Afbeelding
BDUmedia
Column

Eikeldopje

2 december 2021 om 13:04 Opinie

VEENENDAAL Wachtend op een winderig station, op een trein met vertraging, onderweg naar mijn geboortedorp, voel ik in mijn jaszak. Daar tref ik enkele eikeldopjes aan die daar al enkele weken zitten. Een paar weken geleden maakten we een mooie boswandeling met kinderen en kleinkinderen. Opa kon het niet laten om een paar eikeldopjes op te rapen en te kijken of hij er nog op kon fluiten. En jawel hoor, na even oefenen kwam er een snerpende fluittoon tevoorschijn die al het wild op de vlucht joeg. 

Aafke van vijf keek gefascineerd toe en vroeg: ,,Opa, hoe doe jij dat, kan ik dat ook?”. ,,Ik zal het je leren meid”, zei ik en ik deed haar voor hoe ze haar kleine duimen aan de bovenkant tegen elkaar bovenop het dopje moest klemmen, een klein spleetje open moest houden en daarop moest blazen. 

BETER IJverig volgde zij de instructies, met steeds meer frustratie, omdat er geen geluid uit kwam. Maar ze gaf niet op - dat doet ze nooit - en na een kwartier was er een zwak toontje te horen. Na nog een kwartier, tegen het eindpunt van de wandeling, werd het toontje sterker. Even later zei ze, met een mengeling van trots en medelijden: ,,Gek hè opa, dat ik het nou al beter kan dan jij!” Nou, die zat!

Ik weet echt niet meer van wie ik het heb geleerd. Op mijn vingers fluiten is mij nooit gelukt, terwijl ik toch ook niet snel van opgeven weet. Fluiten zat er bij mij al vroeg in. Vanaf de eerste klas van de lagere school gingen mijn broers en ik verplicht op blokfluitles. Als ik straks uit de vertraagde trein stap, loop ik langs het pand waar lang geleden een muziekwinkel was gevestigd, met het achterkamertje waar een voor mijn gevoel stokoude man mij blokfluitles gaf. 

DWARSFLUIT Hij ramde het gevoel voor ritme er bijna letterlijk in. ,,Een twee, een twee, nee nee nee!” In pedagogische zin leek het nergens op, maar toch dreef hij mij tot prestaties. Hij had zelf een prachtige blokfluit van gedraaid hout, maar sloeg er het ritme mee op de piano (of was het een harmonium?). Toen ik vijftien was, kocht ik van het bij de supermarkt verdiende geld, als inpakker bij de kassa (1 gulden 25 per uur), een dwarsfluit. Dat instrument intrigeerde me. Ik kreeg les op de muziekschool en maakte flinke vorderingen. 

Op mijn middelbare school zou op een avond de ‘Chris Hinze combination’ optreden. Chris was in die tijd, met Thijs van Leer, de meest populaire fluitist van ons land. Nu waren schoolavonden bij mij thuis verre van populair, maar mijn smeekbeden hadden resultaat. Wat een teleurstelling. Voor mijn gevoel stond hij maar wat in zijn instrument te spugen voor de microfoon. Ik ben in de pauze naar huis gegaan. Dat kan ik beter dan hij, dacht ik. Aafke heeft het niet van een vreemde.

door Willem de Vos, rector CLV

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie