Yitse Landsaat en Derk Postma zijn de nieuwe stadsdichters van Veenendaal.
Yitse Landsaat en Derk Postma zijn de nieuwe stadsdichters van Veenendaal. Pieter Vane

Derk Postma en Yitse Landzaat nieuwe stadsdichters Veenendaal: nemen plaats in van Wilco van Doorn en Mats Beek

13 februari 2026 om 17:41 Cultuur Nieuws uit Veenendaal

VEENENDAAL De spanning was om te snijden donderdagavond in het bomvolle zaaltje De Bolknak, behorende bij bistro- en grillrestaurant De Ritmeester aan het Thoomesplein, toen de twee nieuwe stadsdichters bekend werden gemaakt. Die eer kregen Derk Postma en Yitse Landzaat.

door Martin Brink

Ze maakten deel uit van vijf kandidaten. Uiteindelijk konden er maar twee benoemd worden. De nieuwe stadsdichters nemen de plaats in van Wilco van Doorn en Mats Beek. Hun taak zit er na vier jaar op. ,,Maar ik ga door”, grapte Wilco die net als Mats Beek genoten heeft van al die gelegenheden waarbij ze gevraagd werden om er hun poëtische gedachten over te laten schijnen.  

STADSDICHTERSGILDE

Veenendaal kent, na een periode van solo-dichterschap, nu al jaren een Stadsdichtersgilde. Vier personen maken daarvan deel uit en tonen bij diverse gelegenheden hun dichtkunst. Hun gedichten zijn ook maandelijks in deze krant te lezen.
Om de twee jaar maken twee dichters plaats voor nieuwe kandidaten. De oproep daarvoor leverde vijf inzendingen op: Sandra Bouwhuis-Sjoer, Willemieke Appelman, Vera Corben, Yitse Landzaat en Derk Postma. Bij de aanmelding werd onder meer een gedicht over Veenendaal gevraagd. Om de jury een breder beeld te geven werd later ook een opdracht meegegeven: maak een gedicht waarin het thema ‘liefde’ centraal staat, verwijzend naar de Valentijnsgedachte.

De uit vier personen bestaande jury had het niet gemakkelijk. De kwaliteit van de ingezonden en voorgedragen gedichten was zeer hoog en gevarieerd. Alle kandidaten hadden ook ruime ervaring in maken van gedichten en in het voordragen ervan. Vaak waren ze ook aangesloten bij schrijverscollectieven en publiceerden ze in dichtbundels. ,,Het liefst willen we ze allemaal meenemen”, vertelde Pauline van Balgooij, één van de juryleden en ook medeverantwoordelijk voor Gedichten op Muren die met name in het centrum te vinden zijn. ,,Dat brengt mij erop om weer eens een dichtersfestival in Veenendaal te organiseren”, verklaarde Daphne Kalff, medeorganisator van de stadsdichtersverkiezing.

KANDIDATEN

Yitse Landzaat, begin twintiger en leerkracht aan een basisschool, maakte een verrassende combinatie van dichten met gevoel én voordracht. Hij noemt zichzelf een ‘spoken word artiest’, een voordrachtskunstenaar, die als extra dimensie alles uit zijn hoofd declameerde. In een gedicht/voordracht over het feit dat hij uit China is geadopteerd en tenslotte bij zijn ouders in Veenendaal terecht kwam, toonde hij zich zeer kwetsbaar. De jury bleek er gevoelig voor. 

Sandra Bouwhuis-Sjoer is een geboren en getogen Veenendaalse. Dat uitte zich onder meer in haar gedicht over de Vaart, waar ze dichtbij opgroeide. De eerste strofe: ‘Dwars door het Veen/stroom jij sereen/Van Nederrijn naar Eem/Op vele foto’s vastgelegd/Vertier voor menigeen/ In haar ‘liefdesgedicht’ bezong ze haar liefde voor…, uiteindelijk heel verrassend, een bepaald boek.

Willemieke Appelman woont twintig jaar in Veenendaal en maakte mee dat de plaats flink uitgroeide. Uit haar gedicht ‘Veenendaal bruist’: ‘Ruimte voor ontmoeting op zondag in de Cultuurfabriek/Theater bij de Buren, jamsessies in Downtown. Veenendaal brengt kleur aan het leven met muziek. 

