
Echtpaar Versluis 65 jaar getrouwd: ‘Veel redenen tot dankbaarheid’
13 mei 2025 om 08:00 Mensen Nieuws uit Veenendaal Tips van de redactieVEENENDAAL ,,Ik weet nog dat mijn ouders 25 jaar getouwd waren en ook hoe ze hun 27-jarig huwelijksfeest vierden. Zeven-en-twintig jaar! Ik dacht toen: nou, nou, wat lááááng! Ik kon mij dat toen helemaal niet voorstellen. En nu zijn wij zelf 65 jaar getrouwd! De tijd vliegt voorbij.”
door Martin Brink
Riek Versluis-Schipper (86) vertelt over de jaren achter haar. Samen met haar Henk bereikte ze op zondag 27 april het briljanten huwelijk. Dat werd op woensdag 30 april gevierd in restaurant De Hof in Renswoude. Uiteraard waren alle kinderen, kleinkinderen én achterkleinkinderen daarbij. ,,Het was een groep van zeker 55 personen,” blikt de 87-jarige Henk Versluis tevreden terug.
NOG MIDDEN IN HET LEVEN
De Veenendalers staan beiden nog midden in het leven en doen ook op sociaal en kerkelijk vlak nog flink mee. Ze hebben dus heel wat te vertellen. Tijd voor een gezellige babbel.
Er werden vijf kinderen geboren, drie meisjes en twee jongens. Ze wonen bijna allemaal in de omgeving. ,,Eén heeft sinds een paar jaar een hotel in Oostenrijk.” De nakroost bestaat nu uit dertien kleinkinderen en dertien achterkleinkinderen. Daarmee is hun huwelijk rijk gezegend.
Het gaat met iedereen goed. Riek en Henk voelen zich dan ook meer dan tevreden. Wat valt er dan nog te wensen? Ze zouden het niet zo snel weten. ,,We hebben een grote reden tot dankbaarheid”, zegt Riek Versluis ergens tijdens het gesprek. En zo is het.
INGELIJSTE HUWELIJKSAKTE
Op maandag 28 april kreeg het echtpaar bezoek van burgemeester Gert-Jan Kats. Hij nam de gebruikelijke bloemen mee, verder ook een boek over de historie van Veenendaal én als grote verrassing de ingelijste huwelijksakte uit 1960. Die heeft prompt een ereplekje in de woonkamer gekregen.
,,Daar zijn we echt heel blij mee”, zegt Henk Versluis. De burgemeester is hen overigens niet vreemd . ,,Een kleinkind van ons is getrouwd met een kind van hem. En dat hij ook uit Zeist komt, schept natuurlijk een band. Hij vertelde over dingen die wij niet eens wisten!” Zo is de wereld klein.
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Zo was het op de grote dag, 65 jaar geleden: de statiefoto bij de fotograaf in Zeist. - Familiearchief
Al sinds 1970 wonen ze in Veenendaal. Als geboren en getogen Zeistenaren voelde Veenendaal meteen als een warme deken. Ze werden er snel opgenomen in de (kerkelijke) gemeenschap. Maar even terug naar het begin. Hoe hebben ze elkaar ontmoet. Beiden kijken elkaar aan: ,,Eigenlijk weet ik dat niet precies meer”, zegt Riek. ,,We waren heel jong, een jaar of veertien of zo. En we zaten ook niet op dezelfde school.” Hoe het ook zij: ze troffen elkaar en de warme band is nooit overgegaan.
Ze zagen elkaar ook regelmatig. ,,Henk had altijd zijn vaste deuntje als hij langs mijn raam liep. Dan wist ik: hij is het!” Henk Versluis weet dat ook nog: ,,Ik floot altijd het deuntje van de cantate 147 van Bach.”
Voor hem was dat muziekstuk niet vreemd want de muzikaliteit is nooit ver weg. Hij kan het nog steeds fluiten en geeft ter plaatse een demonstratie. Riek: ,,Op een goed moment zei mijn moeder: laat hem maar binnenkomen want zo langs de weg slenteren is ook niets.”
ORGEL SPELEN ALS RODE DRAAD
Tot op de huidige dag is hij ook organist. ,,Hoe dat komt? Ik weet het niet. Niemand in de familie is muzikaal. Ik heb van horen zeggen dat ik op mijn vijfde al op schoot zat bij een buurman die orgel speelde en zo spelenderwijs meedeed.”
Orgelspelen vormt een rode draad in zijn leven. Hij volgde muziekopleidingen en speelde later bij verschillende instellingen (,,Bij in wat genoemd werd een Boefjeskamp in Zeist”), ook in de Doopsgezinde Kerk, de Grote Kerk van Wageningen en was samen met Arnold Kuik dertig jaar organist van de Oude Kerk. Nog steeds begeleidt hij diensten op het orgel, vaak in zijn eigen kerk, de PKN-gemeente van de Vredeskerk.
Beiden komen uit een groot gezin. Hij was de oudste van negen kinderen, zij de een na de oudste van datzelfde aantal. Hij was de zoon van een (banket)bakker en beoogd opvolger, haar vader had een zuivelhandel.
De trouwdag in 1960 was eenvoudig, zoals gewoon in die tijd. Trouwen op het gemeentehuis van Zeist, voor de kerk, naar de fotograaf en een receptie met een gezellig samen-zijn in een klein gebouwtje. ,,We maakten al het eten zelf klaar en we deden later op de avond spelletjes”, weet Riek Versluis nog.
