Het Cunera lekespel zoals die in de openlucht werd opgevoerd in 1954 in Heeswijk. Zo ging het niet veel later ook toe in Rhenen.
Het Cunera lekespel zoals die in de openlucht werd opgevoerd in 1954 in Heeswijk. Zo ging het niet veel later ook toe in Rhenen. Archief Bart van Schijndel

Hoe Antoon Coolen tot Cunera kwam

13 augustus 2023 om 07:29 Historie

RHENEN In september wordt in de Veerwei in Rhenen het Cunera-lekespel zesmaal opgevoerd. In de aanloop hiernaar presenteert deze krant vanaf 16 augustus in vier afleveringen wat mijmeringen over Cunera en de Grebbestad. Hoe leeft het er nog en hoe was Cunera geïntegreerd in de laatste decennia? En hoe verliep de laatste opvoering in 1987? In deze introductieaflevering meer over de versie uit 1954 die werd opgevoerd in Heeswijk-Dinther én in Rhenen. De bekende romanschrijver Antoon Coolen schreef het stuk. Hoe kwam hij daarbij?

door Martin Brink

Antoon Coolen. Voor ouderen zal hij ongetwijfeld bekend in de oren klinken door zijn werk ‘Dorp aan de rivier’, over een eigenzinnige plattelandsdokter. Het boek behoort tot de vaderlandse literatuur en werd eind jaren vijftig zelfs op locatie verfilmd. Maar wat heeft Coolen met Cunera c.q. Heeswijk te maken, waar in 1954 door de plaatselijke toneelclub De Kersouwe het lekespel met werkelijk schitterende decors werd opgevoerd? Letterkundige Coolen herschreef het stuk naar de normen van die tijd en vooral ook naar zijn eigen zienswijze. Het antwoord is verrassend eenvoudig: hij was student geweest op het Heeswijkse Gymnasium. Vandaar zijn relatie met de nog steeds bestaande Heeswijkse amateurtoneelclub.

(De tekst gaat verder onder de foto.)


Schrijver Antoon Coolen - Archief Bart van Schijndel

VERNIETIGENDE KRITIEK

Het spel werd in 1954 opgevoerd vanwege het vijftiende-eeuwse feest van de H. Cunera en op de tweede plaats het feit dat Heeswijk het voornaamste pelgrimsoord was voor de tot die tijd bloeiend gebleven devotie voor deze heilige. Tot de reformatie was Rhenen bedevaartplaats voor Cunera. Daarna, rond 1600, verplaatste de verering zich naar oost-Brabant, met name naar Heeswijk. Rondom dit verhaal heeft Coolen zijn stuk geschreven. Het paste goed in de door de toneelclub opgebouwde traditie van sprookjes en ridderverhalen. 

Maar het werd niet overal even goed ontvangen. De kritiek in de Volkskrant was vernietigend. De recensent had het stuk gezien in de opvoering in het Ouwehands Dierenpark, waar een openluchttheater was geïmproviseerd. Hij was zeer te spreken over de mooie avond en de omgeving, maar: ‘Alles werkte mee, tot een klaroenstoot het begin van het stuk aankondigde. Onmiddellijk werd het talrijke publiek vergast op een antiquarisch stukje verschrikkelijke patronaatsregie, dat men niet meer voor mogelijk gehouden zou hebben. Een achttal maagden, stuk voor stuk in die platte lange witte hemden, waar eigenlijk nog een palmtak en een stel wriemelvleugels bijhoren, stelde zich in de vanouds bekende ruimteloze formatie op, om de historische proloog-zegger van repliek te dienen. Wat eigenlijk een vondst van Coolen was - hij gebruikte de proloog om zich kort en bondig af te maken van het gegeven historisch materiaal en zich aldus vrij in het stuk te kunnen bewegen - werd een gezwollen vertoning van het-lesje-opzeggen. Het was zelfs niet meer een eerlijke, gezellige vertoning uit een dorpje van het heerlijke Brabantse land. Het was niet goed. Men had moeite achter het schablone-achtig acteren te ontdekken, dat een zeer mooi stuk van Coolen op het spel stond.’

(De tekst gaat verder onder de foto.)


Het spel werd opgevoerd tussen werkelijk schitterende decors. - Archief Bart van Schijndel

BEROERING

De recensie wekte grote beroering. En het was Antoon Coolen zelf, die ten strijde trok. In ‘Ons Toneel’ schreef hij: ‘Van dit alles heeft de criticus met alle zekerheid niet veel en waarschijnlijk niets gezien. Bij de aanvang van de pauze was hij buiten de theaterruimte, waar hij benijdenswaardigerwijs met zijn verloofde van de schone zomeravond genoot en onze zegsman vroeg naar de vertrektijden der bussen.’

Andere bladen hadden een veel beter oordeel over de voorstelling. De Maasbode sprak van ‘in alle luister en spanning de talrijke toeschouwers geboden hebben’ en ‘de regisseur heeft de vele prachtige momenten ten volle benut.’ Ruim 2000 bezoekers hebben de voorstelling bezocht. Het Nieuw Utrechts Dagblad was zeer tevreden met de kwaliteit. Ook De Gelderlander vond dat: ‘Een mooi, goed en ontroerend spel’. Bart van Schijndel is een plaatselijke onderzoeker die twee jubileumboeken over de toneelclub in Heeswijk publiceerde. Daarin stelt hij onder meer: ,,Het was duidelijk waarom die voorstelling in Rhenen werd gepland, maar het was wel een hele organisatie. Blijkbaar kende het bestuur zijn pappenheimers en had het grote zorgen over het gedrag.”

BELEEFD EN CORRECT

 ,,Hiervan getuigt het volgende schrijven van de voorzitter naar de spelers, enkele dagen voor het vertrek naar Rhenen: ‘U moet begrijpen, dat wij in een heel andere streek komen, bij mensen met een heel andere mentaliteit. Bovendien van een andere godsdienstige richting. Er zal op gelet worden, hoe wij Katholieke Brabanders ons gedragen. Iedereen heeft te zorgen, dat zijn gedrag in alle opzichten correct en voorbeeldig is. Daarom blijven we allen bij elkaar, vooral na de voorstelling. Weest ook in Uw gesprekken met die mensen beleefd en correct. Spreekt netjes en beschaafd, dan laten wij een goede indruk achter en dat is nodig!”

Actuele info is te vinden op www.cuneratheater.nl.

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
De spelers in Rhenen.
Het Cunera lekespel zoals in de openlucht werd opgevoerd in 1954 in Heeswijk. Zo ging het niet veel later ook toe in Rhenen.
Afbeelding
Een krantenartikel uit 1954 over het spel in Rhenen.
Mail de redactie
Meld een correctie

Martin Brink
Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie