
Zoektocht naar de nog enige vermiste Rhenenaar richt zich op Vreewijk: Onderzoekers proberen Hendrik Jan ‘thuis’ te brengen
9 maart 2025 om 07:00 Historie Nieuws uit Rhenen Tips van de redactieRHENEN Het gebeurde in augustus vorig jaar in Opheusden tijdens de presentatie van de bundel ‘Het gesloten dossier’ over geëxecuteerde Betuwenaren. Eén van de nabestaanden kwam vol emotie naar de initiatiefnemers met de mededeling dat hij nu eindelijk duidelijkheid had gekregen wat er met zijn oom was gebeurd. Datzelfde willen de samenstellers nu bereiken met de nog enige vermiste Rhenenaar Hendrik Jan Hogenkamp. Hij woonde op Vreewijk. Dat hij rond 21 februari 1945 werd doodgeschoten is zeker, maar zijn lichaam is nooit gevonden. Er worden binnenkort pogingen ondernomen om hem na al die jaren ‘thuis’ te brengen. Over hem en tal van anderen gaat op zaterdagmiddag 15 maart het verhaal in de Gedachteniskerk in Rhenen.
door Martin Brink
Vreewijk in Rhenen is een tuindorp daterend uit midden jaren twintig van de vorige eeuw, vooral bedoeld voor handwerkers. Het zijn huizen met grote tuinen. Zelf groenten verbouwen en soms ook wat (klein)dieren houden voor de slacht is eerder regel dan uitzondering. In deze wijk woonde de dan 41-jarige Hendrik Jan Hogenkamp. Waar precies en de vermoedelijke plek waar hij in Vreewijk is vermoord zijn bekend, maar kan nu nog niet bekend worden gemaakt. Hij woonde bij zijn ouders en was meubelmaker van beroep. De ongetrouwde Hogenkamp werkte op timmerfabriek De Stoomhamer van Koekoek.
RHENEN SPOOKSTAD DOOR EVACUATIE
De tweede evacuatie van Rhenen vond plaats vanaf 3 oktober 1944 en had alles te maken had met het mislukken van operatie Market Garden rond Arnhem en Oosterbeek. Om de 8500 inwoners van Rhenen te beschermen tegen voornamelijk geallieerde oorlogshandelingen, moesten ze vertrekken. Zo werd Rhenen een spookstad. Alleen een handvol personeelsleden van Ouwehands Dierenpark mocht voorlopig blijven. In februari 1945 moesten ook zij vertrekken.
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
De Duitse kolonel Michael Hans Lippert die bevel gaf tot de zogenoemde spergebied-moorden. - Archief
De inwoners vertrokken onder andere naar Amerongen, Leersum, Doorn en Driebergen. Ook de terugkeer gebeurde in fases: tussen 22 februari en 1 juni 1945 mochten ze naar Rhenen terugkeren. Maar dat zou Hendrik Jan niet meer meemaken, hij verdween rond 21 februari plotseling.
Vanaf hun evacuatieadres gingen burgers regelmatig naar hun huis om goederen of eten op te halen. Dat kon makkelijk tot half februari 1945. Vanaf die tijd kwamen mannen van het Regiment 84 van de 34 SS-Freiwilligen Grenadier Divisie Landstorm Nederland het gebied van de Pantherstellung (de voormalige Grebbelinie) bewaken. Hun Duitse commandant wilde geen burgers in het gebied. Zo werd de regio tussen Veenendaal, Achterberg, Rhenen en Bennekom spergebied.
WACHTPOSTEN BIJ INVALSWEGEN
Op diverse invalswegen stonden er wachtposten. Onder andere op wat nu de Nieuwe Veenendaalseweg is, ongeveer ten hoogte van de Beukenlaan en op de hoek Verlengde Acacialaan/ Eikenlaan. Een groep van ongeveer vijftien Nederlandse Landstormers had zijn intrek genomen in de vijf grote dubbele woningen aan het begin van de Eikenlaan. Zij bewaakten de wachtposten en liepen wachtrondes door de wijk Vreewijk.
Wie zich binnen dit gebied bewoog had de kans om doodgeschoten te worden. Zo werd de zeventienjarige Herman Spies uit Veenendaal slachtoffer. Hij werd doodgeschoten bij het witte kerkje van Achterberg.
