
Roman over overleven en verwondering: ‘Mijn jeugd speelde zich af tussen hoge muren’
12 maart 2026 om 10:26 Religie Nieuws uit Veenendaal Tips van de redactieVEENENDAAL ,,Ik voel me helemaal geen geschenk.” En: ,,Ik zal blijven zoeken, totdat ik grond onder mijn voeten vind.” Twee typerende citaten uit de autobiografische roman ‘Lachen door een waas van tranen’, het debuut van Aaltje Hendriks uit Herveld. Hierin beschrijft ze haar jeugd en opvoeding binnen een gesloten bevindelijk gereformeerd milieu in Veenendaal.
door Marco Diepeveen
,,Schrijven heb ik altijd leuk gevonden. Vroeger schreef ik gedichten. Opgegroeid zonder televisie las ik eindeloos veel. Misschien is daar mijn liefde voor taal ontstaan”, zegt Aaltje. ,,Mijn kerkelijke achtergrond en mijn jeugdjaren in Veenendaal binnen de gereformeerde gezindte nam ik als onderwerp. Niet geschreven om te schoppen en vanuit stereotyperingen, maar vanuit mijn persoonlijk perspectief.”
De toon is liefdevol en scherp. De lezer ervaart het benauwende en conservatieve milieu door de ogen van een kind dat niet veroordeelt, maar probeert te begrijpen. Een traditionele en sobere wereld van twijfelachtig geloof, beklemming en verzet. Onbekend en onbegrijpelijk voor een buitenstaander.
GEEN AANKLACHT
,,Geen karikatuur, geen aanklacht en geen afrekening, maar een confronterend verhaal over overleven, verwondering en vergeving zonder rancune. Die zachtheid is zeldzaam binnen dit thema. Het is een verzoenend en hoopvol perspectief op geloof, familie en overleven. Van binnenuit, toegankelijk en gelaagd geschreven.”
Met haar debuut plaatst Aaltje zich in de lijn van ‘Dorsvloer vol confetti’ van Franca Treur en ‘Knielen op een bed violen’ van Jan Siebelink. Romans die de spanning blootleggen tussen geloof, identiteit en menselijkheid. ,,Bij Siebelink en Treur gleed het geloof van hen af, bij mij niet. Juist in de Bijbel vond ik God. Dat geldt ook voor andere gezinsleden. Nu kan ik mijn ouders met al hun fouten en tekortkomingen toevertrouwen aan de goedheid van de Heere. Ik kerk in de PKN, waar ik een boodschap van liefde en genade hoor. Ik mag er zijn. Dat was wel anders in de Gereformeerde Gemeenten in Nederland aan de Beatrixstraat. De tijd van dominee Mallan.”
AVONDMAAL
Het verhaal is autobiografisch. Herleidbare namen worden niet genoemd en alleen Veenendalers herkennen sommige locaties. Het gezin van Aaltje woonde in de Hoofdstraat, boven de apotheek. ,,De kerk was er altijd en overal, waardoor mijn jeugd zich afspeelde tussen hoge muren. In die drukkende sfeer voelde ik me altijd veroordeeld en beperkt. Dit boek vol opgetekende herinneringen is een statement.”
Het schetst de ontwikkeling van Aaltje van peuter tot jonge vrouw. ,,Het is bijzonder dat de lezer dat proces naar de volwassenheid ziet voltrekken. De beeldtaal groeit in dagboekfragmenten mee met het bewustzijn van de hoofdpersoon. Nieuwsgierigheid wordt het eerste teken van verzet.”
Seksuele voorlichting kwam nauwelijks aan bod in haar opvoeding. ,,Mijn ouders lieten me als kind zien hoe een stier een koe dekt. Incest binnen dit kerkverband komt veel voor, door een krampachtige omgang met seksualiteit. Om me bewust te maken van de dood, moest ik als 4-jarige mee naar de begrafenis van een wildvreemde. Nu ga ik graag aan het Heilig Avondmaal. Vroeger durfden van de ruim zevenhonderd leden maar twaalf deel te nemen. Waaronder mijn moeder, waarmee ze één van de weinige ‘uitverkorenen’ was. Mijn vader niet. Die stond er buiten. De voorganger hamerde erin dat we allemaal één brok zonde en feitelijk hopeloze en doemwaardige mensen waren. Zo verdrietig. Met de Bijbel in de hand hield de kerk je juist tegen om God te vertrouwen. Op het sterfbed van mijn moeder zaaiden de ouderlingen nog twijfel.”
Toch is Aaltjes debuutroman geen treurig boek. ,,De positieve grondtoon is onmiskenbaar. Het is een ode aan de opstand, het licht dat doorbreekt, de lach die dwars door een waas van tranen zichtbaar wordt.”