
Echtpaar De Rhoter 50 jaar getrouwd: ‘Hoe denk je dat we elkaar hebben gevonden’
10 september 2025 om 07:30 Mensen Nieuws uit RhenenRHENEN Praten met Ernst en Herma de Rhoter-Peek, beiden 72 jaar, wordt een gesprek met ‘echte’ Rhenenaren die in het verleden erg veel hebben gedaan en meegemaakt en nog steeds midden in de samenleving staan. Op vrijdag 5 september waren ze een halve eeuw getrouwd.
door Martin Brink
Ter gelegenheid daarvan kwam locoburgemeester Dick Poortinga hen feliciteren. De volgende dag werd het feest gevierd met een receptie in het gebouw van Ons Genoegen, de Rhenense muziekvereniging die als een rode draad door beider levens loopt.
,,Hoe denk je dat we elkaar hebben gevonden”, vraagt de amicale Ernst wat cryptisch. Om er direct aan toe te voegen: ,,Juist ja, door de muziek!” Feit is dat hij op zijn tiende jaar lid werd van Ons Genoegen, Herma kwam er twee jaar later. Zo werd het eerste contact gelegd. ,,Van het een kwam het ander”, merkt Ernst droogjes op. Ze spelen nog altijd, nu bij OBK. Zij als klarinettist, hij is tamboer. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat ze ook vele jaren een uitstapje hebben gemaakt naar de Scheepjeswolharmonie in Veenendaal. In feite dus een overstap naar de ‘concurrent’, maar zo voelden ze dat niet. ,,Een leuke club. Houd het er maar op dat we toen niet eens waren met het nieuwe beleid van Ons Genoegen.” Later is dat recht getrokken.
(tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Bijschrift - Martin Brink
SCHILDERS- EN BEHANGERSBEDRIJF
Ernst komt uit een gezin van twee kinderen. Hij heeft alleen een één jaar jongere broer Jan, net als Ernst en hun vader een echte muzikant. Jan werd zelfs klarinettist bij de Marinierskapel van de Koninklijke Marine. Ernst is opgegroeid aan de Herenstraat 4, in het stadscentrum van Rhenen dus. Vader Ernst senior had er een schilders- en behangersbedrijf die hij weer van zijn vader had overgenomen. Er waren zeker vier mensen in dienst. Trots toont hij een pakje plaksel (behangerslijm) uit midden jaren vijftig met daarop duidelijk de naam van het bedrijf: ‘Het Schildershuis’. ,,En met als telefoonnummer 209. Hoger ging je toen niet”, grapt hij. Het pakje wordt gekoesterd. ,,Daar kwam iemand mee aan. Die had hij aangetroffen op de belt in Remmerden. Of ik hier iets aan had? Jazeker, zei ik, heel graag!”Het is nu ingelijst en het heeft een ereplekje gekregen bij tal van andere memorabilia in de woonkamer. Onder meer bij een doosje met vloeipapier en speciale kwastjes waartussen bladgoud glinstert. ,,Hiermee heeft mijn vader het haantje van de Cuneratoren van een gouden laagje voorzien. Kijk, hier heb ik nog een foto dat ze ‘m net erop hebben gezet. Dat was rond 1955.”
(tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Bijschrift - Martin Brink
Toen de doe-het-zelfzaken opkwamen en senior de verkopen en opdrachten zag teruglopen, is hij er begin jaren zeventig mee gestopt. In het wederopbouwpand - met het jaartal 1941 op de voorgevel - zit nu een lingeriezaak.In zijn latere leven werd senior ook zeer vaardig met de kleine kwast. Hij maakte schilderijen met Rhenen als onderwerp. ,,En altijd met olieverf”, weet junior. En het moest zeer precies. Als bewijs hangt in de woonkamer een olieverf van, hoe kan het ook bijna anders, de Cuneratoren, geschilderd in 1986.
Ondanks dat de herkomst van de ‘De Rhoters’ bij hem onbekend is (,,Ze zullen wel uit Duitsland komen”), heeft zijn vader een familiewapen ontdekt. Die heeft hij keurig op een schildje geschilderd die een stenen leeuwtje vasthoudt.
HERMA
Ernst is dus een Rhenenaar ‘van ouwer op ouwer’. Hoe zit dat met Herma? ,,Mijn vader was chauffeur bij de NBM. Hij heeft er 45 dienstjaren volgemaakt. Hij kwam uit Werkhoven.” Het gezin kreeg een woning aan de Wilhelminastraat. Herma kwam uit een gezin met twaalf kinderen: zes meisjes, waarvan Herma de jongste was, en zes jongens. Precies zoals het in een goed katholiek gezin hoorde. ,,Mijn peetoom was pastoor Vredendaal hier in Rhenen.”
Dat zij met de Nederlands Hervormde Ernst de Rhoter omging lag in eerste instantie wel wat gevoelig. Herma: ,,Dat gaf thuis enige discussie maar ik heb uiteindelijk gewonnen!” ,,Het was later geen gesprek meer maar ze heeft wel de weg geëffend voor twee broers”, zegt Ernst. Ze volgde na de Cuneraschool de huishoudschool bij de nonnen in Renkum. ,,Busvervoer was geen probleem dankzij het werk van mijn vader.” Ze haalde haar diploma Coupeuse maar ging toch voor kraamzorg. Dat combineerde ze later met naailessen en het geven van thuiszorg. Ze werkte op die manier in Veenendaal, Rhenen, Amerongen, plaatsen in de Betuwe en verdere omstreken. Ze deed het met veel plezier. ,,Ik kom nu nog mensen tegen die ik als baby heb mogen verzorgen. Ze herkennen mij dan weer van de foto’s.”
TROUWEN
De trouwdag in 1975 staat Ernst nog helder voor de geest: ,,We trouwden eerst op het gemeentehuis. Dat was in villa Bella Vista, waar nu een restaurant zit. Het oude gemeentehuis werd op dat moment namelijk verbouwd.” Herma: ,,Daarna volgde de huwelijkse inzegening in de katholieke Gedachteniskerk door pastoor Nühn.” Het feest was bij Ons Genoegen aan de Muntstraat. ,,Hoe klein het daar ook was, het werd een gezellige boel”, zegt Herma. ,,Bij Janus Onink van de snackbar aan de Molenstraat lieten we kroketten aanrukken. Er werd een serenade gebracht door Ons Genoegen en ’s avond hadden we een bandje. Dan gingen de klapstoelen aan de kant en werd er gedanst.”
(tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Bijschrift - Martin Brink
Er werd een serenade gebracht door Ons Genoegen en ’s avond hadden we een bandje, dan gingen de klapstoelen aan de kant en werd er gedanst
BLAUW VAN DE ROOK
Ernst: ,,Ja, en een feest zonder sigaren en sigaretten op tafel was toen natuurlijk geen feest. Binnen de kortste keren stond het zaaltje blauw van de rook! Dat is nu niet meer voor te stellen.”
Ze gingen wonen aan de Herenstraat 18, waar nu Scapino zit. Het huwelijk werd bekroond met twee kinderen: een zoon en een dochter: Ernst (hoe kan de naam ook anders!) en Ester. Die zorgen voor respectievelijk twee kleindochters en twee kleinzonen. Ernst senior ging naar de LTS Talmaschool in Veenendaal en volgde daar de richting Installatietechniek. Daarop ging hij werken bij Van Harn in Veenendaal. Na zijn militaire dienst (als tamboer bij het muziekkorps van de Garde Grenadiers) ging hij werken bij Van den Dikkenberg en Van de Kraats in Rhenen om vervolgens burgerambtenaar te worden bij het DELM op Remmerden en later Soesterberg. Daar werd hij veel later ICT-beheerder voor tal van overheidsdiensten door het hele land.
,,Ik kwam op veel paleizen, werkkamers op het Binnen- en Buitenhof en had een controlerende functie.” Ondertussen was hij ook vrijwillig brandweerman in Rhenen, net als zijn zoon overigens. Hij is nu erelid van VBR, een aparte vereniging van de brandweer. Die is voor elke Rhenenaar vooral bekend van het bakken van oliebollen in de laatste week van december.
MEER APPLAUS
Ernst en Herma waren ook fanatieke vierdaagselopers. Dat hebben ze volgehouden tot 2023. Zij liep toen voor de 25ste keer, hij maakte de veertig vol. Maar het was mooi geweest. Het lichaam wilde ook niet echt meer meewerken. ,,Je moet voor de Nijmeegse Vierdaagse stevig oefenen. Het is wel zo dat hoe moeilijker je loopt, hoe meer applaus je krijgt! Maar dat is het mij niet waard.”
(tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Bijschrift - Martin Brink
Zoals gezegd: muziek is in hun leven nog steeds een belangrijk element. Ze spelen bij OBK en Ernst tevens bij de vrijwillige Fanfare der Genie. Die geven regelmatig uitvoeringen in binnen- en buitenland. ,,Bij de vierdaagse speelden we dit jaar in Groesbeek en bij het ponton in Cuijk. Was ik er toch een beetje bij! Bij deze club speelt trouwens nóg een Rhenenaar mee: Jan Bovenschen.”
Ze wonen nu met veel plezier in de Koerheuvel-wijk. Herma: ,,We woonden aan de Verlengde Acacialaan. Toen dit hier 33 jaar geleden werd gebouwd hebben we ons direct ingeschreven en kregen het.” Ze willen er het liefst nooit meer weg, maar misschien komt op een dag noodzakelijk een appartement in beeld. Ernst: ,,Maar dan nog blijf ik in Rhenen! Hier wil ik nooit meer weg.” Dat ondanks de hucht, die voor vele ouderen een grote belemmering in Rhenen vormt. ,,Maar we hebben natuurlijk een EO-fiets, dus dat helpt.” Wanneer de verslaggever hem vragend aankijkt, is Ernst hem voor: ,,Dat is een fiets met Electrische Ondersteuning, ha, ha!”
Naar Veenendaal willen ze niet, maar zeg nooit nooit. Er is beslist geen nijd of afgunst, maar ze kennen wel de verhalen. Ernst: ,,Ik zal je een voorbeeld geven. In 1940 lag alles hier plat. Mijn vader wilde aan het werk maar hij had kwasten nodig. Hij wist wel een bedrijf in Veenendaal die ze kon leveren. Wat denk je: hij kreeg ze niet! Via anderen lukte dat wel. Dat verhaal is hem altijd bijgebleven.”
Voor Rhenenaren is de naam De Rhoter niet onbekend. Ernst: ,,Je had ook een Fiat-garage. Die was van Henk de Rhoter, een volle neef van ons. Hij is pas overleden. Die garage was op de plek waar nu optiek Schoonenberg zit, nabij De Westpoort.”
CARNAVAL
Wat Ernst allemaal gedaan heeft, is niet in een paar alinea’s samen te vatten. Eén van die onderwerpen die op tafel komt is ook het lidmaatschap van de allang opgeheven Rhenense carnavalsvereniging De Huchtedouwers. ,,Rhenen had meerdere carnavalsclubs, want ook voetbalclub Candia had een eigen vereniging onder de naam De Candianen.” Ernst denkt nog even na: ,,Volgens mij was er ook nog De Huchtelopers.” Hoe het ook zij: De Huchtedouwers was er één van. ,,We hielden vast aan het katholieke geloof. Het begon op de elfde van de elfde in de kelder van de Gedachteniskerk. De feesten hielden we in bar-dancing De Munt aan de Muntstraat.”
Hij vertelt dat hij nog zelfs Prins Carnaval is geweest. ,,Ik was Ernest den Eerste.” Hij herinnert zich de leuke groep mensen van de club, zoals Theo Peek (onderwijzer en broer van zijn vrouw), Hans van de IJssel, Piet Drost, Bart Delsink van de schoenhandel, politieman Ton Berendsen, Frans Campman, Jac. Boos en Hans de Jong (van het latere evenementenbureau). Waarom de club ter ziele ging is hem niet bekend.
Bent u niet van de muziek, vragen mensen mij dan
Tegenwoordig is Ernst ook op onregelmatige basis chauffeur bij een uitvaartondermening in Rhenen. Hij noemt het dankbaar werk om op die manier iets voor een ander te kunnen betekenen. Hij wordt er vaak herkend. Zijn martiale snor zal daar zonder meer aan bijdragen. ,,Bent u niet van de muziek, vragen mensen mij dan waarna daarover een gesprek op gang komt.” Ze herkennen hem omdat hij ook vele jaren tambour-maître was. Zo krijgt een min of meer ernstige en serieuze situatie toch een wat luchtiger ondertoon.