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Een illustratie van het spergebied in 1944/1945, rond 1960 in zijn typoschrift getekend door de Edese onderzoeker Theodoor Boeree. - Archief Boree/Gelders Archief
De Duitse commandant die op Remmerstein zetelde was Standartenführer (kolonel) Michael Hans Lippert, een man met een lange staat van dienst. Daarvoor had hij een villa van ondernemer Dirk Sandbrink in Rhenen als uitvalsbasis. Hij was een man met een ijskoude mentaliteit. Tegenover zijn manschappen was hij hooghartig en vol minachting. Op 12 mei 1950 werd Lippert veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf voor zijn medeplichtigheid aan de executies van Nederlandse burgers die in een ‘beperkt gebied’ zonder identiteitspapieren werden aangetroffen. Twee van de burgers werden op Lipperts directe bevel doodgeschoten. Hij zat zijn straf uit in de Koepelgevangenis in Breda. Op 17 april 1953 werd hij vervroegd vrijgelaten en gedeporteerd naar West-Duitsland.
De familie verwachtte iedere dag zijn terugkomst, maar moeder Grietje overleed op 3 maart zonder haar zoon Hendrik Jan en ook in de maanden daarna kwam hij niet meer terug
NEGEN RHENENAREN GEDOOD
In het niemandsland van het spergebied vonden 21 onschuldige burgers de dood, alleen maar omdat ze bijvoorbeeld thuis voedsel gingen halen. Ze kwamen uit de regiogemeenten maar van ook ver daarbuiten, uit Amsterdam bijvoorbeeld. Ze werden begraven op begraafplaatsen in betreffende gemeenten. Negen van hen kwamen uit Rhenen.
De in Rhenen gestationeerde eerste luitenant Jan Rudolf Hommes, een 26-jarige SS’er, wilde aanvankelijk de maatregel van onmiddellijke of latere executie niet opvolgen. Hij was een Nederlander met een lange staat in Duitse krijgsdienst en al voor de oorlog lid van de Nationaal-Socialistische Beweging in Nederland.
Hij weigerde het bevel maar moest er uiteindelijk toch aan toegeven. Na de oorlog kreeg hij acht jaar cel. Dit vonnis werd uiteindelijk teruggebracht naar drie jaar hechtenis. Hij hoefde echter zijn straf niet uit te zitten en werd daarom onmiddellijk in vrijheid gesteld. Hij kreeg later hoge functies in Nieuw-Guinea en in Nederland op het Ministerie van Landbouw en Visserij. Hommes overleed in 1991.
Eén belangrijk gegeven heeft hij nagelaten, namelijk het aanwijzen van de plek waar Hogenkamp werd vermoord en begraven. Hij moet het hebben geweten. Daar zijn onderzoekers van overtuigd. Daardoor blijft Hogenkamp de enige Rhenenaar wiens graf nooit is teruggevonden. Duidelijk is wel dat hij rond 21 februari 1945 is vermoord, waarschijnlijk in de omgeving van zijn woning op Vreewijk.
HENDRIK JAN HOGENKAMP
Hendrik Jan Hogenkamp werd geboren op 21 juli 1903 in Doorn, zijn vader was machinist en zijn moeder huisvrouw. Later verhuisde het gezin naar Rhenen. In oktober 1944 was Hendrik Jan samen met zijn ouders geëvacueerd naar Zeist. Vermoedelijk ging hij regelmatig terug naar Rhenen om voedsel of goederen te halen. In februari 1945 kwam zijn moeder Grietje in het ziekenhuisje van Doorn te liggen, ze was zeer ernstig ziek en stervende. Hendrik Jan ging half februari opnieuw naar Rhenen. Mogelijk dat hij kleding of papieren voor zijn stervende moeder ging halen. De familie verwachtte iedere dag zijn terugkomst, maar moeder Grietje overleed op 3 maart zonder haar zoon Hendrik Jan.
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
Een vooroorlogse foto van het personeel van timmerfabriek De Stoomhamer. Hendrik Jan Hogenkamp staat staande dertiende van links (voor het witte raam). - Archief Carin Weustenenk
Ook in de maanden daarna kwam hij niet meer terug. Na de bevrijding ging de familie terug naar hun huis in Rhenen. In het huis trof men beneden een enorme chaos aan, het leek wel of er in de keuken gevochten was. En boven op de ouderlijke slaapkamer zaten bloedspatten tegen de muren. Wat was er gebeurd en waar was Hendrik Jan? Er werd een rechercheonderzoek ingesteld en advertenties in kranten geplaatst. Het leverde niets op.
