
Vrolijke terugblik op vijftien jaar Gedichten op Muren: ‘Een begrafenis, dat gaat niet door, daar heb ik nog geen jasje voor!’
16 november 2025 om 07:15 Cultuur Nieuws uit Veenendaal Tips van de redactieVEENENDAAL Een volle bak afgelopen donderdagavond in zaal Zazu aan de Tuinstraat. Daar werd een feestelijke terugblik gehouden op vijftien jaar Gedichten op Muren!, het fenomeen stadsdichters, de gedichtenwedstrijd onder scholieren en de toekomst van het poëtische fenomeen in Veenendaal. Met als vrolijke afsluiter toekomstige grafschriften van bekende, nog meest levende, Veenendalers. Stadsdichter Mats Beek kreeg daarmee de lachers op zijn hand.
door Martin Brink
Hoe begon het toch allemaal, de poëtische gedachten op muren? Een activiteit waarin Veenendaal een unieke plaats inneemt in de regio. Machiel Taal, was in 2008 beleidsmedewerker kunst en cultuur van de gemeente Veenendaal. Hij blijkt de aanstichter van het succesvol gebleken fenomeen.
,,Ik was in maart 2008 in Den Bosch en zag op een muur een gedicht van Vasalis staan. Heel toevallig kwam ik daar ook Jaap Pilon tegen. Samen daarover pratend kwamen we tot de conclusie: dat moeten we in Veenendaal ook hebben!” Zo is het begonnen. Machiel zocht in Veenendaal mensen bijeen die iets met kunst en cultuur hadden en legde daarmee de basis voor de commissie Gedichten op Muren!
Tineke Hake was de eerste die werd aangezocht. Zij was toen voorzitter van het KunstPlatform Veenendaal. Ook zij raakte enthousiast en ontwierp spontaan een logo. Mats Beek, toen docent Nederlands op het Rembrandtcollege en binnenstadsmanager Peter Baten sloten zich ook aan.
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Oud-platformvoorzitter Tineke Hake memoreerde de onverwachte hobbels bij de realisatie van het eerste muurgedicht op de Markt. - Martin Brink
GLIMLACH OP HET GEZICHT
Doel was en is om gedichten zichtbaar te plaatsen die voorbijgangers makkelijk tot zich kunnen nemen, die aanzetten om even na te denken en dan vervolgens met een glimlach op het gezicht weer verder te lopen. Gedichten op Muren! en het daaruit voortvloeiende fenomeen stadsdichter werden vervolgens ondergebracht in subafdelingen van het KunstPlatform.
Ook ontstond het initiatief om een gedichtenwedstrijd onder Veenendaalse middelbare scholieren uit te schrijven. Taal: ,,Inmiddels doen alle scholen daaraan mee, in het eerste jaar was het Ichthus College nog niet hierbij aangesloten. De winnaar krijgt een gedicht op de buitenmuur van gebouw Spectrum of de Lantor langs de Wolweg. Bovendien zorgen zij ook voor het winnende gedicht in samenwerking met het 4/5 mei-comité. Bij het monument aan het Stationsplein staat de gedichtendrager ‘Herinner’ naar aanleiding van de Dodenherdenking. Elk jaar wordt één van de drie gedichten gewisseld.”
De gemeente verstrekte subsidie en dat vormde de basis om verder te gaan. Vooral voor de eerste poëtische gedachten werd gekozen voor de zogenaamde light verse, een vorm waarbij de gedichten een wat lichtere, meer speelse toon hebben. Later koos men ook voor Haiku, een Japanse dichtvorm in drie regels.
Het eerste gedicht kwam op de Markt en was van de hand van Kees Stip, Veenendaler van oorsprong, die bekend werd door zijn dieren-rijmpjes. De tweede, ook van zijn hand, werd aangebracht aan het Raadhuisplein.
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
De vierde stadsdichter Derk Postma droeg zijn muurgedicht voor. - Pieter Vane
Tineke Hake herinnerde zich de problemen waarvoor de commissie zich toen onverwacht geplaatst zag: ,,Op zaterdag zou het gedicht worden onthuld, op vrijdag kregen we een telefoontje uit het gemeentehuis of we daar wel toestemming voor hadden aangevraagd. Nee dus. We hadden geen omgevingsvergunning hiervoor.”
Dat werd nogal een ding, vooral nadat er aanvullende vragen werden gesteld over de grootte van de letters, de te gebruiken schroeven en hoever die de muur in gingen, etc. De toenmalige cultuurwethouder Jaap Pilon wilde het doorzetten, maar de commissie durfde het niet aan. Uiteindelijk kwam het toch goed.
Tineke Hake: ,,Dus, als mensen soms mochten denken: het is een eenvoudige klus, dan kan ik vertellen dat het echt niet zo is.” Tegenwoordig is het allemaal digitaal, sneller en soepeler geregeld.
GEDICHT OP ONTMOETINGSHUIS
Daphne Kalff, voorzitter van Gedichten op Muren!, vertelde in haar toespraakje dat er ,,nu 37 gedichten in de openbare ruimte te zien zijn. Het zijn negentien light verse-gedichten waarvan zestien van Kees Stip, veertien komen van leerlingen en vier van stadsdichters. Daarnaast hebben we er twee in voorbereiding: één komt er in het centrum en één aan het Ontmoetingshuis in oost. We kijken nadrukkelijk naar andere wijken omdat het steeds moeilijker wordt om een mooie plek te vinden in het centrum.”
Ondanks dat vertelde Daphne Kalff dat ze nog wel een geschikte plek had gezien: ,,Bij de ingang van de Corridor aan plein Het Klaverblad zag ik bovenin mooie zwarte vlakken.” Ze wilde binnenkort maar eens gaan praten met de eigenaar wat zoal de mogelijkheden zijn.
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
In de zwarte vlakken van de Corridor-ingang bij Het Klaverblad kunnen gedichten komen, vindt de commissie. - Martin Brink
Tijdens de avond werd een boekje gepresenteerd waarin alle gedichten op muren en hun achtergronden gemeld staan, gemaakt in een oplage van 350 stuks en gratis verstrekt. Het eerste exemplaar kreeg cultuurwethouder Dylan Lochtenberg overhandigd.
Hij sloot zijn toespraakje heel verrassend af met een poëtische uitsmijter, als een soort van ode aan zijn leraar Nederlands Mats Beek en basisschooljuf Ali Groebe, de huidige secretaris van het KunstPlatform Veenendaal. Maar ook met een knipoog naar zijn politiek succes voor de bouw van een nieuw theater. Lochtenberg dichtte:
‘Er zit een vraag in dit gedicht
Komt er wel of geen groen licht?
16 tegen, 17 voor
Dat is een meerderheid, we kunnen door
Ik ga het vieren, met misschien een kater
Want Ons Veenendaal krijgt een nieuw theater!’
FRISIAVILLA
De gedichten staan op diverse plekken in het centrum. Die van Stef Bos (uiteraard) aan zijn ouderlijk huis, een juwelierszaak aan de Hoofdstraat, Allard Budding aan de pijp in de Cultuurfabriek, daar waar hij werkte in het Verlaat Ateliers maar ook is een gedicht te vinden van Mats Beek, de eerste en weer huidige stadsdichter. Aan het Verlaat hangt zijn ‘Ode aan Veenendaal’, schuin tegenover de plek waar hij zelf opgroeide.
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Wethouder Dylan Lochtenberg nam het eerste exemplaar van het lustrumboekje in ontvangst. Links Daphne Kalff. - Pieter Vane
Grote ‘afwezige’ in het geheel is een gedicht op de monumentale Frisiavilla. Door derden is ooit geopperd om daarop een gedicht van de landelijk bekende dominee/dichter Piet Paaltjes (pseudoniem van François Haverschmidt) er op te zetten. Deze man zegende ooit het huwelijk in van een dochter van Dirk van Woudenberg met bankier Verhoef, die in Veenendaal als volontair begon. Hij was in zijn familie gelieerd aan het Veenendaalse ondernemersgeslacht.
Op een foto genomen in de tuin van de villa staat de dominee/dichter tussen de bruiloftsgasten. Daphne Kalff weet er van ,,maar we zijn er nog niet achteraan geweest.” Bovendien is toestemming van een pandeigenaar bij plaatsing een eerste vereiste.
