
Herinneringen aan een bijzondere man aan de rand van Veenendaal: Jan Weppelman
17 augustus 2021 om 22:26 AlgemeenDoor Anne Slok e.a., namens de historische vereniging Oud Veenendaal
Veenendaal - ‘Zelfs vindt de mus een huis, o Heer’. Dat is de tekst die we lezen op de grafsteen van een bijzonder mens. Geboren uit het huwelijk van Gerrit Weppelman en Neeltje van Appeldoorn op 17-12-1913: Jan Johan Weppelman. Er was een behoorlijk leeftijdsverschil tussen zijn ouders. Vader was geboren in 1863, moeder in 1891. Was dat misschien de reden dat het gezin achteraf woonde? Een schets over deze bijzondere en diepgelovige man, geen kluizenaar maar wel wars van allerlei moderniteiten.
Hij leefde in een tijd dat er in Veenendaal nog maar een paar zonderlingen uit de zogenaamde ‘Veense folkore’ leefden. Dat boertje bijvoorbeeld die elke dinsdag de restjes van de markt kwam ophalen en de man die begin jaren tachtig zijn fiets tegen de grote groene glasbol plaatste en met zijn speciale hengelstok de statiegeldflessen eruit viste... Ze zijn er niet meer, dit soort personen.
Daarom in een extra grote aflevering van de historische rubriek ‘Ergens in Veenendaal’ aandacht aan één van hen: Jan Weppelman, in de Veense volksmond - omdat iedereen toen een uitschel had - Jan Lid genoemd.
Gemeente Renswoude
Wanneer we vanuit Veenendaal over de Munnikenweg richting de Slaperdijk gaan dan lag er tot het midden van de jaren ‘90 een pontje over de Grift. Dat was halverwege de Munnikenweg, tot 1 januari 1960 gemeente Renswoude. Soms zagen we bij het vervallen huisje aan de overkant een man in oude, versleten kleren, en op witte klompen lopen. Toen Veenendaal West oprukte verdween dit beeldbepalende dorpsgezicht. Maar wie was Jan Weppelman eigenlijk, de wat eigenzinnige persoon waarover nog steeds vele verhalen de ronde doen?
Dominee A. Talsma
De persoon die ons er veel over kan vertellen is de nu 80-jarige dominee Aaldert Talsma, predikant van de Hervormde Gemeente Veenendaal van 1978 tot en met 2004. Vooral in zijn laatste levensjaren maakte Talsma hem van nabij mee. Vanuit zijn huidige woonplaats Gouda haalt hij op verzoek herinneringen op.
“Jan heeft zijn hele leven in dat huisje gewoond. Eerst met beide ouders, maar vader overleed toen Jan 20 was in 1933. Jaren hebben moeder en zoon samen in het huisje gewoond totdat ook moeder overleed. Dat was in 1977.’’ Een dokter mocht er niet bijkomen, want zo had de Heere het bedoeld en voorbestemd. Vanaf die tijd verbleef Jan alleen in het toen al vervallen huisje.
Maar er zijn ook andere herinneringen.
Zo kreeg Jan aan het begin van de jaren negentig verschillende fotografen op bezoek. Allen waren verbaasd over de primitieve levensomstandigheden daar in het weiland aan de rand van de Munnikenweg.
De eerste was Brand Overveen, zoon van de bekende christelijke regionale schrijver Jac. Overeen.
Brand Overeem maakte een innemende fotoserie
Hij werkte voor de Amersfoortse Courant en maakte een serie portretten van personen in de omgeving die nog leefden zoals in 1900. Brand had zelden zo’n primitieve toestand gezien.
Hij maakte een zeer innemende reportage, waarvan een aantal afdrukken door het gemeentearchief Veenendaal werd aangekocht.
Jan fietste veel. Om boodschappen te halen, maar ook fietste hij als hij voer voor zijn koe nodig had. Hij ging dan de veevoederbedrijven in Veenendaal, Renswoude en Amerongen af, om uiteindelijk het goedkoopste voer te kopen.
Zo kon men hem op de klompen tegenkomen bij de bakker in Renswoude.
Hij had dan wel zijn beste stappers aan met daaronder stukken rubberband getimmerd. Uit zuinigheid dus. Hij vroeg de bakker altijd om oud brood. Dat was nog prima te eten en goedkoop...
Van de fiets gevallen
En zijn kleding? Die lapte hij honderd keer op want ze waren nog best goed. Op één van deze fietstochten werd Jan onwel en kwam ten val in Renswoude. Omstanders vroegen wie ze konden waarschuwen.
Hij herhaalde telkens: “Dominee Talsma”. Hoewel Jan weinig contacten had, ging hij wel naar de kerk. Vanaf zijn ongeluk heeft de dominee zich het lot van Jan meer aangetrokken. Hij zorgde ervoor dat er AOW werd aangevraagd, het huisje gerenoveerd werd en er regelmatig bezoek kwam.
In de consistoriekamer
Dominee Talsma: “Er waren een paar gezinnen in Veenendaal West die regelmatig eten bij hem brachten. Mijn vrouw kookte op zondag wat extra. Als ik het dan ging brengen dan begon hij meteen te eten.
Een goed gesprek was eigenlijk niet mogelijk. Vaak herhaalde hij zichzelf en sprong van de hak op de tak. Ik herinner me ook nog dat Jan altijd wat vroeger naar de kerk kwam op zondag.
Hij mocht dan een poosje in de consistoriekamer zitten. Net voordat de dienst begon ging hij dan naar een plekje in de kerk. Regelmatig had hij wat pruimen of ander fruit mee uit zijn boomgaard. Hij deelde dit dan uit”.
Gouden knopen
“Een verhaal wat hij vaak vertelde was dat er een man met gouden knopen op zijn jas bij hem was geweest. Gouden knopen, dat heeft indruk gemaakt. Deze man heeft een stuk land van hem gekocht zo bleek later.’’ Toen Jan overleed is zijn terrein omgezet in grond voor een vrije bouwkavel.
Talsma: ‘’Jan had een spaarbankboekje met daarop 100.000 gulden in bezit. Waarschijnlijk niet wetende wat hij daarmee allemaal kon doen”. Dat hij zeer zuinig leefde werd na zijn overlijden ook duidelijk. Toen werd nog een flinke stapel verlopen bankbiljetten gevonden. De bank accepteerde ze.
“Halverwege de jaren ‘90 werd Jan ziek. Het ging niet meer alleen thuis. Toen ik hem ging vertellen dat er een ambulance zou komen om hem naar het ziekenhuis te brengen dacht ik dat hij tegen zou sputteren. Ik vertelde hem dat ik met hem mee zou gaan. Hij werd er blij van. Later realiseerde ik me dat hij waarschijnlijk dacht dat de reis naar de hemel zou gaan”.
Hemel
Niet helemaal vreemd: toen hij uit dat vieze koude kotje in het ziekenhuis belandde en er wakker werd in die witte schone omgeving met die witte zusters, dacht hij hardop dat hij in de hemel was beland...
Omdat de armetierige woonsituatie steeds schrijnender werd en omdat het zo niet langer kon is het woonschuurtje enigszins opgeknapt, schoongemaakt en van gordijnen voorzien. Zo werden zijn laatste levensjaren iets dragelijker.
Ongeluk met pontje
Hij vertelde graag het verhaal van die ‘ellendige soldaten’ tijdens de mobilisatie van 1939/1940. Op de halfbevroren Grift gingen zij met teveel mannen op het pontje staan en uit balorigheid schommelen. Er raakten soldaten onder het ijs en verdronken. Jan kreeg de schuld. Hij had het pontje maar beter vast moeten zetten. Hij bracht een nacht in een politiecel in Renswoude door. Uiteindelijk trof hem geen blaam.
Jan kreeg verschillende fotografen op bezoek. Allen waren hoogst verbaasd over de zeer primitieve levensomstandigheden daar in het weiland aan de rand van de Munnikenweg.
En dan het hilarische verhaal op het gemeentehuis. Jan was een oom van gemeentesecretaris Gert van Appeldoorn. Op een maandagmiddag kwam hij op zijn klompen aan en wilde hij Gert spreken.
Die schaamde zich voor hem. Jan ging de trap naar boven en daar zat Gert samen met wethouder Joop de Ruiter. Het eerste wat Jan Weppelman tegen zijn neef zei was: “Nou Gert, je bent al een hele kerel geworden…” Hilariteit en een wat besmuikt gegrinnik alom bij de gemeenteambtenaren over hoe de baas door ‘oom Jan’ werd bejegend...
Jan Weppelman overleed op 12 februari 1995. Een paar mensen waren bij zijn uitvaart op de algemene begraafplaats aan de Munnikenweg aanwezig. Op slechts een paar honderd meter van de plek waar hij zijn leven lang gewoond heeft.
Herinneringsbordje
Na zijn overlijden is er tot drie keer toe getracht om een gedenk- of herinneringsteken te plaatsen. Dominee Talsma probeerde een bordje met tekst op deze plek te krijgen. Maar ook leerkracht Adrie van Manen, toen leerkracht op de dr Steenblokschool en nu werkzaam op de Eben Haëzerschool te Rhenen, stuurde na een mobilisatieproject in de klas een verzoek naar de gemeente voor plaatsing van een tekstbord. Op het gemeentehuis wilde men er niet aan. ‘’Dan kunnen we op elke locatie waar een ongeval heeft plaatsgevonden wel een gedenkteken plaatsen,’’ zo kreeg hij te horen.
Evert G. Davelaar
Als laatste was er de poging van toenmalig Rijnpost-journalist Evert G. Davelaar om het brugje in het verlengde van de Beethovenlaan - dat na de voltooiing van de wijk iets oostelijker kwam dan de plek waar Jan woonde - te vernoemen in ‘Jan Weppelman-brug. De gemeente vond het geen reclame om de man in een straatnaam of brug te gedenken.
Maar via deze mooie publicatie krijgt Jan Weppelman toch eeuwige aandacht...
Er gaan overigens weer stemmen op om opnieuw een verzoek te doen om hem op enigerlei wijze in herinnering te roepen.
Gelderse School
Overigens: Davelaar kreeg het ook niet voor elkaar om de oude Gelderse School aan de Prins Bernhardlaan, nu garage Van de Weerd, op de monumentenlijst te plaatsen. Hij meldde onder meer dat het één van de oudste gebouwen van Veenendaal is, van ver voor 1900.
Hij somde talrijke gebeurtenissen op die in en om het pand hebben plaatsgevonden, ook de historische/allegorische optochten in januari 1937 bij het koninklijk huwelijk. ‘Het pand is teveel veranderd,’ kreeg hij te horen en dus geen monument.
Maar dat is weer een ander verhaal in deze serie...





















