
NatuurWerkt! biedt kansen en helpt landgoedeigenaren: ‘We zetten mensen weer op de hoeven…’
28 februari 2026 om 06:48 Natuur en milieu Nieuws uit Rhenen Tips van de redactieRHENEN ,,Moet deze hedera ook weg?” Een vrijwilliger bij de pergola aan de zuidkant van Huize Remmerstein rust even uit. Zojuist heeft hij samen met een andere man met enige moeite het woekerende struikgewas weggehaald dat langs het metselwerk omhoog was gekropen. ,,We halen ze allemaal weg”, zegt hovenier Michael Heemskerk beslist. Hij is samen met Elbert van Veen de vaste tuinman van het landgoed. ,,Vroeger stonden hier rozen. Die komen weer terug.” Remmerstein is een niet openbaar toegankelijk landhuis aan de Oudeveensegrindweg in Rhenen. Dat geldt ook voor de bijbehorende tuin, die zich kan meten met de inrichting van de tuin van Kasteel Amerongen. Een reportage over het bijzondere project NatuurWerkt! dat hier wordt uitgevoerd.
door Martin Brink
,,De stenen worden door de woekerende hedera aangetast en het zorgt er ook voor dat het houtwerk gaat rotten”, meldt hovenier Heemskerk verder. Zijn beroep in de tuin combineert hij met het vervaardigen van officiële Stolpersteine (struikelstenen voor Joodse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog) in zijn werkplaats in Amsterdam.
Ten bewijze van het verval in de tuin van Remmerstein liggen twee doorgerotte palen langs de kant. Zomaar gezien tijdens de wekelijkse werkochtend, op dinsdag, van NatuurWerkt!. Het project is dertien jaar geleden opgezet door het IVN Veenendaal/Rhenen.
Deze dinsdagochtend werken vrijwilligers in de grote tuin waar altijd iets in op te knappen valt. Snoeiwerkzaamheden, soms ook plantjes planten, bijhouden, paden vrijmaken, onkruid en andere woekeringen weghalen.
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Het huis Remmerstein met de tuin. - Familiearchief
Er wordt vooral gelet op exoten. Waren die vroeger exclusief en heel bijzonder als je die in de tuin had, nu worden ze als invasieve indringers ervaren. ,,Weghalen van de Japanse duizendknoop bijvoorbeeld. Maar ook gewassen en bomen”, zegt mede-coördinator Bert Berg.
Hij is lid van het Instituut voor Natuureducatie Veenendaal/Rhenen, gepensioneerd reïntegratiecoach en ooit lid van het managementteam van sociaal werkbedrijf IW4. Als geen ander weet hij hoe belangrijk het is om in de natuur vrijwilligerswerk te doen. Zo werd hij dertien jaar geleden de initiatiefnemer van het project. ,,Bovendien staat het goed op je CV als men leest dat je iets hebt ondernomen.”
Oorspronkelijk waren het mensen die om welke reden dan ook afstand hadden tot de arbeidsmarkt. De structuur, de sociale contacten en het bos hielpen hen om het leven weer op de rit te krijgen. ,,Maar nu is iedereen hier welkom”, legt de in Elst woonachtige Berg (80) uit.
NATUURWERKT!
Elke dinsdagochtend komen mannen en vrouwen tussen de achttien en tachtig-plus naar dit landhuis om er in de drie hectare grote tuin te werken. Niet met machines maar met handgereedschap. Werken op spierkracht; het blijkt rustgevend, zo midden in de natuur. Op deze ochtend zijn er zestien personen die in kleine groepen letterlijk de handen uit de mouwen steken. Het werkt bevrijdend, net zoals de naam van de initiatiefgroep al luidt: NatuurWerkt!
Naast Remmerstein op dinsdagochtend wordt er ook gewerkt op landgoed Prattenburg op de woensdagmorgen en donderdagochtend op het terrein van Staatsbosbeheer rond het Egelmeer, tegenwoordig aan de Kop van Elst. Werken in de natuur draagt bij aan fysieke en mentale gezondheid. Daar is Bert Berg van overtuigd. ,,De natuur heeft een positief effect op creativiteit en concentratie. Bovendien verlaagt het ‘in de natuur zijn’ het stressniveau. Het is goed voor de gezondheid.”