Er was één gedicht aan een muur van de Corridor dat veel vragen opwierp, namelijk die van Jan Hanlo met als titel ‘De Mus’. Deze leraar Engels maakte veel experimentele gedichten, die zelfs tot vragen in de Tweede Kamer leidde. Zijn gedicht in Veenendaal bevat alleen de woorden ‘tjielp, tjielp’.
Niet iedereen begreep dat het vogeltaal was en dat het in een bepaalde cadans moest worden uitgesproken. Het leidde soms tot hilariteit: was dat nou dichten? Kalff: ,,Het is nu weggehaald omdat er een muur voor is gezet. Maar dat is een tijdelijke kwestie. Het gedicht komt terug.”
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Commissielid Diane van Galen droeg haar favouriete gedicht voor, die van Allard Budding. - Martin Brink
GRAFSCHRIFTEN
Mats Beek werd ooit door de commissie vooruitgeschoven als eerste stadsdichter. ,,Ergens moeten we beginnen”, verklaarde de organisatie toen. Na enige kritiek werden de daaropvolgende stadsdichters op een democratische manier gekozen: via een oproep in de media en gekozen door een jury.
Overigens is alweer een zoektocht begonnen naar twee nieuwe stadsdichters die het Stadsdichtersgilde (bestaande sinds april 2022) willen versterken. Aanmeldingen zijn welkom via www.stadsdichterveenendaal.nl
Mats Beek zelf zorgde voor een verrassende afsluiter van de avond. Hij droeg fictieve grafteksten voor van bekende personen uit Veenendaal en daarbuiten. ,,Ik las eens: ‘Hier ligt Poot, hij is dood’. Ik vroeg mij af of zoiets ook te maken is over Veenendaalse personen. Ja dus. Ik neem u mee op een wandeling over de begraafplaats over pakweg veertig jaar en kom daar personen tegen die op deze avond ook aanwezig zijn.”
Zo kreeg wethouder Dylan Lochtenberg een koekje van eigen deeg. Na zijn rijmelarij was het de beurt aan stadsdichter Mats. Die trof alleen maar een bordje aan bij diens graf met daarop de tekst:
‘Bezoeker, hierbij meld ik even
dat ik voorlopig door blijf leven;
Een begrafenis, dat gaat niet door,
daar heb ik nog geen jasje voor!’
Over Jaap Pilon:
‘Zonder de vrouw met de hoed
Lig ik hier toch minder goed’
Over Ibo Ünal, de verstandelijk beperkte man, die met een ballon door heel Veenendaal liep en iedereen aansprak:
‘Ik probeerde heel mijn leven
met mijn ballon omhoog te zweven.
Aan dat leven kwam een end.
Zeg jij nu maar dat jij mij kent.’
Over Gilles van Schoonbeeke, de vermeende stichter van Veenendaal:
‘Nu ghy hier myne grafsteen leest,
weet ge: hij is hier toch geweest!’
Over sekteleidster Jannetje Hootsen:
‘Hier een bericht van Jannegie:
’t Is enkel zwart wat ik hier zie.
En dan één berichtje nog:
Wandelaar: bekeert u toch!’
Over politiek voorman Yassin Makinelli:
‘Ik dacht: ik denk voor Veenendaal
maar hier lig ik wel érg lokaal!’
Over Wim van Ginkel, uitbater van een groenbedrijf:
‘Ik hield van verticaal tuinieren;
tegen de muur gingen plant en struik.
Nu lig ik horizontaal te pieren
met een tuintje op mijn buik’
Over Sytse Tamminga, voormalig café-uitbater op de Markt:
‘Wandelaar versnel uw passen;
ik lig hier lachend te vergassen’
Over Piet Tamminga, eigenaar van een ijssalon aan de Kerkewijk:
‘Aan het einde van mijn reis
ben ik zelf zo koud als ijs.’
En over musicus André Heuvelman schreef Mats Beek:
‘Toeterdetoeterdetoeterdetoet:
ik lig hier echt ontzettend goed.
Ik lig hier echt ontzettend fijn:
ik zag zonet nog ‘n knijn!’
Tot slot had Mats Beek ook zijn eigen graf ontdekt. Daarop was een steen geplaatst met daarop:
‘Als ik daar mijn naam zie staan,
is het dichten dus gedaan!’

















