
Rhenens burgemeester neemt actief deel aan zwijnenjacht
9 maart 2026 om 12:15 Historie Nieuws uit Rhenen Tips van de redactieRHENEN Remmerstein, het landhuis aan de rand van Rhenen, is vanaf 1907 altijd in familiehanden geweest. In dit verhaal een aantal minder bekende aspecten uit de oudere en recente historie van het huis, de monumentale tuin en vooral ook van de bossen er omheen. Die zijn, in tegenstelling tot de tuin, vanaf 1933 openbaar wandelgebied omdat het toen onder de Natuurschoonwet van 1928 viel. Het Rijk gaf extra fiscale tegemoetkomingen wanneer dit deel van het landgoed werd opengesteld.
door Martin Brink
Vroeger was hier, net als bij landgoed Prattenburg het geval was, een toegangskaart nodig. Die was voor dertig cent verkrijgbaar bij de bosbeheerder, in de jaren zestig J. Haalboom. Voor tien cent kon je er ook een bosbessenkaart bij kopen. Het plukken van bosbessen was in die tijd een geliefde bezigheid. En bosbessen stonden hier genoeg!
Houders van een ANWB-wandelbewijs en leden van Natuurmonumenten hadden vrij toegang tot het gebied.
In die jaren werden er ook paddestoelentochten gehouden. Excursieleider was steevast Adriaan P. de Kleuver, de legendarische Veenendaalse natuur- en historiekenner. Voor vijftig cent kon iedereen aansluiten.
(tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Remmerstein in gebruik als Lyceumhuis rond 1948. - Het Utrechts Archief
JAGENDE BURGEMEESTER
Samen met het uitgestrekte Amerongse Bos is het bos van Remmerstein het oudste bos op het Utrechtse Heuvelrug. Met het planten van de bomen werd al in de achttiende eeuw begonnen toen werd gestart met de ontginning van de hei. Daartussen werden de bomen aangeplant.
In 1949 liepen op de Heuvelrug wilde zwijnen rond. Zij zorgden als vernielers van veldgewas en omheiningen voor veel overlast. In augustus van dat jaar werd daarom door tien jagers jacht op ze gemaakt.
Het Utrechts Nieuwsblad meldt dat ze bijeenkwamen bij jachtopziener van Remmerstein Evert van Dam, die onder aan de oprijlaan aan de Oude Veensegrindweg woonde. Onder de jagers was ook de burgemeester van Rhenen, jhr. Mr. Bosch Ridder van Rosenthal (!). Die had zijn dubbelloopsgeweer meegenomen. ,,Vol strijdlust begaf het gezelschap naar de Defensieweg, alwaar de jagers zich op regelmatige afstanden tussen de Dalsteeg en de Defensieweg verdekt opstelden”, zo schrijft de krant opgetogen. Ze hoorden plotseling ,,een vreemd gedruis uit het bos, en toen stoven tien zwijnen uiteen”. Met een welgemikt schot werd er één omgelegd. Het beest werd naar de boswachterswoning gesleept en de buit werd gevierd met een ‘hartversterking’.
Na het villen van de huid werd het zwijn op de bascule gelegd. Die wees liefst 125 kilo aan. ,,Nu men zeker weet, dat er zich een hele kolonie wilde zwijnen in de bossen ophoudt, zal men zeker het geweer niet laten rust”, meldt de krant tot slot. Het huidige Remmerstein van 1912 is in feite het huwelijksgeschenk van Martinus Philipse aan Louise van Hoijtema. De twee stenen leeuwtjes op de gemetselde zuilen aan het begin van de oprijlaan herinneren nog aan de grondleggers. Ze houden beide een schild vast. De linkerleeuw die met het wapen van de familie Philipse, de rechter met die van Van Hoijtema. Een bordje met ‘Verboden toegang’ geeft aan dat het geen openbaar terrein is.
(tekst gaat onder de foto verder)
![]()
De watertoren bij de oprijlaan is een opvallend element. - Martin Brink
Direct hierna treft men aan de rechterkant van de oprijlaan het eerste monumentje aan, een watertoren die welhaast gebouwd is als opmerkelijke tuinfolly. An Philipse, dochter van Martinus en Louise Philipse, trouwde met Samuel Pieter (Sam) baron Bentinck. Ze kregen twee dochters: Charlotte (1943) en Saskia (1946) die de titel ‘barones’ mogen dragen. ,,Maar dat doen beiden niet. Ze blijven heel gewoon en toegankelijk”, zegt NatuurWerkt!-coördinator Bert Berg die de dames meermalen heeft ontmoet. ‘Zijn’ organisatie verricht hier elke dinsdagochtend tuinwerkzaamheden. Deelnemers zijn mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, senioren en anderen die het fijn vinden om in de openlucht handenarbeid te verrichten.
EX-KEIZER WILHELM II
Het huis heeft opmerkelijke gasten begroet. Zo kwam op donderdag 31 augustus 1922, nota bene op de verjaardag van de koningin, totaal onaangekondigd de Duitse ex-keizer Wilhelm II langs. Hij was tot aan 1918 de machtigste man van het Duitse rijk uit het Huis Hohenzollern. Wilhelm woonde op Huis Doorn en maakte samen met zijn vleugeladjudant Sigurd von Ilsemann regelmatig tochtjes door de omgeving. Zo wandelde hij op die donderdag over de hoogten ten zuiden van Veenendaal, mogelijk in de omgeving van het Egelmeer. Samen zochten ze ook naar paddenstoelen om die thuis in Doorn aan de kokkin te overhandigen.
,,We eindigden onze wandeling bij het park van Remmerstein, waar ik de auto’s naar toe had laten komen”, schrijft Von Ilsemann in zijn dagboek.
,,De keizer was zo opgetogen over de aanleg van dit park dat hij absoluut een kijkje in het huis wilde nemen. Gelukkig kende ik de eigenaar en maakte zo de vervulling van deze wens mogelijk.” Het is denkbaar dat Philipse en zijn vrouw eerder contacten hadden met Huis Doorn vanwege de rozencultuur waarin beiden zeer geïnteresseerd waren. Wilhelm II vond ook daarin zijn hobby; hij liet namelijk in 1920 en 1928 in Doorn een dergelijke tuin aanleggen. Von Ilsemann meldt in zijn nagelaten geschriften over het bezoek van de ex-keizer: ,,Op een balkon zittend dronken we Duitse wijn van de Moezel en de keizer meende hier nieuwe vrienden te vinden.”
Maar die wens viel flink tegen want ,,de Philipsen namen echter geen enkele uitnodiging van de keizer aan. Ze staan als mensenschuw bekend…” Het verhaal werd door de bewoners totaal anders ervaren. Annelou Eveleins, één van de eigenaren van het landhuis, is in de levens van haar familie gedoken. ,,In haar dagboek schrijft mijn overgrootmoeder dat ze de ex-keizer heeft ontvangen en dat ze bij de kastanjeboom een kopje thee hebben gedronken. Maar zij mocht hem niet. ‘Wat een vreselijke man. Die wil ik nooit meer zien!’, zo schrijft ze. Zijn karakter wordt in zekere mate bevestigd door het verhaal dat de altijd houthakkende oud-monarch in Doorn lapjes grond van tien bij tien meter beschikbaar stelde met het dringende verzoek om er boompjes op te planten. Dan kon hij ze later omzagen….
(tekst gaat onder de foto verder)
![]()
De tuin van Remmerstein kent verschillende plateaus en speelse elementen. - Martin Brink
HERSTEL CUNERAKERK
Martinus Philipse was ook zeer maatschappelijk actief in Rhenen. Zo was hij begaan met het lot van de Cunerakerk die midden jaren dertig veel restauratie nodig had. Er was een erecomité samengesteld met vooraanstaande prominenten én een uitvoerend comité bestaande uit zes plaatselijke personen met burgemeester G.C.D. d’Aumale Baron van Hardenbroek als voorzitter. Als lid staat daar ook Martinus Philipse bij gemeld. In het Utrechts Nieuwsblad van 27 maart 1936 vraagt dit comité in wollige taal steun: ,,Het is dit comité, dat vervuld van piëteit voor dit oude, schone bouwwerk, dat na de brand zo geschonden is, het Nederlandse volk toeroept: helpt met ons mede de ondergang te voorkomen van deze kleine, schone kathedraal, een der schoonste kerken van ons vaderland. Gedoogt niet, dat het eens zo glorierijke bouwwerk zozeer in verval geraakt, dat het gesloten zou moeten worden.”
Eerder was Martinus Philipse lid van de gemeenteraad, namelijk van 1913 tot 1935. Ook heeft hij deel uitgemaakt van het Rhenense Tijdelijk Werklozenfonds, was hij president van de Waterleidingmaatschappij, commissaris van de Industriële Disconto Maatschappij, lid van het erecomité bij de feesten van het veertigjarig regeringsjubileum van koning Wilhelmina en samen met zijn goede kennis dokter Waller na de oorlog lid van de plaatselijke Schoonheidscommissie. Martinus Philipse kon goed goochelen en was bovendien zeer muzikaal. Hij bespeelde onder meer luit en trekharmonica. Kort na het begin van de mobilisatie van 1939-1940 verkiest het echtpaar om in Den Haag te gaan wonen. Vanaf die periode kent Remmerstein voor lange tijd geen bewoning door de familie maar wordt het verhuurd. Vijf officieren betrekken Remmerstein. Op het dak plaatsen ze hun verbindingsmiddelen.
Met de oorlogsdagen in 1940 staat het huis ook ten dienste van de verdedigers van de Grebbeberg. In een gevechtsverslag van kapitein J. van Konijnenburg (2-III-8 R.A.) staat dat ,,bij het krieken van de ochtend van 12 mei de stelling reeds onder gericht vijandelijk artillerievuur is komen te liggen. De commandopost werd ingericht in een der kelders van Huize Remmerstein.” Vanaf 5 september 1944 werd het huis verhuurd als internaat voor, toen nog zogeheten, ‘geestelijk gehandicapte kinderen’. Die waren dakloos geraakt door het door de Duitsers in brand gestoken huis Heimerstein.
Tuinbaas Evert van Dam verborg in die periode twee Joden terwijl ook in de villa Joodse mensen verborgen zaten. In die tijd bood het landhuis ook behuizing aan Duitse officieren, later vermeerderd met 45 nieuwe Duitse militairen. Dat was de eerste inkwartiering. De tweede zou heel wat minder vreedzaam verlopen. Daarover later meer.
Op 18 september 1944, met de Slag om Arnhem, kwam een Dakota neer in Achterberg. De Britse parachutist Frank McNaught (22) wist samen met Amerikaanse piloten onder te duiken op Remmerstein. In de tijd dat hij er verstopt zat, schreef hij een brief aan zijn vrouw over zijn ervaringen van de laatste dagen. De brief eindigde abrupt en werd op de zolder verstopt achter het dakbeschot in een Amerikaans holster. De Duitse troepen en de patiënten verlieten kort daarna tegelijk het pand. In colonne werden ze het huis uitgeleid. Samen met de patiënten wist Frank McNaught tijdens de chaos van de evacuatie te ontkomen via de achterzijde van het gebouw.
Een grote rol hierin speelde bosbeheerder en huisknecht Evert van Dam die ook lid was van het Rhenense verzet en zo de geallieerde parachutist snel kon wegsluizen. Met hulp van meerdere verzetsgroepen kon McNaught uiteindelijk bevrijd zuidelijk Nederland te bereiken.
Toen in 2016 het riet aan het dak werd vervangen, kwam de holster met brief tevoorschijn en volgde een onderzoek door Toon Blokland van de Elster werkgroep van Oud Rhenen.