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Voetpaden worden weer toonbaar gemaakt. - Martin Brink
Vanuit een ander Rhenens landgoed is inmiddels al interesse getoond om vrijwilligers in de natuur te laten werken. Helemaal gratis is dat overigens niet; de eigenaren betalen een kleine bijdrage. ,,Daarmee bekostigen we gereedschappen, koffie, thee en dekken we andere onkosten. En eenmaal per jaar, in november, mogen we in het landhuis een vrijwilligersbijeenkomst houden.”
Berg: ,,Wat dat betreft zitten we hier midden in de natuur echt in een bevoorrechte situatie.”
‘HOEVEN’
Hoe het allemaal begon, dat kan Bert Berg zich nog goed herinneren. ,,In 2011 werden we als IVN uitgenodigd door de familie en hun hoveniers om eens te komen praten over werkzaamheden voor vrijwilligers. Omdat ik al veertig jaar in Elst woonde, wist ik waar het landgoed lag. Ik ben hier vaak langs gefietst maar dacht: daar woont een adellijke familie, dat is niets voor mij.”
Tijdens de inspirerende gesprekken kwam bij hem spontaan een nieuwe werkgroep naar boven. Zijn expertise als reïntegratiecoach zou dan goed van pas kunnen komen. Dat werd dus NatuurWerkt! waarbij de werkzaamheden in overleg met de familie en vaste hoveniers plaatsvinden. Vrijwilligers kwamen via (gemeentelijke) organisaties, vrijwilligersmarkten maar ook via de GGZ, Veens Welzijn en sociale organisaties in Veenendaal en Rhenen. In eerste instantie waren het bijvoorbeeld personen met een afstand tot de arbeidsmarkt, vluchtelingen en ex-verslaafden.
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
NatuurWerkt!-coordinator Bert Berg toont verschillende elementen van de tuin. - Martin Brink
,,Maar nu is de groep veel gevarieerder, ook gepensioneerden zijn welkom. Het is ook prima middel in de strijd tegen de eenzaamheid”, zegt Berg. ,,Het is zoals een collega van mij ooit zei: we zetten mensen weer op de hoeven. In overleg vinden we wel een taak. En heb je behoefte om alleen te praten? Daar hebben we ook ervaring mee. Dat is ook goed.”
Na tien jaar heeft hij het coördinatorschap overgedragen aan Ilse Kanij. Maar op ad-hoc basis doet hij op de achtergrond nog veel regelwerk. Wat zijn zoal de drijfveren van de vrijwilligers? Anne-Marie van Haastert uit Veenendaal is sinds 2014 bij de club. ,,Ik hoorde op een verjaardag over een oproep in de krant. Ik heb mijn gegevens ingevuld. Zo ben ik er in gerold.” Ze is tegenwoordig gastvrouw van Remmerstein, staat in nauw contact met de eigenaren en heeft zelfs de sleutel van bepaalde ruimten van het huis.
Vrijwilliger Co Keulstra maakte in 2015 kennis met het project. Hij is oud-correspondent van deze krant en was ooit aanwezig voor een verhaal. Berg: ,,Ik heb gezegd: kom ook eens meehelpen.” Dat eerste contact werd van blijvende aard. Co is nu één van de trouwe krachten en voelt zich er helemaal thuis.
Harry uit Veenendaal werkt er nog maar één jaar. ,,Ik zie dit als een zinvolle taak”, zegt hij. ,,Ik heb een Wajong-uitkering en dit is totaal iets anders dan wat ik deed. Toen deed ik laboratoriumwerk. Dit is heerlijk in de buitenlucht.”
De groep start rond de klok van negen en gaat door tot twaalf uur. Om tien uur wordt gezamenlijk gepauzeerd. Net als deze ochtend. Twee jonge vrouwen zijn druk in gesprek. Vragen stellen? ,,Liever niet, daar ben ik niet op voorbereid”, zegt er één wat geschrokken. Ook goed.
Rhenenaar Ernst van Rijssel (77) wil wel graag praten. Hij is paddenstoelenexpert bij het IVN en geeft ook vaak excursies, onder meer op Kwintelooijen. ,,Dat heb ik van mijn ouders. Zij wisten precies wat je uit het bos kon meenemen.”
Hij kan bevlogen vertellen over het belang van paddenstoelen in de natuur. Hij neemt met enige regelmaat iets eetbaars mee. ,,Als je niet weet welke soorten dat zijn, dan moet je het laten staan”, waarschuwt hij. Toch maar champignons of oesterzwammen van de groenteboer dus. Wel zo veilig. De 55-jarige Maurice Starren uit Opheusden had een half jaar te overbruggen voordat hij een opleiding tot IVN-natuurgids kon volgen. Hij ging maar eens rondbellen voor vrijwilligerswerk. Veertien maanden geleden kwam hij hier terecht.
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
De zijkant met bovenin een bijzondere klok. - Martin Brink
Harry van der Knaap (71) uit Rhenen werd vijf jaar geleden enthousiast gemaakt op een vrijwilligersmarkt. ,,Als tuinliefhebber past dit bij mij. Ik heb ook biologie gestudeerd. Ik zie hier nu veel oude rassen terug die thuishoren in een historische tuin, zoals de kweepeer en de mispel.”
Hij werkt samen met de 69-jarige Paul de Boer, een Veenendaler die ooit supermarktmanager was en later leraar handelsvakken werd op praktijkschool Het Perron. Hij werkt hier sinds drie jaar. Trots is hij met name over het weer enigszins toonbaar maken van de oude tennisbaan. ,,Die was helemaal overwoekerd. Ook de paden naar de oude moestuin hebben we aangelegd.” ,,Hier gaan we ook een wadi maken”, zegt hij. Verder wordt de natuur een handje geholpen, zoals bij een mispel die op deze plek wordt ondersteund zodat hij weer vrij kan groeien.
LEEGTE VAN HET LANDSCHAP
Remmerstein blijft een bijzonder huis. De baronessen Charlotte en Saskia, dochters van Sam baron Bentinck die in 1937 in Rhenen trouwde met An Philipse, de dochter van de grondlegger van het nieuwe Remmerstein, wilden er nooit wonen. Elders in de provincie hadden ze het prima naar de zin. Vader Sam was burgemeester van Abcoude en Soest. Bovendien was een en ander nogal bedoezeld na hetgeen in oorlogstijd hier had plaatsgevonden.
Het recente verleden begint in feite met de aankoop van de oude buitenplaats in 1907 door Martinus Cornelis Philipse. In feite kocht hij de gronden want van de oude bebouwing was weinig meer over dan alleen een soort van herenhuis dat als pension diende en een duiventoren.
Als houtvester kende hij het landgoed. Dankzij een erfenis van een ongetrouwde peetoom kon hij het uiteindelijk verwerven. Nadat het eerdere herenhuis door brand was verwoest liet hij het huidige landhuis Remmerstein bouwen als huwelijkscadeau (in 1912) voor zijn echtgenote Louise Amelia van Hoytema. Legendarisch was de vraag waar ze zou willen wonen. Ze antwoordde: ,,Ik wil heel graag een huis waarbij het bos als een warme shawl in mijn nek ligt…” Haar wens werd uitgevoerd.
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
De tuin behoeft constant onderhoud. - Martin Brink
Het in een vlinderplattegrond ontworpen landhuis van architect Samuel de Clerq, werd precies geplaatst op de as van de eeuwenoude lanen. Het werd een huis ook uitkijkend naar de Rijn en de Grebbeberg toe. Dat is nu niet meer te zien maar in de beginjaren was de leegte van het landschap nog volop aanwezig.
En zo werd op de huidige plek het landhuis gerealiseerd. De befaamde tuinarchitect Dirk Frederik Tersteeg ontwierp de tuin met mooie rondingen, gemetselde elementen, trappartijen en vijvertjes, pergola’s, priëlen en speelse plekjes in de zogenaamde Nieuwe Architectonische Stijl. Het huis vertoont sterke stijlinvloeden van Engelse landhuizen in de zogenaamde Arts & Crafts movement. Het huis vormt met de tuin één geheel. Het huis dat ‘doorloopt’ in de tuin strekt zich uit over diverse niveaus. Architect en tuinontwerper werkten nauw samen zodat het geheel een mooie eenheid vormt. Landgoed Remmerstein bestaat nu uit circa 140 hectare bos. Als houtvester, na een opleiding in Eberswalde (Silezië), heeft Martinus Philipse veel liefde, kennis en tijd aan dit bos gegeven. In tegenstelling tot de tuin is het bos wel openbaar toegankelijk. Ten westen van het huis ligt bijvoorbeeld de Paasheuvel. Het is aangelegd als een sterrenbos, een bos met lanen die vanuit een middelpunt straalsgewijs naar de uiteinden lopen en zo een ster vormen.
Ze waren een element in de barokke tuinarchitectuur. Het landgoed ligt geheel binnen het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Een klein gedeelte van het landgoed wordt gebruikt voor landbouw en is verpacht. Het tuinontwerp is waar alles op gebaseerd is. Het is een pronktuin waar de gasten werden ontvangen en waar als het ware het smeltwaterdal direct naar beneden gaat, waardoor je al die fraaie plateaus in de tuin krijgt. Dat wordt nog eens versterkt door de talrijke, vaak speelse, trappartijen met ronde vormen waardoor de bezoeker echt een ‘kamergevoel’ krijgt en zo ook de menselijke maat in de tuin wordt gebracht.