Vader Gradus overleed in mei 1951, zonder ooit nog iets naders te hebben gehoord
De vader van Hendrik Jan Hogenkamp zocht jaren met een prikstok. De hele tuin werd doorzocht en hij ging regelmatig met kleinzoon Gradus op diverse plaatsen zoeken in de bossen van Rhenen. Er werd zelfs een helderziende ingeschakeld maar het stoffelijk overschot werd niet gevonden. Vermoedelijk is er niet of onvoldoende in het bos aan het einde van Vreewijk gezocht. Ook werd er onderzoek gedaan bij een schuurtje tegenover Remmerstein.
NATIONAAL ARCHIEF
Wat kan er gebeurd zijn? In het nu veelbesproken Centraal Archief Bijzondere rechtspleging in het Nationaal Archief in Den Haag zijn stukken te lezen over de spergebied-moorden. Daaruit valt op te maken dat de Nederlandse SS’er Hendrik Braakman twee keer bij het huis van Hendrik Jan Hogenkamp binnen is geweest. De eerste keer vond hij hem op een stoel, arresteerde hem en bracht hem naar een oud schuurtje bij de verbindingstroepen, bij een boerderij tegenover Remmerstein.
Hendrik Hogenkamp bevrijdde zich uit het schuurtje en ging terug naar zijn huis. Twee dagen later werd er ‘s nachts weer geluid in het huis van Hogenkamp gehoord. SS’er Braakman ging door de keukendeur naar binnen er werd gevochten. Hogenkamp vluchtte naar boven en verstopte zich op de grote slaapkamer. Braakman ging hem achterna, schoot met zijn pistool en raakte Hogenkamp.
(de tekst gaat onder de foto verder)
![]()
De achterzijde van het particulier bewoonde huis Remmerstein in Rhenen. Het landhuis zelf is niet toegankelijk, het Flipse Bos eromheen, met daarin onder meer de Paasheuvel, daarentegen wel. - Martin Brink
Daarna werd Hogenkamp meegenomen naar buiten, ze staken de straat over, liepen een eindje richting de weilanden en het bos en daar werd Hendrik Jan Hogenkamp vermoedelijk doodgeschoten en begraven. Omdat de arrestatie en executie min of meer op eigen initiatief gebeurde, werd er later over gezwegen, bang voor strafverzwaring. Vader Gradus overleed in mei 1951, zonder ooit nog iets naders te hebben gehoord.
GRONDONDERZOEK MOET ZEKERHEID GEVEN
De onderzoekers Carin Weustenenk uit Zwolle en Piet Hovestad uit Doorn proberen nu zekerheid te krijgen. Vooral via archiefonderzoek maar ook door grondonderzoek ter plekke. Er wordt dan deels in particuliere tuinen gekeken. Dat gebeurt met de nieuwste apparatuur. Mocht er dan redenen zijn om echt te gaan graven, dan worden de autoriteiten ingeschakeld. De eerste verkenningen moeten nog dit voorjaar plaatsvinden. Onlangs is een neef van Hendrik Jan opgespoord. Deze Gradus Hogenkamp hoorde voor het eerst over de omstandigheden waaronder zijn oom vermist raakte. Hij ondersteunt het onderzoek van harte.
Op zaterdag 15 maart geven de onderzoekers in Rhenen een lezing over de stand van zaken rond de executies van burgers die zich in het militair overgangsgebied ophielden. De vrij toegankelijke presentatie start om 14.30 uur in de Gedachteniskerk aan de Herenstraat 82. Dat gaat dan vooral om de negen Rhenense slachtoffers. Een tweede presentatie is in het gemeentehuis van Neder-Betuwe aan de Burgemeester Lodderstraat in Opheusden. Op dinsdagavond 15 april zijn er vanaf 19.30 uur meerdere sprekers. Weustenenk en Hovestad hebben het dan over de spergebied-moorden in de Betuwelinie in het voorjaar van 1945.









