
Zien en gezien worden: zo komt u veilig de donkere maanden door
14 oktober 2026 om 14:27 Zakelijk-nieuws-landelijkWie deze weken na het avondeten nog even op de fiets stapt, merkt het meteen. Rond half acht is het al schemerig en op de buitenwegen rond Veenendaal en Rhenen wordt het dan snel echt donker. Op zondag 25 oktober gaat de klok bovendien een uur terug, waardoor ook een groot deel van de avondspits in het donker valt. Voor fietsers, voetgangers en automobilisten vraagt dat om een andere manier van deelnemen aan het verkeer.
Waarom de eerste weken na de klokwissel extra aandacht vragen
Na de overgang naar de wintertijd moeten veel weggebruikers even wennen. Het dagritme blijft hetzelfde, maar het licht niet. Wie altijd rond vijf uur van het werk naar huis fietst, doet dat ineens in de schemer. Juist in die periode blijkt de fietsverlichting lang niet bij iedereen op orde. Batterijen zijn leeg, een achterlicht is in de zomer losgeraakt of de losse lampjes liggen nog in een la. Uit cijfers van de landelijke campagne voor fietsverlichting in het donker blijkt dat vijf procent van de fietsers ooit een ongeluk in het donker heeft gehad en dat vijftien procent weleens bijna is aangereden. Opvallend is ook dat jongeren en jongvolwassenen in verhouding minder vaak licht voeren dan oudere fietsers.
Wat de regels zeggen over licht en reflectie
In het donker en bij slecht zicht is een werkend voor- en achterlicht verplicht. Voor gaat het om wit of geel licht, achter om rood. Losse lampjes zijn toegestaan, zolang ze recht vooruit of recht achteruit schijnen en niet knipperen. Ze mogen op kleding of een tas worden bevestigd, maar alleen ter hoogte van de borst of de rug. Daarnaast moet een fiets reflectoren hebben op de achterkant, op de trappers en op de wielen of banden. Wie twijfelt of de eigen fiets aan alle eisen voldoet, vindt de regels voor fietsverlichting en reflectie overzichtelijk bij elkaar op de website van de Rijksoverheid. Het achterlicht verdient daarbij de meeste aandacht, omdat u verkeer dat van achteren nadert zelf niet ziet aankomen.
Voetgangers vallen het minst op
Over voetgangers wordt in dit verband minder gesproken, terwijl zij in het donker het slechtst zichtbaar zijn. Iemand in een donkere jas op een matig verlicht trottoir is voor een automobilist vaak pas op korte afstand te zien. Reflecterende details op kleding, een lichte sjaal of een klein lampje maken al een groot verschil. Wie ’s avonds de hond uitlaat langs de rand van het Binnenveld of over onverlichte paden loopt, doet er verstandig aan ook de hond een lichtgevende halsband om te doen.
Automobilisten: ruiten, lampen en remmen
Ook in de auto vraagt het najaar om een korte controle. Een vette waas aan de binnenkant van de voorruit beperkt bij tegenlicht het zicht aanzienlijk. Een doek en wat ruitenreiniger verhelpen dat snel. Kijk daarnaast of alle lampen werken en of de koplampen goed zijn afgesteld, zodat tegenliggers niet verblind worden. Wie op koele ochtenden geluid hoort bij het afremmen, leest in een eerder artikel meer over piepende remmen op vochtige herfstochtenden en over het moment waarop een garage ernaar moet kijken.
Goed zicht begint bij de eigen ogen
Hoe goed de verlichting ook is, het eigen gezichtsvermogen blijft de basis. In het donker worden de pupillen groter, waardoor kleine afwijkingen in de ogen sterker merkbaar worden. Lichtbronnen krijgen dan een stralenkrans, contrasten vervagen en het inschatten van afstanden kost meer moeite. Veel mensen merken dat pas in het najaar, omdat het overdag nog prima lijkt te gaan. Ogen veranderen bovendien geleidelijk, zeker na het veertigste levensjaar. Een oogmeting geeft snel duidelijkheid of de huidige sterkte nog klopt. Wie toe is aan een nieuw exemplaar, kan zich vooraf oriënteren op het aanbod van brillen bij Hans Anders en daarbij letten op ontspiegelde glazen, die hinderlijke reflecties van koplampen en straatverlichting verminderen.
Samen de route verkennen
Voor kinderen die na de herfstvakantie in het donker naar de sportclub of muziekles fietsen, loont het om de route een keer samen te rijden. Zo ziet u waar het onverlicht is, waar auto’s harder rijden dan zou moeten en welke oversteek beter kan worden vermeden. Een korte blik op de lampjes bij de voordeur, voordat de fiets de straat op gaat, wordt met wat herhaling vanzelf een gewoonte.

