TENNISBAAN EN ZWEMBAD
Aan de noordzijde van het gebouw werd zelfs een tennisbaan aangelegd. Het hokje waarin men aan tafel zittend goed zicht had op de sportieve activiteiten, staat er nog altijd. Het speelterrein was helemaal overwoekerd. Vrijwilligers van NatuurWerkt! hebben het onkruid tot acceptabele hoogte weggehaald. Het gravel moet er zeker nog liggen. Een zwembad elders in de omgeving completeert de geneugten van het wonen op stand. Coördinator Bert Berg: ,,Er is hier ontzettend veel steen gebruikt. Ik heb mij eens laten vertellen dat er meer stenen in de tuin aanwezig zijn dan gebruikt voor het huis.” Hij kijkt er van op wanneer aan de zijkant van het huis in de toegangstrap op twee hoeken een molensteen is te ontdekken. ,,Die had ik nog niet gezien”, zegt hij enthousiast.
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Bert Berg wijst op bijzondere bomen in het pinetum. - Martin Brink
Wandelend door de tuin valt op dat veel is voorzien van flagstones, bij de aanleg in 1912 al een bijzonder populaire natuurlijke steenplaat. ,,Nu zijn ze heel duur”, legt de hovenier Michael Heemskerk uit. Philipse was naast houtvester en rozenkweker ook bosbouwkundige. Vanuit die professie legde hij er ook een pinetum aan, een verzameling uitheemse naaldbomen die men plantte om onderzoek te doen naar een hogere houtopbrengst. Later werd dit in grote tuinen ook een modeverschijnsel. Sommige bomen staan er nog, daterend uit de eerste periode. Een paar jaar geleden is men begonnen om ze beter zichtbaar te maken. Vele bomen waren namelijk in elkaar gegroeid. Nu is er meer licht in gebracht. De grote kastanje midden aan de zijkant van de tuin is bijzonder. In het voorjaar en op zomerse dagen bloeit hij volop en is het daaronder op het bankje rondom heerlijk toeven. Het vormt ook het begin van een dwarsas over het landgoed die zelfs tot in het bos doorloopt.
Aan de andere zijde is een waterval gemaakt, uitlopende in een grasveld met aan weerszijden struiken. Dit gedeelte wordt ook wel Klein Bellagio genoemd. Vermoed wordt dat Louise Philipse inspiratie opdeed tijdens haar reizen naar Italië waar aan het Comomeer in parken en tuinen rijen cipressen langs lanen zijn te vinden. Tot aan 2007, toen een grote loofboom tijdens een storm omviel en veel schade aanrichtte, stonden hier veel cipressen. Het groen loopt door tot het einde van de tuin en het begin van het bos. Onderaan de voortuin is een groot gemetseld talud waarop vele grassoorten zijn geplant. Hovenier Michael Heemskerk wijst er op dat ze de groei van het vele gewas goed in de gaten houden.
Een scheur in het metselwerk wijst erop dat de grond ‘werkt’. En wat voor woekering zorgt of teveel is in de tuin, gaat onverbiddelijk weg. Deze ochtend is men bijvoorbeeld bezig om een hazelaar te verwijderen.
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
De tuin van Remmerstein voor de oorlog. - Familiearchief
PRACHTIG IN DE ZOMER
,,Vooral in de zomer is het hier prachtig!”, weet Bert Berg van NatuurWerkt! Weidse gezichten, een lange pergola met op het einde ervan een zitje, veel trappartijen, her en der een waterval, kortom: het is een lusthof om er te wandelen en om in alle rust van het natuurschoon te genieten.
Louise Philipse-van Hoijtema heeft dat ook zo ervaren. Zij heeft het in nagelaten papieren over haar ,,geliefde Remmerstein met een uitzicht over het goud van akkers, glooiende velden en een laantje met honderden nachtegalen. Als je op het terras staat of zit en je kijkt richting de Grebbeberg dan is dat een enorm rustgevend gevoel, los van het bijzondere om je heen dat hier te ervaren is.”
Voor NatuurWerkt! is Bert Berg bereikbaar via bberg@hetnet.nl, telefoonnummer 06-33106173.
