Als vrij werk bracht ze een ode aan de aardbei, waar ze vooral in het zomerse hoogseizoen van kan genieten. Haar levensechte performance daarover was voor menige bezoeker een verrassing. Vera Corben woont nog niet lang in Veenendaal. ,,Ik probeer de stad al dichtend te verkennen”, vertelde ze. ,,Als ik in een cafeetje zit dan zie ik veel ontmoetingen en zeer veel romantiek.” Haar heldere voordracht verraste iedereen.

REVANCHE 

Derk Postma tenslotte wilde zich als toekomstig stadsdichter revancheren. Die functie had hij al eerder, maar toen midden in coronatijd. Zijn publieke optredens waren daardoor zeer beperkt. Voor Derk ,,kriebelde het weer om hierin wat meer actief te zijn.” Hij liet tijdens de avond zijn creatieve denkwijze los op wat dichten is. Daaruit: ‘Een gedicht/hoeft niet te rijmen/al vindt menigeen van wel/het is vaak kort/en leest dan snel/maar het Wilhelmus/ben ik bang/is wel 15 coupletten lang/

Zijn gedicht over de liefde ging, heel verrassend, over zijn moeder die ‘elke dag een beetje krimpt’. ,,Na mams jarenlange trouwe zorg, ben ik nu meer bezorgd over haar, dan zij over mij”, vertelde hij. Om te eindigen met: ,,Mam, ik hou heel veel van jou!” Na de bekendmaking van de nieuwe stadsdichters waren er felicitaties alom. De vrouw van Derk vloog hem direct spontaan om de hals. Echte liefde in optima forma! De nieuwe dichters worden nog officieel door het college benoemd, maar dat zal niet meer dan een formaliteit zijn.

MARTHA VAN DE BROEK 

Scheidend stadsdichter Mats Beek onthulde die avond zijn pseudoniem: Martha van de Broek. ,,Die achternaam is ‘beek’ in het Engels. Kenners hebben dus kunnen weten dat ik het ben. Speciaal voor de christelijke achterban heb ik onder haar naam gedichten gemaakt. Het blijkt te werken, Martha heeft regelmatig gesprekken, als vrouwen onder elkaar...” Hij kreeg daarmee de lachers op zijn hand. Hij vertelde dat het hem geen moeite kost om zich in die wereld te verplaatsen. ,,Ik heb een christelijke opvoeding gehad.”

OLLEKEBOLLEKES

Door het behalen van bepaalde akten mag hij zelfs godsdienstonderwijs geven. Als Martha van de Broek maakte hij velerlei christelijk getinte ‘ollekebollekes’, onder meer over de mooiste verhalen uit de bijbel. Deze dichtvorm is overigens de specialiteit van Beek. Als Martha van de Broek haalde Beek ook een jeugdherinnering naar boven. ,,Kijk, dit kreeg je vaak cadeau op de zondagsschool”, om vervolgens Ouwe Bram van W.G. van de Hulst omhoog te houden. Het boek met op de omslag een tekening van de oude baas, met verweerd gezicht en wilde grijze haren. 

De eerste twee verzen van het lange gedicht luiden: ,,Op een marktkraam, in een hoekje, lag een lang vergeten boekje. Het was mijn jeugd die boven kwam door dat gezicht van Ouwe Bram. Heel even was ik weer het kind dat haar plezier in ‘lezen vindt. Met kerst op school cadeau gekregen; er uren mee in bed gelegen: ik las, en herlas, en genoot van al wat Van de Hulst mij bood. Hij heeft ons ermee opgevoed: Vertrouw op God, dan komt het goed!” Mats is nog lang niet uitgeschreven maar zijn taak als stadsdichter zit er nu op. ,,Misschien dat ik af en toe een actueel gedicht maak voor de historische vereniging”, zegt hij over de nabije toekomst.

Yitse Landsaat wordt door Pauline van Balgooij voorgesteld als een van de nieuwe stadsdichters.
De scheidende stadsdichters Wilco van Doorn en Mats Beek.
Leden van het stadsdichtersgilde. Tweede van links de scheidende Mats Beek en rechts Wilco van Doorn.
Derk Postma tijdens zijn presenatie.
Mail de redactie
Meld een correctie

Martin Brink
Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie