Peter van Beek beschrijft zijn jeugd met een strenge opvoeding in 'Sla ons met medelijden'.
Peter van Beek beschrijft zijn jeugd met een strenge opvoeding in 'Sla ons met medelijden'. Annemarie van der Meer

Peter van Beek schrijft over moeizame jeugd in ‘Sla ons met medelijden’

27 april 2022 om 13:10 Mensen

VEENENDAAL Veenendaler Peter van Beek heeft een bijzonder boek geschreven: ‘Sla ons met medelijden’. Hierin is hij zelf de hoofdpersoon en grijpt hij terug op zijn jeugd waarin het strenge geloof altijd dominant aanwezig was. Verschillende ervaringen van de auteur en zijn broers komen aan de orde.

door Martin Brink

De titel is een versregel uit de achttiende-eeuwse berijming van Psalm 6 vers 1: ‘Sla mij met medelijden, gelijk een vader doet’. Voor veel mensen in deze bijbelvaste omgeving zal het ongetwijfeld zeer herkenbaar zijn.

WOEDE Waarom een boek waarin het geloof een grote rol speelt? Een jeugdtrauma misschien dat nog steeds doorwerkt? Van Beek zou het niet zo willen benoemen. ,,En al helemaal niet bij het ouder worden”, laat hij weten. Maar er is wel een reden waarom er pas nu een (gebonden) uitgave ligt: ,,Het boek had ik al veel eerder willen schrijven, maar ik had nog te veel woede in me. Nu kon ik er met meer afstand naar kijken.”

Peter van Beek (63) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde en staat al jaren voor de klas. Tegenwoordig is hij docent Nederlands op het Nieuwe Lyceum in Bilthoven. Maar ook In Veenendaal heeft hij zijn sporen nagelaten. Hij was leraar Nederlands op het Christelijk Lyceum Veenendaal (CLV), het Rembrandt College en op het Groenhorst College in Barneveld. Toen hij nog op het Christelijk Lyceum Veenendaal doceerde was hij zo’n dertig jaar geleden de grondlegger van het zogeheten Examenjaarboek. Dat is een bundel herinneringen en voorzien van veel foto’s die de eindexamenkandidaten bij hun diploma-uitreiking krijgen uitgereikt.

(Tekst gaat verder onder de foto.)


De omslag van het boek waarin levenservaringen van de auteur centraal staan. - Martin Brink

VERFILMINGEN Wie in de vroege opgroeifase en adolescentie met de ‘strenge’ bijbel en ‘oude schrijvers’ om de oren is geslagen, zal dat zijn leven lang met zich meedragen. In positieve maar vooral in negatieve zin. Sommigen treden ermee naar buiten, zoals Jan Siebelink met ‘Knielen op een bed violen’ en Franca Treur met ‘Dorsvloer vol confetti’. Hun boeken werden zelfs verfilmd en trokken veel uitgetredenen naar het witte doek. Vooral ‘Dorsvloer vol confetti’ was in deze regio een regelrechte hit in de bioscoop.

Nu is het Van Beek die over zijn jeugd in Schiedam, Harderwijk en Zuilichem naar buiten treedt en in de geest van Siebelink en Treur terugblikt op zijn eerste achttien levensjaren. Jaren waarin de Bijbel een hoofdrol speelt en waarin hij zich moet schikken naar de grillen van de letterlijk genomen teksten hieruit. Dat dat zeker niet vanzelfsprekend bij hem gaat, laat zich raden.

TRAUMATISCH De roman begint met een traumatische ervaring in het leven van het ik-personage: zonder voorbereiding en begeleiding moet hij met zijn vader naar zijn overleden neefje dat in de slaapkamer op bed ligt.

De tante beweert dat het net lijkt of haar zoontje slaapt, maar het ik-personage schrikt van het onwerkelijke beeld van de dood. Onderweg naar huis spreekt de vader niet met zijn zoontje, hij is moederziel alleen met zijn schokkende ervaring. Behalve het motief van de dood, speelt ook macht een belangrijke rol in de roman. De vader gedraagt zich als een soort god in zijn gezin.

Hij is autoritair en hardhandig en lijkt daarmee op God die met name in het Oude Testament niet zachtzinnig omgaat met ‘zondaren’ en ‘heidense’ volken. De jongens reageren alle drie anders op de rechtlijnigheid van de vader en de obsessieve netheid van de moeder.

GESPREK De oudste zoon, het ik-personage ofwel de auteur zelf dus, probeert het gesprek aan te gaan over de starre orthodoxie. De vader wil echter niet weten van andere, mildere varianten van christendom en blijft vasthouden aan zijn mening dat de Bijbel van kaft tot kaft waar is, ook als evident blijkt dat het niet het geval is.

De Bijbel is onfeilbaar, zo oordeelt de vader. De visie dat veel verhalen in de Bijbel literaire metaforen zijn - zoals de Ark van Noach - vindt hij godslasterlijk. De oudste zoon heeft grote moeite met de waarheid van zijn vader en ook met de extreme netheid van zijn moeder.  De tweede zoon, in het boek Eerste Broer genoemd, lijkt alles gelaten te ondergaan, maar ondertussen denkt hij al vele jaren aan de vrijheid die hij zal ervaren als hij ooit het gezin kan verlaten.

KASTIJDEN De derde zoon, Tweede Broer, reageert opstandig en roekeloos en juist hij wordt regelmatig geslagen met de mattenklopper. De vader is van mening dat zijn drie zoons ‘goddeloos’ zijn en wijst hen op de bijbeltekst ‘Wie zijn zoon liefheeft, kastijdt hem.’ De vader neemt deze multi-interpretabele paradox letterlijk. 

Behalve het geloof is ook de Tweede Wereldoorlog een verhaalmotief in de roman. De opa van vaderskant is zogezegd ‘fout’ in de oorlog, de opa van moederszijde verbergt Joden op de zolder van de kerk waar hij koster is. Dit verschil in goed en kwaad wordt in het huwelijk van de vader en moeder regelmatig aangehaald. Vooral op het ik-personage maakt het NSB-verleden van zijn opa diepe indruk en dat laat onuitwisbare sporen na in zijn leven.

De ouders van de schrijver zijn in zijn ogen onbekwame opvoeders, omdat zij alle kinderen hetzelfde behandelen en hun identiteit en persoonlijke karaktereigenschappen ontkennen. Overigens is de roman geen aanklacht tegen het geloof zelf, maar wel tegen het dictatoriale misbruik dat vooral de vader maakt van zijn zogenaamde ‘orthodoxe waarheid’.

(Uitgave Ambilicious, 280 pagina’s, gebonden, ISBN 9789493275171, 28,50 euro)

Peter van Beek op jonge leeftijd.
De omslag van het boek waarin levenservaringen van de auteur centraal staan.
Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie