Daan van den Oever (rechts) en zijn broer Jos (links) bij de zwarte Opel Kapitein uit 1957.
Daan van den Oever (rechts) en zijn broer Jos (links) bij de zwarte Opel Kapitein uit 1957. Hannelore Bor

Een zomers
ritje met de
[zwarte kapitein]

15 juli 2025 om 09:49

Het is in de verte al te horen. De grommende motor van de Kapitein komt langzaam dichterbij. Daan en zijn broer sturen de zwarte glimmende Opel het parkeerterrein op van Hotel Van Der Valk. De motregen legt een doffe glans op de motorkap, maar de charme blijft onbeschadigd. ,,Lekker weertje om over de zomer te praten”, wordt er lachend gezegd. Even later hebben de broers een plek gevonden in het hotel. De kapitein blijft achter in de regen en Daan begint al snel over hem te vertellen.

TOERTOCHT,,Ik ben geboren en getogen in Arnhem”, begint Daan, terwijl hij achterover leunt in zijn stoel. ,,Via mijn werk in de accountancy kwam ik regelmatig in Veenendaal. Daar zat een bedrijf waar ik regelmatig moest komen voor m’n werk en zo ben ik de stad gaan leren kennen. Later ben ik overgestapt naar de makelaardij.” Hij glimlacht. ,,Sinds ik met pensioen ben, heb ik eindelijk wat meer tijd voor andere dingen, zoals oldtimers.”

Die passie bracht hem bij de Veense Oldtimer Club, waar hij inmiddels alweer een paar jaar lid van is. ,,Afgelopen jaar kwam het er wat minder van, we hebben niet zoveel ritjes gereden”, zegt hij met een beetje spijt in zijn stem. ,,Maar normaal gesproken trekken we er regelmatig op uit, vooral zomers.” Naast de club in Veenendaal is hij ook actief bij de Winterswijkse Oldtimer Club. ,,Dat ligt in de Achterhoek. Maar wat ik nou zo fijn vind aan de club in Veenendaal – het is weer eens wat anders. Een beetje afwisseling maakt het leuk. En ze organiseren vaak iets op zaterdag, wat ook goed uitkomt.”

NOSTALGIE Waar die liefde voor oldtimers vandaan komt, weet Daan nog precies. ,,Ik wilde per se een zwarte Opel Kapitein, omdat mijn opa er vroeger ook eentje had”, zegt hij met een gepassioneerde stem. ,,Opa woonde toen in Gorinchem en had een klant in Arnhem. Soms mocht ik op de terugweg meerijden en bleef ik bij oma logeren.” Hij pauzeert even. ,,Die auto van opa… die vond ik echt prachtig. Vanaf dat moment is mijn interesse in oldtimers begonnen.” Jaren later, toen hij zelf op zoek ging, was er geen twijfel mogelijk. ,,Ik zei: ‘Ik wil gewoon per se een zwarte auto.’ Niet zomaar een Kapitein – dé kapitein van mijn opa. Uiteindelijk vond ik deze via een Deense autosite. Gezocht, gevonden – en hup, we zijn ‘m gaan halen. Samen met m’n broer en de autoambulance. In één dag heen en weer: 1100 kilometer, maar dat was het meer dan waard!”

DE ZOMERSFEER Dat er in de zomer vaker oldtimers op de weg verschijnen, verbaast Daan niet. Het is hét seizoen voor liefhebbers: langere dagen, open ramen en een warm briesje. Ook hij rijdt dan vaker, ook al is dat niet altijd even aangenaam. ,,Het moet niet snikheet zijn, want dat is niet fijn. Zelfs met een gewone auto met airco vind ik dat al niet zo prettig.” Toch is het juist die zachte zomeravond, waarop de oldtimers uit hun stalling komen. Dan begint het toeren pas echt. 

,,Zodra het mooi weer wordt en je kunt weer lekker gaan toeren – ja, dat is wel het fijne. En je merkt ook: er is veel belangstelling. Onderweg krijg je veel reacties. Mensen kijken, zwaaien, steken hun duim op. Vooral als we met een paar oldtimers tegelijk rijden, dan krijg je onderweg altijd wel een opgestoken hand. Zelfs op de snelweg, dan halen ze je in en dan zie je ze zo in hun auto gebaren”, vertelt Jos. Maar het is niet alleen genieten. De charme van een klassieker gaat hand in hand met zijn beperkingen – en die voel je in het verkeer. ,,Geen stuurbekrachtiging, geen rembekrachtiging. Het is wel wat zwaar hoor. Je moet echt goed opletten, want jouw voorganger staat eerder stil dan jij. Dus dan moet je wel goed inschatten en op tijd remmen. Je zoekt ook niet het drukke verkeer op. Gewoon lekker rijden waar het rustig is.”

En zo slingeren ze over landwegen, ver weg van files en hectiek. De ritten eindigen vaak bij een museum of restaurant, waar de oldtimers glimmend op het parkeerterrein staan - als stille publiekstrekkers. ,,Dan staat de oldtimer op de parkeerplaats en dan komen er mensen kijken. Je hoort vaak: ‘Oh, mijn vader had ook zo'n auto,' of: ‘Die had mijn opa vroeger.' En dan ontstaan er echt leuke gesprekken, dat maakt het ook zo gezellig. Het blijft genieten om in zo'n auto te rijden.”