ZWAAR BAKKERSLEVEN
Vervolgens ging het weer over tot de orde van de dag. Gewoon aan het werk dus. ,,Als bakker maakte je soms 100 uur per week. Heel vroeg beginnen en vroeg naar bed.”
Zo ging dat jaren en bovendien bezorgde Henk nog aan huis. Dat brak op een goed moment qua gezondheid flink op. Riek, die ook in de zaak meewerkte: ,,Bij hoogbouw zonder een lift moest je flink de trappen op en af. Kwam je boven om de vaste bestelling af te leveren, werd er nog gezegd: o ja bakker, doe mij ook maar een paar krentenbollen. Kon je weer op en neer lopen.” Zo ging het dus echt niet langer. Dat trappenlopen en zeulen met volle en zware bakkersmanden bleek niet goed voor het hart.
Hoogste tijd dus om naar iets anders om te kijken. Vooral ook omdat het gezin inmiddels vier kinderen telde. Er was dus altijd leven in de brouwerij. Riek hielp in die tijd ook mee op het diaconaal bureau in Zeist. Haar chef, de heer Verhoeven, zei toen: ,,Jullie moeten ermee ophouden, dit is gewoon niet vol te houden.”
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Op het gemeentehuis van Zeist: het jawoord wordt gegeven tegenover de ambtenaar van de burgerlijke stand. - Familiearchief
In die tijd las hij vacatures in De Waarheidsvriend en het Gereformeerd Weekblad waarin een kok werd gevraagd voor ‘t Anker in Huizen en De Engelenburgh in Veenendaal. ,,Uiteindelijk werd ik gevraagd door het bestuur van De Engelenburgh om eens langs te komen. Ik heb dus nooit gesolliciteerd.” Hij werd aangenomen en zou er tot aan zijn pensioen blijven.
EERSTE KOPERS AAN EDELMANLAAN
Zo kwamen ze in Veenendaal terecht. Eerst twee jaar op een flat aan de Grote Pekken, later, mede dankzij bemiddeling van de legendarische dominee Vroegindeweij, in een mooie woning aan de Stationssingel. ,,Daar stond men wel even vreemd te kijken: daar komt ineens een kok met vier kinderen te wonen!”
Toch hebben ze daar met veel plezier gewoond, liefst twintig jaar. Inmiddels werd het gezin uitgebreid met een vijfde kind. Toen de kinderen uitvlogen werd het tijd om naar iets anders om te kijken. Het werd de Edelmanlaan en ze gingen wonen in één van de appartementen die toen nog gebouwd moesten worden. Daar genieten ze nog dagelijks van hun levensavond. ,,We waren de eerste kopers. We vielen ook voor het fraaie uitzicht.”
Na het pensioen bleven beiden actief. Riek onder meer bij de Hervormde Vrouwen Dienst waar ze ook veel ouderen bezocht. Verder deed ze veel vrijwilligerswerk in De Engelenburgh en begeleidde ze ook vier koren. ,,Niet zo bescheiden. Zeg het maar gerust, je was de dirigente,” zegt Henk. Maar daar wil Riek niet helemaal aan. Tegenwoordig is ze alleen nog actief bij de ouderengym voor vrouwen in het buurtcentrum achter de Jumbo in zuid.
Manlief had vele jaren een volkstuin aan de Dijkstraat. ,,Lekker groenten uit eigen tuin.” Die werden dan weer in eigen keuken verwerkt want zijn oude professie verloochende hij niet. Nog steeds staat Henk achter de pannen en tovert graag de lekkerste gerechten uit de pan.
Ook is hij sedert drie jaren vrijwillig chauffeur bij dagbestedingscentrum/zorgboerderij De Kleine Weide in Renswoude. ,,Ik stap daar regelmatig met cliënten op een duofiets.”
Hij noemt het fijn en dankbaar werk. Voor al hun werkzaamheden zijn beiden ooit koninklijk onderscheiden.
Het grote verschil met toen en nu: daarover kan het echtpaar goed meepraten. Riek: ,,Als je de kleinkinderen vertelt hoe het er vroeger aan toeging, dan staan ze je raar aan te kijken en moet je echt alles uitleggen. Tot in het kleinste detail aan toe. Een kleinkind zat op de Calvijnschool en wij mochten eens meekijken bij een project over vroeger. Moest ik dus vertellen en demonstreren wat een kolenkit was en hoe je de kachel warm stookte, want dat wisten de kinderen niet. Een vraag was ook: wat zijn kolen en hoe steek je die aan?”
MOOISTE SLINGER
De kamer hangt vol met slingers met daaraan vastgeprikt de felicitatiekaartjes. Veel zijn er van gemeenteleden. ,,Zelfs van mensen die ik helemaal niet ken!” Maar de mooiste slinger is toch wel die van de klein- en achterkleinkinderen. ,,We hebben het feest gezellig gevierd in De Hof. Op een goed moment kwamen de kinderen met hun aanhang de zaal binnen en droegen de slinger in één lange sliert. Ieder van hen had een vaantje gemaakt met iets erop gezet. Die moeten we natuurlijk hier thuis ophangen!”