![]()
Duiventoren van het verdwenen kasteel Remmerstein langs de Cuneraweg. - Het Utrechts Archief 1974
MOORDEN IN ‘FLIPSE BOS’
In die tijd werd de zuidelijke Veluwezoom inclusief Rhenen en het Binnenveld vanwege de Slag om Arnhem zogenaamd spergebied. Zonder toestemming mocht niemand er komen. Toch gingen burgers terug om spullen (voedsel) op te halen of om dieren te voederen. Wie opgepakt werd kon rekenen op forse straffen, zelfs de doodstraf. 21 burgers werden zo het slachtoffer van de zogenaamde spergebied-moorden.
Op Remmerstein hielden kolonel Hans Michael Lippert en zijn staf hoofdkwartier. Hij had het huis gevorderd, om vandaaruit een schrikbewind uit te voeren. Hij gehoorzaamde blindelings de opdracht die rechtstreeks van Hitler kwam: wie ongeoorloofd in het spergebied werd aangetroffen moest worden gedood.
Dat lot overkwam ook de broers Jan Dirk en Evert Aartse van de Valleiweg 3 in Rhenen. Ze besloten samen met hun oom Pieter Aartse om naar huis te gaan om aardappels te rooien op het land. Ze werden gepakt met alle trieste gevolgen van dien. Het drietal werd doodgeschoten aan de rand van het ‘Flipse bos’, zoals het landgoed in de volksmond werd genoemd. De twee voormalige Hollandse SS’ers die voor de terechtstelling verantwoordelijk waren, moesten op vrijdag 10 augustus 1945 de lichamen opgraven. Een buurman, bij de opgraving aanwezig, zou het drietal identificeren. Een zoon van deze reeds lang geleden overleden buurman gaat binnenkort in het Nationaal Archief speuren naar de toedracht en probeert ook de juiste locatie in de papieren te vinden.
Direct na de oorlog is het huis niet meer door de oorspronkelijke bewoners in gebruik genomen. Daar was er teveel voor gebeurd. Op verschillende plekken stond afweergeschut. De grond daaronder was door de trillingen in elkaar geperst en daardoor onbruikbaar geworden. Veel hout was ook onverkoopbaar door de granaatscherven die er in zaten. In 1945 zou men dus bijna vanaf de start moeten beginnen. Dat was teveel van het goede.
(tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Duiventoren van het verdwenen kasteel Remmerstein langs de Cuneraweg. - Het Utrechts Archief 1974
ZWEMBAD
Bij een groot landhuis hoort ook een zwembad. Zo ook bij Remmerstein. Heel vroeger lag het door de lage beplanting mooi en open bij. Het geheel vervallen zwembad ligt nu verscholen in het bos. Het is omgeven door hoge bomen en struiken. ,,Het wordt gebruikt als drinkplaats voor dieren”, zegt Annelou Evelein, die ook aangeeft met opzet er geen verwijzingen naar te maken. ,,We willen eigenlijk niet dat mensen hier komen.” Voorheen was het ook alleen bedoeld voor bewoners van het huis. Een springplank en een kano zorgden er voor veel speelplezier.
In oude krantenartikelen wordt dit zwembad één keer gemeld. Het is een klein artikeltje in het Nieuw Utrechts dagblad van 6 juli 1949. Daarin staat dat aan de 12-jarige H.E.J. van Dam uit Rhenen (waarschijnlijk de zoon van Evert van Dam, de jachtopziener van Remmerstein die onderaan de oprijlaan woonde) als blijk van waardering en tevredenheid de bronzen Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon wordt toegekend.
Op 12 juni 1948 redde hij namelijk ,,met gevaar voor eigen leven de 14-jarige drenkeling J.W. Barends uit het zwembad.” Maar het bad was toch niet openbaar toegankelijk? Annelou Evelein heeft een mogelijke verklaring. ,,Het huis is lange tijd verhuurd geweest aan Het Lyceumhuis. Het moet uit die tijd dateren.”
Remmerstein werd van 1947 tot 1961 als zogenaamde Lyceum-buitenschool intensief gebruikt. De gehele week kregen jongeren hier onderwijs. Vooral de rustige en natuurrijke omgeving moesten voor de nodige leerprestaties zorgen.
