mocht niet. Pas op je achttiende kon je de eed afleggen. Dat ging zo in die tijd. Je hebt immers wel met mensen te maken die je begeleidt in hun medicatie. Ik weet niet of zo’n eedaflegging nog moet.”
ZELF MAKEN
Het vak is heel erg veranderd. Tegenwoordig worden de medicijnen kant en klaar ingekocht bij de groothandel, toen ze begon moest ze het vaak zelf maken. Iedere dag stond ze als stagiaire pillen te draaien, poeders te vouwen, zalfjes te mengen en zetpillen te gieten. In een steriele werkruimte werden zelfs oogdruppels en morfinecassettes klaargemaakt.
De taak van de apothekersassistente is tegenwoordig vooral eerste en tweede begeleiding uitgifte medicatie, recepten klaarmaken en advies geven aan de balie. De medicatiebewaking doet de computer. De apothekersassistente heeft doorgaans direct contact met de patiënt. Daarbij zijn geduld en een bepaalde inlevingsvermogen zeer belangrijk. ,,Ik denk dat ik in al die jaren wel enige mensenkennis heb opgebouwd.” Terug naar 1973: ,,In die tijd had je nog apotheekhoudende huisartsen. Ik weet nog dat ik hier in Elst de oude dokter Van Ommeren heb geholpen met het maken van pillen. Hier in het dorp wisten ze natuurlijk al heel snel wat voor vak ik uitoefende.” In die tijd had de apotheek nog geen ladenkast, stonden de tabletten in glazen potten in een zogenaamd ‘tablettenorgel’. Dat was een open kast die natuurlijk behoorlijk stoffig bleek.Omdat de apotheek nog in de groei was, was er ‘s middags soms niet zoveel te doen. Riet herinnert zich uit die begintijd nog de hilarische water- en sneeuwbalgevechten op het parkeerterrein achter het pand, meestal uitgelokt door bezorger Kees Bos. ,,Elke nieuweling kreeg een waterdouche of iets met sneeuwballen.” En nee, de foto die na zo’n waterdouche werd gemaakt met al het personeel erbij, is toch maar niet geschikt voor de krant. ,,Het was ook fijn dat meneer Recter het naastgelegen pand (van Weverij Jos Geheniau, MB) had aangekocht. Konden we mooi onze auto’s kwijt. Zomers was het er heerlijk koel.”
![]()
Het interieur van de oude apotheek aan het Zwaaiplein. - Service Apotheek Zwaaiplein
Iconisch was ook Arie van Hensbergen, de onbezoldigde parkeerwachter die in de zomer zijn hoofd koel hield door een ventilator op zijn pet te bevestigen. ,,Een aardige man. Hij ving altijd een paar centen voor het keurig op rij zetten van de auto’s. Die kwam hij bij ons omwisselen voor papiergeld.”
Riet hoort er van op dat Arie altijd iets heeft gehad met het regelen van verkeer. Hij wilde dolgraag verkeersagent worden maar werd niet tot de opleiding toegelaten. En dus ging hij op vrijwillige basis aan de slag tijdens onder meer de bejaardentochten van de Oranjevereniging in de jaren vijftig en zestig.
En ergens niet toegelaten worden, dat had Riet zelf ook meegemaakt. Op een goed moment wilde ze wel iets anders. ,,Het leek mij wel wat om verloskundige te worden. Maar ja, daarvoor had je HBS nodig. Bovendien had ik ook geen scheikunde in mijn pakket. Dus werd ik niet aangenomen.” In plaats daarvan deed ze een jaar de drogisterij-opleiding. Het verbreedde haar kennis maar ze heeft er verder niets mee gedaan.
Zo bleef ze bij Apotheek Zwaaiplein. ,,Ik heb het werk altijd met plezier gedaan. Je nam elkaars taken over en je deed waar je goed in was. Ik maakte vaak de roosters voor de assistentes en bezorgers en deed ook de administratie.” Nog niet heel lang geleden draaiden de Veenendaalse apotheken ook avond- en nachtdiensten en weekenddiensten.
BED
Dat is allemaal, onder protest, verhuisd naar Ede, waar naast de post van de Spoedeisende Hulp een apotheek zit die in het weekend voor de wijde regio werkzaam is. ,,Toen deden wij dat in Veenendaal bij toerbeurt. Ik weet nog dat er in de apotheek een bed klaarstond om op te gaan liggen tijdens zo’n dienst.”
Wat ook ter sprake komt, vooral omdat het landelijk speelt, is het medicijntekort. Het is passen en meten voor de apotheker. ,,Mensen begrijpen het niet, worden boos als ze een ander medicijn krijgen.” De hele kwestie draait om geld. ,,De verzekeringen vergoeden niet alle medicijnen. Zij bepalen dat.” Riet kan het eigenlijk niet begrijpen dat dat ooit zo is afgesproken. Nu ligt alle macht dus bij derden.
![]()
De apotheek. Links het karkas van de oude Hollandia Wolfabriek. - Service Apotheek Zwaaiplein
Het leven gaat verder. Riet trouwt met Geurt Bitter. Zij blijft in de farmacie, Geurt start zijn eigen aannemerij op Remmerden. Hij heeft maar een half woord nodig om iets moois te maken. Een vakman pur sang dus. Op zijn 63ste wordt hij getroffen door een herseninfarct. In januari 2021 overlijdt hij op zijn zeventigste aan een ongeneeslijke ziekte. Het is moeilijk, maar Riet moet verder. ,,Alles in dit huis herinnert aan Geurt. Hij heeft dit alles eigenhandig opgebouwd en ook het prieeltje in de tuin.”
Tegenwoordig werkt ze er nog maar tweemaal een halve dag in de apotheek. ,,Ik kon in 2021 al met pensioen maar omdat mijn man overleed, vond iedereen het beter dat ik bleef. Pieter Recter bood die mogelijkheid. Daar ben ik hem heel dankbaar voor. Ik hoefde nu ook niet weg, maar ik vind zelf dat het genoeg is zo.”
Riet hoopt dat er in haar eigen Elst, waar ze is geboren en getogen, ooit nog eens mooie appartementen worden gebouwd. Dan blijft ze toch in de buurt, net zoals ze altijd in de buurt is gebleven door in Veenendaal te werken. ,,Misschien is dat tegen die tijd wel iets voor mij”, zegt ze. Maar voorlopig zeker niet!
Wat gaat ze doen nadat ze daadwerkelijk is gestopt met werken? ,,Ik weet het nog niet. Sommigen zeggen dat ik direct iets vrijwillig moet oppakken. Ik heb al eens geïnformeerd bij het ziekenhuis of daar passend werk is. Maar omdat ik niet precies wist wanneer ik met pensioen zou gaan, is dat niet doorgezet. In een ouderencentrum werken, daar voel ik weer niets voor. Ik zie het wel. Ik doe het rustig aan.”