Het huis werd door twee gebruikersgroepen bewoond: door leerlingen van het Haags Lyceum en door personeel van het Ministerie van Economische Zaken en hun gezinnen. De scholieren gebruikten de benedentuin als sportveld. Er kwamen extra douches in het huis, de deuren kregen nummers of letters en de hemelbedden werden vervangen door stapelbedden. Het beheer was in handen van een echtpaar. Die had veel werk te verrichten. Dat blijkt wel uit een advertentie in het Utrechts Nieuwsblad van 6 april 1950 waarin Lyceumhuis-directrice W. van den Berg-Klein vanaf mei dat jaar een ‘Inwonend echtpaar’ zoekt.
Ze dienen van protestantse huize te zijn en ook zorgen voor het onderhoud van de tuin, stoken van de centrale verwarming, koken en moeten ook verdere huishoudelijke werkzaamheden verrichten. De leeftijdsgrens is 45 jaar en, zo stelt men, ,,er is meerdere hulp aanwezig.” Om tenslotte te benadrukken dat het een prettige werkkring is ,,voor liefhebbers van buiten wonen.” Daarna (1962-1985) kwam het echtpaar Gondrexon er in te wonen. Jean Gondrexon was antiquaar, bibliofiel, uitgever en drukker. Hij wordt herinnerd als een karakteristiek persoon in een huis dat hij tjokvol boeken had gepropt. Van 1985 tot 1987 woonde kunstenaar Paul Brandts er anti-kraak. De schoonheid van de tamelijk verwilderde tuin van Remmerstein sprak hem aan en hij gaf er zijn eigen reactie op. Zo kwam een mobile van gekleurde bollen boven het bassin en plaatste hij een muziekinstallatie langs de oprijlaan zodat gasten met aanzwellende muziek werden ontvangen…
(tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Het echtpaar Philipse. - Familiearchief
Van 1986 tot 2006 werd het in erfpacht uitgegeven aan drie families die werden gevonden via de Nederlandse Tuinenstichting. In de overeenkomst stond onder meer dat zij de paden en heggen zouden bijhouden. Tussen 2007 en 2015 gingen de ouders van Annelou er wonen. Sinds 2016 zijn er zeven eigenaren (zes mannen en één vrouw), kinderen van de beide baronessen ofwel de familie Evelein-Baronesse Bentinck en de familie Von Geldern-Baronesse Bentinck. Beheerder van het landgoed is Annelou Evelein, woonachtig in Doorn maar regelmatig aanwezig op Remmerstein. Zij stuurt ook de tuinbazen aan, die uiteindelijk ook de klussen voor de vrijwilligers van NatuurWerkt! uitzoeken.
Tweederde deel van het landhuis wordt verhuurd. Tegenwoordig aan een architectenbureau en er is particuliere bewoning. Het overige deel is bestemd voor de familie.Verder is besloten om het landhuis (gedeeltelijk) ter beschikking te stellen voor commerciële exploitatie (vergaderingen, huwelijksvoltrekkingen, fotosessies) om op die wijze het landgoed te kunnen onderhouden en te bewaren voor de komende generaties.
(tekst gaat onder de foto verder)
![]()
De pergola aan de zijkant wordt ontdaan van te weelderig groen. - Martin Brink
OPEN TUINENDAG
Is het niet zinvol om het huis bijvoorbeeld ook tijdens Open Monumentendag open te stellen, opdat meer mensen ervan kunnen genieten? Annelou Evelein: ,,We zijn allemaal vrijwilligers en zoiets kost tijd. We hebben ervoor gekozen om alleen de tuin open te stellen, volgens ons is dat ook het meest interessant. Dat gebeurt tijdens de Open Tuinendag op de tweede zaterdag van juni.” In de laatste jaren is een deel van het landgoed verkocht aan Jurjen van Dijk van het naastgelegen vakantiepark De Thijmse Berg. Dit deel is nu ontwikkeld als recreatieproject ‘Buytenplaets’.
Meer op landgoedremmerstein.nl.
Tuin van Remmerstein alleen op Open Tuinendag te bezoeken.






















